cryptocurrency

Achtergrond: Financieren nieuwe stijl is social gedreven

Geschatte leestijd - 5 minuten

Menigeen heeft het over innovatie en startups. Maar hoe financier je innovatie? Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden – en meerdere manieren om een startup of innovatie te financieren. Van traditionele financiering via banken en beleggingsfondsen tot ICO’s en crowdfunding: dit zijn de meest bekende en voor de hand liggende manieren om een innovatie te financieren. In de nieuwe wereld wordt vaak gekeken naar de laatste twee. De vraag die opduikt: is financiering nieuwe stijl social gedreven?

Crowdfunding

Crowdfunding is al een tijd lang in trek, wat niet in de laatste plaats komt doordat banken steeds kritischer zijn op het vergeven van kredieten. Online gaat dit een stuk makkelijker en vaak tegen relatief lage kosten. Crowdfunding werkt in principe als volgt: een ondernemer zoekt startkapitaal en biedt zijn/haar project aan op een crowdfunding-platform vermeldt het benodigde bedrag erbij. Via het platform kan men investeren in het project. Doordat veel particulieren een klein bedrag investeren, valt samen het hele project volledig te financieren. Deze kleine investeerders noemt men in de digitale wereld vaak ‘the crowd’, het Engelse woord voor mensenmassa.

Crowdfunding is een alternatieve wijze om een project te financieren. Het verloopt zonder financiële intermediairs en gaat via direct contact tussen investeerders en ondernemers. De ondernemer ontvangt het geld pas als (ten minste) 100 procent van het streefbedrag binnen is. Lukt dat niet, dan krijgen financiers vaak hun geld terug of worden toegezegde investeringen niet geïncasseerd. Varianten op dit principe hebben inmiddels hun intrede gedaan.

In 2017 is in Nederland 223 miljoen euro via crowdfunding opgehaald. Dat is een groei van 31 procent ten opzichte van 2016, toen 170 miljoen euro werd opgehaald. Het afgelopen jaar werden meer dan 5.300 projecten en ondernemingen succesvol gefinancierd.

Kickstarter

Er zijn inmiddels vele crowdfunding-platformen, naar schatting zo’n 500 stuks. Bekende initiatieven in Nederland zijn CrowdAboutNow, Geldvoorelkaar, Oneplanetcrowd, Share2Start, Symbid, Voordekunst en WeKomenErWel. Volgens Forbes zou de top 10 bestaan uit (in aflopende volgorde): Kickstarter, Indiegogo, Crowdfunder, RocketHub, Crowdrise, Somolend, appbackr, AngelList, Invested.in en Quirky. In tegenstelling tot vele andere ‘crowdfunding’-platformen, claimt Kickstarter geen eigendom over de projecten. Projecten die zijn gelanceerd op de site van Kickstarter worden permanent gearchiveerd en zijn altijd toegankelijk voor het publiek.

‘The Dynamics of Crowdfunding: Determinants of Success and Failure’, gebaseerd op een onderzoek van Dr. Ethan R. Mollick, leert ons het volgende over Kickstarter:

  • Als je het gestelde financieringsdoel bereikt op Kickstarter, dan zal dat met een minimale marge zijn. Het gebeurt zelden dat projecten dubbel of meer over hun financieringsdoel eindigen. Stel dus een realistisch doel;
  • 90 tot 97 procent van de projecten haalt hun doel niet. Slechts 10 procent van de projecten was in staat om 30 procent van hun financieringsdoel te bereiken. Slechts 3 procent behaalde tot 50 procent van hun financieringsdoel;
  • Projecten die zijn opgenomen als ‘featured’ hebben 89 procent kans van slagen, tegenover 30 procent zonder de ‘featured’-status;
  • Zorg ervoor dat je een video hebt. Een project zonder een video heeft slechts 15 procent kans van slagen, terwijl een project met video 37 procent kans op succes heeft.

ICO

Als alternatief voor het publiekelijk naar de beurs gaan van een bedrijf (de zogenoemde IPO) bestaat al enige tijd de populaire ICO (Initial Coin Offering). Bij een ICO worden digitale aandelen of waardepapieren in een bedrijf publiekelijk gemaakt via de blockchain. In ruil voor deze investering krijgen investeerders zogenaamde coins of tokens, die ze kunnen inwisselen voor bepaalde diensten of functies van het bedrijf.

Hoe werkt een ICO? Gedurende een periode wordt geld ingezameld voor de ontwikkeling van een nieuwe coin of token. Men krijgt de kans om als één van de eersten digitale waardepapieren van een nieuw crypto-project te bezitten, in ruil voor traditioneel geld of digitale munten als Bitcoin of Ether. Meestal bestaat het inzamelen van geld uit twee of meerdere fases. Als het benodigde bedrag eerder is ingezameld dan de geplande sluitingsdatum, dan wordt de sluitingsdatum vervroegd.

Bezint eer ge begint

Met zoveel verschillende financieringsvormen wordt het moeilijk om als ondernemer te kiezen wat de juiste manier is om geld op te halen jouw bedrijf. ICO’s waren vooral tot eind 2017 hot en happening. Maar door de val van de Bitcoin en diverse schandalen, voelt de nieuwe vorm van financieren nu al de druk. Het is populair om op deze nieuwe manier te investeren.

In augustus 2017 hadden nog 135.000 huishoudens digitale waardepapieren in bezit, in februari 2018 waren dat er 490.000, volgens onderzoek van Kantar TNS. Digitale aandelen worden geassocieerd met een hype en geschreeuw; het is daardoor lastiger om daar bovenuit te komen. Op het moment van schrijven zijn meer dan 1.600 coins of tokens beschikbaar die allemaal om aandacht en financiering vragen. Vraag je dan ook af of een andere financieringsmogelijkheden dan een ICO niet een beter alternatief is.

Ontsporen en aan boord kunnen

56 procent van de startups die op een nieuwe manier geld ophaalt, mislukt binnen vier maanden. Dat blijkt uit onderzoek van Boston College. Om een significant bedrag op te halen, moet je:

  • In de voorfase alvast de aandacht trekken van mensen om met de echte ICO mee te gaan doen.;
  • Ook moet je je mengen in netwerken, zoals grote Whatsapp-, Telegram- en Slackgroepen om jouw (startende) onderneming te promoten;
  • Het uitgeven van (crypto) aandelen of papieren zal je (om vertrouwen te krijgen van de belegger) moeten koppelen aan het behalen van vooraf bepaalde doelstellingen en transparantie over de financiering;
  • De identificatie van de belegger speelt een belangrijke rol. Aangezien er in het verleden gevallen van oplichting waren, wil men tegenwoordig weten met wie men zaken doet.

De grote belangstelling voor digitale waardepapieren geeft aan dat er grote behoefte is aan simpele instrumenten om geld te vinden voor veelal kleine, innovatieve bedrijven. Dit soort bedrijven genereren werkgelegenheid, stimuleren groei en zorgen voor nieuwe diensten en producten. Als startende onderneming moet je twee veelvoorkomende problemen oplossen:

  • Certainty of valuation (de waarde van het aandeel mag niet ontsporen)
  • Certainty of participation (als men wilt investeren, moet men ook echt aan boord kunnen)

Lukt het om deze problemen op te lossen, dan merk je dat er wel degelijk interesse kan ontstaan in jouw digitale aandelen of waardepapieren. Een geslaagde ICO komt dan dichterbij.

Het nieuwe financieren is social gedreven

De platforms die crowdfunding en ICO’s faciliteren, zijn onderdeel van het internet en de sociale kanalen die een plek binnen het gehele internetecosysteem innemen. Hierbij speelt het sociale aspect een grote rol bij het behalen van succes. Je moet de aanpak dan ook integreren in het eigen micro-ecosysteem. Dit is de enige volgende stap om waarde te halen uit alle betrokkenen binnen de ecosystemen. De interactie tussen mogelijke financiers en jezelf beïnvloedt de tevredenheid van een financier, wat weer een (positief of negatief) effect heeft op de beleving, conversaties, interacties en transacties. Kortom financiering nieuwe stijl is ‘social driven’: een op de mens gericht systeem, dat waarde creëert binnen het eigen micro-ecosysteem en het macro-ecosysteem van het internet.

Een van de grote misvatting bij crowdfunding of ICO’s illustreert dit principe. Men denkt vaak dat een project op een ‘crowdfunding’-platform of een eigen ICO website te plaatsen, de financiering vanzelf wel komt. Een van de krachtigste indicatoren is echter het sociale netwerk. Als je 10 Facebook-vrienden hebt, is de kans van slagen zo’n 9 procent. Bij 100 Facebook-vrienden is dat 20 procent en bij 1.000 Facebook-vrienden is het bijna 40 procent, volgens onderzoek. Met Kickstarter kun je niet voor niets je Facebook-account koppelen aan jouw project. Het financieren nieuwe stijl is een social gedreven systeem.

* Deze posts is een samenvatting en bewerking van het hoofdstuk ‘Financieren van innovaties door crowdfunding’ uit ‘vanAnaloognaarDigitaal.nu’.

Bekijk ook

Binnenkort beschikbaar. Als eerste jouw digitale exemplaar ontvangen?

 Schrijf je hier in …

Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

—–Supporters Digitaal Vermogen

 

 

Groei

Achtergrond: 10 tips voor organisaties die verder willen groeien

Geschatte leestijd - 6 minuten

Veel organisaties willen heden ten dage innovatief, wendbaar en leniger zijn. De groei van een organisatie heeft dan ook zo zijn uitdagingen. Vijf jaar geleden hield ik samen met Ger Hofstee (co-auteur van ons boek vanAnaloognaarDigitaal.nu) een aantal zaken tegen het licht. We kwamen toen tot de volgende inzichten die vandaag de dag nog steeds bruikbaar zijn. Met deze tien tips zouden organisaties – van traditionele bedrijven tot relatief jonge tech-bedrijven – (verder) kunnen groeien.

1. Inhuur en overname

Organisaties stuwen innovatie vaak door vernieuwers in te huren of door een innovatieve startup over te nemen. Recruiters zoeken bijvoorbeeld naar de beste innovators, dikwijls hoogopgeleide talenten in eigen land of het buitenland als China en India.

Techreuzen als Adobe, Oracle, Salesforce en Google nemen startups over, om daarmee technologie, kennis en talent aan te trekken. Directie en management kunnen een dergelijke route overwegen wanneer de eigen organisatie tekortschiet aan vernieuwers.

2. Ontwikkel een nieuwe categorie

Een van de sterkste marketingprincipes is ‘het ontwikkelen van nieuwe, nog niet door concurrenten bezette, categorieën’. Bedrijven zien hun fans en klanten overspoeld worden door snel op elkaar opvolgende producten, door snel ontwikkelende technologie.

Tegelijkertijd ontwikkelden bedrijven als Coca-Cola en Red Bull van ‘dranken’ zich naar lifestyle- en zelfs mediabedrijven. Dit leidde ook tot nieuwe producten als Red Bull TV en Red Bull sportclubs. IKEA, dat de afgelopen jaren hotels onder de naam Moxy opent in Europa, is daar ook een goed voorbeeld van.

3. De verwijdering van het middenkader

Veel directies van organisaties willen zo min mogelijk operationeel bezig zijn. Daarom ontstond er een middelste laag aan management, dat de werkvloer controleert, die weer door de directie wordt gecontroleerd. Na verloop van tijd leidt dat tot interne koninkrijken en het verdelen en heersen in een organisatie.

Veel organisaties hebben daarom uitgebreide herstructurering nodig. Directie en management nieuwe stijl nemen vandaag de dag op minder grote afstand van de organisatie een ondersteunende en faciliterende rol aan.

4. Ontplooiing van ideeën buiten de afdeling of organisatie om

Innovatieve en vooruitstrevende organisaties laten collega’s die niet op de ‘Research & Development’-afdeling werken aan de slag gaan met innovatie en product- of dienstontwikkeling. Zij mogen een gedeelte van de werktijd gebruiken om aan eigen ideeën te werken en dit als project in te dienen. Google, maar ook andere tech-organisaties, doen dat steevast. Onder meer Google Maps kwam hieruit voort.

5. Inspiratie zoeken bij ‘gamechangers’

Inspiratiereizen naar ‘gamechangers’ en sessies met ‘gamechangers’ geven nieuwe inzichten. Het doel is om de innovatieve culturen van bedrijven als Facebook, Google, Twitter, en vooral startups of digitale experts te begrijpen. Hierdoor valt voor directies en managements een nieuw perspectief te leren kennen en te injecteren in de eigen organisatie.

6. Medewerkers eigen projecten laten doen

Google maakt niet alleen tijd en geld beschikbaar voor idee-ontwikkeling in projectvorm. Er wordt ook tijd vrijgemaakt van hun gestructureerde teams, zodat er ruimte ontstaat voor experimenten in aangrenzende interessegebieden. Tenminste, als deze interesses van belang kunnen zijn voor nieuwe inzichten. Er is zelfs subsidie beschikbaar voor de verdere ontwikkeling van deze passies, en er mag tien of twintig procent van de werktijd daaraan worden besteed.

7. Het bevorderen van ‘outside in’ innovatie!

Betrek klanten, (strategische) partners en docenten van universiteiten bij de innovatie van de organisatie. Procter & Gamble organiseert bijvoorbeeld een jaarlijkse, grote ‘innovatielab’-sessie. Vanuit deze sessies zijn al een aantal producten gelanceerd.

Ook virtuele groepen via Whatsapp, Slack of Telegram faciliteren een samenwerking met klanten, (strategische) partners en andere belanghebbenden en mogelijk ‘outside in’-innovatie. Directies en managers zouden aan dergelijke trajecten kunnen deelnemen en zich overgeven aan dit proces.

8. Het bevorderen van een Faal-Start cultuur

Een Faal-Start-cultuur werkt als volgt. Zodra een innovatief idee faalt, dan start je snel met een volgend idee. Facebook hangt bijvoorbeeld foto’s van mislukte ideeën in hun campus. Hiermee zorgt het bedrijf voor een cultuur waarin men mag experimenteren en mislukken, om daarna te starten met nieuwe producten die wel kunnen slagen.

Faal-Start gaat ook op voor het management van de organisatie. De angst om te falen zal overboord gezet moeten worden. Probeer de organisatie vrijheid, verantwoordelijkheid en/of vertrouwen te geven. Onderdruk de neiging om in de controle te schieten, te veel verantwoordelijkheid op je te nemen of vanuit ongeduld oplossingen te forceren. Als het niet gaat zoals gepland, begin dan opnieuw.

9. Innovatie door Tiger Teams

Sommige organisaties stellen zogenaamde ‘Tiger Teams’ samen. Zo’n team is een gevarieerde groep van experts die samengebracht zijn voor één of meerdere projecten. Het team krijgt meestal de opdracht om mogelijke oplossingen voor nieuwe, unieke situaties of problemen te onderzoeken, op te lossen, te bouwen of aan te bevelen. Ze bestaan meestal uit experts of leden uit de organisatie die weten wat er op het spel staat, wat er moet gebeuren en hoe goed samen te werken met anderen. Hun sterke punten zijn diversiteit aan kennis, één focus of doel, multifunctionele communicatie, beslissingsautonomie en organisatorische behendigheid.

Dit team wordt uitgedaagd nieuwe producten en diensten te ontwikkelen, binnen en buiten de muren van het bedrijf. Dit zorgt niet voor een cultuurverandering in het bedrijf, maar kan teams vrij spel geven om iets nieuws te creëren. Dit biedt meer kans op een snellere ontwikkeling van een nieuw product of dienst. De rol van het management en de directie is als volgt: draagvlak creëren dat de bevindingen en producten van deze teams die weerklank vinden in de onderneming.

10. Investeer in jouw Innovatie Lab

Veel organisaties zetten tegenwoordig ‘Innovation Labs’ op. Deze ‘laboratoria’ laten directies, managers en klanten samen inspiratie opdoen en bouwen aan de volgende generatie diensten en producten. De labs renderen alleen als ze geïntegreerd worden met de rest van de organisatie en gefaciliteerd door het management of de directie.

Conclusie: het tegendeel is ook waar

Hierboven las je tien tips hoe je als directie of management beter, sneller en slimmer kunt vernieuwen. Maar er zijn natuurlijk ook tien redenen te bedenken waarom je niet hoeft te innoveren. Keer de volgende argumenten dan ook vooral (niet) om als je (niet) wilt vernieuwen of groeien:

  • Focus op korte in plaats van op langetermijnresultaten!
  • Angst om te falen voorkomt het verkennen van nieuwe gebieden!
  • De middelen worden besteed aan alledaagse zaken en niet aan nieuwe ontwikkelingen!
  • Innovatie is altijd het werk van iemand anders en niet van mij!
  • Efficiëntie elimineert voldoende vrije tijd voor ‘het denken’!
  • Geen standaard-proces om de ontwikkeling van nieuwe ideeën te begeleiden!
  • Veel prikkels voor het maximaliseren van de winst en dus voor het vermijden van risico’s!
  • Directies en managers zijn niet als innovatieleiders opgeleid!
  • Managers kijken naar gebreken binnen nieuwe ideeën of processen, in plaats van naar potentie!
  • We kijken ‘van binnen naar buiten’ in plaats van ‘van buiten naar binnen’!

Tot slot

Wanneer je bovenstaande tips in de praktijk wilt brengen, dan zul je als directie of management de volgende verandering moeten realiseren. Onthoud: organisaties kunnen bij een dergelijke manier van werken niet hiërarchisch ingericht zijn. Ze functioneren beter als ze zijn ingericht als een netwerk. Een netwerkorganisatie bestaat uit niet-hiërarchisch verbonden onderdelen of teams die een eigen relatie hebben met de omgeving. Het voordeel van zo’n organisatie is dat ze snel kan inspelen op veranderingen in die omgeving en op vragen van klanten en de markt. De onderdelen uit de netwerkorganisatie werken autonoom. Ze worden eerder gefaciliteerd en ondersteund dan aangestuurd.

Kenmerken van netwerkorganisaties zijn duidelijke relaties tussen de verschillende individuen, (zelfsturende) teams, een faciliterend, ondersteunend en verbindend management en een hoger kennisniveau van de medewerkers. In netwerkorganisaties zijn minder managers nodig. Medewerkers sturen zichzelf aan, al dan niet in (zelfsturende) teams. Angst om te falen en de drang tot controle kunnen door het management of directie aan de kant gezet worden. Het ondersteunen en samenbrengen van de relaties binnen het netwerk wordt een primaire taak. Voorkom silo-vorming in de organisatie: breng mensen en teams samen, breng een dialoog op gang.

Netwerken vragen om een andere manier van besturen, zonder directe en geformaliseerde verbanden. Het gaat vooral om gedeeld leiderschap. In feite benoemen de betrokkenen binnen het netwerk hun eigen leider. Voor een leider binnen het netwerk gaat het vooral om het zoeken van evenwicht en harmonie. Dat kan niet van afstand. Directies en managers die zorgen dat alle partijen met elkaar (gaan) communiceren, worden zelf leiders. Leiders maken immers leiders. Macht, baas zijn (of het streven daarnaar), is niet aan de orde. Voor (on)bedoelde injaloetitis is geen plaats. Het doel (samen groeien!) heiligt alle middelen. De (verdere) groei van de organisatie wordt zo een feit.

* Dit bericht is een samenvatting en bewerking van het hoofdstuk ‘Onthoud dat innoveren moet!’ uit vanAnaloognaarDigitaal.nu.

Ook interessant

.

Bekijk ook

Binnenkort beschikbaar. Als eerste jouw digitale exemplaar ontvangen?

 Schrijf je hier in …

Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

—–Supporters Digitaal Vermogen

 

Business analyse

Achtergrond: Meeste dance-opleidingen nog te traditioneel

Geschatte leestijd - 4 minuten

Meer dan twee jaar geleden werd me gevraagd wat ik van de stand van Nederlandse dance-opleidingen vond. Sinds 2016 is de wereld best veranderd, maar na de afgelopen twee jaar inzicht bij gastcolleges en gesprekken met vertegenwoordigers van de diverse opleidingen, blijkt nog weinig veranderd aan de meeste dance-opleidingen in Nederland. Wat zou je kunnen doen als je een nieuwe dance-opleiding zou starten?

Nederland als dance-natie

Dance is een belangrijk exportproduct geworden voor Nederland. Wereldwijd wordt het economische belang van dancemuziek op iets meer dan 7 miljard euro geschat; Nederland staat hoog in de Top 5 van voorname dance-landen. We zijn een wereldspeler. De internationale status van Nederlandse dj’s zorgt dat Nederland een unieke – en wereldwijde – koppositie inneemt.

Nederland kent diverse (dance-)opleidingen, in verschillende segmenten: tot producer of dj, manager van een artiest of organisator van een festival/evenement. De afgelopen jaren lijkt sprake te zijn van een ware wildgroei. Ook internationaal zijn recentelijk de eerste opleidingen in de dance-industrie opgestart. De Nederlandse Rockacademie was de eerste opleiding die dance als volwassen muziekstroming omarmde.

Dance-opleidingen en analoge industrie

Wat de verschillende Nederlandse opleidingen die met dance te maken hebben, gemeen hebben, is dat ze nog steeds erg traditioneel zijn. Dat geldt voor de Hogeschool Inholland, Rock Academie, FontysACI, Herman Brood Academie, Codarts, HKU de diverse conservatoria en universiteiten en de particuliere initiatieven, zoals The School of House en The Amsterdam DJ School.

De opleidingen gaan nog teveel uit van een analoge industrie. Dance is per definitie een digitaal genre, omdat productie, distributie, promotie en consumptie (ook van de doelgroep) volledig digitaal is. De jongste generatie jongeren danceliefhebbers (uit 1980 – 2000) groeide volledig digitaal op, met internet en smartphones binnen handbereik. Daar sluiten de meeste opleidingen niet op aan. Het nieuwe businessmodel van de dance-industrie heeft digitaal als vertrekpunt.

Universiteit van Nederland

Een (nieuwe) dance-opleiding zou een voorbeeld kunnen nemen aan Berklee College of Music, ’s werelds meest vooraanstaande opleiding in eigentijdse muziek. De universiteit/conservatorium kent John Mayer, Gavin Degraw, Esperanza Spalding en PSY (van de hit Gangnam Style) als alumni. Hier is wel ruimte voor colleges over Copyright Law in Europa, Music Publishing en Licensing, Innovatie in de Music Business en New Business Models. De universiteit biedt diverse online cursussen aan; studenten kunnen een bachelordiploma behalen via het internet. Berklee is niet de enige universiteit die deze stap heeft gemaakt.

Het is dan ook een gemiste kans dat je bij de huidige opleidingen fysiek aanwezig moet zijn bij colleges en er leerstof is die niet aansluit op de actuele praktijk. Dat biedt echter wel grote kansen voor een nieuwe opleiding die beter aansluit op het nieuwe businessmodel van de dance-industrie.

Ook de Universiteit van Nederland kent een model dat goed kan worden ingezet voor de nieuwe dance-opleiding. De beste hoogleraren van Nederland geven gratis college op internet. Elke werkdag komt er een nieuw college online, en elke week een nieuwe hoogleraar. Geïnspireerd op dit model zouden professionals van de verschillende opleidingen fysiek of digitaal college kunnen geven. Er zijn verschillende voordelen bij het online programma: het lesgeld voor een online diploma is minder hoog dan voor ‘fysieke’’ colleges en middelbare scholieren kunnen ook meedoen aan het lesprogramma.

Aanbevelingen

Vier aanbevelingen voor Nederlandse dance-opleidingen:

  • Inrichting en operatie als netwerkorganisatie: samenwerkingsverband van meerdere opleidingen tezamen. Een nieuwe opleiding zou een samenwerkingsverband van opleidingen moeten zijn, die in juridisch opzicht of qua management geen centraal geheel vormen. De opleidingen werken op vrijwillige basis samen, vanuit het inzicht dat ze gezamenlijk een sterkere internationale marktpositie innemen dan wanneer ze afzonderlijk zouden opereren.
  • Democratisering van de opleiding: kansen voor iedereen – ook al heb je geen vooropleiding. Veel talenten hebben niet de juiste (voor)opleiding, waardoor ze niet in aanmerking komen. Maak de opleiding democratisch en toegankelijk voor talenten zonder de juiste vooropleiding.
  • De opleiding moet ook staan voor internationale toegankelijkheid: de opleiding moet open zijn voor studenten van buiten Nederland. Wereldwijd zijn meer dan 40 duizend dj’s geregistreerd. Nederland kan door zijn prominente rol als voorlopers ook fungeren als docent voor deze dj’s.
  • De nieuwe opleiding zal moeten gedragen worden door de Popcoalitie. Door de relatie met de topsector creatieve industrie is de toekomst van de nieuwe opleiding gewaarborgd. Daarmee ontstaat draagvlak en ondersteuning vanuit de Nederlandse overheid.

