Amazon

Achtergrond: de 8 lessen van Amazon

Geschatte leestijd - 7 minuten

De laatste tijd is er veel te doen om internetgigant Amazon. Het lanceert een beperkte versie van zijn bezorgdienst Prime in Nederland, waarmee je geniet van gratis bezorging binnen één dag, de videostreamingdienst en foto-opslagdienst van Amazon. Amazon-oprichter Jeff Bezos zou zelfs de rijkste man van de wereld zijn. ING vreest de online retailer zelfs meer dan fintech-bedrijven. In vanAnaloognaarDigitaal.nu hebben we het over Amazon gehad. Wat waren de lessen van toen? Wat kunnen bestuurders en bedrijfseigenaren leren van deze gigant?

1: Gebruik software waar mogelijk

Werknemers in Amazon’s magazijnen zijn verdeeld in vier groepen. Er zijn mensen die werkzaam zijn in de ‘ontvangstlijnen’ en de ‘order picking lijnen’. Oftewel ze pakken uit, controleren en scannen elk product dat binnenkomt uit de gehele wereld of ze picken de bestellingen van fans en klanten aan het andere uiterste van het proces. Een andere groep plaatst de producten van leveranciers ergens in het magazijn op plekken met de bijbehorende coördinaten. Alleen het enorme computerbrein van Amazon weet waar alles staat. Werknemers maken gebruik van ‘handheld’ computers, die aangeven waar het binnengekomen item dient te staan en waar ze het inkomende item als voorraad moeten inscannen.

De andere groep, de ‘pickers’, duwen trolleys rond en pakken de bestellingen van fans en klanten uit de gangpaden en scannen producten weer uit. Software van Amazon berekent de meest efficiënte looproute voor de ‘pickers’. De software stuurt de werknemer van de ene schapruimte naar de volgende, via instructies op het scherm van het navigatiesysteem van de werknemer.

Zelfs met deze efficiënte routes, is het flink wandelen. Een gemiddelde nieuwe orderpicker verliest bijna 2 kilo aan gewicht na zijn eerste drie ploegendiensten. ‘Je bent een soort robot, maar dan met menselijke vormen’, zegt een Amazon manager. ‘Het is menselijke automatisering’. Amazon kocht onlangs een echte robot om te testen, maar de manager denkt dat mensen efficiënter zijn omdat ze zo veel beter kunnen omgaan met de enorme hoeveelheid verschillende vormen productverpakkingen die Amazon verkoopt.

2: Wees Lean

Robin ten Hoope, eigenaar van QLTi, blogger bij The Lean Six Sigma Company en een ‘Lean Six Sigma’-expert zegt: ‘In ieder proces (zowel in de industrie, als in de zakelijke dienstverlening) is verspilling aanwezig. Met behulp van Lean methodieken zijn we in staat om die verspilling bloot te leggen, te elimineren en ervoor te zorgen dat problemen in de toekomst worden voorkomen. We maken een onderscheid tussen processtappen (handelingen), die daadwerkelijk waarde toevoegen voor de klant en processtappen en die geen of nauwelijks waarde toevoegen voor de klant. Dit kan overigens ook een interne klant zijn: iedereen die na jou komt in een proces, is een klant van dat proces. Alles dat geen waarde toevoegt moet worden verwijderd uit het proces.

Het voorkomen van verspilling is belangrijker dan je denkt. Soms leidt het namelijk zelfs tot opstoppingen. Denk eens aan vergelijking aan de files, te veel aanbod op hetzelfde moment, waardoor opstopping ontstaat. In processen gebeurt dat ook: we moeten principieel van ‘push’ naar ‘pull’. Handelen als er vraag is en niet zomaar zorgen voor aanbod. Daarnaast zorgt verspilling in processen tot enorme en vaak verborgen kosten; de zogenaamde ‘Cost of Poor Quality’. Deze ijsberg aan verspilling (waarvan vaak inderdaad alleen het topje zichtbaar is) wordt ook ‘de verborgen fabriek’ genoemd. Naast het elimineren van verspilling, draait Lean met name op het voorkomen van fouten.

Hoe dat in de praktijk werkt? Daarvoor moeten we naar Japan en de Japanse termen ‘Kaizen’ (het doorlopend werken aan verbetering) en ‘gemba’ (de werkvloer). Op de gemba zou het Kaizen moeten plaatsvinden. Lean vindt zijn oorsprong in Japan in het Toyota Production System, waarmee Toyota in staat bleek de wereld te veroveren. Elke medewerker die aan de lopende band van Toyota werkt, heeft – als de kwaliteit van het product in gevaar komt – het ‘recht’ om de lopende band te stoppen. Daardoor komt de hele fabriek stil te liggen. Kwaliteit gaat voor alles, zo is de gedachte. Dat heeft Toyota beslist geen windeieren gelegd.

3: Gebruik data

Bij Six Sigma wordt dataverzameling en statistische analyse gebruikt om processen te verbeteren. In traditionele bedrijven wordt nog (te) vaak besloten op basis van gevoel. Doodzonde, zeker in het tijdperk van ‘Big Data’. Men spreekt van ‘Big Data’ wanneer men werkt met één of meer datasets die te groot zijn om met reguliere databasemanagementsystemen te worden onderhouden. Volgens onderzoeksbureau Gartner gaat het om drie factoren: de hoeveelheid data, de snelheid waarmee de data binnenkomen en opgevraagd worden en de diversiteit van de data.

WalMart verwerkt bijvoorbeeld meer dan een miljoen transacties per uur, die op een slimme manier in databases opgeslagen worden. Uit deze grote berg gegevens kunnen verbanden tussen verschillende producten gedestilleerd worden, zoals bijvoorbeeld hamburgers en broodjes, maar vaak liggen de verbanden minder voor de hand. Hierdoor is zelfs te voorspellen wanneer een meisje moeder wordt, nog zelfs voor haar vader het weet.

Zalando houdt nu een proef waarbij klanten al kunnen bepalen of en welke maat hen past door foto’s te uploaden. Hoe meer mensen passende kleding kopen, hoe minder retourneren er verwerkt moeten worden. Het juist inzetten van de ontstane ‘Big Data’ zal Zalando helpen bij het verminderen van het aantal retourneren. Feitelijk betekent dit dat het bedrijf het gedrag van zijn klanten binnen haar eigen internetecosysteem en daarbuiten begrijpt door analyse van de ontstane ‘Big Data’. Processen efficiënter worden hierdoor, kosten beter te beheersen en de service gaat in de perceptie van de klant omhoog.

—–

Amazon Prime

—–

4: Combineer Lean en Six Sigma

Lean en Six Sigma komen ook afzonderlijk voor, maar zijn prachtig complementair. Uiteindelijk draait het bij beide methoden voornamelijk om de klant. Er zijn (veel) consultants die zich enkel richten op Lean. Door ook Six Sigma toe te passen, ontstaat echter een ongekend verbeterpotentieel. Zeker in een wereld waar zoveel (en steeds meer) data beschikbaar komen. Waarom zou je er niet je voordeel mee doen?

