Dit artikel vormt het eerste deel van een drieluik over data als economische waarde. Het laat zien waar het debat over data op de balans vandaan komt en waarom boekhouden structureel achterloopt op de digitale realiteit. Begrijpen waar we staan, begint bij begrijpen waar we vandaan komen.
De lange weg naar het erkennen van data als waarde
Inleiding: waarde zie je pas als je haar durft te meten
Elke ondernemer kent dit gevoel. Je weet dat er iets waardevols in je organisatie zit, maar je kunt het niet aanwijzen op de balans. Het staat nergens expliciet vermeld, terwijl het dagelijks beslissingen stuurt, omzet versnelt en concurrentievoordeel oplevert. Vandaag noemen we dat data. Maar de discussie over het erkennen van data als waardevol bezit is allesbehalve nieuw. Sterker nog: die discussie loopt al meer dan veertig jaar.
Wat vaak wordt vergeten, is dat boekhouden altijd een afspiegeling is van hoe we naar economie kijken. De balans vertelt geen absolute waarheid, maar een momentopname van wat we durven te erkennen als bezit. Ooit stonden machines centraal. Daarna gebouwen. Later merken. En nu schuurt het: data is overal, maar nauwelijks zichtbaar in de financiële verslaglegging.
In deze longread neem ik je mee langs de geschiedenis van het toekennen van waarde aan data. Niet als academische exercitie, maar als praktisch verhaal voor ondernemers die willen begrijpen waarom hun organisatie meer waard is dan de cijfers suggereren. Zie het als een archeologische opgraving van de balans: laag voor laag wordt duidelijk waarom data zo lang onder de grond is gebleven.
De eerste barstjes in het klassieke denken (jaren zeventig en tachtig)
In de jaren zeventig begon iets te verschuiven. Computers deden hun intrede in organisaties en informatie werd voor het eerst schaalbaar. Waar informatie vroeger zat opgesloten in dossiers, hoofden en archiefkasten, werd zij nu reproduceerbaar, verplaatsbaar en analyseerbaar. Dat was revolutionair, maar het werd nog niet zo benoemd.
Wetenschappers als Niv Ahituv stelden begin jaren tachtig een ongemakkelijke vraag: als informatie beslissingen verbetert, tijd bespaart en risico verlaagt, waarom behandelen we haar dan niet als economische factor? Zijn werk ging niet over balansen, maar over waarde. Over nut. Over effect. Het idee dat informatie meetbare economische waarde heeft, werd hier voor het eerst systematisch uitgewerkt.
Vergelijk het met elektriciteit aan het begin van de twintigste eeuw. Iedereen zag dat het handig was, maar niemand wist hoe je het moest prijzen, beheren of standaardiseren. Informatie zat in dezelfde fase. Waardevol, maar ongrijpbaar. Overheden experimenteren in dezelfde periode met het meten van informatiestromen. Niet omdat ze data op de balans wilden zetten, maar omdat ze voelden dat de economie veranderde. Er ontstond een nieuwe productiefactor, alleen hadden we nog geen taal om haar financieel te duiden.
Goodwill als symptoom van een dieper probleem (jaren negentig)
In de jaren negentig barstte het debat echt los, maar opvallend genoeg niet onder de naam data. Het ging over goodwill. Over het verschil tussen boekwaarde en marktwaarde. Over de vraag waarom bedrijven op de beurs soms twee, drie of vijf keer zoveel waard waren als wat er op de balans stond.
De dotcom-periode maakte dit pijnlijk zichtbaar. Bedrijven zonder noemenswaardige fysieke activa werden miljarden waard. Hun kracht zat in software, netwerken, algoritmes en – steeds vaker – data. Maar op de balans bleef het stil. Alles wat niet tastbaar was, verdween in de verzamelpost goodwill. Goodwill werd daarmee een soort financiële rommelzolder. Alles wat men niet kon of durfde te benoemen, werd daar ondergebracht. Voor accountants was dat comfortabel. Voor ondernemers en investeerders steeds minder.