Conclusie

Er ligt een enorme kans voor een nieuwe Nederlandse dance-opleiding, die het beste samenbrengt van de bestaande opleidingen en grotendeels online gefaciliteerd moet worden. Als inspiratie zou het model van Berklee moeten dienen. Waarom zouden we in Nederland niet het voortouw nemen? Pionierden we in Nederland niet al met de eerste dance-opleiding? Laten we hopen dat de andere Nederlandse dance-opleidingen in de komende twee jaar wel een stap zetten! Het zou mooi zijn als we in Nederland op dit gebied in de toekomst ook een significante rol spelen.

* Dit bericht is een bewerking van het artikel op This Is Our House dat ik schreef en eerder verscheen.

Bekijk ook

Binnenkort beschikbaar. Als eerste jouw digitale exemplaar ontvangen?

 Schrijf je hier in …

Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

—–Supporters Digitaal Vermogen

 

Nestlé

Achtergrond: De 8 social media lessen van Nestlé

Geschatte leestijd - 5 minuten

Je kent het merk van Kitkat, Nescafé en Maggi. Nestlé SA, ook wel Société des Produits Nestlé S.A., is het grootste voedingsmiddelenconcern ter wereld. Nestlé produceert oploskoffie, bronwater, bouillon, ijs, chocolade, melk, pasta, yoghurt, babyvoeding, farmaceutische producten en voedsel voor dieren. Het bedrijf is in 1866 opgericht door de Duitser Henri Nestlé, de uitvinder van een oplosbaar babyvoedsel op basis van melk en granen dat gebruikt kan worden als vervanger van moedermelk. Zijn vriend Daniel Peter heeft met melkpoeder de melkchocolade uitgevonden. Wist je ook dat elke social media expert of -afdeling een aantal zaken van Nestlé kan leren? Dit zijn de 8 social media lessen van Nestlé.

1: Social media draait om transparantie

Nestlé was niet altijd een voorbeeld op het gebied van social media. Een schandaal rondom niet-duurzame palmolie schudde het bedrijf wakker en zorgde ervoor dat het een stuk transparanter is geworden in de communicatie. Via social media komt de fan of klant vaak meer te weten over de bedrijfscultuur dan via reguliere, gemakkelijker te beheersen middelen, zoals persberichten of een advertentie. Gebruik social media dan ook om de kernwaarden van jouw onderneming te communiceren. Kernwoorden hierbij zijn: conversatie en transparantie.

2: Anticiperen valt te leren

Nestlé heeft geleerd dat social media belangrijk is geworden en de sociale kanalen zeer goed in de gaten gehouden moeten, zodat er snel gereageerd kan. Daarom is er een ‘Digital Acceleration Team’ gevormd: (voornamelijk jonge) mensen houden continu via een groot aantal schermen de social media, nieuwszenders en programma’s in de gaten. Zo kunnen ze snel reageren bij misleidende, foute en natuurlijk ook bij positieve berichtgeving. In een aangrenzende studio kunnen video’s, interviews en dergelijke worden opgenomen, die zaken weerleggen of aanvullen. Zo valt er sneller te anticiperen.

3: Proactieve houding

Een proactieve houding zorgt ervoor dat er een real-time online antwoord mogelijk is. Nestlé zegt dat het strikte ‘do’s en don’ts’ heeft opgesteld voor hoe het personeel online dient te reageren, waaronder het bekendmaken van de relatie die men heeft tot het bedrijf als men een product met een connectie bespreekt. De proactieve houding is nodig: zoek dan ook relevante discussies op en faciliteer met mensen en middelen daar waar nodig. Jouw social media team kan, door de juiste tools, training en ‘guidelines’ en door een goede ‘social media policy’, slagvaardig zijn.

Het real-time karakter van de sociale kanalen betekent dat alle groepen of afdelingen binnen een bedrijf, organisatie of merk die ‘luisteren’ fungeren als een ecosysteem. Afdelingen als Research & Development, Marketing, PR, Sales en Support, zullen op een samenhangende manier moeten kunnen inspelen op wat er op de diverse sociale kanalen gebeurt. Elke afdeling moet luisteren naar verschillende signalen. Een marketeer zal willen weten welk deel van het gesprek gaat over het merk en een productmanager kan de inzichten gebruiken als bron voor nieuwe ideeën voor bestaande of nieuwe producten.

4: Ook de bestuursvoorzitter blogt!

De Nestlé-bestuursvoorzitter Peter Brabeck-Letmathe schreef een post en een open te downloaden brief op Nestlé Waters, als reactie op ‘Bottled Life’, een documentaire die vorig jaar kritiek uitte op Nestlé. In deze documentaire wordt beweerd dat Nestlé de bedoeling heeft om rechten te vergaren om de watermarkt van de toekomst te kunnen domineren. In zijn post en brief trachtte Nestlé’s bestuursvoorzitter doe kritiek in de context van een bredere wereldwijde crisis van waterschaarste te plaatsen. “Dit is de meest vitale kwestie van onze tijd, en in dit grote beeld is gebotteld water nogal irrelevant”, stelde hij.

5: Real-time en continue monitoring

Partijen als Nestlé en Dell bewegen naar een oplossing in de meest ultieme vorm: een zogenaamd ‘social media listening command center’. Hier kan via meerdere schermen het wereldwijde web, inclusief sociale kanalen, gemonitord worden in meerdere talen. Op deze manier is er een real-time overzicht van conversaties, die zich afspelen rondom het merk (of onderwerpen die gerelateerd zijn aan het merk). Zo kan hierop adequaat gereageerd worden. Niet alleen kunnen vragen van (potentiële) klanten snel beantwoord worden, ook kan worden ingespeeld op actuele onderwerpen, vragen of een mogelijk negatief sentiment.

6: Luister intensiever daar waar invloed ontstaat

Influencers zijn invloedrijke individuen in conversaties op social media. Het zal voor bedrijven, merken of organisaties steeds belangrijker om hen in kaart te brengen, vooral als men conversaties wil starten of nieuwe producten of diensten wil lanceren. In het boek van Malcolm Gladwell ‘The Tipping Point’ worden ‘influencers’ ook wel ‘mavens’ genoemd. Zij hebben kennis die de gemiddelde fan of klant niet heeft en die belangrijk kunnen zijn bij het bereiken van omzetgroei.

7: Het is niet altijd ‘hosanna’

Het is niet altijd ‘hosanna’ op de kanalen van een bedrijf, organisatie of merk. Fans of klanten uiten dikwijls hun ongenoegen, terecht of onterecht. Een verkeerd product, verkeerde dienst of  koerswijziging van het bedrijf, de organisatie of het merk kan voor irritatie zorgen. Dat is confronterend en vervelend. Weglopen of negeren is geen optie.

8: Crisismanagementplan

Maak van te voren al een stappenplan hoe een probleem op social media moet worden aangepakt, zoals bijvoorbeeld wordt beschreven in het boek ‘The NOW revolution’ van Jay Baer. Beschrijf daarin do’s en don’ts. Het is verstandig om van te voren een organisatiestructuur te maken van welke mensen (afdelingen) bij het uitluisteren betrokken zijn. 8 stappen, die problemen binnen jouw en het gehele internetecosysteem overzichtelijk maken: geef de fout toe, bestrijdt vuur met vuur (wees op alles voorbereid), wees oprecht, maak een FAQ (veel gestelde vragen)-pagina, voorkom overdruk, verplaats de discussie (naar een direct contact met de betreffende fan of klant), informeer de betrokkenen en leer van de gemaakte fouten.

Conclusie

Social media heeft als uitdaging dat je als bedrijf of organisatie geen controle hebt over de content. Het zijn immers anderen die over jou of jouw product gaan praten. Daar moet je mee leren omgaan en dit vereist een andere denkwijze. Verdiep je dus in de ‘dynamische’ spelregels van social media: social media is geen ‘push’ medium, enkel ‘top down’ communicatie is uit den boze en je zal een dialoog moeten aangaan met jouw gevolg van fans, vrienden of connecties. Bedenk dat de discussie altijd verder gaat zonder jou.

Social media heeft ook concrete voordelen. Betrek fans en klanten in een vroeg stadium bij het in de markt zetten van diensten, producten of koerswijzigingen, zodat (nieuwe) inzichten krijgt. Onthoud dat het helpen bij productontwikkeling de een na belangrijkste reden is waarom fans of klanten sociale kanalen bezoeken. Maak daar gebruik van. Wat is een nieuw product immers zonder fans of klanten?

* Dit bericht is een samenvatting en bewerking van het hoofdstuk ‘Nestlé luistert op social media’ uit vanAnaloognaarDigitaal.nu.

Bekijk ook

Binnenkort beschikbaar. Als eerste jouw digitale exemplaar ontvangen?

 Schrijf je hier in …

Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

—–Supporters Digitaal Vermogen

 

viral campagne

Achtergrond: Hoe krijg ik een viral campagne?

Geschatte leestijd - 5 minuten

De zoekopdracht ‘hoe krijg ik een viral campagne’ levert bijna 100 miljoen Google-zoekresultaten op. Grappig, want daarmee is het thema ‘viral’ (een campagne met een gigantisch online succes) eigenlijk al viraal. Wat in elk geval al als een paal boven water staat, is dat het onmogelijk is om te voorspellen of en wanneer een campagne viraal gaat. Toch zijn er enkele wetmatigheden, spelregels en theorieën de moeite waard. Laat je niets op de mouw spelden: hieronder vind je houvast over viraliteit.

Influencers

Er zijn zogenoemde ‘influencers’, die een grote rol spelen in het viraal laten gaan van een boodschap. Het zijn personen of accounts die grote invloed hebben door hun autoriteit op het aantal of de kwaliteit van hun volgers. Worden ‘tweets’ of berichten eenmaal opgepakt door deze influencers, dan gaat het razendsnel. Voor merken is het belangrijk om meer gegevens over hen te achterhalen.

Uit een recent onderzoek (dat lijkt te suggereren dat er wel zoiets als een algoritme voor viraliteit is) blijkt het volgende:

  1. Maar een kleine groep consumenten draagt bij aan het verspreiden van een social media campagne;
  2. Consumenten die als betrouwbaarder worden gezien door anderen, dragen meer bij aan het verspreiden van een social media campagne;
  3. Consumenten die betrouwbaarder worden gevonden door anderen, laten een social media-campagne sneller en vaker viraal gaan;
  4. De invloed van consumenten die door anderen als betrouwbaar worden gezien, is nóg groter op het verspreiden van een campagne als de campagne controversieel gevonden wordt.

Hashtags, video en creativiteit

Viraal gaan is dus niet te voorspellen, maar het verhogen van de effectiviteit van bijvoorbeeld een tweet kent wel een aantal zinvolle regels. Het consequent gebruik van een hashtag (het #-symbool) en het gebruik van video (via bijvoorbeeld Instagram of YouTube) versterken het bereik.

Het goede nieuws: de (unieke) creativiteit van de maker laat iets viraal gaan; het beste idee wint nog steeds.

Crossing the Chasm

Een klassieker over dit thema stamt uit 1999 (!) en is geschreven door Geoffrey Moore. In ‘Crossing the Chasm’ vertelt hij hoe de introductie van een technologie werkt. Dat gaat als volgt: de zogenaamde ‘early adopters’ zijn ‘tech minded’ of ‘tech savvy’. Deze groep fans of klanten hebben voldoende aan een half woord, een slechte foto van een prototype of de eerste resultaten van een klein onderzoek.

De stap hierna kent meer uitdagingen. Hoe overtuig je de fans of klanten die bij de zogenaamde ‘early majority’ behoren? Het antwoord is: zoek die potentiële klant of fan die heel veel aanzien heeft in de sector. Bewerk deze fan of klant. Geef ze bijvoorbeeld korting of laat ze iets gratis, voor een bepaalde tijd, proberen. Zorg dat dit leidt tot een aankoop en gebruik deze aankoop als je belangrijkste trackrecord. Ook dit is een vorm van influencer marketing. Om deze reden geven nieuwe kledingmerken in grote steden gratis kleding aan jongeren, als ze er tenminste uitzien als trendsetters.

Vlotte, jonge mensen krijgen nieuwe merken, in de hoop dat trendvolgers gaan denken dat het merk trendy is en die kleding gaan kopen. De prille trendvolgers heten de ‘early adopters’, deze groep volgt de ‘innovators’. Daarna volgt de ‘early majority’; dit is het snel volgende deel van de massa. Op hun beurt worden ze gevolgd door de late majority; het laat volgende deel van de massa. Als laatste komen de ‘laggards’: de mensen die de trend pas ontdekken als deze weer voorbij is.

Dankzij de ‘innovators’ begint de omzet van het product te groeien, met de ‘early adopters’ blijft hij stijgen en met de ‘early majority’ komt het op een hoog verkooppunt dat met de ‘late majority’ wordt geconsolideerd. De ‘laggards’ zorgen voor de laatste omzet. Op dat moment zijn de eerste groepen meestal alweer overgestapt op een ander merk of product. Bij al deze verschillende groepen past een aparte profielschets en een digitale communicatie-aanpak met zowel verschillende reclames en kanalen.

—–

Product Life Cycle

—–

The Tipping Point

Malcolm Gladwell beschrijft in zijn boek ‘The Tipping Point – How little things can make a big difference’ een drietal concepten, die volgens hem een enorme impact hebben op de vraag waarom iets een hype wordt of waarom niet. Het draait om The Tipping Point: het punt van omslag van een randverschijnsel naar een hype. De auteur vergelijkt het met de uitbraak van seksueel overdraagbare aandoeningen, het begin van de Amerikaanse revolutie, roken, criminaliteit, Sesamstraat, reclames en zelfmoord. Door hypes te zien als een epidemie, zoals Gladwell doet, ontstaan nieuwe inzichten en perspectieven.

Hypes, of ‘sociale epidemieën’, kennen drie elementen die de komst van een ‘tipping point’ bepalen. Te weten:

  • De drager: the law of the few;
  • De boodschap: the stickiness factor;
  • De context: the power of context.

Gladwell onderscheidt drie typen dragers, die sociale epidemieën voortbrengen:

  • Connectors: Mensen die vanuit een innerlijke drive contacten ‘sparen’, zogenaamde super-netwerkers, en bovengemiddeld veel mensen kennen uit een grote diversiteit van verschillende netwerken.
  • Maven’s: Mensen die vanuit een ‘innerlijke drive’ altijd de beste koopjes of informatie weten te vinden en dit graag met anderen delen. In een hype zijn dit de eerste mensen die een ontdekking doen. Een goed restaurant wordt dankzij een maven snel een hype.
  • Salesmen: Mensen die een aangeboren talent hebben om anderen te overtuigen. Deze behoeft geen verdere toelichting.

‘The stickiness factor’ en de kracht van context

Dagelijks worden we geconfronteerd met talloze reclame-uitingen. Wil iets beklijven, dan moet iets opvallen. Toch zijn het vaak juist de kleine dingen die mensen bijblijven: de zogenaamde ‘stickiness factor’. Deze bestaat uit een aantal relatief kleine veranderingen in structuur of presentatie, die een enorme impact hebben.

Ook de context waarin iets gebeurt, bepaalt of iets een sociale epidemie wordt. Een voorbeeld is de ‘Broken Windows’-theorie, die stelt dat criminaliteit eerder plaatsvindt in een wijk die slecht onderhouden is en gebroken ruiten en graffiti kent. Door graffiti en gebroken ruiten te bestrijden, daalde de criminaliteit en onveiligheid in de metro.

80/20-principe

Economen hebben het vaak over het 80/20-principe: in elke situatie zou ongeveer 80 procent van het ‘werk’ worden gedaan door 20 procent van de deelnemers. In de meeste samenlevingen pleegt 20 procent van de criminelen 80 procent van de misdaden. Net zoals 20 procent van de automobilisten 80 procent van alle ongevallen veroorzaakt en 20 procent van de bierdrinkers 80 procent van het bier nuttigt.

Als het gaat om virale epidemieën, hoewel nog extremer, is het zeker dat een klein percentage van de mensen het grootste deel van de verspreiding voor haar rekening neemt. Houd dit dus ook in je achterhoofd, als je een virale campagne zou willen ontwerpen.

Conclusie

‘The Tipping Point’ van Malcolm Gladwell is een mooie leidraad, omdat het onconventionele verklaringen geeft voor alledaagse verschijnselen. Dit boek is in het licht van social media bijzonder interessant, omdat het epidemisch naar menselijke interactie kijkt. Wil jij jouw bedrijf, organisatie of merk tot een succes maken, dan biedt Gladwell je genoeg verfrissende inzichten om een strategie en een hype binnen het internetecosysteem te creëren.

De belangrijkste regels in ’The Tipping Point’ zijn de Wet van de Weinigen, de Stickiness Factor en de Kracht van Context. Dit zijn de variabelen die de ontwikkeling van een sociaal netwerk kunnen voorspellen. Tegelijkertijd zijn het instrumenten, die richting geven aan het bereiken van een omslagpunt. Met de tips en theorieën van Gladwell kan je een ‘sociaal virus’ (een hype) in de digitale wereld begrijpen en misschien wel zelf kunnen creëren. Daar heb je meer aan dan de 100 miljoen zoekresultaten op Google.

* Dit bericht is een samenvatting en bewerking van het hoofdstuk ‘The Tipping Point als gids’ uit vanAnaloognaarDigitaal.nu.

Lees ook

Bekijk ook

Binnenkort beschikbaar. Als eerste jouw digitale exemplaar ontvangen?

 Schrijf je hier in …

Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

—–Supporters Digitaal Vermogen

 

digitale strategie

Achtergrond: 3 aanbevelingen door analyses internetecosysteem

Geschatte leestijd - 9 minuten

Ondanks de grote vooruitgang in passief verzamelde data, analytics, tracking en social media data, kun je fans en klanten steeds lastiger identificeren om echte inzichten te vergaren in hun gedrag en behoeften. Actief verzamelde en gerapporteerde gegevens via dagelijks actief onderzoek zijn, samen met passief verzamelde gegevens, echter essentieel voor marketing en digitale strategieontwikkeling. Hieronder lees je welke type online analyse-instrumenten je niet mag missen, wil je fans en klanten optimaal kunnen bedienen.

Internet

Het internetlandschap, en daarmee het internetecosysteem, wordt steeds complexer. Het gedrag van fans en klanten versnippert over meerdere apparaten: je gaat online via een pc, een laptop, een smartphone, een tablet, een op internet aangesloten televisie of een op het internet aangesloten gameconsole. Je bezoekt onder meer Instagram, Twitter, Facebook of YouTube.

Internet Analytics zijn statistische toepassingen die organisaties kunnen gebruiken om het verkeer op internet te monitoren. De term ‘Internet Analytics’ omvat alle vormen van analyse die nodig zijn voor het meten van de prestaties van de verschillende disciplines van het internet, zoals de site, sociale kanalen, hosting providers, web- en app-bouwers, social media marketing teams, enzovoorts.

Ze vormen de analyse-instrumenten van het web. De data bestaan uit vele verschillende statistieken, van informatie als ‘pageviews’ en ‘unieke bezoekers’ tot de ‘bounce rate’, ‘klik-diepte’ en ‘conversatie’, ‘interactie’ en ‘sentiment’ voor de sociale kanalen. Dit kan onder andere helpen bij het vaststellen van welke delen van een site het meest of minst populair zijn, hoe bezoekers van de site zich bewegen, hoe lang ze blijven en wat het gevoel is bij een bedrijf, organisatie of merk.

Web

De meest voorkomende vorm van Internet Analytics is Web Analytics. Het staat ook wel bekend als on-site analyse en maakt gebruik van technologie die uitgaat van het bijhouden van paginabezoeken. Paginabezoeken bijhouden impliceert het gebruik van cookies, dat zijn kleine stukjes code ingevoegd in sites, die worden gedownload naar de lokale computer van een gebruiker als een bepaalde site wordt bezocht. Een cookie kan een verscheidenheid aan data bevatten, denk aan gegevens over waar, wanneer en hoe lang een bezoeker op een site blijft. Een cookie geeft die informatie aan de eigenaar van de site. On-site analytics heeft zich snel ontwikkeld tot een waardevolle toepassing voor informatieverzameling.

Met het aanbieden van inzicht in de demografie en het gedrag van bezoekers, kunnen Web Analytics een duidelijke meerwaarde bieden. Een modehuis herkent zo bijvoorbeeld de trefwoorden op elke pagina, om zo de positie van de site te verhogen in de zoekresultaten van een zoekmachine. Deze activiteit staat bekend als zoekmachineoptimalisatie, afgekort tot SEO.

Hierbij maak je gebruik van de unieke algoritmes die verschillende zoekmachines gebruiken om resultaten te leveren, om zo de kans te verhogen dat een bepaalde pagina bovenaan de lijst met zoekresultaten komt te staan. Zoekmachineoptimalisatie gaat vaak gepaard met een andere formulering van content op een site om zo vaker gezochte trefwoorden te bevatten. Voor sites die actief zijn in de online verkoop van producten of diensten, kunnen Web Analytics van cruciaal belang zijn bij het ​​bepalen van de beste methoden voor het verbeteren van verkoop en klantenbinding.

Google Analytics

Gezien het feit dat Google Analytics gratis is en beschikt over een uitgebreide set ‘tools’ is het de populairste web-analysesoftware die momenteel beschikbaar is: het heeft een marktaandeel van ongeveer 89 procent, volgens een onderzoek van Econsultancy en Lynchpin. Google heeft een voordeel door de nauwe integratie van de analytics-dienst met haar online advertentiedienst Adsense: gebruikers hebben toegang tot een contentmanagementsysteem, waarin advertentie-inkomsten en webanalytics-resultaten tegelijkertijd worden bijgehouden. Met de komst van Google Analytics heeft feitelijk iedereen de mogelijkheid gratis Web Analytics te verzamelen.

Waarom dat zo belangrijk is? Web Analytics zijn thermometers voor een site, die constant in de gaten houden hoe ‘gezond’ de site is. Zonder goede statistieken heb je geen inzicht in wat er precies gebeurt en wat er verbeterd kan worden. Een site die slecht presteert is een investering die onvoldoende rendeert. Om een succesvolle site te hebben en online zaken te doen, is inzicht nodig. Beslissingen baseer je op objectieve data uit diverse Web Analytics-programma’s. Hierbij moet je beseffen dat Web Analytics slechts een stuk gereedschap zijn. De mate van effectiviteit is afhankelijk van waarop je het interpreteert en inzet.

Hoe verbeteren analyses jouw site?

Web Analytics bieden inzicht in de pijnpunten op jouw site en laten zien hoe de site verbeterd kan worden. Ook tonen ze de ‘Return on Investment’ op jouw online marketing (banners, AdWords, links, zoekmachineoptimalisatie.). Ook krijg je meer informatie over het gedrag van (potentiële en toekomstige) fans of klanten op jouw site. Dit is waardevolle informatie, die je site laat optimaliseren.

Stel jezelf dus elke periode (maand, kwartaal) de volgende vragen:

  • Wat is het effect van online en offline campagnes op de site?
  • Hoe kan het ‘ideale pad’ voor bezoekers zo geoptimaliseerd worden dat de conversie op de site geoptimaliseerd wordt?
  • Welke zoekwoorden zorgen uiteindelijk voor verkopen, leads en conversie?
  • Waar haken bezoekers af op de site en wat zijn mogelijke redenen voor uitval?
  • Verlaten bezoekers de site vaak via dezelfde pagina’s vanwege fouten in het ontwerp van de site?
  • Blijkt het merendeel van de bezoekers een schermresolutie te gebruiken die de site niet volledig of op een onjuiste manier weergeeft?
  • Schrikt de introductiepagina bezoekers af?

Social Media

Een andere vorm van Internet Analytics zijn Social Media Analytics. Deze meten hoe en of social media invloed hebben op jouw doelen en conversies. Geïntegreerde gegevens van internet en sociale kanalen geven je een totaalbeeld van jouw inhoud en jouw community: de stand van jouw achterban (lees: fans of klanten). Mensen gebruiken, delen en bespreken content die je produceert steeds vaker op sociale netwerken. Meer dan 80 procent van de interacties met content vindt plaats op andere sites dan die van het bedrijf, de organisatie of het merk.