Het gigantische ‘fulfillment center’ van Amazon in Rugely heeft de grootte van negen voetbalvelden. De efficiëntie van onder andere dit magazijn zorgt ervoor dat Amazon de pakjes in het Verenigd Koninkrijk snel op de drempels van haar klanten krijgt, zelfs bij een omvang van 35 bestellingen per seconde. Elk magazijn van Amazon heeft zijn eigen ‘verbetermanager’, die gebruikmaakt van ‘kaizen’-technieken die zijn ontwikkeld om de productiviteit te verbeteren. Marc Onetto, de senior vicepresident van Amazon’s wereldwijde operaties, vertelde een paar jaar geleden tijdens een bezoek aan de Universiteit van Virginia: ‘We gebruiken een heleboel Japanse jongens, ze zijn geen adviseurs … zij zijn samurai, de laatste echte samurai, die jongens van de Toyota-fabrieken.’

5: Innoveer het retourneren

Het zonder al te veel moeite kunnen retourneren van producten voor bijvoorbeeld reparatie is uitermate belangrijk bij webwinkels. Misschien wel het bekendste voorbeeld is Zappos, het bedrijf waar je tot 365 dagen na je aankoop goederen kunt retourneren. De klant heeft ruim de tijd het origineel aangeschafte product terug te sturen en het bedrijf doet er veel aan te voorkomen dat ze de retourneren via creditcard in rekening moeten brengen.

Deze vorm van retourneren, op basis van vertrouwen, heeft Zappos geen windeieren gelegd. Dat webwinkels gebukt gaan onder grote retourstromen is geen geheim meer. De afhandeling van retourneren kost tijd en dus daarmee geld. Slecht georganiseerde retourlogistiek heeft een enorm grote impact op de logistieke keten. Het verstoort immers het logistieke proces. Retailers zullen moeten werken aan een oplossing die efficiëntere afhandeling van retourneren mogelijk maakt en tegelijkertijd meer inzicht geeft in de oorzaken van retourneren.

6: Innoveer de toeleveringsketen

Een interessante, innovatieve oplossingen in de toeleveringsketen is ‘VMI’: Vendor Managed Inventory’. De leverancier beheert hierbij de voorraadniveaus in het magazijn of distributiecentrum van zijn klant, op basis van de verwachte vraag en vooraf gemaakte afspraken over minimale en maximale hoeveelheden voorraad.

Een goed voorbeeld van ‘VMI’ in een industriële markt is door Sime Darby Unimills (ook wel SDU genoemd) bedacht. SDU levert groene, beperkt houdbare vloeibare halffabricaten aan de voedselindustrie in Europa. Hierbij is de logistieke keten van groot belang. Binnen SDU is het FulFill-concept ontwikkeld om vooruit te lopen in de concurrentiestrijd. De logistieke medewerkers van FulFill ontwikkelden een specifieke methode om de logistieke keten te analyseren, die loopt van het genereren van de vraag van de klant tot en met de door de leverancier (SDU) beheerde voorraad. Zij ontwerpen specifieke oplossingen voor elke klant en elke situatie door het creëren van een duidelijk resultaat voor de SDU-klant:

  1.             altijd voorraad beschikbaar voor hun productieproces;
  2.             zo laag mogelijk voorraadniveau;
  3.             zorgeloos van order tot betaalproces.

7: Verdiep je in Kanban

Kanban betekent letterlijk: visuele kaart. Een eenvoudig voorbeeld van Kanban in de logistieke keten is het ‘Two Bin’-systeem: in de eerste bak (bin) ligt de voorraad voor de productie, de tweede bak bevat de reservevoorraad. Zodra de eerste bak leeg is, neemt men de Kanban (kaart) uit de bak. Kanban is het signaal voor herbevoorrading van de voorraad. De tweede bak verschuift naar de eerste plaats. Indien het bevoorraden van de nu lege tweede bak is voltooid, is het systeem weer in balans. Zodra de volgende bak leeg is, kan de herbevoorrading weer beginnen. Dat gebeurt door de Kanban uit de eerste bak te halen als ‘trigger’ voor de order. Voor deze order is tijd minder kritisch, dus minder duur. Als resultaat heeft men wel altijd voorraad en koopt men dientengevolge zorgeloos in.

—–

Amazon UPS

—–

8: Geef direct, online inzicht

Tracking en tracing maakt het mogelijk om online te volgen waar een bestelling is. Maak het beheer van de tanks en silo’s (‘Vendor Managed Inventory’), de tracking en tracing van bestellingen, evenals de e-ordering en e-billing dan ook compleet ‘internet-enabled’. De klant heeft dan overal vrij direct toegang tot zijn informatie via het internet, alsmede natuurlijk ook de logistieke medewerkers van de organisatie.

In Frankrijk groeit ‘Chronodrive’ uit tot een gerenommeerd merk. Door gebruik te maken van Chronodrive kan de consument tijd besparen tijdens het winkelen. Alle boodschappen worden besteld door online te winkelen. Chronodrive biedt een breed scala van producten aan voor het hele gezin. De consument hoeft niet te wachten, want de pick-up van de boodschappen bij Chronodrive duurt minder dan 5 minuten en kan overal, zoals dichtbij huis of de werkplek. In Nederland laat PicNic zich zien als een vernieuwer van de traditionele supermarkt.

Conclusie

De rol van magazijnen in de keten van activiteiten van webwinkels wordt steeds belangrijker. De consument zal zijn producten steeds sneller in huis willen hebben. Daarom moeten webwinkels hun lever- en retourproces onder handen nemen. Daartoe is discipline en een strakke organisatie noodzakelijk, evenals de inzet van ‘Big Data’. Ook data en analyse, zoals gehanteerd bij Lean Six Sigma kunnen helpen processen te verbeteren en te optimaliseren. Bovenstaande acht tips helpen je dan ook op weg, als je een webwinkel hebt en dezelfde ambities hebt als Jeff Bezos.

* Dit is een samenvatting van het hoofdstuk ‘Amazon en haar logistieke leger’ uit vanAnaloognaarDigitaal.nu’ het boek dat ik met Ger Hofstee schreef.

** Redactie door Aaron Mirck


Van miljoenenverlies naar miljardenbedrijf

Amazon.com, in het kort Amazon, is in 1994 opgericht door Jeff Bezos en misschien wel het grootste bedrijf op het gebied van e-commerce in de wereld. Het in Seattle gevestigde bedrijf is een van de eerste grote bedrijven die goederen via het internet verkoopt. Oorspronkelijk was de site, die pas in 1995 online ging, bedoeld voor de verkoop van fysieke boeken. Later werden ook andere goederen via de site verkocht. In het begin maakte Amazon enorme verliezen (in 1999 zo’n 716 miljoen dollar bij een omzet van 1,6 miljard dollar).

Inmiddels ziet de wereld er een stuk beter uit voor Amazon. Er werken zo’n 340.000 mensen, de omzet bedraagt 136 miljard dollar en er wordt meer dan 2,4 miljard dollar winst gemaakt. En of dat niet genoeg was, kocht het recent ook de supermarktketen Whole Foods voor een slordige 12,3 miljard euro. Ook de clouddienst van Amazon, het zogenoemde Amazon Web Services, draagt bij aan deze indrukwekkende cijfers.


Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

supporters of Denis Doeland


Doeland’s Digitale Wereld in cijfers

 Doelands Digitale Wereld Data

 

5 definities Denis Doeland

Achtergrond: 5 definities belangrijk bij digitale verandering

Geschatte leestijd - 3 minuten

De digitale wereld is een ecosysteem met daarbinnen duizenden ecosystemen van gemeenschappen die met elkaar verbonden zijn. Het is gevormd door individuen (klanten en fans), distributeurs, ontwikkelaars en leveranciers. Zij gebruiken elkaars sterke punten en versterken elkaar door samen waarde te creëren. Welke 5 definities moeten organisaties kennen als ze met digitale verandering aan de slag gaan?

5 definities

Het digitale ecosysteem is de basis van de digitale economie waar de hedendaagse entertainmentindustrie, maar ook branches als sport en media, intergraal onderdeel van uitmaken. Elke industrie verandert langzamerhand van een analoog naar een digitaal gedreven industrie. Ze gaan van analoog naar digitaal. Onderstaande definities die duiding geven bij een aantal belangrijke aspecten van de digitale wereld.

Digitale transformatie

Digitale transformatie laat zich als volgt definiëren. De verandering die een onderneming ondergaat, waar binnen bestuurders of bedrijfseigenaren waarde willen creëren door de inzet van het digitale ecosysteem, waarbij op basis van vastgestelde doelen (5) in stappen (9) door analyses (12) en de voortvloeiende inzichten optimalisatie van de organisatie en het analoge en digitale vermogen wordt bereikt. (2017, Doeland)

Digitale volwassenheid

Digitale volwassenheid heeft de volgende definitie. De fasen in de digitale ontwikkeling van een onderneming, waarbij de mensen en processen op één lijn worden gebracht met de doelen (5), stappen (9) en analyses (12) ondersteund door een raamwerk (red. het Business Acceleration Framework) dat zorgt voor continue verbetering en versnelling van de doelstellingen uit het raamwerk en het veilig stellen van het digitale vermogen. (2017, Doeland)

Internetecosysteem

Definitie van het internetecosysteem (ook wel het digitale ecosysteem genoemd). Het totale systeem van interactie tussen industrie, merken, mensen en diensten en producten. Alle belanghebbenden, de technische infrastructuur en de functies die het systeem vervult, maken deel uit van het internetecosysteem. Door het systeem als een business ecosysteem te zien kan men zorgen voor waardecreatie. De waarde wordt aangeduid als het digitale vermogen. (2017, Doeland)

Waardecreatie

Het creëren van waarde binnen het internetecosysteem laat zich als volgt definiëren. “Waardecreatie door internet en social media betreft het in de basis kunnen aanleggen, verspreiden, onderhouden en optimaliseren van bestaande en nieuwe digitale relaties op diverse internet platforms waar direct en op aantoonbare wijze additionele en toekomstige netto kasstromen gegenereerd worden.” (2013, Doeland en van Berkel)

Digitaal vermogen

Tot slot de definitie van digitaal vermogen (of digitale vermogen). De rechten en niet-fysieke middelen bestaande uit digitale verbindingen en contextuele data, dat een onderneming competitief voordeel in de markt geeft, welke een financiële waarde vertegenwoordigt doordat het huidige en toekomstige kasstromen optimaliseert en versnelt. (2017, Doeland en van Berkel)

Sterkste relaties

Gebruikmaken van de juiste definities en statistieken en het volgen van ontwikkelingen in de wereld van apparaten, infrastructuur en processoren, zijn een vereiste voor de basis van een gedegen digitale strategie in de alsmaar groeiende digitale wereld die een uiterst revolutionair karakter heeft.

Het internet loopt door alle lagen van organisaties binnen de entertainmentindustrie heen. Het vormt een vloeibaar geheel dat bijna elke discipline van een organisatie raakt. Om digitale verandering in gang te zetten, de transitie van analoog naar digitaal, dien je je te verdiepen in de digitale wereld, haar keten en haar systeem.

In de digitale cultuur is de aandacht van en de relatie met de (toekomstige) fan of klant de belangrijkste (economische) waarde geworden. De organisatie die de beste plek en de sterkste relaties in het internetecosysteem weet te verwerven, zal het meest succesvol worden en verstevigt daardoor het bestaansrecht. Zonder deze relaties zullen organisaties op termijn niet overleven en ter ziele gaan. Het personaliseren van de relatie met de fan is de heilige graal. Digitale transformatie + digitale volwassenheid + digitaal ecosysteem + digitale waardecreatie = digitaal vermogen.

Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

supporters of Denis Doeland


Doeland’s Digitale Wereld in cijfers

 Doelands Digitale Wereld Data

 

digitale volwassenheid

Achtergrond: 3 redenen waarom je data uit jouw ecosysteem moet oogsten

Geschatte leestijd - 4 minuten

Marketeers, bedrijfseigenaren en ondernemers willen hun bedrijfsomzet laten stijgen en gebruiken daarvoor verschillende methoden. Daarbij wordt het adverteren via online kanalen steeds populairder. Dat is niet voor niets: het is daardoor mogelijk om gerichter een bepaalde doelgroep aan te spreken. Er zijn echter drie goede redenen waarom je eerst moet inzetten op het oogsten van data uit je eigen ecosysteem en je rol daarin moet optimaliseren, voordat je ook maar mag denken aan digitale advertenties.

Business ecosysteem

Wat is het internetecosysteem en waarom is het belangrijk voor organisaties die willen groeien? Dit digitale ecosysteem behelst het totale systeem van interactie tussen industrie, merken, mensen en diensten en producten. Het omvat alle belanghebbenden. De technische infrastructuur en de functies die het netwerk vervult, maken ook deel uit van het internetecosysteem. Door het systeem als een business ecosysteem te zien, kun je zorgen voor waardecreatie. De waarde wordt aangeduid als het digitale vermogen.

Eigenlijk is het internetecosysteem een business ecosysteem. In dit ecosysteem creëren organisaties toekomstige inkomsten. Deze inkomsten zijn nog niet gewaardeerd op de balans, maar bestaan wel al in de vorm van kennis, klanten, merken, personeel en dergelijke. Deze toekomstige inkomsten vind je nu in contextuele data die ontstaat binnen het internetecosysteem: jouw eigen ecosysteem, jouw website, app, webshop, social media of andere dienst waar je gebruik van maakt.

Bovenal stelt het ecosysteem je in staat om te communiceren met je potentiële volgers of klanten. Deze mogelijkheid om een relatie op te bouwen met nieuwe volgers of klanten is van zo’n groot belang voor organisaties, dat we zelfs over de relatie-economie spreken. De relatie met klanten is namelijk de belangrijkste asset van bedrijven geworden, doordat het nog beter voorspelt wat de toekomstige inkomsten van een bedrijf worden.

1: Online adverteren is niet transparant

Marc Pritchard, de marketingbaas van Procter & Gamble, riep een poos geleden zijn collega-adverteerders op om de enorme verspilling van hun marketingbudgetten aan te pakken. Zijn noodkreet vindt weerklank: steeds meer bedrijven verminderen hun uitgaven aan online advertenties. Het gaat niet om klein bier: wereldwijd wordt er dit jaar (naar verwachting) zo’n 224 miljard dollar gespendeerd aan online advertenties. Ter vergelijking: er wordt wereldwijd zo’n 579 miljard dollar aan alle advertentiemiddelen uitgegeven.