Rapporten zoals het Jenkins Report in de VS legden de vinger op de zere plek. Gebruikers van financiële informatie wilden weten waar waarde écht vandaan kwam. Niet achteraf, maar vooruitkijkend. Niet alleen winst, maar waardedrijvers. Toch bleef de balans onaangeroerd. Internationale standaarden zoals IAS 38 erkenden immateriële activa, maar trokken een harde lijn: alleen gekochte immateriële activa mochten worden geactiveerd. Alles wat intern werd opgebouwd – merken, klantrelaties, data – bleef buiten beeld.
Dat was geen technische keuze, maar een filosofische. Intern gegenereerde waarde werd gezien als te onzeker, te subjectief, te moeilijk te controleren. Met andere woorden: we wisten dat het bestond, maar we vertrouwden het niet genoeg.
De millenniumwisseling: erkennen zonder activeren (de ’00s)
Rond de eeuwwisseling kwam het debat in een nieuwe fase. Baruch Lev bracht met zijn werk een ongemakkelijke waarheid onder woorden: de economie investeerde massaal in immateriële activa, terwijl de boekhouding deed alsof die investeringen nauwelijks bestonden.
Zijn analyses lieten zien dat het grootste deel van de marktwaarde van moderne ondernemingen voortkwam uit zaken die niet op de balans stonden. Dat gold niet alleen voor techbedrijven, maar steeds meer ook voor traditionele organisaties die digitaliseerden.
De dotcom-crash zorgde voor een tijdelijke pas op de plaats. Niet omdat data minder belangrijk werd, maar omdat het vertrouwen in waarderingstechnieken een knauw kreeg. De reflex was voorspelbaar: voorzichtigheid. Liever niets activeren dan het risico lopen op overwaardering. Nieuwe standaarden rondom goodwill, zoals impairment tests, waren vooral gericht op het beperken van schade. Ze boden geen oplossing voor het onderliggende probleem: het ontbreken van zicht op intern opgebouwde waarde.
Je kunt dit vergelijken met een dashboard waarop alleen de achteruitkijkspiegel werkt. Je ziet wat er misgaat als het te laat is, maar je stuurt niet op wat waarde creëert.
Data krijgt een naam maar nog geen plek (2010–2018)
Rond 2010 veranderde de toon van het gesprek. Data werd niet langer alleen gezien als ondersteunend middel, maar als strategisch bezit. Gartner-analist Doug Laney introduceerde het begrip infonomics: het idee dat informatie net zo beheerd, gewaardeerd en geëxploiteerd moet worden als andere bedrijfsmiddelen.
De aanleiding was praktisch en confronterend. Bedrijven moesten na rampen hun schade vaststellen en ontdekten dat hun grootste verlies niet in stenen of staal zat, maar in data. Toch was die data nergens formeel vastgelegd als bezit. Het World Economic Forum zette in 2011 een belangrijke stap door persoonlijke data expliciet te benoemen als een nieuwe activaklasse. Dat was geen boekhoudkundige doorbraak, maar wel een mentale. Data werd nu in één adem genoemd met kapitaal en grondstoffen.
Voor ondernemers werd steeds duidelijker dat data zich gedraagt als een grondstof. Rauw heeft het weinig waarde. Verwerkt, verrijkt en gekoppeld aan context wordt het goud. Het verschil met olie? Data raakt niet op door gebruik. Integendeel, ze wordt waardevoller naarmate ze vaker wordt ingezet.
Van academisch debat naar economische realiteit (2015–2023)
In de jaren daarna verdiepte het debat zich. Niet alleen consultants en visionairs spraken over datawaarde, maar ook instituten als de OECD. Data werd gepositioneerd als productiefactor, vergelijkbaar met arbeid en kapitaal.