Waar het om gaat, is dat content wordt gedeeld. Wanneer je nieuwe content publiceert, genereer je niet genoeg bezoekers om de gemiddelde statistieken voor de bovenkant van de trechter te meten, zoals unieke bezoekers. Door verkeer te combineren met het delen van sociale content, kun je betere beslissingen nemen, als je community wilt opbouwen en meer organische inhoud wilt delen, zowel op jouw site als ver daarbuiten.

Analyses vormen contentstrategie

Social Media Analytics geven vaak de URL’s weer die zijn gedeeld, hoe en waar deze zijn gedeeld en wat mensen hierover hebben gezegd. Zoek dus uit waar op het internet jouw content zich bevindt en hoe fans en klanten erop reageren, ontdek welke inhoud en onderwerpen interessant zijn voor jouw toekomstige contentstrategie en bepaal waar beheer, ondersteuning en marketing het beste kunnen worden geïmplementeerd.

Stel jezelf dan ook de volgende vragen:

  • Klantbinding (engagement): Wat voor communicatie slaat goed aan bij jouw fans of klanten?
  • Bereik: Hoeveel mensen bereik je, en hoeveel potentiële fans of klanten kan je nog meer bereiken?
  • Referentie-verkeer: Bestaat er directe activiteit met jouw merk? Hoeveel mensen vertellen jouw boodschap verder?
  • Aandeel in de dialoog (Share of Voice): Hoeveel mensen hebben interactie met jouw bedrijf, organisatie of merk? En hoe is dat bij jouw sterkste concurrenten?
  • Invloed: Hoeveel mensen luisteren naar je, en in welke mate? Wat is de waarde van jouw boodschap op social media?

Prestatie-factoren

Meet het succes van social media niet aan de hand van absolute aantallen, maar aan de hand van ratio’s percentages, gemiddelden, doelen en doelstellingen, onderlinge relatie, gerelateerde marktinformatie, relevantie voor het management en directe aanleiding voor actie, zoals in onderstaand schema terugkomt.

Dit schema helpt je focussen op:

  • Leads: het verkeer dat bij alle sociale kanalen vandaan komt;
  • Engagement: de duur van de binding met de klant belangrijker dan het aantal pageviews;
  • Groei en activiteit per netwerk: neemt het aantal leden, volgers, fans of connecties toe per netwerk?;
  • Activiteitsratio: hoe actief is het totale aantal connecties op de sociale kanalen van jouw bedrijf, organisatie of merk?
  • Conversie: worden de leden van je sociale netwerk klanten of abonnees?;
  • Brand mentions: praten praten vrienden, fans en connecties over jouw organisatie op jouw sociale kanalen?
  • Loyaliteit: zijn de leden van jouw sociale kanalen erg actief en delen zij links en content? zijn ze jouw ambassadeurs?;
  • Viraliteit: delen leden tweets en Facebook-updates die van belang zijn voor jouw bedrijf, organisatie of merk, maar wordt deze informatie ook via hun netwerk gedeeld? Is er potentie om viraal te gaan?;
  • Interactie: dit is in feite meer dan een enkel meetgegeven, maar een set van meetgegevens. Blogs en nieuwsberichten zijn deel van de social media marketing, maar alleen als je toestaat om commentaar te plaatsen en zelf reageert. Meet de interactie.

—–

digitale volwassenheid

—–

Interface

Met Interface Analytics is te meten hoe de gebruikerslaag (ook wel interface) van jouw site of app presteert. Met behulp van A/B testen en multivariatie-testen kun je jouw pagina’s optimaliseren. Welke plaatjes, teksten en buttons beïnvloeden het klikgedrag en de conversie op jouw site – en hoe optimaliseer je het websitebezoek? Dit is ook een goede manier om de conversie van pagina’s op jouw site te verbeteren. Software stuurt bezoekers naar verschillende versies van de pagina en rekent door welke elementen de hoogste conversie opleveren. Seizoensinvloeden worden uitgesloten, doordat verschillende versies van een pagina van een site gelijktijdig getest worden.

Bij A/B-testen wordt één element gelijktijdig getest. Bij een A/B/n-test worden er meer dan twee varianten van een element getest. Bij multivariatie-testen kunnen meerdere elementen gelijktijdig getest worden, zodat je ziet welke combinatie van elementen de hoogste conversie oplevert. Denk aan verschillende kopteksten en plaatjes.

Heatmaps

Een heatmap is een grafische weergave van gegevens waarbij de afzonderlijke waarden worden weergegeven als kleuren. De term wordt ook gebruikt om een thematische applicatie als choropleth-kaart te tekenen. Er zijn grofweg drie verschillende heatmaps:

  • Eye tracking’ heatmaps, gebaseerd op de oogbewegingen.
  • ‘Mouse movement’ heatmaps, gebaseerd op de bewegingen van de muis.
  • ‘Click’ heatmaps, gebaseerd op het klikgedrag.

Heatmaps laten gebieden zien met weinig tot geen kliks, waar je die mogelijk wel zou verwachten. Die moeten hoogstwaarschijnlijk aangepast worden. Als bezoekers van jouw site er niet op klikken terwijl je dat wel wilt, gaat er iets mis. Gebieden met veel kliks, die nergens naar leiden, zijn daarentegen een slecht teken. Bezoekers verwachten waarschijnlijk dat ze daar wel op kunnen klikken om meer te lezen over het onderwerp.

Heatmaps geven je een snel inzicht in het gedrag van bezoekers en er kunnen verrassende resultaten naar voren komen. Wanneer je heatmaps met gezond verstand interpreteert kunnen ze een uitstekend hulpmiddel zijn.

Marktinzicht

Markt Analytics bieden je directe toegang tot de kwantitatieve gegevens over bepaalde markten via onder andere marktonderzoeksrapporten, zoals de Mendelsohn Survey, vakbladen, wetenschappelijke tijdschriften en databanken van overheidsinstellingen.

Voor iedere statistiek zijn beschikbare metadata, zoals de bron, release datum en het aantal respondenten relevant. Verder zijn er andere relevante gegevens om verificatie van alle beschikbare statistische informatie te vergemakkelijken. Voorbeelden van Markt Analytics zijn: Statista, Business Insider, Nielsen, comScore, Golable Web Index en Emarketer. De informatie van deze bronnen helpen je de markt waarin je opereert te begrijpen en kunnen worden gerelateerd aan jouw eigen gegevens.

Aanbeveling 1: niet verslappen

Regelmatig vertel ik organisaties hoe het online mechanisme werkt. Een veel gebruikt principe dat dan aan de orde komt is ‘Relevantie-Consistentie-Discipline’. Een korte uitleg van dit principe: ‘Het zet uiteen welke content relevant is om via de eigen online wereld en de sociale online wereld te publiceren. Voorbeelden zijn: nieuwsitems, columns, analyses, muziek, podcasts, vodcasts en a/v-streaming (Relevantie). Bepaal hoe vaak je deze aspecten wilt openbaren (Consistentie) en houdt dat dan vol (Discipline), want daar zit de echte uitdaging. Immers: de aanhouder wint.’

Je moet hierbij ‘de basics’ (oftewel de spelregels) in acht nemen. Jouw site of blog en alle opgezette sociale kanalen krijgen niet vanzelf bezoekers, daarvoor dienen mensen zelf benaderd te worden via de diverse kanalen binnen of buiten het internet. Dat betekent dat je de content die je gecreëerd hebt ouderwets moet promoten via ‘influencers’ en het eigen netwerk. Daarnaast is ‘business intelligence’ (of analytics) zeer belangrijk. Daarmee kun je namelijk de effecten van de performance in het online domein meten.

Op het moment dat je het ‘Relevantie-Consistentie-Discipline’-principe niet hanteert vallen er klappen, zo blijkt. Het staat dus vast dat het ‘Relevantie-Consistentie-Discipline’-principe ‘een waarheid als een koe’ is en dat je een set aan Internet Analytics nodig hebt om dit te constateren. Een partij die je hier meer over kan vertellen, is het festival Pitch en Extrema. Door niet te voldoen aan dit principe, is het festival inmiddels verleden tijd. Zorg dus dat je niet zal verslappen!

Aanbeveling 2: streef naar een 360-graden view

Inzicht in jouw fans en klanten is een belangrijke eerste stap. Dit geldt voor alle activiteiten op elk kanaal: e-mail, site, social media, televisie, radio, print, outdoor, etcetera. De volgende stap is om alle gegevens die je hebt (dus Internet Analytics, Social Media Analytics, Interface Analytics en Markt Analytics) bij elkaar te brengen. De gegevens die je wilt combineren zijn niet alleen demografische gegevens die je wellicht al verzameld hebt, maar de gegevens die zijn ontstaan via het internet of gegevens van de markt.

Identificeer je fans en klanten in de brei van verschillende gegevens, zodat je alle gegevens kunt samenbrengen en een ​​360-graden profiel van jouw fan of klant hebt. Merk op dat de data eerst moet worden samengevat op fan- of klantniveau. Zodra je alle relevante informatie kan kwantificeren, heb je een meer volledige beschrijving van jouw fans of klanten en kun je jouw fans of klanten beter bedienen.

Aanbeveling 3: onderschat data niet

Elke keer dat je inlogt, een site of app opent of een bericht of foto op sociale kanalen plaatsen: je laat voortdurend een spoor van gegevens achter. Afzonderlijk lijken deze gegevens misschien onbelangrijk. Als je ze aan elkaar knoopt, dan kun je verrassend veel over jouw fans of klanten te weten komen. Het verhaal over de vader die de zwangerschap van zijn tienerdochter ontdekte door gepersonaliseerde reclame is geen Black Mirror aflevering, maar realiteit.

Organisaties, die kennis en inzicht uit de verschillende Internet Analytics aan elkaar knopen, winnen van hun concurrenten. Tenminste, als zij onderweg vergeten dat de digitale wereld uit een internetecosysteem bestaat en dat er niet alleen relaties tussen individuen, bedrijven, organisaties en merken bestaan, maar dat deze ook kunnen worden geïdentificeerd. Onderschat de kracht van data dan ook niet.

* Dit bericht is een samenvatting en bewerking van het hoofdstuk ‘De analyse-instrumenten van het web’ uit vanAnaloognaarDigitaal.nu.

Lees ook

Bekijk ook

Binnenkort beschikbaar. Als eerste jouw digitale exemplaar ontvangen?

 Schrijf je hier in …

Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

—–Supporters Digitaal Vermogen

 

 

 

digitaal vermogen

Achtergrond: 5 tips om alles uit big data te halen

Geschatte leestijd - 6 minuten

‘Big Data’ staat bovenaan de agenda van CIO’s (Chief Information Officers) en andere digitaal verantwoordelijken. Meer dan acht op de tien bedrijven zal bescheiden tot zware investeringen gaan doen in data. Ook is 55 procent van de bedrijven overtuigd dat ze meer uit hun huidige interne data kunnen halen. Wat is Big Data – en hoe kan je alles uit Big Data halen?

Definitie van Big Data

Simpel gesteld betekent ‘Big Data’ gewoon ‘meer data’ en heeft het een grotere variëteit aan gegevens dan met een conventionele database kan worden behandeld. De term ‘Big Data’ verwijst vaak ook naar de vele toepassingen en technieken die zijn ontstaan om waardevolle informatie te verkrijgen uit de enorme stortvloed aan data. Het is niet alleen de opslag van informatie, het is de mogelijkheid om deze te analyseren voor verbetering van de klantrelatie, inzicht in de relatie, of beide.

Feitelijk is er sprake van Big Data als de data:

  • snel beschikbaar is;
  • afkomstig is uit meerdere bronnen;
  • verrijkt  kan worden met andere (ongestructureerde) data;
  • bestaat uit interne- en externe data die elkaar verbinden.

Big Data draait om het leveren van contextueel relevante berichten en het ‘luisteren’ naar persoonlijke ervaringen van fans en klanten. Gelukkig zijn deze gegevens tegenwoordig niet meer moeilijk te verkrijgen en hoeven ze niet (meer) te worden gekocht bij een ‘data broker’. Binnen de digitale strategie kunnen gegevens worden vastgelegd en verrijkt (met toestemming van de fan of klant). Dit gebeurt in samenwerking met de (sociale) opt-in, oftewel ‘single sign on’ via bijvoorbeeld Facebook en Google. De waarde van data voor jouw onderneming is enorm. Daarom is het ook van belang om alles uit de verzameling van data te halen. Met onderstaande tips wordt dat sneller mogelijk.

1: Leer van anderen

Hoe ga je nu slim om met de data en welk voordeel kun je er precies mee behalen? Tot nu was het gebruik van data vaak een abstract verhaal, daarom een aantal voorbeelden van ‘Big Data’ uit de praktijk. Wellicht dat deze voorbeelden inspirerend werken en het begin zijn van jouw data-strategie:

  • Producenten monitoren social media zoals Facebook en Twitter om inzicht in het gedrag, de voorkeuren en beleving van fans en klanten te krijgen.
  • Fabrikanten monitoren sociale netwerken, maar met een ander doel dan marketeers. Ze gebruiken het om support-vraagstukken op te sporen.
  • Financiële dienstverleners gebruiken de gegevens die worden gewonnen uit interactie met hun klanten om hun gebruikers te positioneren in beter afgestemde segmenten. Dit maakt dat financiële instellingen een steeds relevanter en verfijnder aanbod creëren.
  • Reclame- en marketingbureaus houden conversaties op social media bij, om de response van campagnes en promotie-acties beter te begrijpen.
  • Verzekeringsmaatschappijen zijn met analyses bezig om te zien welke aanvragen voor een opstalverzekering direct verwerkt kunnen worden en welke een validatie dienen te krijgen.
  • Ziekenhuizen zijn bezig met het analyseren van medische gegevens en patiëntendossiers. Een ziekenhuis kan daardoor sneller ingrijpen, zodat een langer en duurder verblijf in het ziekenhuis voorkomen kan worden.
  • Bedrijven ontwikkelen informatieproducten die gegevens verzamelen en combineren om meer aantrekkelijke aanbevelingen en succesvollere ‘coupon’-programma’s aan te kunnen bieden.
  • De overheid openbaart gegevens (op zowel nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau) om nieuwe toepassingen voor gebruikers te kunnen (laten) ontwikkelen.
  • Sportclubs en evenementenorganisaties gebruiken de gegevens voor het bijhouden van de kaartverkoop en zelfs voor het bijhouden van strategieën.

2: Houd focus

Bedrijven en organisaties kunnen snel overdonderd raken door alle mogelijkheden die data biedt. Daarom is het belangrijk om focus te houden. Welke nieuwe inzichten kunnen daadwerkelijk meerwaarde bieden aan de organisatie? Er zijn volgens Piethein Strengholt, voorheen manager bij Deloitte tegenwoordig werkzaam bij ABN Amro, een aantal hulpmiddelen om hier een antwoord op te vinden:

  • Begin met de juiste vragen: Met welke problemen heeft een organisatie te maken? Alleen deze data is relevant voor het zoeken naar een oplossing. Door op die manier vragen te stellen, scheid je het kaf van het koren. Niet alle data is immers even relevant en waardevol.
  • Klein is groot: Probeer niet een oceaan aan data te verzamelen en hierin een oplossing te zoeken. Begin met de belangrijkste twee tot drie onderwerpen die licht schijnen op de hedendaagse uitdagingen waar iedere organisatie voor staat. Bouw daarna de verzamelde datasets uit met de onderwerpen die hier het dichtste bij staan.
  • Het is niet zwart of wit: Data evolueert in iedere organisatie anders en is geen directe vervanging van de bestaande data-opslag. (Nieuwe) data kan dus prima een plek innemen naast de bestaande systemen.
  • Hoe relevant data is, hangt af van de (toekomstige) uitdagingen waar ieder bedrijf voor staat en de data die hiervoor een oplossing geeft. Data laat je nieuwe inzichten, oorzaken en verbanden ontdekken.

3: Wees je bewust van trends

Paul Magnone beschreef voor Forbes de trends in ‘Big Data’, naar aanleiding van zijn bezoek aan meerdere conferenties.

  • De opkomst van toegankelijke en goedkope analytische ‘tools’.

De (toegang tot) technologie zal steeds vaker bepalen waar, hoe vaak en wanneer je klantgegevens wil vastleggen. Je hebt hierin een keuze en je hoeft niet het slachtoffer te zijn van welke gegevens anderen jou steeds doorgeven.

  • Marketing is aan het transformeren door data 

Gewoon een bericht naar buiten ‘zenden’ via traditionele print, radio, televisie of zelfs internet-reclame heeft zo langzamerhand zijn laatste tijd gehad. De zogenoemde ‘multi-channel’ marketing neemt deze plek in. Er is online inzicht (men start online vergelijkend onderzoek, vervolgens gaat men naar de winkel met een smartphone en dan wordt de transactie thuis op een tablet uitgevoerd), er is inzicht in social media-interacties (het zoeken naar feedback van anderen op producten via Facebook of Twitter) en er is inzicht in effecten van precisie-marketing (dit wil zeggen: op locatie gebaseerde, gestuurde promotie van producten naar de individuele klant die in de winkel is).

  • Evolutie van ‘vragen’ naar ‘luisteren’ binnen marktonderzoek

Het is niet langer normaal om te ‘schreeuwen’ tegen fans en klanten middels allerlei reclameboodschappen: fans en klanten verwachten nu eenmaal een dialoog. Focusgroepen of telefonische enquêtes leveren inzichten op van de klant, maar ze missen het voorspellende karakter. Conversaties en interacties via de sociale kanalen geven een marketeers beter inzicht.

  • Het product snelt het onderzoek vooruit

Economische innovatie eist van bedrijven om snelheid te maken. Ze moeten opnieuw uitvinden hoe ze onderzoek doen en communiceren. Lanceer sneller een product of dienst, stoot slecht presterende zaken af en focus je op nieuwe proposities die al snel tractie krijgen.

4: Wees je bewust van de uitdaging

De grote vraag bij ‘Big Data’ is ‘wie of wat er gebruik van gaat maken nu we alle informatie (gaan) opslaan?’ Op dit moment weten we dat nog niet echt. En dat is precies wat ‘Big Data’ zo spannend maakt voor vele branches en industrieën. Ook zorgt het voor de nodige onrust – denk aan de rel rondom Cambridge Analytica en Mark Zuckerberg, die in het Europees Parlement en bij de Amerikaanse Senaat tekst en uitleg kwam geven. Ook de GDPR of AVG – de nieuwe data en privacy-wetgeving – hangen hiermee samen.

Bedrijven hebben echter al bergen informatie – veelal gaat de data over jou en mij – maar ongeveer 80 procent van die data komt in een vorm die voor computers moeilijk te begrijpen of te herkennen is. Deze data worden ook wel ‘ongestructureerde data’ genoemd, en omvat zaken als afbeeldingen, audiobestanden, videobestanden, en zelfs vele tekstbestanden, waaronder e-mail, sms-berichten en blogposts. De uitdaging voor bedrijven is om uit te zoeken hoe ongestructureerde data omgezet kunnen worden in bruikbare informatie en waarde. Een uitdaging die makkelijker te overwinnen zal zijn dankzij nieuwe toepassingen, zoals bijvoorbeeld Google’s BigQuery.

5: Vergroot je bedrijfswaarde

Stel je voor dat je binnenkort jouw bedrijf wilt verkopen. Dan gaan accountants of andere financiële specialisten aan de slag met een hoop gegevens, veelal gebaseerd op het verleden. Maar blijft deze waardering stand houden in de toekomst? Kijkende naar de aspecten ‘kennis’ en ‘klanten’ binnen de zogenaamde ‘goodwill’ van een bedrijf speelt het component data een significante rol. De oude wijze van waarderen, die binnenkort naar de achtergrond zal verschuiven, wordt ook duidelijk in deze blog. De grootste waarde van een bedrijf, organisatie of merk hangt voornamelijk af van de toekomstige kasstromen. Die komen bij klanten vandaan. Het is daarom aan te raden snel te starten met deze nieuwe digitale waardecreatie op basis van data.

Conclusie

‘Business intelligence’-analyse (oftewel data-analyse) zal dieper door moeten dringen in de organisatie van een bedrijf of merk. De vaardigheid om informatie met elkaar te verbinden om daaruit de (volgende) strategie te bepalen is daarbij essentieel. Per maand of per jaar zal men de data moeten bekijken, afhankelijk van de grootte van de datasets en de ambitie van de organisatie. Data zal alles aansturen – of in ieder geval de aanzet geven tot het stellen van de juiste prioriteiten als het aankomt op de strategie, het budget en het ‘klant centraal’-, ‘cross-platform’- en ‘cross-device’-werken en -denken. Data wordt leidend en daar moet de organisatie op ingericht worden.

Een uitgebreide analyse van alle aanwezige (on)gestructureerde data moet nu prioriteit krijgen. Data-analyse is de enige logische en volgende stap voor bijvoorbeeld verkoop- en marketingafdelingen, maar ook voor service-afdelingen. Dit vereist fundamenteel andere vaardigheden van de huidige verkopers en marketeers binnen bedrijven, organisaties en merken. De optelsom van scoren in zoekmachines, adverteren en aanwezig zijn en het sturen van de doelgroep alleen volstaat niet. Het is nodig om verbanden te leggen, uit te spitten en om te zetten in een online strategie, die aansluit bij het (micro en macro) internet-ecosysteem. ‘Big Data’ is geen toekomstmuziek meer – wie niet aansluit op deze realiteit, mist definitief de boot.

Bekijk ook

Binnenkort beschikbaar. Als eerste jouw digitale exemplaar ontvangen?

 Schrijf je hier in …

Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

—–Supporters Digitaal Vermogen

 

digitale transformatie

Achtergrond: Transformers gebruik raamwerk en stuur op digitaal vermogen

Geschatte leestijd - 6 minuten

Bij de weekendeditie van het FD is weer een bijlage over de digitale transformatie te vinden. De krant legt jaarlijks de 200 grootste Nederlandse bedrijven, door hen Transformers genoemd, langs een digitale meetlat en komt tot best interessante conclusies. Toch ontbreekt bij de Transformers vaak iets belangrijks. De belangrijkste factor om echt aan de slag te gaan met de digitale transformatie wordt niet vermeld.

We bevinden ons in een relatie-economie, waarin de relatie met klanten het belangrijkste bedrijfskapitaal is. Daarom moeten bedrijven gaan sturen op het digitaal vermogen, wat ze kunnen doen door middel van een raamwerk. Een recent rapport van Deloitte geeft ze een zetje in de juiste richting.

Mythes over de digitalisering

Deloitte ontdekte in een onderzoek (December 2017) dat nog niet een op de drie Nederlandse zichzelf digitaal volwassen noemt. Dat betekent dat meer dan twee op de drie Nederlandse bedrijven dat nog niet is. Wereldwijd scoort Nederland nog niet eens zo slecht: slechts een op de vier organisaties in de wereld noemt zichzelf digitaal volwassen. Dat biedt echter nog geen reden om onszelf op de borst te slaan: er moet hoognodig iets veranderen aan de manier waarop Nederlandse bedrijven omgaan met hun digitale transformatie, willen we niet achterop raken.

De volgende cijfers en inzichten uit het rapport illustreren de stand van de digitalisering van de Nederlandse bedrijven:

  • Een op de vijf Nederlandse bedrijven stelt voldoende talent aan boord te hebben om de digitale business strategieën vorm te geven en ambities op dit vlak te realiseren;
  • Het is nodig om silo’s af te breken, wil een organisatie succesvol aan de slag met de digitale transformatie. Een bedrijf dat zichzelf digitaal volwassen vindt, stelt dat het twee keer vaker samenwerking tussen verschillende afdelingen erkent en waardeert, dan bedrijven die zichzelf niet digitaal volwassen vinden;
  • Er is een substantiële groep die – hoewel ze meer budget reserveren voor innovatie – nog steeds geen merkbaar profijt hebben van hun innovatiebudget. Dat komt door een gebrek aan helder, digitaal beleid.

Het Deloitte-rapport Survival of the most adaptable, The Dutch Digital DNA Demystified, spreekt tot de verbeelding, biedt houvast voor CEO’s die willen inzetten op de digitale transformatie en leidt tot een concreet advies: er moet een eigen raamwerk ontplooid worden, wil de digitale transformatie vormgegeven kunnen worden. Hier de introductie van zo’n raamwerk – het Business Acceleration Framework – dat uitkomst biedt en bedrijven laat sturen op hun digitaal vermogen.