Waarom draait P&G de kraan dicht? Het bedrijf experimenteerde met een veel kleiner online advertentiebudget. Wat er toen gebeurde zal je verbazen: er werden niet minder producten van P&G verkocht. Het FD schrijft dan ook: “Adverteerders die dachten op internet goedkoop klanten te kunnen trekken, komen bedrogen uit. Schimmigheid regeert de online advertentie handel, met verborgen kosten en regelrechte fraude.” Veel online advertenties zouden niet opgemerkt worden en maximaal 60 procent van het digitale reclamebudget zou worden besteed aan de inkoop van advertentieruimte. De rest zou worden afgeroomd door dienstverleners, zo blijkt uit onderzoek. Heldere en pijnlijke conclusies voor deze groei-industrie.

2: Externe platforms zijn niet duurzaam

Het voordeel van Facebook, Twitter, YouTube, LinkedIn en andere sociale media platforms, is dat het een makkelijke manier is om in contact te komen met een groot publiek. Een overgrote meerderheid van de bevolking is vertegenwoordigd op de verschillende platforms. Daarbij kan je ze direct bereiken, door ze te onderscheiden op basis van bijvoorbeeld interessegebieden, woonplaats, leeftijd, etc.

Je wilt echter niet afhankelijk worden van een dergelijk platform. Als je je content in het ecosysteem van het Facebook-platform plaatst, heb je geen controle over (de toegang tot) de content. Besluit een platform om de spelregels te veranderen, dan heb je daar geen invloed op. Dat betekent dat je voor een van je belangrijkste productiegoederen (content, hetgeen je in staat stelt om met je volgers te interacteren) afhankelijk bent van een ander. Het maakt in dat opzicht niet uit of je een grote of kleine speler bent. Ook de producent van het populaire FarmVille, Zynga, besloot om een eigen netwerk te bouwen.

3: Zelf verantwoordelijk voor eigen netwerkwaarde

In de relatie-economie is de connectie met potentiële volgers en klanten het belangrijkste bedrijfskapitaal. Daarom is het belangrijk dat bedrijven een connectie met ze leggen. Dat doe je door te voorzien in hun behoefte naar relevante content, of ze te helpen met concrete vragen.

Wie dat goed begrepen hebben, zijn de oprichters van Kakhiel en Rumag. Ze hebben talloze volgers op Facebook, Instagram en YouTube. Daarom zou hun potentiële digitale vermogen van elk hun ecosysteem al richting de 4 à 5 miljoen euro lopen. Meer informatie over deze digitale wonderkinderen vind je via hier. En wat te denken van Neymar, die een veelvoud van zijn transferwaarde van 222 miljoen vertegenwoordigt met zijn online presence van 171 miljoen (!) volgers.

Hoewel beide merken een sterke vertegenwoordiging hebben op social media, hebben ze ook eigen platforms waar ze content plaatsen. Van daaruit is het mogelijk om een volgersschare op te bouwen op de verschillende social media platforms. Hierdoor bouw je gestaag aan een eigen netwerkwaarde in het digitale ecosysteem.

Conclusie en aanbevelingen

Hierboven vind je drie goede argumenten om eerst aan de slag te gaan met je eigen ecosysteem. Hoe pak je dat concreet aan? Allereerst is het nodig om je te verdiepen in de zestien tips om leidend te worden in het internetecosysteem. Deze helpen je al een eind op weg. Verder kan een organisatie niet zonder een digitale hartslag: deze bepaalt het ritme of het tempo waarin je berichten plaatst. En dat is belangrijker dan de inhoud van die berichten. Het content impact model helpt je vervolgens om invulling te geven aan de inhoud van de content die je wil delen met je volgers.

Wil je echt grip op je rol in het digitale ecosysteem? Dan moet je aan de slag met de Business Acceleration Roadmap en het Business Acceleration Framework. Dit raamwerk omvat de gehele digitale transformatie van een organisatie en laat het bedrijf opstijgen, door slim gebruik te maken van data. Maak de twaalf basis-analyses als vertrekpunt en stippel vervolgens jouw roadmap uit. Zo kan je ook in contact komen met potentiële klanten of volgers, zonder daarvoor tonnen aan (vergooide) marketingcampagnes te besteden.

Check ook

Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

supporters of Denis Doeland


Doeland’s Digitale Wereld in cijfers

Doelands Digitale Wereld Data

 

 

 

Analyses

Achtergrond: 12 analyses die onmisbaar zijn voor djs en festivals

Geschatte leestijd - 6 minuten

DJ’s en festivals kunnen door technologie (nog) beter contact maken met (potentiële) fans en klanten. Daarentegen gaan fans en klanten relaties aan met bedrijven (door ze bijvoorbeeld te volgen op Facebook) of communiceren met hen via een van hun kanalen (bijvoorbeeld email of bots). De relaties worden steeds intensiever. Hoe kunnen dj’s en festivals die relaties analyseren en optimaliseren?

Twaalf analyses

DJ’s en festivals leggen relaties met (potentiële) fans of klanten door in hun behoefte aan content te voorzien en steeds sneller met meer relevante antwoorden te komen. Het Business Acceleration Framework en Business Acceleration Plan helpen dj’s en festivals hiermee. dj’s en festivals kunnen echter niet zomaar aan de slag met dit raamwerk en plan. Voor ze de snelheid van de digitale wereld kunnen bijhouden en kunnen versnellen ten opzichte van de concurrentie, moeten eerst onderstaande twaalf analyses gemaakt worden. Het nulpunt van het raamwerk en plan moet eerst tot stand komen.

Hierbij moet opgemerkt worden dat de eerste vier analyses plaatsvinden in de eerste twee tot vier weken, waarna de overige analyses plaatsvinden tussen week vier en twaalf. Het spreekt voor zich dat het sneller kan wanneer je er meer tijd in steekt. Maar, door de band genomen, is vier tot twaalf weken een realistische periode.

1. Brand Equity

De Brand Equity bestaat uit het digitaal vermogen van een dj of festival. Deze waarde bereken je door de profielen waar jouw organisatie over beschikt in kaart te brengen. Daarbij is het van belang of je inzicht hebt in de verschillende karakteristieken en kenmerken van de profielen. Denk daarbij aan de voornaam, achternaam, e-mailadressen, adressen, interesses, voorkeuren, etc. Hoe meer van deze kenmerken beschikbaar zijn, hoe meer geïdentificeerd het profiel is en hoe meer deze profielen waard zijn. Uiteindelijk streven dj’s en festivals naar geïdentificeerde profielen, deze zorgen immers voor een grotere kasstroom en dus een hogere Brand Equity.

2. Digitale Hartslag

Idealiter zit er een ritme in de mate waarin dj’s en festivals berichten plaatsen op social media. Dit noemen we de digitale hartslag. YouTubers hebben een ijzeren discipline en daardoor een echte digitale hartslag. Sterker nog: je moet eerst een ritme of digitale hartslag ontwikkelen, voor je je druk hoeft te maken om de inhoud van de berichten. Is er een digitale hartslag ontwikkeld? Dan kan je je buigen over het content impact model, dat je op weg helpt met de inhoud van de content die je deelt.

3. Marketingplan

Marketeers sturen vaak op bepaalde targets: ze willen bijvoorbeeld een bepaald product verkopen of inschrijvingen voor een event realiseren. Het is echter belangrijk dat ze eerst stilstaan bij hun post-ritme (de digitale hartslag). Stel jezelf vervolgens de vraag: past deze campagne wel in ons ritme? Lukt het om ons om de sales-funnel te vullen op basis van ons plan? Als je een marketingplan niet toetst aan de digitale funnel, dan kan je de doelstellingen niet meten en stel je lukraak targets. Daardoor wordt de marketingcampagne allesbehalve efficiënt of kansrijk. Doe dus eerst een Marketingplan Scan.