Belangrijk was dat de focus verschoof van de vraag of data waarde heeft, naar de vraag hóe die waarde tot stand komt. Economische modellen, markttransacties en kwaliteitsdimensies werden systematisch onderzocht. Wat opviel: dezelfde thema’s keerden telkens terug. Kosten, kwaliteit, actualiteit, bruikbaarheid. Dit is relevant voor het MKB. Want het betekent dat datawaarde geen abstract begrip is, maar voortkomt uit dagelijkse keuzes. Hoe schoon zijn je datasets? Hoe actueel? Hoe goed zijn ze verbonden met processen en besluitvorming?
Data is te vergelijken met een wegennet. De aanleg kost geld. Het onderhoud bepaalt de levensduur. Maar de economische waarde ontstaat pas als verkeer er daadwerkelijk gebruik van maakt.
Het kantelpunt: van discussie naar implementatie (2024–2025)
In 2024 gebeurde iets wat veertig jaar op zich had laten wachten. De internationale boekhoudwereld erkende dat het onderwerp niet langer genegeerd kon worden. De herziening van de standaard voor immateriële activa werd formeel gestart, met expliciete aandacht voor data, AI en digitale infrastructuur.
Tegelijkertijd nam China een radicale stap. Data werd erkend als productiefactor en mocht onder voorwaarden op de balans worden geactiveerd. Niet symbolisch, maar praktisch. Daarmee werd zichtbaar wat veel ondernemers al wisten: wie data beheerst, beheerst waardecreatie.
Dit is geen detail voor multinationals alleen. Juist voor het MKB is dit een strategisch signaal. Want kleinere organisaties zijn vaak wendbaarder, dichter op hun klanten en rijk aan contextuele data. Alleen ontbreekt vaak de vertaalslag naar waarde.
Wat dit betekent voor ondernemers en organisaties vandaag
De geschiedenis laat zien dat het debat over data op de balans nooit ging over techniek alleen. Het ging over vertrouwen. Over durven erkennen dat waarde steeds minder tastbaar wordt. En over de vraag wie die waarde mag definiëren.
Voor de ondernemer van nu is de les helder. Wacht niet tot de accountant je vertelt dat data waarde heeft. Ga zelf begrijpen waar jouw digitale vermogen zit. In relaties. In gedrag. In patronen. In voorspellend vermogen.
De balans loopt altijd achter op de werkelijkheid. Dat is geen fout, maar een gegeven. De vraag is wie jij laat bepalen hoe ver hij achterloopt. Data is geen toekomstmuziek meer. Het is de verborgen goodwill van vandaag en het expliciete kapitaal van morgen.
Wie dat begrijpt, kijkt anders naar zijn organisatie. Niet als een verzameling kosten en opbrengsten, maar als een levend ecosysteem van data, context en relaties. En precies daar ontstaat duurzame waarde.
DISCLAIMER: Ik ben geen accountant. Ik schrijf dit omdat digitale waarde al jaren het verschil maakt tussen groei en stilstand, terwijl de balans die realiteit nog niet weerspiegelt. Net als in mijn boeken Digitaal Vermogen en vanAnaloognaarDigitaal.nu gaat dit drieluik over ondernemers helpen hun digitale werkelijkheid te begrijpen, te sturen en te vertalen naar economische waarde.
>> Ga naar het volgende artikel van deze drieluik
OOK INTERESSANT
- LEES OOK: Hoe ons boek de AI-ontwikkelingen van vandaag voorzag
- AANRADER: Schrijf je in voor deze nieuwsbrief! Marketing AI Friday
- LUISTERTIP: Podcast – Duiding bij Digitaal Vermogen
JOUW DIGITAAL VERMOGEN LATEN GROEIEN? Gebruik het ABCD-principe! Lees hier meer ... Heb je vragen over digitale strategie en transformatie? Chat hier met de Denis Doeland | Virtuele Assistent. Direct contact nodig over jouw strategie en transformatie? Kijk hier …
KIJK OOK HIER
- Contact zoeken met Denis Doeland? Connect hier
- Direct toegang tot de kennisbank van Denis Doeland? Ja, dat wil ik
- Wil je chatten met de virtuele assistent van Denis Doeland? Ja, dat wil ik
- Meer weten over de GPT’s van Denis Doeland? Ja, dat wil ik