Andere bedrijfswaardering

Door de komst van nieuwe technologische mogelijkheden, is de economie definitief getransformeerd in een relatie-economie. Bedrijven kunnen (nog) beter contact maken met (potentiële) klanten, die relaties aangaan met bedrijven (door ze bijvoorbeeld te volgen op Facebook). Bedrijven voorzien in de behoeften van klanten, door content met ze te delen. De relatie met de klant is daardoor het belangrijkste bedrijfseconomische kapitaal van bedrijven.

Doordat deze relatie het belangrijkste kapitaal is, is het ook nodig om bedrijven op een andere manier te waarderen. Echter, de waarde die wordt gegenereerd uit het hebben van een digitale strategie en een digitaal ecosysteem wordt nog niet weergegeven op de balans van een organisatie. Het is namelijk een immaterieel vast actief, een vorm van goodwill die nog niet geactiveerd mag worden. Deze potentiële goodwill in de vorm van social capital (Kazienko, 2006) zien bankiers, geldverstrekkers en investeerders nergens terug op de balans.

Dit is wel mogelijk aan de hand van de de vijf doelen van het Business Acceleration Framework, dat gegenereerd is op basis van interne en externe data uit diverse analyses en overzichten. Hieruit worden additionele en winstgevende groei-modellen voorgesteld. Veelal blijven de kosten van de nieuwe verdienmodellen laag, vanwege het gebruik van de juiste data. De bedrijfswaarde en opbrengsten worden juist geoptimaliseerd.

Sociaal kapitaal en de waarde

Wetenschappers (2010, Kaplan en Haenlein) definiëren sociale media als een groep internetapplicaties die gebruikmaken van de ideologie en de technologie van de tweede generatie van het web. De creatieve uitwisseling van content, gemaakt door de gebruikers van hetzelfde web, is het middel dat zorgt dat het systeem kan bestaan. Het waarderen van het zogenaamde social capital – ook wel sociaal kapitaal genoemd in vanAnaloognaarDigitaal.nu – is behoorlijk in opkomst. Maar hoe wordt een digitale sociale klantomgeving gewaardeerd?

In de basis van vele waarderingsgrondslagen ligt het waarderen van een digitale klantenkring door middel van een opsomming van alle contant gemaakte, toekomstige kasstromen. Het verschil tussen deze vormen van waarderen is de informatiebron. De lange termijn waarde van een digitaal ecosysteem wordt voornamelijk bepaald door de waarde van de klantrelaties. Het gaat dan om relaties tussen klant en bedrijf, maar ook de relatie van de fans en klanten onderling.

De bestaande en toekomstige relaties bepalen voornamelijk de toekomstige inkomsten, ook wel kasstromen of cash flow genoemd. Deze toekomstige kasstromen worden contant gemaakt tegen een rendementseis. Hiermee is het zogenaamde klantkapitaal ontstaan. Bedrijven zullen daardoor ook steeds meer bezig zijn met digitale waardecreatie (2013, van Berkel en Doeland) en hun digitale vermogen (2017, van Berkel en Doeland).

Nieuwe waardering nieuw raamwerk

Om echt in te kunnen spelen op deze nieuwe economie, en de nieuwe manier van het waarderen van bedrijven, is er ook een nieuw businessmodel nodig. Dat model dient gebaseerd te zijn op de bij bedrijven aanwezige en door hen verzamelde data, aangezien die data bedrijven in staat stelt om in contact te komen en (blijven) met (potentiële) klanten. Het zogenoemde Business Acceleration Framework legt als het ware een overkapping over de organisatie en haar Umfeld en dat biedt bepaalde voordelen.

Het raamwerk zorgt ervoor dat er eenduidige definities gehanteerd worden. Het maakt de digitale strategie meetbaar, waardoor bestuurders meer inzicht krijgen in de voortgang van processen. Daardoor zijn ze beter in staat om controle te krijgen op de organisatie en iedereen te laten werken aan vooraf bepaalde, gezamenlijk doelen. Hiermee wordt de waarde van een organisatie geborgd. Feitelijk biedt het een organisatie inzicht om op een data-gedreven manier te werken. Het framework is de intelligentie van een organisatie.

Doelen als succesfactor

Het sturen aan de hand van vooraf bepaalde doelen biedt uitkomst voor bestuurders die data inzetten en biedt antwoord op een aantal vragen. Welke doelen dienen een digitale strategie van de organisatie? Waar zet je die nieuwe laag over de data nu voor in? Welke doelstellingen gelden nu voor de organisatie? Het raamwerk biedt uitkomst voor de volgende doelstellingen.

  • Brand Equity (merkwaarde) – Dit is de financiële waarde die in het merk, het product of dienst opgeslagen zit. Doorgaans wordt aangenomen dat de merkwaarde overeenkomt met de contant gemaakte of toekomstige kasstromen die aan het merk zijn toe te wijzen;
  • Brand Reputation Performance (merkreputatie) – Het tastbare resultaat van de aanpak is een handzaam grafisch overzicht op één A4. Het toont de aanpak van het project en de belangrijkste mijlpalen. Uit de roadmap blijkt het ritme rondom de communicatie die rond een product of dienst en de verhaallijn ontstaat. Dit ritme is de digitale hartslag van een organisatie. Zonder hartslag zit er geen leven in de digitale kanalen. De roadmap en het ritme hebben direct invloed op de brand equity;
  • Marketing Efficiency – Doorgaans brengt het onderhouden van een evenement of festival of een fanbase van een dj veel marketing- en communicatiekosten met zich mee. Vandaag de dag wordt nog veel van het marketingbudget traditioneel ingezet terwijl de doelgroep digitaal is. Door context in data aan te brengen en marketing- en communicatieprocessen beter in te richten kunnen marketing/communicatie-euro’s efficiënter worden besteed;
  • Business Acceleratie – Voor een organisatie zit de quick win vooral in het versnellen van bestaande verdienmodellen door internettechnologie. Daarvoor moet zij drie dingen aanpakken: centralisatie van data, teams versterken met kennis, en de technologische infrastructuur optimaliseren;
  • Business Activatie – Nieuwe verdienmodellen vinden, introductie van bijvoorbeeld volwassen eCommerce, digitale exploitatie van content via videodiensten van nieuwe netwerken zoals Facebook of bots, en meer.

Succes begint in bestuurskamer

Digitaal succes begint in de bestuurskamer. De bestuurders van organisaties moeten echt betrokken worden bij de digitale strategie. Bovenstaand model biedt niet alleen een uitkomst, maar ook een flinke uitdaging voor hen. De partijen in het Umfeld zijn vaak namelijk niet gewend om volgens een dergelijk business raamwerk te werken en het gehele Umfeld te overzien.

Toch zullen bestuurders de verantwoording moeten dragen om de organisatie rondom een dergelijk raamwerk als het Business Acceleration Framework te laten functioneren. Daar zit de echte uitdaging in voor bestuurders die aan de slag willen gaan met de digitale transformatie. Hopelijk zullen CEO’s wél overtuigd zijn om echt in te zetten op digitalisering. Ze zouden een voorbeeld kunnen nemen aan Howard Schultz, CEO van Starbucks. Het belangrijkste doel voor een CEO wordt met dit raamwerk namelijk veilig gesteld, namelijk het bedrijfskapitaal – ofwel: het digitaal vermogen. En dat legt je, net zoals Schutltz, beslist geen windeieren.

Lees ook

Bekijk ook

Binnenkort beschikbaar. Als eerste jouw digitale exemplaar ontvangen?

 Schrijf je hier in …

Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

—–Supporters Digitaal Vermogen

festival

Column: Innovatie is meer dan urine omtoveren

Geschatte leestijd - 5 minuten

We denken vaak aan technologische vernieuwing als het over innovatie gaat, omdat dat heel zichtbaar is. Denk maar aan de momenten dat de iPhone en de iPad op de markt kwamen. Toch is innoveren meer dan dat – en heeft zelfs een bedrijf als Apple het niet altijd makkelijk op het gebied van innovatie.

Apple’s moeite

In 2013 beloofde Apple-CEO Tim Cook nieuwe producten te lanceren in ‘opwindende, nieuwe categorieën’. Hoewel hij geen details bekend maakte, leek het duidelijk dat Apple niet alleen met opvolgers van de iPhone en iPad komt, maar ook met totaal nieuwe producten. Er waren geruchten over de smartwatch (die inderdaad verscheen), een eigen televisietoestel (nooit verschenen) en een goedkopere iPhone (wel verschenen).

Ook een iPhone met een groter scherm leek in 2013 onwaarschijnlijk. Desgevraagd zei Cook daarover dat er te veel concessies moeten worden gedaan, zoals op het gebied van accuduur, mobiliteit en compatibiliteit met huidige apps. Cook stelde dat Apple geen iPhone met een groter scherm maakt, zolang deze nadelen nog blijven bestaan. De iPhone Plus kwam er en de goedkopere iPhone SE ook. De iPhone X zag het licht, maar dat geldt niet voor het tv-toestel. Innoveren en jezelf opnieuw uitvinden is dus zelfs voor de grootste bedrijven der aarde een grote uitdaging.

Dance-industrie niet anders

In de dance-industrie is dat niet anders. Mysteryland (1993) en Dance Valley (1995) zijn festivals van het eerste uur. Het commerciële succes van deze festivals zorgde weer voor nieuwe muziekstijlen. House, trance, gabber, hardstyle en jungle deden hun intrede. Er ontstond een nieuwe markt die snel nieuwe spelers aantrok. De eerste editie van Extrema Outdoor vond in 1996 plaats en was een van de eerste outdoor dancefestivals, naast Dance Valley en Mysteryland in Nederland.

Dance Valley had de primeur: dansen in het daglicht. Een helder en duidelijk concept op dezelfde locatie. Extrema had een soortgelijk concept, maar dan in het zuiden van het land. En Mysteryland was druk zichzelf aan het uitvinden en vooral het wisselen van locaties en worstelen met de nacht en de muziekgenres leek het festival geen goed te doen. Pas toen de tiende verjaardag van het festival in de Haarlemmermeer werd gevierd, kon de organisatie werken aan het concept. Het rondreizende party-circus vond op het Floriade-terrein eindelijk een vaste thuisbasis. Met goede moed voor de toekomst en legio kansen tot uitbreiding en verdieping.

De festivals van het eerste uur hebben de afgelopen jaren moeite gehad om zichzelf opnieuw uit te vinden en tientallen grote, nieuwe dancefestivals zagen het licht. De hele dancefestivalmarkt begint aan zijn plafond te komen. Verzadiging treedt op. Alleen Mysteryland lijkt aan het langste eind te trekken. Dance Valley worstelt nog stevig door. En met de annulering van Extrema lijkt het eerste kind van de rekening te zijn geboren. Een volgende is niet onwaarschijnlijk. Dit gebeurt in een tijd waarin elke festival(-organisatie) zichzelf nu steeds opnieuw moet gaan uitvinden om te overleven.

Nieuw toverwoord

Innovatie wordt nu het toverwoord voor festivalorganisatoren. Wanneer je organisaties spreekt, dan zijn er volgens hen genoeg redenen om niet te innoveren. Zoals je eerder hebt kunnen lezen, is innoveren lastig. Wanneer je niet innoveert, dan verlies je terrein of houd je op te bestaan. Dus moet er geïnnoveerd worden. Echter heeft het management van veel organisatoren al geruime tijd veel redenen om niet te innoveren.

Gebruik de volgende redenen om niet te innoveren juist in jouw voordeel, zo luidt het devies. Oftewel, keer de volgende ‘adviezen’ om:

  • Organisatoren hebben focus op korte-, in plaats van op langetermijnresultaten!
  • Organisatoren hebben angst voor kannibalisatie, dat voorkomt het verkennen van nieuwe gebieden!
  • De middelen worden besteed aan alledaagse zaken en niet aan ontwrichtende ontwikkelingen!
  • Innovatie is altijd het werk van iemand anders en niet van onszelf!
  • Organisatoren hebben geen proces om de ontwikkeling van nieuwe ideeën te begeleiden!
  • Organisatoren hebben veel prikkels voor het maximaliseren van de winst en dus het vermijden van risico’s!
  • Festivalorganisatoren zijn niet als innovatieleiders opgeleid!
  • Festivalorganisatoren kijken naar gebreken binnen nieuwe ideeën, in plaats van naar potentie!
  • Organisatoren kijken ‘van binnen naar buiten’ in plaats van ‘van buiten naar binnen’

Meer dan urine omtoveren

In de dance-industrie ontstaan de eerste duurzame en maatschappelijke innovatieve initiatieven. Veel festivals, zoals die van ID&T en Q-dance beginnen een paar jaar geleden met een soortgelijke, duurzame en maatschappelijke innovatieroute. Anderen volgen snel. In 2016 maakte DGTL bekend geen vlees meer te serveren, om daarmee de CO2-uitstoot drastisch te verminderen. Daarnaast draait het festival volledig op groene stroom en wordt tijdens de evenementen plastic gerecycled tot nieuwe producten. Ook wordt er zelfs urine verwerkt tot mest voor stadstuinen.

Festivals veranderen langzamerhand in innovatiespeeltuinen voor innovatieve bedrijven. Maar innovatie is meer dan het mixen van smoothies terwijl je op de fiets zit, het slapen in kartonnen tentjes en je urine in kunstmest omtoveren. Innovatie zal juist in management, marketing, communicatie en verkoop plaats moeten gaan vinden. De verbinding met de fan, de klant. Het op een nieuwe wijze toepassen van een bestaand festival kan net zoveel impact hebben, als de introductie van een nieuw festival. Zo is de komst van het internet een technische innovatie, die zonder de ontwikkeling van een gezonde digitale strategie door organisaties waarschijnlijk minder succesvol zou zijn geweest.

Bij strategische innovatie kijk je als festivalorganisator op een totaal nieuwe manier naar je externe omgeving. Hierdoor wijzigt de structuur en de manier waarop je concurreert (in deze overvolle markt) fundamenteel. Innovatie in de dancefestivalmarkt moet vooral op managementniveau gaan plaatsvinden. Management-innovatie is het vernieuwen van het managen van een onderneming, met de bedoeling om de organisatie te verbeteren. Het verandert de manier waarop men moet denken en beslissingen nemen, de manier waarop organisaties analyseren, organiseren en levensvatbaar zijn.

Festivals zijn platformen

Festivals zijn per definitie digitale platformen, zoals ik in dit visiestuk schreef. Het is inmiddels vast te stellen dat het niet hebben van een digitale strategie, onvoldoende motivatie voor strategische en management innovatie en het ontbreken van een digitaal netwerk met de context die daarin is aangebracht, de levensvatbaarheid van evenementen of festivals beperkt.

Door het niet hebben van een gedegen digitale strategie en de juiste innovatie-drijfveer doe je eigenlijk maar wat en word je een Hansje Brinker. Als je niet op tijd verandert, zal je links en rechts worden ingehaald. Of uiteindelijk verdwijnen. De eerste Hansjes zijn daar. Festivalorganisatoren, het is tijd om wakker te worden. Vind jezelf opnieuw uit!

* Dit is een bewerkte versie van de post die eerder verscheen op This Is Our House.

Check ook

Bekijk ook

Binnenkort beschikbaar. Als eerste jouw digitale exemplaar ontvangen?

 Schrijf je hier in …

Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

—–Supporters Digitaal Vermogen

starbucks

Achtergrond: Elke CEO zou Starbucks baas Howard Schultz moeten kopiëren

Geschatte leestijd - 5 minuten

Howard Schultz stapt per 26 juni op als CEO van Starbucks. Onder zijn leiding groeide Starbucks uit van een kleine, lokale keten naar een multinational met meer dan 28.000 vestigingen, heeft het bedrijf een omzet van 21 miljard dollar en staat het op plaats 132 in de Fortune 500. Wat kunnen andere CEO’s leren van de baas van deze koffiegigant – en welk deel van zijn strategie zou gekopieerd moeten worden?

Voor je antwoord krijgt op die vraag: de carrière van Schultz is te interessant om niet te bespreken. Zijn levensloop illustreert de American Dream namelijk vrij aardig: hij groeide op in een bescheiden milieu in Brooklyn, maar is inmiddels maar liefst 23 jaar de CEO van deze koffiegigant geweest. Dat legt hem beslist geen windeieren: zijn vermogen wordt op zo’n drie miljard dollar geschat. De directeur profileert zich daarbij behoorlijk op verschillende sociale kwesties (zoals: raciale kwesties, oorlogsveteranen en homorechten) en zou zich (volgens de laatste geruchten) op de presidentsverkiezing van Amerika in 2020 gaan richten. Best indrukwekkend.

Starbucks pionierde met een CDO

Schultz maakte Starbucks een van de eerste bedrijven dat (succesvol) een CDO aanstelde, al in 2009. De CDO is verantwoordelijk voor een ordelijke transitie naar een innovatieve organisatie; hij of zij voorkomt dat het bedrijf slachtoffer wordt van disruptie. ‘De radicale beslissing om een ‘Chief Digital Officer’ positie te creëren zal binnenkort worden gekopieerd door de grootste merken’, voorspelde Adam Brotman, Starbucks’ CDO, zo’n negen jaar geleden. Daar bleek hij ontegenzeggelijk gelijk in te krijgen. Steeds meer grote bedrijven hebben een CDO aangesteld: recent onderzoek laat zien dat ongeveer een vijfde van de grootste bedrijven ter wereld (corporates) tegenwoordig een CDO heeft, waarvan 60 procent sinds 2015 of later in dienst is getreden.

Waarom een CDO zo belangrijk is? Voor mijn uitgave ‘Digitaal Vermogen‘ interviewde ik Igor Beuker, een veelgevraagd spreker op het gebied van marketing en prijswinnende marketing-visionair. Hij legt het haarfijn uit. Volgens hem moeten we ons richten op de digitale transformatie – wat nog te weinig bedrijven zouden doen. “Bijna geen Fortune 500-bedrijf heeft een CDO, CIO en CTO. Hoe wil je dan op tijd een digitale transformatie maken en overleven? Dat is vier keer moeten scoren in een uitwedstrijd tegen Real Madrid, maar zonder je drie topspitsen. Daar helpen IBM en McKinsey dus ook niet bij. Sterker nog: IBM moet met Watson zelf alle zeilen bijzetten om na negentien kwartalen weer eens groei te laten zien.”

Zo ging de koffiegigant van analoog naar digitaal

Doordat Starbucks over een CDO beschikt, is het bij uitstek een bedrijf dat wel weet hoe het moet transformeren van analoog naar digitaal. Het bedrijf ontwikkelde een ‘square wallet’ waarmee de klant met zijn Starbucks-kaart kan betalen via zijn telefoon. Die innovatie betaalde zich uit. In het eerste kwartaal nadat het systeem geïntroduceerd werd (januari 2011), verwerkte het systeem al zo’n 45 miljoen mobiele betalingen.

Ook verbeterde Starbucks het klantenkaartsysteem met complementaire smartphone apps en andere digitale innovaties. Starbucks creëerde daarnaast een landelijk digitaal netwerk met gratis ‘instore’ WiFi en leverde het content van derden aan klanten. Het pionierde met social media, doordat het al snel inzette op Instagram en Pinterest. Dat zijn slechts een aantal van de wapenfeiten waaruit blijkt dat het koffiebedrijf snel van analoog naar digitaal transformeert.

Andere, noemenswaardige prestaties van Schultz, Brotman en de rest van de C-suite:

  • De site van Starbucks werd door het tijdschrift Time Magazine in augustus 2011 opgenomen in de column ‘The 50 Best Websites of 2011’;
  • Er zijn samenwerkingen met Google en andere partners om goede doelen te steunen;
  • Door middel van het Starbucks Digital Network blijft Starbucks boeiende digitale ‘incentives’ bieden om haar klanten te verrassen: gratis WiFi en diepgaande kennis van ‘premium content’.

—–

—–

Belangrijke rol voor CEO

Hoe Starbucks dat lukte? Doordat de CEO van Starbucks, Howard Schultz, onderstreepte wat digitalisering Starbucks oplevert – en daar ook de barista’s een rol in gaf (!). ‘Digitalisering gaat in onze winkels de medewerkers helpen ons verhaal te vertellen, te bouwen aan ons merk en de relatie met onze klanten te versterken’, stelde hij. Daarbij innoveert Starbucks met een duidelijke visie, die als volgt luidt: ‘één merk … één digitale marketingstrategie.’ Zien bedrijven dat niet op tijd in, dan missen ze misschien wel definitief de boot en worden ze ingehaald door concurrenten die wel hun weg weten in de digitale wereld.

Starbucks heeft daardoor bepaald met welke ecosystemen zij verbinding wil maken. Daarnaast is Starbucks bezig met het verbinden van alle databronnen van deze domeinen en netwerken. Door middel van onder andere een eigen ‘single sign-on’-knop, die je bijvoorbeeld ziet bij het inloggen om gebruik te maken van WiFi in een Starbucks-vestiging, zijn ze in staat data op te halen. De knop heeft Starbucks geïntegreerd in de eigen domeinen en in alle applicaties die Starbucks verder (in de toekomst) bouwt en middels toekomstige landingspagina’s of applicaties, die Starbucks straks integreert in de diverse sociale kanalen. Toch heeft Starbucks nog wel een slag te maken, daar zij de sociale identiteit van haar fans en klanten zou moeten verbinden aan de ‘Starbucks identiteit’, die fans en klanten nu aanmaken via WiFi, de eigen domeinen of de eigen apps.

Meer succesfactoren

Naast bovenstaande succesfactoren, zijn er nog andere factoren die een digitale transformatie doen slagen of falen. Zo kan het foutief toepassen van technologie een hele organisatie versneld onderuit halen. Technologie creëert geen succes, maar de juiste toepassing ervan wel. Gebruik nieuwe technologie dus ook pas zodra duidelijk is hoe het je organisatie gaat versterken. Ook vraagt digitalisering om een transformatie van de organisatie, de processen en de systemen, maar bovenal om een persoonlijke transformatie: het overwinnen van de angst om te verliezen wat je hebt, zonder te weten wat je krijgt.

Sturing is nog zo’n belangrijke succesfactor. Ruimte en richting moeten worden geboden. Laat de organisatie de verantwoordelijkheid voor verandering oppakken en reduceer zo de complexiteit. Zo wordt veranderen eenvoudiger en natuurlijker. Transformeren naar een digitaal volwassen onderneming valt of staat bij het kunnen beheersen van de verandering en het besef dat hierin de grootste uitdaging ligt. Onthoud: verandering is niet iets wat met open armen wordt ontvangen, tenzij de voordelen duidelijk zijn. Digitale transformatie is en blijft mensenwerk.

Conclusie: de digitale verbinding

Doordat Starbucks ‘all-in’ gaat op haar digitale marketingstrategie, krijgt zij inzicht in de wensen en behoeften van de aangesloten hedendaagse consument, op een manier waarbij het merk tegelijkertijd ‘on top of mind’ blijft. ‘Wat wij ontwikkeld hebben, is een technologie-rijke versie, die even krachtig is als de retailer zelf. Er is nog niet te voorspellen wat de ‘digitale hub’ in ’s werelds grootste koffiehuis op gaat leveren. Op dit moment is er een hoop innovatie aan de gang in de diverse gecombineerde digitale teams, om verder te bouwen op het fundament via onder andere social media’, aldus (inmiddels voormalig-) CDO Brotman. De visie waar Starbucks mee innoveert is: ‘één merk … één digitale marketingstrategie.’ Daarom is Starbucks hard op weg om van analoog naar digitaal te transformeren – en toekomstklaar te zijn.

Check ook

Bekijk ook

Binnenkort beschikbaar. Als eerste jouw digitale exemplaar ontvangen?

Schrijf je hier in …

Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

—–Supporters Digitaal Vermogen

NPO

Achtergrond: 7 uitdagingen voor de NPO

Geschatte leestijd - 4 minuten

Eerder dit jaar worstelde de Nederlandse Publieke Omroep al met haar digitale strategie. Van het weekend werd het nog eens duidelijk. De NPO wil de grootste Nederlandse aanbieder van video-on-demand (vod) zijn, schrijft de directie in de conceptversie van het Jaarplan Video 2019, dat in handen is van De Telegraaf en NRC. Het plan wordt in het omroeplandschap niet met open armen ontvangen. Voor welke uitdagingen staat de NPO?