—–

Analyses

—–

4. Verkoopcurve

Wat elke verkoopcurve gemeen heeft, is dat het een stijgende lijn van ‘sales’ is. Door historische data te vergelijken, ontdek je hoe zo’n curve er meestal uitziet. Hoever van tevoren men bijvoorbeeld tickets koopt voor een festival. Als blijkt dat de curve pas ingezet wordt rond een maand voor het festival, dan is het zonde om veel eerder marketingbudgetten in te zetten. Zorg dat je marketinginspanningen aansluiten op je verkoopcurve. Verkoop is in deze context een breder begrip: het kan bijvoorbeeld ook betrekking hebben op inschrijvingen in een nieuwsbrief of andere activaties die leiden tot business acceleratie.

5. AARRR Funnel

Het AARRR model stelt je in staat om volgers van een organisatie of festival te converteren in fysieke bezoekers of klanten. Aan de hand van het AARRR model van Dave Mcclure krijg je grip op jouw digitale ecosysteem. De vijf lagen/metrics worden opgebouwd uit de verschillende databronnen van de verschillende kanalen: acquisitie, activatie, retentie, revenue (inkomsten) en referral (doorverwijzing). Breng deze vijf lagen in kaart, zodat je inzicht hebt hoeveel marketinginspanningen opleveren en waar het in deze funnel spaak loopt en optimalisatie nodig is.

6. IPM

IPM staat voor interaction per thousand fans. Dit is een meetpunt dat je in staat stelt om pagina’s of kanalen met elkaar te vergelijken. De IPM formule: ((Aantal comments + likes) / aantal posts)) / #fans) = IPM. Het is nodig om te ontdekken hoe jouw organisatie zich verhoudt tot de rest van het ecosysteem. Dat doe je enerzijds doe je digitale hartslag te ontwikkelen. Focus ook op de manier waarop jouw merk interacteert met anderen in het digitale ecosysteem. De IPM scan laat zien wat de verbinding van jouw merk met het gevolg uit het digitale ecosysteem is, ook wel de verbinding-ratio. Dat doe je door inzichtelijk te maken hoeveel likes, comments, shares, etc. berichten van jouw merk krijgen.

—–

basis analyses van het business acceleration framework

—–

7. Benchmark

Als we willen meten waar jouw merk in het digitale ecosysteem staat, dan moeten we een benchmark doen waarbij ook de positie van de concurrentie meegenomen wordt. De Benchmark focust dus op de hoeveelheid volgers en de online interactie, maar zet dit af tegen de mate waarin dit aanwezig is bij jouw concurrentie. Iedereen strijdt immers om de hoogste positie in Facebook en Google, dus wil je weten hoe je ervoor staat ten opzichte van de concurrentie. Zoek dan ook zo’n vijf tot tien concurrenten uit en meet hoe jullie digitaal performen.

8. Uitgaven over tijd

De verkoopcurve behelst de periodieke sales-pieken. Meestal horen daar bepaalde marketinguitgaven bij, investeringen die tot een bepaald (beoogd) resultaat leiden. Door je investering in marketing af te zetten tegenover de resultaten, kom je tot een Uitgaven over tijd Scan. Hierdoor ontdek je welke middelen en welke timing tot welk resultaat leidt.

9. ARPU

De ARPU is de gemiddelde opbrengst per klant of gebruiker (ook wel: de average revenue per user). Deze parameter heeft direct invloed op je Brand Equity. Immers: als de gemiddelde opbrengsten per gebruiker stijgt, wordt je bedrijf meteen meer waard. Breng dus in kaart hoe de verkoopcurve de afgelopen tijd liep en zoek vervolgens naar de retentie: zorg dat klanten of bezoekers terugkomen, zodat de omzet stijgt. Als je daarnaast ook de levenscyclus kan verlengen (de CLV), dan ben je op drie manieren de brand equity aan het verbeteren en gaat deze zelfs in de multiplier. Hoe eerder je een ARPU-scan doet, hoe sneller je ervoor kan zorgen dat je marketinginspanningen effect hebben. Deze scan laat je de AARRR beter benutten en is dus in feite onmisbaar voor bedrijven die willen groeien.

—–

Analyses

—–

10. Doelgroep

Er is vaak een verschil tussen je beoogde doelgroep en de groep die jouw producten of diensten afneemt. Menig marketeer heeft een droomklant, die afstaat van de echte klant. Breng daarom je demografie in kaart, zodat je weet met wie je in gesprek moet gaan. Daardoor is duidelijk waar het gesprek over moet gaan en welke boodschap je wil delen met deze groep. Het bepalen van de doelgroep en demografie zijn een belangrijke stap voor een optimale ARPU. Deze gegevens komen uit de klantendatabase, website analytics en social media analytics.

11. Retentie

Deze scan draait om de vraag: komen mijn klanten wel terug? Een mooi praktijkvoorbeeld: als je elk jaar een festival organiseert en er elk jaar meer mensen komen, gaat het dan goed met dat festival? Ogenschijnlijk is dat wel het geval. Maar als bezoekers niet terugkomen, dan is er geen basis voor groei. Op een gegeven moment zijn er geen ‘nieuwe’ bezoekers of klanten meer in de markt, dus is de basis voor groei weg. Als de onderkant van de flow (terugkerende klanten) niet stijgt, dan heb je als merk, festival of organisatie geen groeimogelijkheden. Daarom is de Retentie Scan bijzonder om als een van de eerste analyses te maken.

12. Customer Lifetime Value

De Customer Lifetime Value afgekort CLV is een berekening van de netto opbrengst die een klant genereert in de totale periode dat deze klant is. Dit is de omzet die de klant heeft gegenereerd van de eerste tot zijn laatste aankoop. Het draait om een vraag: hoeveel waarde heeft mijn klant? Die vraag valt weer op te splitsen in kleinere vragen: hoeveel geeft hij of zij uit, hoe vaak komt hij terug, hoe lang blijft hij of zij mijn klant? Door de CLV te optimaliseren, stijgt de Brand Equity van een organisatie. Een CLV Scan biedt dan ook belangrijke inzichten.

Aanbeveling

Het goede nieuws is: er zijn belangrijke inzichten, waarmee je jouw organisatie en merk sneller kan laten groeien. Ze stellen je in staat om beter te sturen op bepaalde factoren, waardoor je weet of bepaalde inspanningen lonen. Het slechte nieuws: het is soms een tijdrovend proces om deze inzichten te verwerven. Je hoeft dan ook niet al deze twaalf analyses in een keer uit te voeren, maar zou ze ook in stapjes kunnen uitvoeren. Heb je deze analyses gedraaid, dan kan je echt aan de slag met het Business Acceleration Framework en het Business Acceleration Plan. Dit laatste omvat de gehele digitale transformatie van een organisatie en laat het raamwerk opstijgen.

Als dj’s en festivals eenmaal aan de slag zijn gegaan met het plan, dan lijkt het alsof ze achterover kunnen leunen. Niets is minder waar. Steeds monitoren zij de complexiteit van de organisatie. Zij grijpen in wanneer de instellingen, de vooraf bepaalde doelen en de doelstellingen en het pad beginnen af te wijken van de realiteit.