Tegenstrijdigheden

Het is vijf voor twaalf, constateerde het belangrijkste adviesorgaan van de Nederlandse regering op het gebied van kunst, cultuur en media enige tijd geleden. Films, series en programma’s van eigen makelij verliezen steeds meer terrein aan de buitenlandse tech-reuzen. Vooral jongeren lopen massaal weg. Verder maakt de omroep te veel programma’s, heeft te weinig aanbod voor kijkers van 20 tot 49, kent de omroep online technische problemen en wordt door publiek veelal als saai gezien.

In het nieuwe plan lijken vooral tegenstrijdigheden te staan. Het lijk dat publieke programma’s exclusief voor abonnees worden. De programma’s zouden juist vrij te zien moeten zijn. Het plaatsen van de progamma’s op de eigen sites van de zenders wil de NPO verbieden. Vervolgens is wel budget voor video op Facebook en YouTube, terwijl de NPO die in eerste instantie als ‘gevaar’ beschouwde. Tegenstrijdigheden, die de ecosysteem gedachte, die een digitale organisatie drijft op termijn in de weg zullen gaan zitten.

Geen winstoogmerk

Hoewel de NPO als organisatie geen winstoogmerk heeft, hebben zij wel inkomsten nodig. De inkomsten zijn over het algemeen afkomstig uit subsidies (belastinggeld) en eigen inkomsten. De eigen inkomsten komen voort uit acties en bijdragen van klanten (burgers) aan de gemaakte kosten, of door contributies van leden en sponsor- en advertentie-inkomsten. De NPO zou budgetneutraal kunnen functioneren.

Programma’s maken staat voorop, op welke platforms ze precies komen staat op de tweede plaats. Digitale innovatie is belangrijk, maar de NPO is nog steeds geen techbedrijf. Daarom wordt het beschikbare budget vooral aan programma’s besteed. En daar zit nu juist de valkuil. De publieke omroep moet zich nu echt gaan gedragen als techbedrijf, als een organisatie die opereert in een digitaal ecosysteem. Een digitaal platform zonder winstoogmerk. Maar wel gestuurd via een raamwerk, zoals commerciële techplatformen zijn opgezet. Dat vraagt om een andere aanpak. 

De uitdagingen

De NPO zal, maar dit geldt overigens voor iedere organisatie in sport, media en entertainment, als ze hun digitale activiteiten en vooruitzichten vormgeven, rekening moeten houden met de uitdagingen en risico’s die ze tegenkomen in de snel evoluerende digitale wereld. De praktijk leert dat organisaties met name tegen onderstaande uitdagingen aanlopen:

  • het vermogen om de huidige fans en volgers (lees: kijkers) te behouden, de fanbase (lees: kijkers database) verder op te bouwen en de betrokkenheid bij fans en volgers te vergroten via alle beschikbare digitale kanalen;
  • het vermogen om de inhoud die wordt aangeboden door de digitale kanalen te verbeteren en het abonneebestand (lees: kijkers) decentraal te vergroten;
  • het vermogen om effectief inkomsten te genereren uit interactie met de fans en volgers (lees: kijkers) via de content die zij produceren;
  • het vermogen om de content op een kosteneffectieve manier te ontwikkelen en de digitale kanalen rendabel en veilig te bedienen;
  • het vermogen om nieuwe sponsors en/of adverteerders aan te trekken, bestaande sponsors en/of adverteerders te behouden en aan te tonen dat hun content waarde zullen leveren;
  • het vermogen om nieuwe (zakelijke) kansen voor de digitale kanalen te identificeren en te verzilveren;
  • tot slot het vermogen om te concurreren met andere organisaties binnen en buiten de branche en met andere media als het aankomt op de aandacht van fans en volgers.

De digitale verandering wordt in de praktijk (helaas) nog vaak gezien als de automatisering van systemen. Zoals de NPO nu focust op NPO Start. De ontwikkeling van software en data wordt door velen als het gouden ei gezien. Dat is zonde: doorgaans moeten juist de processen en de mindset veranderen, wil je een digitale verandering optimaal laten verlopen. De belangrijkste spelers in die processen zijn en blijven namelijk mensen, niet de computers en software die deze mensen ondersteunen. Techniek is immers een middel, niet een doel.

Avontuurlijk traject

Het uitstippelen van een nieuwe digitale koers en digitaal transformeren is een avontuurlijk traject. De typische uitdagingen moeten worden getackeld. Dat vraagt om vertrouwen van alle betrokkenen. Worden de juiste keuzes gemaakt? Staat iedereen achter de plannen en doen ze straks ook mee? En hoe denken externe partijen over de transformatie? Een digitale strategie bepalen en uitvoeren is alleen mogelijk wanneer ook externe netwerken hier actief bij betrokken worden. Het is essentieel om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen, wil je een digitale transformatie laten slagen.

Het toepassen van nieuwe technologie zou voor iedere organisatie moeten leiden tot efficiëntere en effectievere processen, het ontwikkelen van nieuwe diensten en producten, omzetgroei en waardevermeerdering. Ben je als organisatie in staat de drie kernelementen (kracht, macht en potentie) van vermogen via jouw raamwerk inzichtelijk te maken, dan wordt het veranderingsproces voor mensen in een organisatie zonneklaar: er is een duidelijke richting voor de verandering. De typische uitdagingen verdwijnen dan als sneeuw voor de zon.

Lukt bovenstaande, dan transformeer je naar een digitaal data gedreven en volwassen onderneming. Alleen zo bereik je de status van digitale volwassenheid die op termijn automatisch aangestuurd kan worden. Aan de slag. Op naar de nieuwe eenvoud! Het digitale vermogen.

* Deze post bevat passages uit de nieuwe uitgave ‘Digitaal Vermogen – De kracht, macht en potentie van elke organisatie’. Het redactie-exemplaar verschijnt volgende week. Schrijf je hier in …

Lees ook

—–

Binnenkort beschikbaar. Als eerste jouw digitale exemplaar ontvangen?

Schrijf je hier in …

—–

Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

—–Supporters Digitaal Vermogen

Achtergrond: Ticketomzet dancefestivals daalde in 2017

Geschatte leestijd - 3 minuten

Al eerder werd duidelijk dat de dance-festivalmarkt onder druk stond. Daardoor verwachten we destijds een verdere prijsdaling en dat de toename van het aantal unieke bezoekers de ticketomzet niet zou compenseren. Nu blijkt dat het vijf voor twaalf is voor dancefestivals. Als ze de levensduur van de relatie met hun fans en klanten niet verlengen, hebben ze geen bestaansrecht op de langere termijn.

Ruim drie festivals

Uit de voorlopige cijfers van de Dance Festival Monitor 2018 blijkt dat de ticketomzet bijna zeven procent daalde ten opzichte van het jaar daarvoor. Over 2017 werd een ticketomzet van 136 miljoen euro gerealiseerd door ruim 460 dancefestivals. In 2016 was de omzet nog 146 miljoen euro.

De gemiddelde prijs van een regulier ticket daalde met acht procent. Het aantal unieke bezoekers nam met negen procent toe. Het afgelopen jaar bezochten 1,2 miljoen personen een dancefestival. Het aantal bezoeken van deze individuen groeide slechts met zo’n drie procent. Gemiddeld bezocht elke persoon ruim drie festivals.

—–

—–

Primaire groep

Meer dan de helft van de kaarten voor de meeste dancefestivals wordt verkocht aan hun primaire doelgroep, die valt in de leeftijd van 18 tot 34 jaar. Volgens de bevolkingscijfers van het CBS bestaat deze groep jongeren uit iets meer dan 3,6 miljoen mannen en vrouwen. Toch blijkt bij veel organisatoren dat ook de groep 35 tot 45 jarigen een aanzienlijk aandeel in de kaartverkoop heeft. De primaire doelgroep schuift dan ook iets op en toont een flink potentieel: de groep 18 tot 50 jarigen is volgens het CBS immers maar liefst 7,2 miljoen Nederlanders groot.

Nog genoeg ruimte voor groei, zou je vermoeden. Niets is minder waar. Festivalorganisatoren die dit jaar in staat zijn om de levensduur van de relatie met hun fans en klanten te verlengen, die hebben bestaansrecht op langere termijn. De markt begint zijn plafond namelijk te raken. Retentie – bezoekers die meerdere jaren of edities van hetzelfde festival bezoeken – wordt het sleutelwoord voor de meeste organisatoren. Alleen wanneer fans en klanten terugkomen, kan een dergelijk festival immers groeien.

De groei zou naar verwachting de komende jaren moeten komen uit de primaire doelgroep. De groep boven de 30 jaar zal de komende jaren lichtelijk toenemen. Als we kijken naar de groep die in aanmerking komt voor de All Ages-status (dance-evenementen speciaal georganiseerd voor fans die normaal gesproken een show niet kunnen bijwonen vanwege hun leeftijd: ze zijn onder 18 jaar, red.), dan is er de komende jaren voldoende aanwas voor de 18-min evenementen. Deze groep bestaat uit ruim 800 duizend jongens en meisjes. Daar liggen dan ook kansen voor organisatoren.

—–

—–

Verwachting

De verwachting voor 2018 is als volgt: het aanbod van festivals neemt nog verder toe. Het aantal unieke bezoekers zal nog verder, lichtelijk stijgen. Meer weekenders en All Ages-shows zullen dit jaar het licht zien. De toename van het aantal festivals zien we vooral in de kleinere segmenten terug. Het middensegment zal daaronder gaan leiden. De prijs van een regulier festivalticket zal dit jaar verder onder druk komen te staan. Tijd voor de festivalorganisatoren om daarop te anticiperen. Wees zuinig op de fans en klanten die je nu hebt is het devies.

Noot

Dank aan Rosa van den Hoven en Nina Meulenkamp van Fanalists voor de data support. Wil je als organisator weten of jouw festival meetelt voor de Dance Festival Monitor 2018? Neem dan contact op met rosa.vandenhoven@fanalists.com. Een geredigeerde versie van dit artikel verscheen eerder op This Is Our House.

Check ook

—–

Binnenkort beschikbaar. Als eerste jouw digitale exemplaar ontvangen?

→ Schrijf je hier in …

—–

Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

—–

Supporters Denis Doeland

 

wereldwijde dance-industrie

Achtergrond: Waarde wereldwijde dance-industrie daalt in 2017

Geschatte leestijd - 4 minuten

Tijdens de jaarlijkse International Music Summit (IMS 2018) in Ibiza presenteerde gisteren mijn collega Kevin Watson hoe de wereldwijde dance-industrie ervoor staat. Groeit of daalt de waarde van de industrie? En wat is de verwachting voor de komende jaren? Wat vertelt zijn rapport ons over de stand van zaken van de wereldwijde dance-industrie? Vind onderstaand de observaties.

12 belangrijke observaties

Samengevat in 12 belangrijke punten komt de inhoud van het rapport op het volgende neer:

  • Opbrengsten uit muziek in de Noord-Amerikaanse markt daalden met bijna dertien procent. Dat beeld is echter iets vertekend: de meeste Dance/Electronic tracks worden daar tegenwoordig als ‘mainstream’ aangeduid. Laten we dit echter gegeven niet zomaar onopgemerkt voorbij laten gaan;
  • Het aandeel van dance muziek in Europa daalde, ondanks dat de totale opbrengsten uit muziek voor alle genres toenam. De voornaamste reden hiervoor is de toename van de muziekconsumptie van het genre Hip-Hop/Urban. Dance is inmiddels popmuziek, underground genres zullen de komende tijd komen bovendrijven;
  • Dance muziek is mateloos populair in Azië. In China, Taiwan en Korea behoort het genre tot de Top 5 genres. De verwachting is dat dj’s, artiesten en festivals hun focus zullen verleggen van Noord- en Zuid-Amerika naar Azië;
  • Netflix en Amazon zorgen voor een toename van de zogenaamde sync-inkomsten. Met ‘sync’ wordt bedoeld dat muziek in een film of reclame wordt gebruikt. Hier ligt een enorme kans voor rechthebbenden binnen de dance-muziek;
  • Spotify zal de komende jaren doorgroeien naar bijna 150 miljoen betalende muziekliefhebbers. Dance muziek is het derde meest gestreamde muziekgenre.
  • Beatport, dat is een niche muziekplatform, groeit weer een beetje. De verwachting is dat in het eerste kwartaal van het volgende jaar de gehele catalogus tevens als streams beschikbaar zal zijn. Het omarmen van streaming op het Beatport-platform heeft dan drie jaar geduurd;
  • De inkomsten van de top dj’s zijn met tien procent gestegen. De inkomsten van de supersterren Calvin Harris en David Guetta daalde fors. De gages van dj’s en artiesten zullen de komende tijd nog steeds zwaar drukken op de budgetten van festivalorganisatoren. Hervorming van de gage-structuur is noodzakelijk, nu de dancefestivals onder druk komen te staan;
  • De verkoop van merchandise groeide met 30 procent in de periode 2014-2016. De totale waarde van de merchandise-markt is zo’n 3 miljard dollar groot. Voor dj’s, artiesten en festivals ligt hier een enorme groei-potentieel;
  • De invloed van de diverse lijsten met top DJ’s blijft gissen. De lijst van Resident Advisor is inmiddels verdwenen, Billboard stelt zijn lijst samen aan de hand van chart- en tourdata en de DJ Mag is een campagne (of: zelfpromotie) gedreven lijst. In geen van de vijf lijsten komt dezelfde dj voor in de Top 5. Goede benchmark data is nog steeds niet aanwezig. Tijd om te kijken en focussen op metrics die er toe doen. Welke dj of artiest heeft een fanbase die er echt toe doet?;
  • Het laten groeien van de fanbase op social media heeft de primaire focus bij de top dj’s. Het laten groeien van de kwantiteit zal niet afdoende zijn, de kwaliteit van de relatie met de fan is het sleutelwoord de komende tijd;
  • Het aantal dancefestivals in China verdubbelt in 2018. Ondanks de groei van het aantal festivals, zal het nog even duren voordat dj’s, artiesten en festivals echt voet aan de grond krijgen in China. De Chinese, digitale wereld is een gesloten wereld. Chinese dance-fans zijn per definitie digitaal. Samenwerking met lokale partners is in dit opzicht de succesfactor;
  • De overname van Spinnin’ Records door Warner Music Group was de derde grootste overname in dance-industrie sinds 2012. De komende verwachten we meer overnames binnen de dance-industrie. Er zal een consolidatieslag plaatsvinden binnen de festivalorganisatoren, evenals het verder aantrekken van dance-labels door grote muziekmaatschappijen;

—–

→ Download hier het: IMS-Business-Report-2018

—–

Totale waarde van de dance-industrie

Het rapport over de dance-industrie wordt opgesteld vanuit alle inzichten die ontstaan door onderzoeken en rapporten, die overigens door verschillende instanties en personen worden verzorgd. Nemen we alle inzichten in ogenschouw, dan komt de waarde van de gehele en wereldwijde dance-industrie neer op zo’n 7,3 miljard dollar in 2017. Dat is zo’n twee procent minder dan het jaar daarvoor.

Toch is de verwachting van zakenbank Morgan Stanley dat de muziekindustrie de komende jaren zal blijven groeien. Deze verwachting heeft op de langere termijn effect op de groei van de dance-industrie. Ook de groei van software en hardware zal toenemen. Dit effect zal de industrie ook terug zien op langere termijn. In 2021 zal de waarde van de wereldwijde dance-industrie op zo’n 9 miljard dollar uitkomen, zo luidt de verwachting. Opvallend is dat de groeiverwachting uit inkomsten van festivals en clubs gematigd is. Dat is een signaal dat we in Nederland al eerder hebben waargenomen.

—–

Binnenkort beschikbaar. Als eerste jouw digitale exemplaar ontvangen?

→ Schrijf je hier in …

—–

Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

—–

Supporters Denis Doeland

 

Achtergrond: Champions League club moeite met digitale strategie

Geschatte leestijd - 4 minuten

Tijdens de Sport Analytics Conference afgelopen maandag werd ik tijdens een sessie aangenaam verrast. Door de moderator werd gewezen op het jaarverslag van de voetbalclub Manchester United. Bij het lezen van het jaarverslag van Manchester United uit 2017 viel iets op. Bij de grootse Engelse voetbalclub, die jaar op jaar in de Champions League uitkomt, worstelen ze met hun digitale strategie. Onderstaande passages uit het 800 pagina’s tellende jaarverslag geven inzicht.

Merkreputatie

“If we are unable to maintain and enhance our brand and reputation, particularly in new markets, or if events occur that damage our brand and reputation, our ability to expand our follower base, sponsors, and commercial partners or to sell significant quantities of our products may be impaired.”

“The markets in which we operate are highly competitive, both within Europe and internationally, and increased competition could cause our profitability to decline.”

De merkreputatie is belangrijk voor de Engelse club. De clubleiding beseft zich dat de club opereert in een zeer competitieve markt. Wanneer de club niet in staat is de reputatie goed te onderhouden kunnen de toekomstige inkomsten onder druk komen te staan.

Onvoldoende vertrouwen

“Our digital media strategy is unproven and may not generate the revenue we anticipate.”

“We maintain contact with, and provide entertainment to, our global follower base through a number of digital and other media channels, including the internet, mobile services and social media. While we have attracted a significant number of followers to our digital media assets, including our website, the future revenue and income potential of our mobile & content business is uncertain. You should consider our business and prospects in light of the challenges, risks and difficulties we may encounter in this new and rapidly evolving market, including:
 

  • our digital media strategy requiring us to provide offerings such as video on demand and highlights that have not previously been a substantial part of our business;
  • our ability to retain our current global follower base, build our follower base and increase engagement with our followers through our digital media assets;
  • our ability to enhance the content offered through our digital media assets and increase our subscriber base;
  • our ability to effectively generate revenue from interaction with our followers through our digital media assets;
  • our ability to attract new sponsors and advertisers, retain existing sponsors and advertisers and demonstrate that our digital media assets will deliver value to them;
  • our ability to develop our digital media assets in a cost effective manner and operate our digital media services profitably and securely;
  • our ability to identify and capitalize on new digital media business opportunities; and our ability to compete with other sports and other media for users’ time. 

In addition, as we expand our digital and other media channels, including the internet, mobile services and social media, revenue from our other business sectors may decrease, including our Broadcasting revenue. Moreover, the increase in subscriber base in some of these digital and other media channels may limit the growth of the subscriber base and popularity of other channels. Failure to successfully address these risks and difficulties could affect our overall business, financial condition, results of operations, cash flow, liquidity and prospects.”

Uit bovenstaande passages wordt duidelijk dat de club uit Manchester worstelt met haar digitale strategie. De leiding van de club heeft twijfels over de toekomstige inkomsten die uit het digitale landschap zouden moeten ontstaan. Verder wordt duidelijk dat de clubleiding verwacht dat verdere digitalisering de huidige verdienmodellen kannibaliseert.

8 Tips

Manchester United benoemt in haar jaarverslag de verdienmodellen en merkreputatie. Aan de hand van het Business Acceleration Framework zou het voor een dergelijke club mogelijk moeten zijn een succesvolle digitale strategie te formuleren die toekomstige verdienmodellen versnelt en activeert. Zo zou de waarde van de voetbalclub kunnen toenemen.

Stel je voor: je hebt complete zeggenschap over hoe de communicatie, marketing en verkoop van een voetballer of betaald voetbalorganisatie (BVO) is ingericht. Wat zou je dan doen? In de bijlage van m’n nieuwe boek probeer ik daar een antwoord te geven op de vraag hoe voetballers en BVO’s aan de slag kunnen met een nieuw businessmodel. Opereren als een digitaal platform. Voetballers en BVO’s die zich richten op de relatie met hun fans, gaan in de huidige economie de strijd winnen van hun concurrentie. Die relatie met fans is namelijk de belangrijkste factor voor het economische succes van voetballers en BVO’s.

Ik ben ervan overtuigd elke voetballer en BVO geholpen is door het (slim) inzetten van data. En dat elke organisatie of speler via het Business Acceleration Framework zijn of haar digitale transformatie vorm kan geven. Daarom deel ik vrijblijvend acht tips hoe zij digitaler en efficiënter kunnen worden, hun data kunnen blijven gebruiken en de concurrentie ver achter zich kunnen laten.

Lees hier de volledige tips met hun uitleg

—–

Binnenkort beschikbaar. Als eerste jouw digitale exemplaar ontvangen?

→ Schrijf je hier in …

—–

Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

—–

Supporters Denis Doeland

Achtergrond: 5 artikelen die Dotan had moeten lezen

Geschatte leestijd - 6 minuten

De muziekindustrie is een volledig digitale industrie. Heb je de relatie met fans zorgvuldig opgebouwd, dan gaat het businessmodel werken, zo weten we inmiddels. Waarschijnlijk is dit principe de afgelopen tijd aan Dotan voorbij gegaan. Deze muzikant zette nepaccounts (in de media steevast ‘een trollenleger’ genoemd) in op social media om zijn imago op te poetsen.

Onderzoekers Mark Misérus en Robert van der Noordaa van de Volkskrant vielen van de ene verbazing in de andere, toen ze Dotan’s social media kanalen onderzochten. Maar had Dotan kunnen weten dat hij de levenslijn van zijn businessmodel op het spel zette? De vijf onderstaande artikelen uit de afgelopen vijf jaar hadden de artiest wellicht kunnen behoeden voor deze misstap.

1. Start from scratch denk digital first

De verandering van het tijdperk waarin we leven, wordt gedreven door technologie. Toch zijn het nog altijd mensen die het werkelijke verschil maken. Digitalisering vraagt om veranderingen in een organisatie rondom een artiest, om andere processen en systemen. Het vraagt bovenal om een persoonlijke transformatie van de artiest zelf en de personen rondom een artiest en zijn organisatie. Het vraagt van hen een digitale mindset.

Andere type fans en klanten zijn ontstaan, die always connected, en goed geïnformeerd willen zijn. Ze zijn beter in staat zelf onderscheid en bewuste keuzes te maken. Fans en klanten zijn nu assertiever, nemen minder snel iets voor waar aan en eisen connectie en transparantie. Voor hen staat de relatie met de artiest voorop. Daarmee is het ‘content = relatie = informatie’-principe de basis geworden van de waardepropositie van het businessmodel van de muziek- en entertainmentindustrie.

Lees hier meer …

2. De relatie tussen social media buzz en verkoop

Onderzoek laat zien dat interactie op social media tot een hogere omzet leidt. Zo blijkt uit een Amerikaans onderzoek dat fans en klanten die zich via social media binden aan bedrijven en deze bedrijven volgen, ook trouwere klanten zijn. Het onderzoek toont tevens een indirect verband aan tussen social media en omzet. Toch beweert de School of Management, Universiteit van Buffalo (New York), dat fans of klanten die participeren in de social media activiteiten van een bedrijf, deze vaker met een bezoek vereren.

Op basis van datzelfde onderzoek stelt Ram Bezawada, assistent professor bij de eerder genoemde instelling, dat deze klanten gemiddeld 5,6 procent meer besteden dan de klanten zonder binding via social media. Over de betrouwbaarheid van de uitkomst van dit onderzoek valt niet zoveel te zeggen, want als basis gebruikte men de klantgegevens en het bestelgedrag van één onderzocht bedrijf.

Lees meer in dit artikel over social media en merkentrouw en branding …

—–

robots 114

—–

3. Echte fans of robots

Denk je dat vanaf het moment dat Facebook in 2012 is begonnen met zijn netwerk op te schonen van twijfelachtige fans, dat bedrijven, organisaties en merken eindelijk het belang van echte relaties met fans beginnen te begrijpen?

Bedrijven, organisaties, merken en ook artiesten zijn nog steeds bereid om hun reputatie, (financiële) waarde, integriteit, ethiek, vertrouwen, de relatie met fans en klanten op het spel te zetten voor een paar honderd of een paar duizend ‘twijfelachtige’ fans op bijvoorbeeld Facebook. Dotan is niet het enige voorbeeld.

Lees hier meer …

4. Dubieuze vrienden maken dubieuze data

Als organisatie zal je financieel devalueren, als je netwerk niet in orde is. Vooral ‘echte’ fans zullen vertrouwen verliezen als ze doorkrijgen dat ze deel uitmaken van een netwerk met robots. Het is de kwaliteit van het netwerk dat op termijn de waarde bepaalt. Niet de kwantiteit.

Het kopen van nep-Facebook-vrienden, valse Twitter-volgers of valse LinkedIn-connecties draagt niets bij aan een merk. Ze hebben geen waarde toe te voegen, niet in context, niet in financiële zin. Het verhoogt alleen de cijfers, als dat belangrijk voor je is. Dubieuze vrienden maken dubieuze data. Dotan’s trollenleger kocht in ieder geval geen kaartjes.

Lees hier meer …

5. Luisteren op social media

Social media heeft als uitdaging dat je als bedrijf of organisatie geen controle hebt over de content die er op verspreid wordt. Het zijn immers mensen die over jou of jouw product gaan praten. Daar moet je mee leren omgaan en dit vereist een andere denkwijze. Als organisatie of bedrijf op social media ben je ook meteen het kwetsbaarst. Wees doordacht en verdiep je in de ‘dynamische’ spelregels van social media. Wees je bewust dat wanneer je je met een bedrijf of organisatie op het social media-terrein begeeft, je ook volledig dient mee te spelen volgens de spelregels. Die regels kun je hier vinden.

Social media is geen ‘push’ medium. Enkel ‘top down’ communicatie is uit den boze. Je kunt niet alleen maar boodschappen zenden die je als organisatie of bedrijf kwijt wilt. Je zal een dialoog moeten aangaan met jouw gevolg van fans, vrienden of connecties. Dat deed Dotan met zijn trollen. Bedenk dat de discussie altijd verder gaat zonder jou. Als je de keuze hebt: dan liever toch met jou! Dat vergat Dotan. Daarnaast dien je als bedrijf, organisatie of merk te realiseren dat het opbouwen van een gevolg niet vanzelf gaat. Je dient ‘vrienden of connecties’ te maken om ‘vrienden of connecties’ te krijgen. Dit is een mooie uitdaging voor organisaties of bedrijven. Het vergt ‘omdenken’. Traditionele regels zul je moeten laten varen.

Wanneer je altijd volgens de spelregels speelt, dan moet je je als organisatie of bedrijf goed realiseren dat je het opgebouwde gevolg en de opgebouwde reputatie zo weer kwijt bent als je niet oppast. Dit zal in het geval van Dotan de komende weken gaan blijken.

Lees hier meer …

—–

Dotan's gewraakte post.png

Dotan’s nepberichten

—–

Fan-relatie belangrijk

Bijna 10 jaar geleden werd aangetoond dat de relatie tussen fans en content een cruciale factor is in het nieuwe businessmodel van de artiest. Twee onderzoekers aan de Stern Business School, van de Universiteit van New York, onderzochten al in 2008 of een relatie te vinden was tussen het aantal verkochte cd-albums en de hoeveelheid online ‘buzz’ rond deze albums. Hiertoe volgden zij twee maanden lang de discussies en het aantal verkopen rond 108 muziekalbums. Die relatie bleek te bestaan.

Volgens de onderzoekers zijn vooral blogs en sociale netwerken nauwkeurige indicatoren voor de hoeveelheid verkochte albums. Daaruit bleek bijvoorbeeld dat, als er veertig of meer unieke blogposts over een album geschreven werden, het aantal verkochte cd’s gemiddeld verdrievoudigde. Let wel: dit is wanneer gekeken wordt naar kleine onafhankelijke platenmaatschappijen. Kijk je enkel naar de ‘grote vier’, zoals onder andere Sony Music, dan werden er met hetzelfde aantal blogposts vijfmaal zoveel cd’s verkocht.

Een andere interessante constatering was dat een album zes keer meer dan gemiddeld werd verkocht wanneer er meer dan 250 blogposts over geschreven werden. Ook het aantal ‘vrienden’ dat een bepaalde band op MySpace had, bleek een goede indicator voor de hoeveelheid verkochte cd’s. Wanneer een band meer vrienden kreeg, ging ook het aantal verkochte cd’s omhoog. De onderzoekers gaven wel aan dat de relatie tussen deze factor en de muziekverkoop veel minder sterk was dan bij blogposts. Ze vermoedden dat dit was omdat het toevoegen van een band als vriend een vrij passief proces is, vergeleken met het schrijven van een blogpost.

——

History_Facebook_2018-04-17_Dotan.001

—–

Tot slot

De levenslijn van het businessmodel van de artiest is de relatie met zijn fans. Het staat immers vast dat fans op social media in relatie staan tot muziekconsumptie en optredens. Behoudt Dotan zijn 137.000 fans op Facebook? Oktober 2014 ben ik de data van Dotan gaan volgen. Sinds januari 2016 is het aantal fans van Dotan op Facebook slechts met zo’n 2 procent toegenomen: van 131.000 naar 134.000. Na 5 april j.l. schoot het aantal ineens boven de 137.000.

Dotan dacht het sentiment rondom zijn ‘merk’ positief te kunnen beïnvloeden. En daarmee zijn carrière. Dat dacht fractievoorzitter van de CDA van Haersma Buma bijna zes jaar geleden ook. Daar kwam hij destijds nog mee weg. Ook hij zette zijn waardepropositie op het spel, net als Dotan nu zijn waardepropositie op het spel zet.

De actie van Dotan getuigt echt van digitale naïviteit, als je het mij vraagt. Juist in een tijd waarin hoaxen, fake- of nep nieuws onder het vergrootglas liggen. Hopelijk bieden bovenstaande artikelen uitkomst en behoeden deze stukken artiesten, maar ook organisaties, voor de valkuilen van de digitale wereld. Dotan heeft ze in ieder geval niet gelezen. Dat blijkt wel uit zijn excuusvideo. Ik raad hem aan om het vijfde artikel zeker te lezen.

Lees ook

→ Het eindspel van de dance industrie

—–

Binnenkort beschikbaar. Als eerste jouw digitale exemplaar ontvangen?

→ Schrijf je hier in …

—–

Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

—–

Supporters Digitaal Vermogen

 

Achtergrond: Drie kernelementen van de nieuwe eenvoud

* Dit is het voorwoord uit de nieuwe uitgave ‘Digitaal vermogen – De kracht, macht en potentie van elke organisatie’ die binnenkort verschijnt.

De digitale verandering wordt in de praktijk (helaas) nog vaak gezien als de automatisering van systemen. De ontwikkeling van software en data wordt door velen als het gouden ei gezien. Dat is zonde: doorgaans moeten juist de processen en de mindset veranderen, wil je een digitale verandering optimaal laten verlopen. De belangrijkste spelers in die processen zijn en blijven namelijk mensen, niet de computers en software die deze mensen ondersteunen. Techniek is immers een middel, niet een doel.

Kleine stapjes

Het is belangrijk om de transformatie naar een digitaal volwassen onderneming te laten plaatsvinden in kleine stapjes. Nog te vaak verzanden transformaties in grootscheepse, complexe en moeilijk beheersbare trajecten. Bij de implementatie van de gewenste verandering moeten er twee uitgangspunten zijn: het reduceren van de complexiteit en ‘de nieuwe eenvoud’.

De huidige veranderingen worden gedreven door technologie, dat staat buiten kijf. Maar het zijn en blijven mensen die het verschil gaan maken. Digitalisering vraagt om een transformatie van de organisatie, de processen en de systemen. Maar het vraagt bovenal om een persoonlijke transformatie: de mindset moet veranderen en de angst om te verliezen wat je hebt, zonder te weten wat je krijgt, moet overwonnen worden.

Ruimte en richting

De juiste sturing is een belangrijke succesfactor voor organisaties die besluiten om de digitale verandering aan te gaan. Ruimte en richting moeten worden geboden. Digitale verandering grijpt (bij voorkeur) in op het maken van verbindingen tussen klanten, leveranciers, partners en concurrenten; een eerste levensbehoefte voor vrijwel alle bedrijven. Laat de organisatie de verantwoordelijkheid voor verandering oppakken en reduceer zo de complexiteit. Geef het een raamwerk dat ingevuld kan worden. Zodat het kan groeien, optimaliseren en versnellen. Op deze wijze wordt veranderen eenvoudiger en natuurlijker.

Feit is dat transformatie gaat over verandering. Of het nu gaat om een nieuwe manier van bedienen, een nieuwe manier van denken en werken of het realiseren van een digitale missie. Hierdoor veranderen processen, helpt informatie in het nemen van beslissingen en staan mensen centraal in processen. Transformeren naar een digitaal volwassen onderneming of organisatie valt of staat bij het kunnen beheersen van de verandering en het besef dat hierin de grootste uitdaging ligt. Onthoud dan ook: verandering is niet iets wat met open armen wordt ontvangen, tenzij de voordelen meteen duidelijk zijn. Digitale transformatie is en blijft mensenwerk.

Verandering definiëren

De digitale transformatie laat zich (volgens mij) als volgt definiëren: “De verandering die een onderneming ondergaat, waar binnen bestuurders of bedrijfseigenaren waarde willen creëren door de inzet van het digitale ecosysteem, waarbij op basis van vastgestelde doelen in stappen, door analyses (en de daaruit voortvloeiende inzichten) navolgende doel wordt bereikt: de optimalisatie van de organisatie, het analoge en digitale vermogen.”

Hoe krijg je grip als organisatie op de digitale verandering? Hoe maak je het veranderingsproces meetbaar? Hoe maak je het financiële resultaat inzichtelijk? In deze uitgave geef ik antwoord op deze vragen. Eerst is het nodig om verder in te zoomen op het begrip vermogen, zodat duidelijk wordt dat het in deze uitgave uit drie elementen bestaat.

Er zit vermogen opgesloten in elk digitaal ecosysteem. Volgens de Van Dale is vermogen: 1.) gave, begaafdheid 2.) kracht, macht; = capaciteit: aanpassingsvermogen, arbeidsvermogen, doorzettingsvermogen, gezichtsvermogen, uithoudingsvermogen 3.) (boekhouden) het totaal van de creditposten op de balans: eigen vermogen vermogen minus schulden 4.) (in het algemeen) rijkdom, geld, bezit.

Om aan de slag te kunnen met de digitale verandering, is het van belang om te beseffen dat deze verandering uit drie fundamentele kernelementen bestaat. Dat zijn:

  • Kracht: het kwantificeerbare deel van het eigen ecosysteem over tijd
  • Macht: de kunde om doelen en doelstellingen te realiseren
  • Potentie: het in geld uitdrukken van het digitale bezit van een organisatie of onderneming

Kracht, macht en potentie

Kracht is de natuurkundige grootheid die een voorwerp van vorm of van snelheid kan veranderen. Door de werking van een kracht kan arbeid verricht worden. Krachten kunnen ook worden genoemd naar hun oorzaak of werking. Kracht betekende aanvankelijk de lichamelijke (spierkracht) of geestelijke (geestkracht) voorwaarde voor bepaalde handelingen. Later betekende het ook: de uitvoering van de handeling, het uitoefenen van kracht. Oftewel: kracht is het aanwenden van een vermogen. Dit kan een organisatie ook.

Iemands macht is het vermogen dat diegene heeft, om iets te (kunnen) doen, binnen de mogelijkheden die hij of zij heeft. De mogelijkheden die er zijn, bepalen dus diegene zijn macht, oftewel zijn kunnen. Afgezien van mogelijke beperkingen, is de wil van iemand en het daarbij behorende doorzettingsvermogen cruciaal voor het verloop van het kunnen. Dus: als iemand niet wil, dan zal er ook niets gebeuren en bereikt worden. Iemand die niet doorzet, geeft op en realiseert zijn doelen en doelstellingen dus niet. De doelen liggen niet binnen het vermogen. Deze vlieger gaat ook op voor organisaties.

Het vermogen als potentie in financiële zin. Volgens de klassieke Franse vermogensleer was het vermogen noodzakelijkerwijs verbonden aan de persoon. Vermogen karakteriseerde de relatie tussen personen en het vermogen was te vatten in drie stellingen: alleen personen hebben een vermogen, elke persoon heeft een vermogen en elke persoon heeft slechts één vermogen. Het vermogen werd bestempeld als een juridische algemeenheid en was de vermogensrechtelijke uitvloeiing van de persoon. In een modernere opvatting blijft deze theorie echter niet overeind. Men is tot het inzicht gekomen dat vermogens met een doel (dus ook een organisatie of onderneming) verbonden kunnen zijn, en niet noodzakelijk aan een persoon. Met andere woorden: elke organisatie heeft een bepaalde potentie, dat wil zeggen: het in geld uit te drukken digitale bezit van de betreffende organisatie of onderneming.

Omslag in denken

De technische implementatie van nieuwe digitale technologieën is zeer belangrijk, maar niet doorslaggevend voor succes. Voor een belangrijk deel draait een succesvolle verandering juist om mensenwerk. Transformeren naar een digitaal gedreven organisatie omvat een fundamentele omslag in het denken, handelen en organiseren. Het is een uitdaging om hierop te sturen, een transformatie te begeleiden en iedereen mee te krijgen in de verandering. Essentieel is om mensen op een slimme, subtiele manier de goede kant op te sturen. Dit doe je niet vanuit de controle en beheersing, maar door juist richting te geven en ruimte voor vernieuwing te creëren.

Het foutief toepassen van technologie kan een hele organisatie versneld onderuit halen. Technologie creëert dan ook geen succes, maar de juiste toepassing ervan wel. Gebruik nieuwe technologie pas zodra duidelijk is hoe het de organisatie gaat versterken. Organisaties kunnen en moeten tegenwoordig succesvol pionieren, maar moeten dit wel doen met doelstellingen in het achterhoofd. Een valkuil die op de loer ligt, is dat technologie leidend wordt gemaakt, in plaats van de doelstellingen.

Het uitstippelen van een nieuwe digitale koers en digitaal transformeren is een avontuurlijk traject. Het vraagt om vertrouwen van alle betrokkenen. Worden de juiste keuzes gemaakt? Staat iedereen achter de plannen en doen ze straks ook mee? En hoe denken externe partijen over de transformatie? Een digitale strategie bepalen en uitvoeren is alleen mogelijk wanneer ook externe netwerken hier actief bij betrokken worden. Het is essentieel om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen, wil je een digitale transformatie laten slagen.

De nieuwe eenvoud

Hoe meer gegevens je aan elkaar koppelt, hoe meer er mogelijk is. Stel je voor dat je data uit verschillende systemen combineert. Dan zijn geweldige voorspellingen mogelijk. De nieuwe eenvoud gaat over het integreren van informatie die afkomstig is uit technologieën en van verschillende partijen. Daar kun je vervolgens een intelligente laag (zoals een raamwerk) overheen leggen, die de data en technologie bruikbaar maakt voor gebruikers en processen. Zo worden de drie kernelementen zichtbaar.

Het toepassen van nieuwe technologie zou voor iedere organisatie moeten leiden tot efficiëntere en effectievere processen, het ontwikkelen van nieuwe diensten en producten, omzetgroei en waardevermeerdering. Ben je als organisatie in staat de drie kernelementen (kracht, macht en potentie) van vermogen via jouw raamwerk inzichtelijk te maken, dan wordt het veranderingsproces voor mensen in een organisatie zonneklaar: er is een duidelijke richting voor de verandering.

Lukt bovenstaande, dan transformeer je naar een digitaal data gedreven en volwassen onderneming. Alleen zo bereik je de status van digitale volwassenheid die op termijn automatisch aangestuurd kan worden. Aan de slag. Op naar de nieuwe eenvoud! Het digitale vermogen.

—–

Binnenkort beschikbaar. Als eerste jouw digitale exemplaar ontvangen?

Schrijf je hier in …

—–

Lees ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

—–

Supporters Digitaal Vermogen

digitale volwassenheid

Achtergrond: Data de onzichtbare goodwill op de balans

Geschatte leestijd - 8 minuten

“Onze zoektocht begon met het woord ‘goodwill’. Denis stelde dat je klantdata altijd als goodwill op een balans kan zetten, wat een positief effect heeft op de waardering van een bedrijf. Ik stelde dat klantdata alleen op de balans kan verschijnen, zodra er een transactie plaatsvindt – dus een bedrijf koopt of verkoopt. Uiteindelijk werden we het erover eens dat dit deel van de goodwill op een balans thuishoort als je klantdata aantoonbaar kunt gebruiken om meer omzet te generen” zo vertelt Pim van Berkel.

Pim is docent op de Nyenrode New Business School in Amsterdam en directeur van Fanalists, dat een data gedreven methode – het Business Acceleration Framework – levert, dat bedrijven in waarde helpt groeien door slimmer gebruik van data te maken. Hij werkt dagelijks met data van klanten om hun omzet te laten stijgen, hun data op orde te krijgen en zo in waarde te laten toenemen.

—–

Balans perspectief en cohorten.001

—–

Traditioneel bankieren niet perfect

Laten we eerst een stap terug zetten. We kijken hoe een bank naar de waarde kijkt en hoe waardering op een andere manier kan plaats vinden. Wat is de waarde van een bedrijf? Wat is goodwill en hoe draagt goodwill bij aan de bedrijfswaardering?

Traditionele bankiers kijken naar de bezittingen die op de balans van een bedrijf staan. De waarde van deze bezittingen staan, volgens de traditionele bankiers, garant om een geldlening te verstrekken met dezelfde waarde. Komt het bedrijf in de problemen, dan worden alle bezittingen verkocht. Daarmee betaalt het bedrijf de lening terug aan de bank. Hieronder een traditioneel perspectief van het klassieke financieren op basis van balanswaarde.

Visueel bekeken, ontstaat er een ratio, welke ‘Loan to value’ wordt genoemd. In dit voorbeeld is deze ratio 75 procent. Met andere woorden, de verstrekte geldlening van 750.000 euro is uitgegeven op basis van 75 procent van de totale waarde van alle bezittingen (die samen 1 miljoen euro waard zijn).

Deze manier van bankieren is niet perfect. Als de waarde van de bezittingen dalen (door de economie of marktomstandigheden), wordt het risico groot dat leningen niet voldoende gedekt zijn door de waarde van de bezittingen. Bij afnemende omzet en winsten, zal de voorraad cash ook dalen en ontstaat er al snel een bedreigend liquiditeitstekort. Een andere manier van bedrijven waarderen, is door alle contant gemaakte toekomstige kasstromen bij elkaar op te tellen. Hierdoor valt de digitale klantenkring te waarderen.

Nieuwe manier van waarderen

De lange termijn waarde van een digitaal ecosysteem wordt voornamelijk bepaald door de waarde van de klantrelaties: relaties tussen klant en bedrijf, tussen fans en klanten onderling. De bestaande en toekomstige relaties bepalen voornamelijk de toekomstige inkomsten (ook wel kasstromen of cash flow genoemd). Deze toekomstige kasstromen worden contant gemaakt tegen een rendementseis. Hiermee is het zogenaamde klantkapitaal ontstaan. Met andere woorden; een vorm van goodwill, ook wel het digitaal vermogen genoemd, valt hiermee op de balans te plaatsen zodra het bedrijf wordt aangekocht.

Het bepalen van de toekomstige kasstromen is gecompliceerde materie, aangezien klanten een wisselende levensduur hebben. Dit komt niet alleen door hun leeftijd, maar ook door de verschillende levensduur van klanten – die mede wordt bepaald door de mate van interesse in het product of dienst dat een bedrijf aanbiedt. Daarom is het aan te raden om bij het bepalen van de bedrijfswaardering groepen fans of klanten in te delen in verschillende cohorten binnen de toekomstige perioden. De aanname wordt gemaakt dat naarmate de tijd vordert, de cohorten groter zullen worden. Hieronder vind je een voorbeeld van dergelijke cohorten, die in de formule direct contant zijn gemaakt door ze te delen door de rendementseis.

—–

Balans perspectief en cohorten.002

—–

Nieuwe strategie

Bij de nieuwe wijze van waarderen, hoort tevens een andere aanpak. Veel meer dan voorheen, zal er naar data verzamelingen en data mutaties gekeken gaan worden uit diverse systemen en aan elkaar gelinkte applicaties. Auditors krijgen meer dan voorheen de kans hun kunsten te vertonen. Data-validatie en het dataverkeer over de interne en externe digitale snelwegen zal in kaart gebracht moeten worden. Belangrijk is en blijft het feit of er uit de digitale strategie een directe ‘cash flow’ of voordeel voortvloeit.

Het onderstaande stappenplan is een suggestie en heeft in beginsel veel weg van de te nemen stappen binnen data-analyses. Echter, deze stappen houden op, nadat de gewenste informatie naar boven is gehaald. Om daadwerkelijk een Return on Investment uit social media te kunnen berekenen, zal verder dan dat gekeken moeten worden. ‘Big Data’ wordt na analyse ‘Rich Data’. ‘Rich Data’ vertaalt zich in cash flow wanneer nieuwe verdienmodellen, een nieuw publiek bereikt is of nieuwe product-markt combinaties mogelijk zijn.

Dit is het stappenplan voor een positief financieel resultaat van een digitale strategie:

  1. Opzetten en aanleggen van een eigen digitaal ecosysteem binnen en met bestaande sociale platforms;
  2. Delen en verspreiden van producten en diensten;
  3. Verzamelen en opslaan van data vanuit meerdere sociale platforms;
  4. Valideren van alle verzamelde gegevens;
  5. Analyseren en in kaart brengen van koopbehoeften;
  6. Opzetten en uitbouwen van zowel huidige als nieuwe verdienmodellen;
  7. Op een betrouwbare en efficiënte wijze incasseren van de nieuwe kasstromen.

Financiële formule

De financiële formule van een digitale strategie ziet er als volgt uit:

  • NPV = Net Present Value (de waarde per vandaag)
  • C0 = Investering en kosten van het opzetten en aanleggen van de digitale strategie
  • Ct= Netto Cash in Flow periode t
  • r = Discount rate (veelal een WACC)

Formule Social Media waardering

Het moge duidelijk zijn dat bij online marketing via het internet ecosysteem kasstromen meer meetbaar zullen zijn dan bij offline marketing (bijv. een direct mailing of direct contact). Bovendien kan het bereik nog eens extra toenemen doordat fans met elkaar hun sociale leven willen delen. Niet alleen de eerste gebruikers en fans worden bereikt, maar ook hun vrienden en diens netwerken. Het marktpotentieel wordt hiermee aanzienlijk vergroot. Daarnaast wordt met de aanwezigheid van de huidige software, marketing veel transparanter en meer meetbaar dan voorheen door geavanceerde meetinstrumenten en modellen.

Nieuwe producten ontwikkelen

De huidige methoden en technieken van (integrale) bedrijfswaarderingen moeten onder de loep genomen worden. Historische cijfers en resultaten uit het verleden geven steeds minder garantie voor de toekomst. Hoe kan, met die kennis in het achterhoofd, je bedrijfswaarde zoveel mogelijk laten stijgen? Daarvoor bedachten Pim van Berkel en ik al vrij snel zo’n 30 product- of dienst-categorieën voor.

Daarmee verhogen bedrijven, merken of festivals hun omzet mee, aan de hand van data. Van Berkel biedt bedrijven, met het bedrijf Fanalists, data-inzichten waardoor ze aanverwante producten mee kunnen ontwikkelen of verkopen. Het goede nieuws: het ontwikkelen en optimaliseren van nieuwe verdienmodellen draagt z’n vruchten af. Onder andere de Armin van Buuren case is een duidelijk voorbeeld van het optimaliseren van een verdienmodel door data gedreven verkoop waarbij Fanalists betrokken was.

Van Berkel: “Het gaat verder dan het verkopen van tickets. Denk ook aan het verkopen van kleding, horloges, parfum, magazines of abonnementen op Spotify of eigen muziekkanalen. Als een festivalorganisatie zijn data op orde heeft, dan valt er veel doelgerichter samen te werken met andere bedrijven of eigen producten te ontwikkelen. Misschien vinden de bezoekers van jouw festivals de schoenen van Adidas vaker leuk dan de schoenen van Nike. Dan kan Nike besluiten om gericht te adverteren op jouw festival of social media kanalen.”

—–

the voice data model

—–

Meer dan zenden

Het begint volgens Van Berkel met een simpel principe: bedrijven moeten meer doen dan alleen maar zenden. “Denk eens aan het populaire tv-programma The Voice is bezig met uitzenden. Ze staan er echter niet altijd bij stil wat de perceptie is van de ontvanger. Verdiep je eens in de voorkeuren van de doelgroep. Zo valt er veel gerichter een sponsor voor het programma te vinden. Wil je nieuwe omzetmogelijkheden ontdekken, begin dan eerst met het leren kennen van je doelgroep.