Je kunt immers alleen goed sturen als je de juiste inzichten hebt. Zonder het Business Acceleration Framework kan je als dj of festival (en daarmee het digitale vermogen van dj of festival) niet beschermen tegen concurrentie. Zonder het plan en het raamwerk ben je niet in staat om in een andere richting te versnellen als dat nodig blijkt. Daarom zijn deze twaalf analyses onmisbaar voor dj’s of festivals, maar eigenlijk voor elke organisatie in elke branche of industrie. Waar het woord dj staat kun je natuurlijk sporter, club, journalist, schrijver, krant, magazine, producent, tv-zender en ga maar door invullen …

Check ook

Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

supporters of Denis Doeland

 

 

 

 

data zoekmachine

Achtergrond: Vechten voor aandacht

Geschatte leestijd - 4 minuten

De verankering van jou als dj of artiest op de verschillende tijdslijnen van de verschillende social media kanalen en in de zoekmachines is belangrijker dan een positie in de DJ Mag Top 100. Als dj of artiest, maar ook als evenement of festival moet je juist daar beter presteren dan de concurrentie. Dagelijks de beste posities op de verschillende tijdslijnen of in de zoekmachines maken het verschil. Je vecht voor aandacht.

Relevantie

Google en social media kanalen zijn eeuwig en altijd op zoek naar relevantie. Dat is namelijk de enige manier om de meest populaire zoekmachine ter wereld te blijven. Daarom kijken ze naar de context in websites en social media kanalen die content en informatie delen. Hoe relevanter de content en informatie is, hoe groter de impact op de ranking. Hoe groot de invloed is op hun algoritmes is nog steeds lastig te bepalen. Maar met de groei van het aantal en de omvang van de social media kanalen en het uitbreiden van het gebruik van de data die daardoor ontstaat zal de invloed met de dag steeds groter worden en daarmee het belang.

Het is de bedoeling jou te verankeren in de digitale wereld en jouw autoriteit te verhogen via digitale activiteiten. Waarbij geldt: meer autoriteit, betekent meer geïndexeerde pagina’s, betere vindbaarheid in de zoekmachines en betere posities op de tijdslijnen van de diverse social media netwerken. Hoe werkt het?

Invloed

Social media heeft binnen zoekmachines vaak op 3 verschillende manieren invloed:

1. Zoekresultaten

Met universal search, de integratie van verschillende typen content in de zoekresultaten, zoals foto’s, nieuws, video en nieuws, is het begrip content veel breder geworden. Resultaten van social media kanalen zijn daar inmiddels ook geruime tijd een onderdeel van. Zo zie je kanalen van dj’s en festivals terugkomen in de resultaten als je zoekt op aan dj of festival gerelateerde woorden, maar ook de content op van de verschillende social media kanalen verschijnen in de zoekresultaten.

2. Autoriteit

Naast de kwaliteit van de content hecht Google waarde aan de dj of de organisatie die achter de content zit. Google geeft waarde aan een autoriteit in een bepaalde branche. Eén van de uitgangspunten is dat een website van dj of festival met goede en krachtige links, meer autoriteit zal krijgen. Dat is het pagerank, ofwel het linkbuilding principe. Google heeft daar social media aan toegevoegd. Dj’s en festivals die veel volgers hebben, waarvan de content vaak gedeeld wordt, zullen eerder een autoriteit zijn. Dit zijn variabelen die Google meeneemt in de autoriteit bepaling.

3. Personalisering

Google probeert de zoekresultaten zo relevant mogelijk te maken. Hierbij gaat men uit van het principe: mensen hechten waarde aan wat hun vrienden en bekenden leuk vinden en hoe zij over iets denken. Dit is een onderdeel van de personalisering van de zoekmachine. Als vrienden in een social media netwerk content delen of beoordelen en jij op dit onderwerp zoekt, komt dit terug in je gepersonaliseerde zoekresultaten.

Hartslag

Met het bovenstaande in het achterhoofd moet het volgende mechanisme op het netvlies komen om digitaal succesvol te worden. ‘Relevantie = consistentie = discipline’. Dit principe komt terug in het Content Impact Model. Zet uiteen in de Content Impact Roadmap (een dagelijks schema waarin staat op welk tijdstip, je welk type content, op welk kanaal publiceert) welke content relevant is om te publiceren. Voorbeelden zijn: nieuws-items, columns, foto’s, video’s, muziek (demos en releases), podcasts, vodcasts en streaming (relevantie). Bepaal hoe vaak (ritme) je deze content typen wilt openbaren (consistentie) en vervolgens houdt dat vol (discipline). Daar zit de echte uitdaging, immers ‘de aanhouder wint’.

Je kunt het ritme van de publicatie van jouw content het beste vergelijken met de hartslag van jouw digitale platform, jouw ecosysteem. Je ziet wanneer je kijkt naar de prestatiefactoren van de websites of social media van veel dj’s of evenementen of festivals onregelmatigheid in het publiceren van content. Het is voor veel dj’s en festivals vandaag de dag nog steeds een hele grote opgave een constant ritme van publicatie van content te borgen. Dit zie je in de verschillende lijsten op Doeland’s Digitale Wereld of Rankingz. Daar ligt de kans om als eerste het verschil te maken.

Verschil

Regelmatig worden diverse prestatiefactoren besproken. Het Business Acceleration Framework meet in de tweede laag de merkreputatie, de digitale hartslag. Door twee of meer prestatiefactoren samen te voegen, kunnen interessante getallen ontstaan. Om het succes van de verschillende kanalen te vergelijken wordt bijvoorbeeld de ‘IPM’ gebruikt. IPM staat voor aantal interacties per duizend fans. Met dit getal wordt een indicatie verkregen van de mate waarin echte interactie plaatsvindt rondom jouw website of sociale kanalen.

De formule deelt alle interacties (reacties, likes en posts) door het aantal duizenden fans. Op die wijze kunnen verschillende kanalen met elkaar worden vergeleken. IPM is een goed voorbeeld van een samentrekking van variabelen tot een nuttige prestatiefactor waarmee je jezelf kunt afrekenen of kunt vergelijken met de concurrentie. Het spreekt voor zich dat ook andere formules te gebruiken zijn.

Pro-actief handelen

Reactief handelen lijkt de normaalste zaak bij dj’s en evenementen en festivals zo blijkt uit de praktijk. Er wordt bijna niet naar analytics (oftewel de IPM’s) gekeken. Laat staan naar het ritme van de publicatie van content. Een goede Content Impact Roadmap ontbreekt bij de meeste organisaties. Wanneer je echter deze data reactief analyseert zie je dat er problemen (zijn) ontstaan. Je hebt de macht dan al over de situatie verloren en je loopt achter de feiten aan.

Om het tij te keren moet je pro-actief gaan handelen. Het vooraf opstellen van een goede Content Impact Roadmap, waaruit een gezond ritme blijkt en het van te voren bepalen wat de IPM’s van de verschillende kanalen zijn, de zogenaamde digital forecasting is de basis van jouw succes in de digitale wereld. Zo kom je aan het stuur van jouw digitale kanalen. Wanneer je dit onder controle krijgt grote kans dat je een goede plek in de zoekmachines en op de tijdslijnen verwerft.

* Lees ook: ‘De basis van een digitale strategie – EDM en de Digitale Wereld’ via http://www.edmendedigitalewereld.nl/2015/09/01/de-basis-van-een-digitale-strategie/

Vragen over het Content Impact Model of de Content Impact Roadmap? Contact Michiel Schoonhoven via michiel@nxtli.com

Check ook

Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

supporters of Denis Doeland

Digitale Wereld

Column: Angst datagebruik lijkt op angst voor stoomtrein

Geschatte leestijd - 6 minuten

Veel organisaties maken zich zorgen om de gevolgen van de nieuwe privacywetgeving. De zogenoemde General Data Protection Regulation (GDPR) verplicht organisaties om vanaf mei 2018 met meer precisie om te gaan met de data die ze opslaan van burgers (zoals klanten en volgers). Deze wetgeving kwam er na maatschappelijke onrust over het gebruik- en de opslag van data. De discussie doet ergens denken aan eerdere angsten voor technologische innovaties.

Techno-angst

De angst dat nieuwe technologie meer kapot maakt dan ons brengt, is niet nieuw. In sommige gevallen is die zelfs geheel terecht. Maar het gebeurde vaker dat zorgen ongegrond bleken. Denk bijvoorbeeld aan de introductie van de stoomtrein. In die tijd dacht men dat reizen met de trein ongezond was: je zou kunnen stikken of een hersenziekte kunnen oplopen. Boeren vreesden dat paarden op hol zouden slaan als de trein voorbij zou razen, en dat de koeien zure melk zouden geven.

Bij de introductie van de drukpers, de radio, de televisie en zelfs de wasmachine werd ook gewaarschuwd voor de verstrekkende gevolgen. In Nick Bilton’s boek I live in the future & here’s how it works komen veel voorbeelden naar boven. De angst voor technologische veranderingen is een normaal verschijnsel. De maatschappelijke angst en onrust voor datagebruik is dus geheel begrijpelijk. Ondanks dat ik niet precies de implicaties kan overzien, ben ik eerder optimistisch dan pessimistisch.

Impact van het debat

Begrijp me niet verkeerd. Het is goed en zinnig dat er wetgeving komt voor het beschermen van data van burgers. De regels omtrent gegevensopslag en privacy zijn nodig om meer duidelijkheid te verschaffen. Mensen en organisaties wisselen graag data met elkaar uit, zodat de gebruikservaring van de consument er bijvoorbeeld op vooruitgaat. Het stelt bedrijven ook in staat om gerichter met potentiële klanten te communiceren, wat marketinginspanningen lonender maakt.

Een van de vormen van gerichte communicatie, zijn zogenoemde ‘getargete’ advertenties of berichten: content die is gebaseerd op je browse- en zoekgeschiedenis. Je zoekt naar sportschoenen op een webshop en ziet vervolgens overal banners met dezelfde schoenen. Daar wordt vervolgens weer leuk op ingehaakt door creatieven, die banner art bedenken – banners met kunst, zodat je minder vaak geconfronteerd wordt met je zoekgeschiedenis.

Enerzijds is het fijn om advertenties te krijgen die relevant zijn, zodat het (weliswaar ongewenste) aanbod op maat is. Toch wringt het voor sommige mensen dat zoveel bedrijven zoveel over hen weten. Dat levert een kritisch debat op en dat leidde tot deze nieuwe wetgeving.

—–

—–

Implicaties voor organisaties

Tegelijkertijd heeft deze privacywetgeving gigantische implicaties voor bedrijven die gebruikmaken van data om slimmer met (potentiële) klanten te communiceren. De burger kan zich uit een systeem van een organisatie laten halen. Hij of zij heeft ‘het recht om vergeten te worden’.

Organisaties verzamelen bijvoorbeeld gegevens over iemands digitale gedrag (websitebezoek, wat hij of zij liket op Facebook, etc.), om met de persoon waarmee het zich verbindt beter te begrijpen. Daarmee wordt de relatie met de volger, fan of potentiële klant optimaler en daardoor valt sneller de relatie te verbeteren. Dit daagt organisaties uit om relevant te zijn in de levens van hun volgers. Als organisaties niet inzetten op deze relatie, dan zal de GDPR drastische gevolgen hebben voor hun business.

Techno-optimist

De maatschappelijke onrust die ten grondslag aan de GDPR ligt, lijkt overtrokken. Net zoals een dokter niets voor een patiënt kan betekenen als hij of zij niets over de patiënt weet, zo kan een bedrijf ook niets betekenen voor een fan, volger of klant betekenen, als hij niets van hem of haar weet. In dat opzicht profiteren beide partijen van het uitwisselen van data.

Veel organisaties zijn nu nog niet compliant (red. voldoen nog niet) met de nieuwe wetgeving. Ergens maak ook ik in mijn dagelijks, persoonlijk gebruik van de verschillende platformen inbreuk op de privacywetgeving. Door gegevens uit verschillende bronnen te combineren. Zo komt een contextueel inzicht voor mij tot stand. Professioneel doe ik dit ook op grotere schaal en daardoor komt er een optimale relatie met de fan, volger of klant. Sturen we hem of haar gerichte content, die van waarde kan zijn in zijn of haar leven. Er zijn drie redenen waarom ik optimistisch ben over de omgang met data:

Commitment door connectie

Als artiest en fan hebben we ooit besloten om aan elkaar vast te zitten, een connectie te maken. Je besluit een artiest te volgen op Facebook, schrijft je in voor een nieuwsbrief van een bedrijf, downloadt een app die je leven makkelijker maakt of registreert je op een andere manier in een digitale database. Door gebruik te maken van deze diensten of producten, leg je een connectie. Zolang artiesten een meerwaarde blijven bieden in het leven van fans, committeren fans zich en leggen ze connecties met artiesten. Ditzelfde zie je terug in de relatie tussen organisaties en hun klanten of gebruikers. Daardoor is de burger zelf in control.

Andere definitie van privacy

Chatbots stellen gebruikers in staat om realtime te communiceren met artiesten en organisaties. Het laat ook iets anders zien: dat er impertinente vragen gesteld worden. Bijvoorbeeld hoeveel iemand verdient. Of een artiest een relatie heeft. En andere nonsens. Artiesten voelen aan dat van hen verwacht wordt dat ze steeds meer met hun fans delen. Privacy wordt een wederkerig begrip, zoals dat gebruikelijk is in een relatie. Te verwachten valt dat privacy een compleet andere betekenis krijgt in de 21e eeuw.

Gemeenschappelijke oplossing

Sinds we technologische vooruitgang boeken, is men sceptisch over de gevolgen ervan. We zijn gewaarschuwd voor treinen: de melk van koeien zou er zuur van worden. Het internet werd ook niet met open armen ontvangen. Die historie maakt het debat rondom data en privacy complex. Het is ook een ingewikkeld thema, waarbij een kritische houding geboden is, maar er zijn inmiddels voldoende aanwijzingen om te veronderstellen dat ook dit probleem zich uiteindelijk zal oplossen door een gemeenschappelijk gestuurde oplossing.