Bovenstaande afbeelding illustreert wat Van Berkel bedoeld. Dit is de eerste tekening die hij samen aan de hand van mijn verhaal maakte. Er stroomt data uit de social media kanalen van The Voice. Hierdoor heb je voor ogen hoe de doelgroep er uitziet. “Hierdoor is het mogelijk om samenwerkingen op te zetten die renderen voor adverteerder en het tv-programma. Daardoor is het mogelijk om niet alleen de licentie te verkopen aan (buitenlandse) tv-zenders, maar ook de samenwerkingen door te verkopen. Hierdoor wordt de licentie voor The Voice een stuk meer waard. Met andere woorden: hierdoor stijgt de brand equity (de merkwaarde), de waardering en dus het digitaal vermogen van The Voice.”

—–

—–

Waarde van data

Dat een bedrijf, merk of festival meer omzet kan genereren of een hogere bedrijfswaardering kan realiseren door slim met data om te gaan, is goed nieuws. Maar, laten we eerlijk zijn, ook nog niet erg specifiek. Wat is een Facebook-like precies waard? “Daar hebben we grove aannames op gedaan waarbij het is mogelijk om de waarde van een fan te bepalen. De waarde van een fan is ook afhankelijk van het business model van jouw bedrijf: verkoop je abonnementen, dan is een klant al snel meer waard – en een potentiële klant (of fan) dus ook.”

“Bovenal gaat het om twee andere zaken: zijn toekomstige inkomsten waarschijnlijk en verricht je voldoende inspanningen om met de data-inzichten aan de gang te gaan? “Denk bijvoorbeeld aan Strandfestival Zand, waar veel ouders met jonge kinderen komen, dan zul je anders mee moeten omgaan dan een hardcore dance festival. Data rendeert pas als je er effectief mee omgaat. Data zelf is niets waard. Het prettige van data is dat de verkoopafdeling beter kan worden bediend en aangestuurd op basis van de data-analyse die je hebt gedaan. Benader jij die banken of verzekeraars niet, met de data-inzichten in de hand, dan stijgt je bedrijfswaardering niet. Anders gezegd: vaar je de haven niet uit, dan ontdek je nooit nieuwe werelden.”

Vijf voor twaalf in festival-land

Het is logisch dat festivals zoeken naar een manier om in te zetten op slimmere vormen van marketing: er zijn steeds meer festivals. “Veel festivals hebben daarbij een grote naam zoals Armin van Buuren, Hardwell of Afrojack. Dat maakt je festival dus niet meer uniek. Hoe ga je het dan anders doen? Door de prijs te laten zakken, zoals vaak gebeurt. Daar houdt de creativiteit, helaas, op. Het is met name relevant voor nieuwe festivals – een Lowlands verkoopt vaak wel uit – die nog moeten komen bovendrijven. Financieel gaat het niet goed met een hoop festivalorganisaties, als je naar de cijfers bij de Kamer van Koophandel kijkt.

De oplossing volgens Van Berkel? “Een eenmaal opgebouwde relatie met een fan of klant zou ik koesteren en de relatie aanhouden. Er is vaak sprake van een cyclus: een paar maanden voor het festival is er veel communicatie, tijdens het festival wordt er iets gecommuniceerd, vlak daarna – maar daarna is het helemaal stil. Terwijl er dan nog genoeg valt te delen. Natuurlijk zou je kunnen vertellen welke muziek er gedraaid werd, welke kleding er van het festival te koop is, maar waarom zou je niet een mini-reünie organiseren? Organiseer bijvoorbeeld een (online) brainstormsessie, samen met je fans. Vraag hen: wat kan er komend jaar beter? Waar heb je nog meer behoefte aan? Zo kan je je als festival nog onderscheiden.”

“Kortom: wanneer je de haven niet verlaat, zul je nooit nieuwe werelden bereiken”

Vragen over de waarde van data van jouw organisatie? Contact pim.vanberkel@fanalists.com

Lees ook

Bekijk ook

→ Wil je als eerste de nieuwe uitgave ontvangen? Schrijf je hier in

 

Check ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

supporters of Denis Doeland

 

NPO

Achtergrond: NPO en haar digitale worsteling

Geschatte leestijd - 10 minuten

Het begrip naïviteit heeft meerdere betekenissen en kan zowel positief als negatief worden uitgelegd. Naïviteit kan staan voor een onbevangen blik, maar kan ook verwijzen naar onnozelheid, gebrek aan wereldwijsheid en verwijtbare onwetendheid. In mijn werkveld, veelal de wereld van media en entertainment, heb ik veel met digitale naïviteit te maken. Sterker nog, het is een oorzaak van de digitale worsteling van de NPO.

Digitale naïviteit

Ik ben nauw betrokken geweest bij de opkomst van de digitale wereld en heb meegemaakt hoe internet en sociale media het speelveld hebben veranderd. Organisaties wisten, toen deze technologie opkwam, niet goed hoe ze met die nieuwe digitale wereld om moesten gaan. Daarom ben ik medio 2000 opnieuw gaan nadenken over de context binnen de digitale wereld.

Ik zocht naar antwoorden op de volgende vragen: hoe is het gesteld met de relatie tussen apparaten en hun interfaces? Worden netwerken wel voorzien van de juiste content? Worden de connecties met de fans en klanten wel op de juiste manier benut? Hoe stuur ik het digitale businessmodel aan? Is een ego-systeem of een ecosysteem-denken wenselijk? Door een antwoord op deze vragen te zoeken, steeg mijn begrip van de digitale wereld geleidelijk. Mijn digitale naïviteit verdween als sneeuw voor de zon. Waarom moeten contentmakers en netwerken van vandaag iets doen aan hun digitale naïviteit? En in welke mate bestaat dergelijke naïviteit bij de publieke omroep?

—–

NPO

—–

Publieke omroep

De publieke omroep zendt uit op verschillende radiozenders en beschikt over drie televisiezenders (voorheen Nederland 1, 2 en 3). Om de publieke omroep in een digitaliserende wereld herkenbaarder te maken, worden deze zenders sinds augustus 2014 over de gehele linie aangeduid als NPO (1, 2 en 3).

De bestuursorganisatie van de gehele Nederlandse publieke omroep bepaalt de strategie en de programmering in samenwerking met de landelijke omroepen. De missie van de NPO luidde in het verleden: “De Nederlandse Publieke Omroep is van iedereen en voor iedereen. We maken programma’s op radio, televisie en internet. Die programma’s verbinden je met de wereld om je heen.”

Ideale digitale wereld

Uit het Concessiebeleidsplan 2016-2020 (gepubliceerd in 2015) valt het volgende te lezen. “De Nederlandse Publieke Omroep is een bindende factor in onze pluriforme samenleving. Voor, van en – steeds vaker ook – met kijkers en luisteraars. In ons aanbod laten we de veelstemmigheid en veelkleurigheid van de Nederlandse samenleving zien en horen.”

Verder stelt het plan het volgende: “Een samenleving waarin voor iedereen plek is en waar mensen zich ondanks verschillen onderling verbonden weten. Voor al die mensen maken we herkenbare programma’s; toegankelijk, onafhankelijk en van hoge kwaliteit. Programma’s die onze kijkers en luisteraars niet willen missen. Programma’s die houvast geven in een hectisch bestaan, in een steeds veranderende wereld. Omdat ze ons publiek op de hoogte houden, omdat ze hen inspireren en – niet in de laatste plaats – omdat ze voor hen gemaakt zijn.”

Wanneer je bovenstaand leest, zou je vermoeden dat de NPO voor het internet gemaakt is. Er wordt een organisatie beschreven die betekenisvolle en impactvolle content maakt en distribueert, verbinding met de samenleving wilt maken en zich in de digitale wereld begeeft. Het gaat hier in feite om een eigen ecosysteem binnen het gehele digitale ecosysteem. Maar waarom werkt dit ecosysteem zo moeizaam?

—–

NPO Start.png

—–

Eén domein

Shula Rijxman, lid van de Raad van Bestuur van de NPO, heeft (in deze tweekoppige raad) de innovatie-agenda in haar portefeuille. Zij is in die rol betrokken bij digitale innovaties, zoals videostreamingdienst NL ziet, een samenwerking met RTL en SBS. Ook is ze verantwoordelijk voor de, volgens sommigen, omstreden nieuwe merkstrategie van de publieke omroep, waardoor Nederland 1, 2 en 3 zijn vervangen door NPO 1, 2 en 3. De gedachte waaruit het nieuwe NPO Start (‘de NPO-homepage’) ontsprong, was: één domein voor alle content.

NPO Start is van levensbelang voor de publieke omroep. De kijker wil programma’s zien waar en wanneer het hem of haar uitkomt. Bovendien verwacht de kijker dezelfde vlekkeloos werkende techniek, prettige interface én een even rijk aanbod als bij Netflix, YouTube, Amazon, Facebook, Disney of Ziggo.

Eén miljoen Nederlanders maken dagelijks gebruik van NPO Start, de digitale videodienst van de publieke omroep. „Een succes”, jubelde bestuursvoorzitter Rijxman begin dit jaar. Volgens Multiscope besteden Nederlanders nu de helft van hun video-on-demand-kijktijd bij Netflix. Aan YouTube besteden ze achttien procent van hun tijd. NPO Start komt op een derde plek en is goed voor tien procent.

De nieuwe diensten – door velen nog steeds Uitzending Gemist genoemd – en de betaalde variant NPO Start Plus hadden een allerminst goede start. Sinds de herlancering in juli 2017 kampt de videodienst van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) met storende fouten. Beide diensten zijn echter essentieel voor de digitale toekomst van de publieke omroep in Nederland.

Dilemma en data

Om een betekenisvolle rol te spelen in maatschappij en het medialandschap, wil de NPO haar impact voor en door het publiek verder vergroten. Het wil verder bouwen aan het eigen, online, publieke domein van onderling verbonden (omroep)portals, websites en apps. Ook zal de NPO aanwezig zijn op de platformen van derden, om zo de vindbaarheid en aantrekkelijkheid van het eigen aanbod te versterken en de interactie met het publiek te vergroten. Daarbij maakt de NPO gebruik van die technologische innovaties die de ambitie moeten ondersteunen en aansluiten bij de behoeften van het publiek.

Het grote dilemma voor de NPO is het volgende: hoe kan je concurreren met de tech-reuzen, als je moet werken binnen de Mediawet en met teruglopende inkomsten? Uit alle uitingen van de afgelopen jaren, waarbij steeds de digitale strategie van de publieke omroep ter discussie staat, blijkt dat betrokkenen het digitale ecosysteem niet als een business ecosysteem beschouwen. Terwijl daar juist de kansen liggen voor de NPO.

Ondanks dat de publieke omroep geen winstoogmerk heeft, moet het wel content financieren, worden er relaties aangegaan met kijkers en ontstaat er informatie. Dit is de waardepropositie van de NPO. ‘Content = relatie = informatie’ oftewel ‘rechten = data’. Dat maakt dat er toch een business ecosysteem ontstaat, waarbij er helaas een echte digitale transformatie ontbreekt. Dat is dan ook de digitale naïviteit van de publieke omroep. Er ontbreekt een data gedreven systeem, terwijl data nu juist het middel is dat de NPO verder kan helpen: het is de olie van het business ecosysteem.

De nieuwe diensten van de NPO verzamelen, nadat je je als gebruiker registreert, data. Hierdoor zijn er individuele aanbevelingen te doen. Daarvan kun je je echter vrijwaren door je niet te registreren voor NPO Start. Bij het betaalde NPO Start Plus is registratie (uiteraard) wel noodzakelijk.

NPO heeft als het om data gaat ook een strategie die bij uitstek ‘publiek’ moet zijn, en niet per se commercieel. Mezen Dannawi, de on-demand chef van de NPO, stelt in NRC next: „We willen ver blijven van de ‘dataprut’ van allerlei commerciële partijen. Wij willen kijkers aanbevelingen doen waarmee we hen verrassen en hun blik verbreden. Dat is een publieke taak.” Een uitgekiende datastrategie lijkt te ontbreken. Het sturen van de organisatie aan de hand van een raamwerk lijkt allerminst een zorg van de publieke omroep. Dat valt ook op te maken uit hun plannen.

—–

Business Acceleration Plan 2017

—–

Optimalisatie door raamwerk

In het meest recente plan van de NPO wordt verwezen naar doelmatigheid. “Dat vraagt om een verandering in de mate waarin en wijze waarop we informatie registreren en delen. Om te zorgen dat de informatiedeling en samenwerking optimaler verlopen, zullen we een aantal processen en activiteiten op een andere manier gaan organiseren.”

De financiering van het digitale ecosysteem staat onder druk. De publieke omroep moet zo langzamerhand de eigen broek ophouden. Rijxman vroeg om 50 miljoen euro meer aan middelen voor de digitale activiteiten van de publieke omroep, maar dat verzoek werd afgewezen. De NPO zal moeten starten met het hanteren van een gedegen raamwerk, dat helpt sturen op brand equity, brand reputation performance, marketing efficiency, business acceleratie en business activatie. Dat is: het Business Acceleration Framework.

De NPO besloot NPO Plus als publieke betaaldienst aan te bieden. Het uitgangspunt bij de betaaldienst is daarbij nadrukkelijk gericht op kostenoriëntatie en niet op winstmaximalisatie. De NPO wil de extra kosten voor NPO Plus financieren via een maandelijks abonnement op de distributie van deze online dienst. Er wordt een vergoeding gevraagd aan het publiek dat gebruik van de dienst wenst te maken. De NPO schat in de dienst te kunnen financieren met een tarief tussen de 2 tot 3,5 euro per maand, inclusief btw.

Via het raamwerk kunnen ook de andere verdienmodellen uit het plan van de NPO aangestuurd worden. “Een voorwaarde om te komen tot een optimale mix in het totale portfolio van mogelijke inkomstenbronnen is een deugdelijk rechtenbeheer. Deugdelijk rechtenbeheer is daarnaast van essentieel belang om, in een tijd waarin het aantal afspeelapparaten en verspreidingswijzen toeneemt, als NPO in staat te blijven het publiek via alle mogelijke grote platformen te blijven bereiken. De NPO is van plan om de rechten via een entiteit te exploiteren en zo het rechtenbeheer in gezamenlijkheid te organiseren en professionaliseren.” Dit is de entiteit die het Business Acceleration Framework zou moeten gebruiken, wat er ook toe zou leiden dat het digitaal vermogen bewaakt wordt.

Nog een uitdaging

Vanaf mei 2018 worden bedrijven en organisaties verplicht om zorgvuldiger met consumentendata om te gaan. Ze mogen volgens deze Algemene Verordening Gegevensbescherming bijvoorbeeld geen data meer gebruiken als ze niet vooraf aangeven waar ze die data voor gaan gebruiken. Data mag niet zomaar voor een onbepaalde tijd opgeslagen worden.

De gevolgen van deze wetgeving zijn bijzonder ingrijpend voor de NPO. Door deze wetgeving zullen ze zich allereerst moeten verdiepen in welke data ze hebben en welke data ze gebruiken. De NPO geeft overigens vorig jaar in het NRC Next aan „er hard aan te werken” om op 25 mei – als deze strengere privacywet gaat gelden – aan de regels te voldoen. Het zou raadzaam zijn voor de publieke omroep dergelijke regels meteen aan het raamwerk te koppelen, zodat het digitaal vermogen veilig wordt gesteld.

Toch kansen

Kijkers en luisteraars profiteren natuurlijk van deze veranderende wetgeving. Je krijgt zelf inzicht in de plek waar jouw data is opgeslagen. De controle over de data blijft bij de consument en je zult uiteindelijk zelf op een centrale plek toestemming geven of bepaalde gegevens ingezien mogen worden of niet. Denk bijvoorbeeld aan een dashboard, waarin je per site, app of bedrijf, aangeeft of ze gebruik mogen maken van je data.

De oplossing voor de NPO beschreven we al eerder. Collega Edwin Witvoet is met het zijn bedrijf Jibe betrokken bij een Europees project, dat dit dashboard wil gaan faciliteren via de blockchain. De blockchain is een ‘digitaal grootboek’, waarin gegevens op een decentrale manier zijn vastgelegd. “Door dat decentrale karakter, is automatisch te traceren met welke partijen je data wilt delen en met welke niet.”

Hij vervolgt: “Daarmee is het conform de nieuwe datawetgeving. Ook heeft de consument hierdoor zelf de regie over welke partijen bij zijn of haar data kunnen. Zodra we dit gerealiseerd hebben, hoef je maar aan te vinken of je jouw data met Facebook, Mysteryland of Google wilt delen, of niet. Dat vraagt van bedrijven om je over te halen om jouw data te mogen gebruiken, waardoor ze nog relevanter voor je moeten zijn. Spannende tijden voor bedrijven die bestaande businessmodellen willen verbeteren of nieuwe willen ontwikkelen.”

—–

bestuurskamer

—–

Ecosysteem denken

Toch lijkt de NPO te blijven worstelen met haar digitale uitrol. De Volkskrant schreef eind vorig jaar het volgende: “Ondanks de NPO in haar plan schrijft meer gebruik te willen maken van ‘sociale media als Facebook, YouTube, Twitter, WhatsApp, Instagram en Snapchat’ houdt het vooralsnog vooral vast aan het eigen npo.nl als verspreidingskanaal. En dat terwijl de omroepen AVRO-TROS, KRO-NCRV, de VPRO en BNN-VARA graag willen ‘uitzenden waar het publiek zit’.” Het ego-systeem-denken lijkt toch nog de overhand te hebben bij de NPO.

Het NPO-bestuur vindt dat de publieke omroep de strijd met Netflix, YouTube en Facebook moet aangaan door online één sterk merk te maken: npo.nl. Zij zijn tegen het verspreiden van NPO-programma’s op YouTube en sociale media, omdat de concurrentie daarmee nog machtiger wordt. Digitale innovatie is belangrijk, maar de NPO is geen techbedrijf. Daarom wordt het beschikbare budget vooral aan programma’s besteed. En daar zit nu juist de valkuil. De publieke omroep moet zich nu echt gaan gedragen als techbedrijf, als een organisatie die opereert in een digitaal ecosysteem.

Het ecosysteem denken komt bij vrijwel alle omroepen vandaan. Zij voelen zich belemmerd door de strenge regels van de NPO. Ze vinden dat de NPO meer moet investeren in digitale innovatie en dat programma’s te vinden moeten zijn waar de kijkers zijn – of ze nu achter de televisie zitten, op YouTube, Facebook of op Snapchat. De meest radicalen onder de omroepen willen dat alle NPO-programma’s gratis en in hoge kwaliteit beschikbaar komen op YouTube. De belastingbetaler heeft er immers al voor betaald, zo stellen zij.

De publieke omroep blijft maar worstelen. “Het overheidsbeleid en de wetgeving van nu zijn geënt op een medialandschap van enkele jaren terug”, zo luidt het oordeel van de Raad voor Cultuur. “Daardoor kan er onvoldoende adequaat en snel ingespeeld worden op de transformatie die de mediasector nu doormaakt en komen publieke waarden onder druk.” Pas de Mediawet dus aan, zo luidt het advies van een bezorgde Raad in een rapport dat onlangs werd gepresenteerd.

Conclusie

Het is vijf voor twaalf, constateert het belangrijkste adviesorgaan van de Nederlandse regering op het gebied van kunst, cultuur en media. Films, series en programma’s van eigen makelij verliezen steeds meer terrein aan de buitenlandse tech-reuzen. Vooral jongeren lopen massaal weg. Zo lijkt het. Daar zouden de traditionele omroepen en zenders onvoldoende op inspelen.

De NPO is gebaat bij het maximaliseren van de inkomsten. De NPO geeft aan dat er in een aantal gevallen een spanningsveld bestaat tussen het verhogen van inkomsten en de zekerstelling van een duurzame levering van een sterke, onafhankelijke en aantrekkelijke publieke dienst. Daarom stelt de NPO kaders aan de hierboven genoemde entiteit en de manier waarop inkomsten worden verworven. Er moet ruimte zijn voor het ondernemerschap van de entiteit, zonder onevenredig afbreuk te doen aan de doelstelling van de NPO. Daarvoor zal het ego-systeem-denken echter vervangen moeten worden door ecosysteem-denken.

Inmiddels zijn nog meer netwerken (zoals Talpa Network) aan de slag gegaan met een data-gestuurde aanpak. Een vergelijkbare aanpak voor de publieke omroep is essentieel. Als het de NPO lukt om, met de nieuwe entiteit, haar digitale naïviteit van zich af te schudden en door middel het Business Acceleration Framework grip te krijgen op haar digitale ecosysteem, dan heeft het kans te overleven.

Het resultaat van deze aanpak is dat data wordt getransformeerd van kostenpost tot een bron van opbrengsten. Er ontstaat grip op het business ecosysteem. Zo draagt de digitale transformatie en data-gestuurde aanpak van de NPO bij aan het digitale vermogen en kan zij hiermee voldoen aan haar doelstelling. Daarmee zal er eindelijk een einde komen aan de digitale worsteling van de NPO.

Lees ook

Check ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

supporters of Denis Doeland

Business

Achtergrond: Dit model zorgt dat content tot omzet leidt

Geschatte leestijd - 10 minuten

Als artiest, merk of organisatie wil je in contact komen met mogelijke volgers of klanten. Sterker nog: je bent daarvan afhankelijk, als je in de toekomst nog omzet wilt hebben. Daarvoor gebruik je – als het goed is – content: video’s, teksten, afbeeldingen, etc. Om te scoren met content, heb je twee belangrijke dingen nodig. Dat is een digitale hartslag en hele relevante content.

Vanuit het Business Acceleration Framework ontstond uit een sessie die ik twee jaar geleden samen met Michiel Schoonhoven van Next Level Impact (NXTLI) had, aansluitend op het raamwerk een nieuw werkend model. Dit model bestuurt de tweede laag uit het raamwerk en zorgt voor de uitvoering. Schoonhoven legt uit hoe het Content Impact Model je helpt om met relevante content omzet te genereren, kosten te besparen en zelfs nieuwe verdienmodellen te ontwikkelen.

—–

—–

Content impact

Schoonhoven is oprichter van het content impact agency Next Level Impact (NXTLI) en al ruim tien jaar bezig met contentmarketing. “Eigenlijk is dit vakgebied pas vanaf 2010 echt ontstaan en heeft het deze naam gekregen in Amerika, namelijk door een van de grondleggers, Joe Pulizzi.” Wat contentmarketing is? “De traditionele marketing is met name gebaseerd op de 4p’s (product, plaats, prijs en promotie), waarbij marketeers veelal de focus hebben op campagnes en advertising: bereik inkopen en dat converteren naar omzet.

Contentmarketing draait om het hele proces dat komt kijken bij het bouwen aan een waardevolle relatie tussen een organisatie en zijn publiek (de fans, klanten, prospects, partners en leveranciers). Dat doe je door relevante en impactvolle content (in de vorm van o.a. informatie, educatie en inspiratie) te ontwikkelen en te delen in alle fases van de relatie. Van het allereerste contact tot en met het ambassadeurschap.”

Hoe is je passie voor content marketing ontstaan?

“Voordat ik in 2014 als zelfstandig contentstrateeg aan de slag ging, werkte ik een lange tijd bij een financiële adviesorganisatie. Hier was ik verantwoordelijk voor de marketingactiviteiten ter verhoging van de hypotheek- en verzekeringsomzet. Rond 2009 zette ik mijn eerste stappen in wat inmiddels ‘contentmarketing’ genoemd wordt. Destijds voelde het voor mij niet goed dat we vooral bezig waren met ‘leadgeneratie’ voor de verkoop van financiële producten en niets deden aan de relatie met al die klanten die deze producten afgenomen hadden. Dit triggerde mij om de marketingactiviteiten op een andere manier te gaan ontwikkelen. In die transitie stelde ik onszelf o.a. de vraag: wat is nou eigenlijk het hogere doel van deze financieel adviesorganisatie? Het antwoord daarop bleek: mensen financieel gezonder maken en houden.”

“Vanaf 2010 resulteerde dit in volledig nieuwe concepten, zoals een Financieel Fitheidsprogramma, Maand van de Financiën en een Financiële Check bij Levensveranderingen. Programma’s die volledig op content gebaseerd waren en mensen inzicht boden in hun financiële situatie. We gaven waardevolle financiële tips en een gepersonaliseerd stappenplan naar een gezonde financiële huishouding. Deze contentprogramma’s werden een product op zichzelf, waarvan nu nog steeds gebruik gemaakt wordt.”