Parallel met internet

In een aantal opzichten zou de opkomst van het slim inzetten van data, te vergelijken kunnen zijn met de opkomst van het internet. Weet je (nog) hoe het internet ontstond? Eind jaren ’60 financierde het Amerikaanse ministerie van Defensie een onderzoeksproject naar computernetwerken, waaruit het ARPANET ontstond. Dit netwerk van aanvankelijk vier computers van universiteiten groeide in de jaren ’80 uit tot backbone van Local Area Networks (LAN’s) in de hele VS.

Naast het Amerikaanse netwerk, ontstonden verschillende andere netwerken, zoals het Europese EUnet en het Nederlandse NLnet. Door de koppeling van al deze netwerken ontstond het internet. Halverwege de jaren ‘80 waren er nog maar een paar duizend computers aangesloten; vandaag de dag zijn dit miljarden apparaten en computers.

Wat in al die tijd hetzelfde is gebleven: het internet is geen centraal netwerk, maar bestaat overal ter wereld uit gateways en relays. Uit internetknooppunten of hubs, zoals de Amsterdamse Internet Exchange (ook wel AMSIX). Het laat zich omschrijven als een wereldwijd netwerk van computernetwerken die met elkaar verbonden zijn via de TCP/IP techniek.

Er is geen organisatie die de verantwoordelijkheid heeft voor het Internet als geheel. Deze verantwoordelijkheid wordt gedeeld door internetknooppunten en providers, die elk zorgdragen voor het instandhouden van hun deel van het netwerk. Zij allen namen al hun gemeenschappelijke verantwoordelijkheid.

Zelfde parallel

Hoe zit het met de veiligheid en verificatie? Wat betreft het internet: we zijn pas anderhalf jaar geleden in het https-tijdperk beland. Google straft websites af (door ze lager te ranken) als websites niet kunnen laten zien dat informatie veilig uitgewisseld wordt met deze https-extensie.

Overigens: aan het begin van dit jaar ontbrak bij 85 procent alle bedrijven deze extensie. Het internet bestaat echter al meer dan 25 jaar. Dat laat zien dat sommige protocol- en veiligheid- en verificatie-issues vroeg of laat worden opgelost, maar dat de techniek ondertussen wel mainstream kan worden.

Geen zure melk

We zien dat in het digitale domein de vraag van de aanwezigen tot verandering leidt. De roep om een veiliger internet leidde uiteindelijk tot een https extensie. De roep om een andere omgang met data van personen leidde tot de GDPR. Het is goed dat nagedacht en gediscussieerd wordt over de mogelijkheden van data, en de grenzen die we daaraan zouden moeten stellen. De doemscenario’s die geschetst worden zijn niet alleen onorigineel, maar worden ook keer op keer weerlegd door praktijkvoorbeelden uit het verleden.

Dat de nieuwe data-wetgeving een gigantische impact heeft op de praktijk voor bedrijfseigenaren en organisaties staat inmiddels buiten kijf. Hoe ze zich kunnen wapenen tegen de implicaties van deze wet, en hun data-motor wel kunnen laten blijven draaien, beschrijf ik in een latere post. Kennen we nu al alle implicaties? Hell yeah, nee! Net als men niet wist dat koeien geen zure melk gingen geven en paarden niet op hol sloegen bij de introductie van de stoomtrein. Voorlopig lijkt de angst voor datagebruik op de angst voor de stoomtrein.

Check ook

Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

supporters of Denis Doeland

 

 

 

digitale mindset

Achtergrond: Digitale mindset moet aansluiten bij de 5 doelen

Geschatte leestijd - 3 minuten

Bestuurders en bedrijfseigenaren zoeken constant naar manieren om hun businessmodel verder te ontwikkelen. Naar kansen om tijdig bij te sturen, als resultaat achterblijft bij planning. Hiervoor gebruiken ze het Business Acceleration Framework. Maar voordat ze aan de slag kunnen met de dashboards, business intelligence en de cognitieve tools, moeten ze eerst zorgen dat iedereen in de organisatie over een digitale mindset beschikt die aansluit bij de 5 belangrijkste doelen van de digitale strategie. Lukt dat niet, dan blijft hun bedrijf digitaal stilstaan.

Droom en daad

De stelling dat business intelligence niet rendeert zonder de juiste digitale mindset, komt voort uit een ervaring in de praktijk. Een bedrijfseigenaar was overtuigd van het nut van het Business Acceleration Framework en wilde dat graag uitrollen in de organisatie. Toen leerde ik dat er tussen droom en daad meer dan wetten en praktische bezwaren staan.

Veel bestuurders, maar ook marketeers kijken verlekkerd naar de dashboards waarin precies af te lezen is welke input tot welke output leidt. Hierdoor kunnen ze evidence-based opereren en benutten ze marketinginspanningen optimaal. Het goede nieuws is dat deze tools of dit gereedschap voor elke organisatie kunnen werken. Het minder goede nieuws: als een organisatie nog niet beschikt over een digitale mindset die aansluit bij de 5 belangrijkste doelen van de digitale strategie, dan heeft het nog geen zin om aan de slag te gaan met het Business Acceleration Framework.

—–

digitale strategie

—–

Digitale mindset onmisbaar

Doordat mensen zich niet willen aanpassen aan nieuwe data mogelijkheden en hun activiteiten niet relateren aan de 5 belangrijkste doelen van de digitale strategie, zorgen zij ervoor dat een bedrijf zich niet verder digitaal kan ontwikkelen. Data wordt dan namelijk niet volop benut, als men niet bereid is zich te verdiepen in relatie tot de doelen. Dan blijven de mogelijkheden van tools, dashboards en data-gedreven intelligence niets meer dan een papieren werkelijkheid waar reactief op wordt gehandeld. Dan worden ze ingezet omdat het mooie tools zijn. Iets dat in de dagelijkse praktijk aan de lopende band voor komt.

Micro-denken, niet vooruit durven denken, niet willen anticiperen op veranderingen, het niet aanpassen aan een nieuwe realiteit: het zijn stuk voor stuk belemmerende mindsets. Was het niet Darwin die zei dat niet per se de sterksten zouden overleven, maar diersoorten het alleen redden als ze zich het beste kunnen aanpassen?

Doel boven tool

De consequenties van deze wetmatigheid liegen er niet om. Je zal bijvoorbeeld ander personeel moeten aantrekken. In een digitaal bedrijf heeft iedereen namelijk digitale vaardigheden nodig. Er is dus geen afdeling digitaal meer. Op de communicatieafdeling, bij personeelszaken, bij de klantenservice en elders in de organisatie werken mensen met digitale vaardigheden. Iedereen zou moeten beschikken over een digitale mindset die aansluit bij de 5 doelen, wil je het raamwerk kunnen gebruiken.

Om tot de kern te komen: mensen zonder echte digitale mindset die aansluiten bij de 5 belangrijkste doelen zetten een bedrijf stil. Uiteindelijk gaat het niet om het kiezen van de juiste tools, een fancy datastudio of fonkelende dashboards. Deze zijn waardeloos als je ze niet inricht om de juiste doelen te meten. Een tool is een middel, het is geen doel. Daarbij vervallen werknemers zonder een echte digitale mindset die aansluit bij het behalen van de 5 belangrijkste doelen binnen de digitale strategie al snel in ‘tooling’: het lukraak inzetten van tools, zonder de juiste kennis en gebruiken het in de praktijk dus niet voor het eigenlijke doel van de tools. Onthoud het doel gaat altijd boven de tool.

Check ook

Bekijk ook

 

Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

supporters of Denis Doeland