“Uiteindelijk werd een verzekering, hypotheek of ander financieel product een middel om financieel ‘fitter’ te worden of te blijven, maar het financiële product was niet langer het uitgangspunt van de marketingactiviteiten. Daarmee zetten we content heel duidelijk in om een relatie op te bouwen tussen klanten en de financieel adviseurs. Er volgden vele enthousiaste reacties, zoals: ‘eindelijk een organisatie dat geen producten pusht, maar mij echt met waardevolle informatie helpt’. De resultaten waren positief, aangezien er onder andere een veel betere relatie ontstond tussen adviseurs en hun klanten. Deze nieuwe marketingaanpak gaf mij zoveel voldoening, dat ik mij verder op dit thema ben gaan specialiseren.”

—–

Content Impact Model

—–

Content Impact Model

Precies deze vraag (‘wat is onze rol, wie zijn we?’) is nog steeds het uitgangspunt van Schoonhoven als hij een contentstrategie voor een bedrijf ontwikkelt. “Ik heb mijn ervaringen in een model vormgegeven, dat ik de afgelopen jaren verder heb gefinetuned. Daarin is de ‘why’-vraag nog steeds het vertrekpunt van ieder project dat we doen.” Deze ‘Why’ zie je daarom in de kern van het model terugkomen.

“Het maken en verspreiden van content moet altijd gebeuren met het hogere doel (de ‘why’) voor ogen. Ook moet het volledig uitgelijnd zijn met de behoeften van je publiek. Als content uitsluitend als ‘salestruc’ wordt ingezet, dan ben je niet geloofwaardig bezig. Het begint met het bedenken welke content echt waarde toevoegt voor je publiek en hoe je dit het beste in een ritme (de digitale hartslag, red.) met hen kunt delen, zodat je niet zomaar lukraak iets op social media zet.”

“Stel jezelf dus altijd de vraag: waarom zou iemand zijn kostbare tijd besteden om mij te volgen? Het is daarvoor uiterst belangrijk om ‘outside-in’ te denken. Waar inspireer of informeer je jouw volgers of fans mee? De mensen die zich bij ons bureau met content bezighouden, noemen we niet voor niets ‘fan experience managers’: ze managen de ervaringen van fans en doen dat niet geheel toevallig door middel van content.”

Drie redenen waarom content rendeert

Schoonhoven noemt drie redenen om nog vandaag content te gaan inzetten om een waardevolle relatie met je volgers, fans, klanten en prospects op te bouwen:

1: Vergroot je omzet

“In dit tijdperk is het van het grootste belang om audience first te denken. Bouw eerst met waardevolle content een (digitale) relatie op met een duidelijk gedefinieerd publiek. Die relatie zorgt er op de lange termijn namelijk voor dat je omzet kunt genereren.”

In feite moet je elke contentstrategie kunnen samenvatten in een belofte aan je publiek.

Een beknopt voorbeeld:

‘Beste ….,

Het is mijn doel om (bijvoorbeeld) wereldwijd meer mensen in beweging te krijgen, zodat ze gezonder en zelfverzekerder worden. Alles dat ik doe, stel ik in staat om dit voor elkaar te krijgen. Vind jij dit ook zo belangrijk, dan nodig ik je graag uit in onze community. Daar delen de leden en ik allerlei ervaringen, informatie en tips die helpen om meer te bewegen. Onze leden geven aan dat ze al na 3 maanden 50% meer zijn gaan bewegen en zich veel fitter voelen. En belangrijker: door alle inspiratie in de community houden ze het ook makkelijk vol en vallen ze niet terug in oude en ‘luie’ gewoontes.

Als je deze belofte goed formuleert en hierop gaat sturen, ga je vanzelf content ontwikkelen en producten aanbieden die hier volledig op aansluiten. De content wordt hierbij zelfs duurzaam inzetbaar, waardoor je nieuwe verdienmodellen kunt ontwikkelen. Denk bijvoorbeeld aan toegang tot de community in de vorm van een maandelijks abonnement, als de content zo waardevol is dat iemand bereid is ervoor te gaan betalen.

Met duurzame content voorkom je ook dat je alleen maar langskomt in de vluchtige social media timelines, waarbij mensen druk bezig zijn met scrollen en af en toe de moeite nemen om hun duim te bewegen naar de ‘like’ button. Laat ze bij jouw content continu een ‘stop, dit moet ik even bekijken, want dit vind ik altijd gaaf/interessant’-moment hebben! Daarmee werk je aan de groei van de omzet en doe je dat op een efficiënte manier. Een eigen contentplatform waar jij de controle over hebt is hier ook heel belangrijk voor. Wordt niet te afhankelijk van de ‘geleende’ kanalen zoals Facebook!

2: Bespaar op kosten

Als je geen relevante content met je volgers deelt, wordt je steeds minder zichtbaar op hun tijdslijnen. “Zo kondigde Facebook op 13 januari aan dat kanalen waarop geen of amper dialoog of interactie is, als niet relevant worden gezien. Die content gaat steeds minder getoond worden in de tijdslijnen van de gebruikers.”

“Als jij niet meer zichtbaar bent in iemands timeline, dan moet je ze op een andere manier gaan bereiken, bijvoorbeeld door te adverteren. Dat is een kostbare en niet duurzame operatie. Je bouwt namelijk geen schaalbare content op, waardoor je continu opnieuw advertentiebudget moet gaan uitgeven. Content kan echter ingezet worden voor alle vormen van informatie, in alle fases van de relatie met je publiek. Denk bijvoorbeeld aan het beantwoorden van vragen: in plaats van continu dezelfde soort vragen via dm of per mail te moeten beantwoorden, kun je ook content en een proces ontwikkelen waarbij de vragen van fans direct en automatisch beantwoord worden. Bijvoorbeeld via een chatbot, zoals Hardwell doet. Daarmee wordt informatie echt schaalbaar, direct beschikbaar voor je fans en bespaar je enorm op kosten.”

3: Ontwikkel nieuwe verdienmodellen

“Als je content als integraal deel van het businessmodel ziet, dan is het mogelijk om daar talloze nieuwe verdienmodellen voor te ontwikkelen. Het uitgangspunt daarvoor is een duidelijk gedefinieerd publiek hebben of dat opbouwen. Vervolgens kun je verdienmodellen introduceren, waarbij jouw publiek betaalt voor het gebruik van de content, bijvoorbeeld via een abonnement. Of je laat andere partijen betalen om te laten communiceren met jouw publiek via e-mail, je social media, een webinar, etc..”

Urgenter vindt Schoonhoven het volgende: veel producten worden steeds meer commodities en makkelijk kopieerbaar. “Een zeer belangrijk deel van je onderscheidende vermogen en waarde gaat steeds meer liggen in het opgebouwde publiek en de relatie die de mensen met je hebben. Als hele relevante content gedeeld wordt, waar je echt impact mee hebt op je publiek, dan ontstaat een waardevolle relatie met je publiek. Als je content alleen inzet om een product of dienst te verkopen, dan mis je een gigantische mogelijkheid om waarde toe te voegen en een voordeel te hebben op de concurrentie. De kans is groot dat jouw concurrenten in dat gat springen. Zonder relevante content en een waardevolle relatie met je publiek ga je op de lange termijn het onderspit delven in de concurrentiestrijd.”

Relatie-economie

Onderdeel van het Content Impact Model is je digitale hartslag. Dit is het ritme waarin je content (op gezette tijden) deelt, op de kanalen waarop je publiek je verwacht en (als het goed is) naar je uitkijkt. Meer informatie hierover vind je in deze bijdrage. Ook is het nodig om je te verdiepen in het Business Acceleration Framework.

In de huidige (digitale) economie zijn bedrijven in steeds grotere mate afhankelijk van de relaties die ze aangaan met fans en klanten. Die relaties bouwen ze op door content te delen (en tijdig vragen te beantwoorden van klanten of fans). Om je in deze nieuwe economie te redden, is een echte digitale visie nodig, die je laat werken met het Business Acceleration Roadmap en Framework. Deze laatste laat de organisatie opstijgen in het digitale domein. Een digitale visie begint echter met het stellen van doelen aan de digitale transformatie.

Een van deze doelstellingen is het verbeteren van de merkreputatie. Dit is de aanpak van de marketing (en de belangrijkste mijlpalen), dat je als grafisch overzicht op één A4 zou moeten kunnen samenvatten. Uit dit document zou moeten blijken dat er een ritme ontstaat in de communicatie van een organisatie. Daarnaast heeft ook de inhoud van de content invloed op deze doelstelling. Met andere woorden: het Content Impact Model helpt je om te werken aan de merkreputatie van jouw artiest, organisatie of merk. Gebruik je het model niet, dan is de kans groot dat je het niet gaat redden in de relatie-economie.

Content Impact Strategie

Schoonhoven raadt aan om het Content Impact Model te gebruiken, omdat het de basis vormt voor het ontwikkelen van de Content Impact Strategie. “Hierin wordt heel duidelijk welke content relevant is voor je publiek en via welke kanalen je de content het beste kunt distribueren. Het is daarbij belangrijk om rekening te houden met de ‘fanreis’ van je publiek. Daarmee bedoel ik de verschillende fases die iemand doorloopt vanaf het moment dat hij of zij je nog niet kent tot en met het moment dat hij zelfs fan of ambassadeur van jouw bedrijf is geworden.”

“De fases van de fanreis zijn: bewustwording, interesse wekken, overwegen, besluiten, kopen en ervaren. Bij elk van deze fases is behoefte aan andere content en wordt gebruik gemaakt van verschillende kanalen. Bezoek jij bijvoorbeeld een festival (en ben je in de fase ‘ervaren’), dan is het logisch dat je in deze fase bereid bent om een recensie achter te laten of je eigen ervaringen te delen via social media. Ook vertoon je ander zoekgedrag dan iemand die zich nog moet oriënteren op een festival. Als jij het festival in 2017 bezocht en het fantastisch vond, dan is de kans groot dat je in 2018 terugkomt – en dus zoekt naar de datum voor hetzelfde feest in 2018. Iemand die nog nooit naar het feest is geweest, zoekt vaak meer en andere informatie over het festival.”

Hieronder vind je een beknopt voorbeeld van de fanreis, uitgewerkt als onderdeel van het Content Impact Model. Hierin staan de tijd (dus: de stap in het aankoopproces) en het proces (wat doe ik met welke content) overzichtelijk tegenover elkaar in een schema. Ook zie je een schema waarin per week is aangegeven welke vorm van content geplaatst moet worden. Zoals je ziet, worden er meer informatiestromen relevant zodra er meer tijd is verstreken.

—–

Deze diashow vereist JavaScript.

—–

Verkoopcurve

Elke organisatie, merk of festival heeft een verkoopcurve. Het is zinloos om in week 4 (tijdens de oriëntatiefase) mensen te bewegen om een ticket (of product) te verkopen, want dan oriënteren ze zich nog. Het Content Impact Model is dan ook een goede indicatie van je verkoopcurve, die je helpt om marketingbudgetten nog slimmer in te zetten.

Als je een Content Impact Strategie hebt ontwikkeld, kun je aan de slag met de Content Impact Roadmap. Dat is de vertaling van de strategie naar de uitvoering – en wel in een schema waarin je ziet wanneer je welk type content op welk kanaal publiceert. Ook is hierin te zien welke content relevant is om te publiceren. Denk bijvoorbeeld aan: nieuwsitems, columns, foto’s, video’s, muziek (demo’s en releases), podcasts, vodcasts en streaming (relevantie). Dit is de dagelijkse doorvertaling van je content-ambities (het Content Impact Model) en de realiteit (je digitale hartslag).

Conclusie

Wie meet, die weet of zijn inspanningen op het gebied van content renderen. Daarom moeten er een aantal analyses plaatsvinden. De belangrijkste analyse die hierbij komt kijken is IPM. Dat is het aantal interacties per duizend fans. De IPM-formule is: ((Aantal comments + likes) / aantal posts)) / #fans) = IPM. Dit getal drukt uit hoeveel interacties er plaatsvinden rondom jouw website of sociale kanalen. Hoe hoger je IPM, hoe relevanter jouw content waarschijnlijk is voor jouw doelgroep.

Organisaties, merken en artiesten die content echt voor zich willen laten werken, moeten bovenal proactief met content aan de gang. Dat betekent dat ze niet pas een bericht op hun social media kanalen moeten delen als ze een keer een prijs winnen. Zet vooraf een goede Content Impact Roadmap op, waaruit een gezond ritme blijkt. Bepaal ook van te voren wat de IPM’s van de verschillende kanalen zijn. Als je je aan deze principes houdt, dan is de kans groot dat je scoort met content.

Bepaal dus hoe vaak (ritme) je content wilt openbaren (consistentie) en houdt dat vervolgens vol (discipline). Daar zit de echte uitdaging: deze combinatie van ritme, consistentie en discipline wordt vaak onderschat. Als je die uitdaging aangaat – en overwint – kun je ervoor zorgen dat content bijdraagt aan de groei van jouw business, zorgt voor een kostenbesparing en zelfs nieuwe businessmodellen oplevert. Bovenal is de waarschuwing van Schoonhoven urgent: “als je niet in staat bent met relevante content een waardevolle digitale relatie op te bouwen met je publiek, is de kans groot dat je de concurrentiestrijd verliest.”

—–

Bekijk ook

—–

Check ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

supporters of Denis Doeland

club

Column: Het internet is de lijst der lijsten voor dancefestivals

Geschatte leestijd - 4 minuten

Umberto Eco, de Italiaanse wetenschapper, schrijver, filosoof en vader der lijstjes, ziet de maatschappij en ons dagelijks leven als een verzameling van lijstjes. Volgens hem schuilt alles achter een lijst – en steekt er weer een lijst boven die lijsten uit. “Het internet is de lijst der lijsten. Het is de lijst die alle andere lijsten overbodig maakt – de moederlijst”, stelt Eco. “Het is een oneindige collectie van data en het heeft maar één ding gemeen met andere lijsten: complete chaos.”

Lijstjes

Het lijkt wel alsof ik de dezelfde fascinatie heb als Umberto Eco. Sinds 2011 maak ik lijstjes van diverse dj’s, festivals en andere interessante onderwerpen op het internet. Het draait steeds om het ontdekken van context in de chaos. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat het maken van lijstjes ooit eens het beste advies is geweest dat ik begin jaren ‘90 van Cor Stutterheim (de vader van ID&T oprichter Duncan Stutterheim, red.) heb gehad.

Samen met het team van Fanalists (ontstaan uit Rankingz, red.) houden we sinds enige jaren de festivalmarkt in de gaten en tekenen onze bevindingen op in een lijstje dat ‘de Dance Festival Monitor’ heet. Deze monitor bestaat uit tientallen deel-lijstjes. Je kunt immers op veel manieren kijken naar festivals. Dit keer kijken we naar het aantal RSVP’s: dat zijn de mensen die vooraf aangeven dat ze naar een specifiek dancefestival gaan.

—–

RSVP Top-20 Facebook Dance Festivals 2017

—–

Reputatie

Heel langzaam begint duidelijk te worden dat deze gegevens iets kunnen zeggen over de festivalmarkt. Ze laten een bepaalde beweging zien: waar gaan (of willen) danceliefhebbers graag heen? Daarbij zegt het aantal RSVP’s ons iets over de digitale reputatie van de festivals.

Is een digitale reputatie relevant? Dat hangt ervan of je als je als festival elke dag keihard werkt om (via een legitieme manier) consequent betere inhoud te maken? Streef je ernaar om een betere relatie aan te gaan en op te bouwen met fans en relevante beïnvloeders (influencers)? Als dat het geval is, dan wil je weten hoe je op digitaal vlak presteert. Je kijkt immers toch ook elke dag hoe jouw website, app of social media kanaal presteert. De RSVP lijst geeft eveneens een goed beeld van je digitale prestaties. Deze lijst bestaat in 2017 uit zo’n 460 dancefestivals.

Paradigma

Door de komst van digitale middelen, veranderde de festivalindustrie behoorlijk. Hierdoor ontstond er een nieuwe dynamiek en bepalen nieuwe paradigma’s of een festival succesvol wordt. Eén van die paradigma’s draait om het toepassen van directe digitale kanalen. Communicatie, innovatie, marketing en verkoop veranderen in de dance-industrie namelijk in een razend tempo. De ‘always connected’-realiteit geeft meer dan ooit de mogelijkheid om een directe relatie met jouw (potentiële) achterban te onderhouden. Directe digitale kanalen vormen nu de meest effectieve, flexibele en schaalbare manier om deze relaties te ontwikkelen.

Wil je hier in slagen, dan moet je als festival dit nieuwe paradigma omarmen. In het contact ‘oude stijl’ richten de meeste festivals zich slechts steeds op een paar sleutelkanalen, waarin ze doorgaans ook selectief aanwezig zijn. Het nieuwe paradigma vraagt om een continue aanwezigheid in alle relevante kanalen. Dat vraagt om meer toewijding dan hiervoor.

De achterban – fans – bepaalt immers zelf wanneer, in welke mate en op welke manier ze contact met een festival zoekt. Of ze contact met een festival zoeken, bepaalt weer in enige mate of ze ook echt naar het festival gaan. Althans, dat blijkt uit de RSVP-lijst. De RSVP-lijst is sinds 2014, begin 2015 gemeengoed geworden: toen kozen steeds meer dancefestivals ervoor om de evenementen-functie op Facebook te omarmen. Inmiddels heeft bijna elk dancefestival een dergelijke pagina.

Tamagotchi

De digitale reputatie van een festival is eigenlijk net als een Tamagotchi. Het is vrij eenvoudig om voor een Tamagotchi te zorgen. Zo kan je de Tamagotchi voeden, er mee spelen, maar ook zijn leeftijd, gewicht, honger, geluk en discipline controleren. Het ei wordt ouder en groeit op. Hoe het opgroeit, is afhankelijk van de kwaliteit van de verzorging. Toch is het ei sterfelijk. De levensduur varieert van een paar dagen tot een paar weken, afhankelijk van de wijze waarop het ei verzorgd wordt.

De Tamagotchi vertoont akelig veel gelijkenissen met het onderhouden van jouw digitale reputatie. Als je de digitale reputatie niet onderhoudt, dan ga je digitaal ook ‘dood’. Jouw digitale reputatie maakt ook allerlei fasen door en moet je, net als een Tamagotchi, onderhouden. Daarom is het ook relevant om de RSVP-lijst onder de loep te nemen. Vermoedelijk zal de deze lijst op termijn inzichten geven welke festivals populair zijn en welke niet.

We starten met de eerste Top 20 RSVP’s van 2017. Het is wel duidelijk dat driekwart van de grootste partijen van de afgelopen twee jaar vaststaat. Voor de meeste dance-fans zullen deze namen geen verrassing zijn. Deze festivals zullen voorlopig waarschijnlijk nog levensvatbaar zijn. Wat opvalt is dat een beperkt aantal festivals zorgt voor een heel groot deel van ticketverkopen. De Top 20 is namelijk goed voor zo’n 800.000 verkochte kaarten, wat gelijk staat aan ongeveer een vijfde van alle kaarten die worden verkocht. Naar schatting vertegenwoordigen die tickets zo’n 55 miljoen euro in verkoopwaarde.

* Met dank aan Rosa van den Hoven en Nina Meulenkamp van Fanalists voor het helpen verwerken van alle data. Zonder jullie kan ik geen leuke lijstjes maken. Wil je als dancefestival-organisator weten of jouw festival mee wordt genomen in de lijst? Neem gerust even contact op met rosa.vandenhoven@fanalists.com.

** Dit is een bewerkte versie van de eerder gepubliceerde column bij This Is Our House.

—–

Bekijk ook

—–

Check ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

supporters of Denis Doeland

Balr

Achtergrond: Hoe organisaties ook een beetje Balr. kunnen worden

Geschatte leestijd - 6 minuten

Als hij niet voetbalde, dan las Demy de Zeeuw boeken over ondernemen. Drie jaar na de verloren WK-finale, waar De Zeeuw overigens niet ongeschonden uit kwam, richtte hij Balr. op. Het kledingmerk, waar ook Gregory van der Wiel en Eljero Elia aan verbonden zijn, draait inmiddels een omzet van tien miljoen euro. Wat kunnen we leren van het kledingmerk van de voormalig middenvelder van Oranje, Ajax en AZ?

Balr. een lifestyle

Balr. beoogt meer te zijn dan een kledingmerk: “Het is meer een lifestyle die we claimen. Een baller staat voor een sporttalent dat een leven leidt met veel geld, mooie auto’s, dure hotels, grote huizen en knappe vrouwen. Een beetje zoals mijn leven. Het idee is dat mensen die Balr. dragen zich net zo succesvol voelen als die rijke voetballers met hun luxe leven”, vertelt Demy de Zeeuw aan het Parool.

Deelgenoot van dat succesvolle leven worden fans via de social media kanalen van De Zeeuw, Van der Wiel en Elia. De Zeeuw heeft op het moment van schrijven meer dan 100.000 Instagram volgers, zijn 433-pagina heeft er nog eens 16 miljoen. Elia heeft 271.000 volgers op Instagram, zo’n 224.000 op Twitter en rond de 170.000 op Facebook. Van der Wiel telt meer dan 900.000 volgers op Instagram en 650.000 op Facebook.

Balr. zelf heeft alleen al 1 miljoen Instagram volgers, zo’n 250.000 Facebook-likes en 33.000 Twitter-volgers. Een snelle schatting leert dat het digitale vermogen van dit ecosysteem (het bereik van Balr., De Zeeuw, Elia en Van der Wiel) – mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden – al snel tussen de 12 tot 38 miljoen euro uit zal gaan komen. Hoe kan je als organisatie, artiest of merk van dit succes leren?

De nodige uitdagingen

Zo’n twee jaar geleden kwam ik in aanraking met De Zeeuw en zijn zakenpartners. Tijdens de ‘snelkookpansessie’, zoals de sessie genoemd werd, werd het me duidelijk dat de Balr.-organisatie en haar digitale ecosysteem nog de nodige uitdagingen heeft. Dat is overigens het geval bij veel Nederlandse fashionmerken. Ik bezocht de laatste jaren ondernemers die prachtige jurken, fantastische leren jassen en übercoole spijkerbroeken maken. Ze hadden een ding gemeen: het maken van een verbinding met fans en het digitale ecosysteem als business ecosysteem zien, is iets wat niet standaard in het DNA van de fashion-ondernemer zit. Ze doen er goed aan nog verder digitaal te veranderen en hun digitale kanalen niet alleen als marketingkanalen beschouwen.

De digitale transformatie laat zich (volgens mij) als volgt definiëren. “De verandering die een onderneming ondergaat, waar binnen bestuurders of bedrijfseigenaren waarde willen creëren door de inzet van het digitale ecosysteem, waarbij op basis van (5) vastgestelde doelen in (9) stappen door (12) analyses en de daaruit voortvloeiende inzichten, de organisatie en het analoge en digitale vermogen wordt geoptimaliseerd.”

Content zorgt voor relatie

Voor we stilstaan bij wat we kunnen leren van dit drietal, moeten we eerst stilstaan bij een grote maatschappelijke verandering: de opkomst van nieuwe technologische mogelijkheden, zoals social media en internet. Hierdoor is de economie definitief getransformeerd in een relatie-economie.

Het deel van de digitale transformatie dat Balr. goed begrepen heeft, is het aanleggen en inzetten van fans. De betrokken voetballers hebben alledrie een gigantisch online volgerschare. Balr. is niet alleen een kledingmerk: het staat voor iets veel groters – en niet alleen de Balr.-lifestyle. Het illustreert de relatie-economie, waarin de relatie met potentiële fans of klanten de belangrijkste indicatie van bedrijfskapitaal is geworden. Balr. ontwricht dan ook het traditionele businessmodel: de oprichters bouwden eerst een fanbase op en bedachten pas later een verdienmodel.

Bedrijven kunnen dankzij technologie (nog) beter contact maken met (potentiële) klanten of fans. Die klanten en fans gaan relaties aan met bedrijven, personen of organisaties (door ze bijvoorbeeld te volgen op Facebook) of communiceren met hen via een van hun kanalen (bijvoorbeeld email of bots). Organisaties moeten voorzien in de behoeften van klanten, door content met hen te delen en de relatie uit te diepen. De relatie met de klant is daardoor het belangrijkste bedrijfseconomische kapitaal van bedrijven geworden. Deze ‘voetbalrs.’ snappen de behoefte van hun volgers als geen ander. En ze maken de connectie met hun volgers, door ze te voorzien in hun behoefte naar content.

Digitale transformatie is meetbaar

Om echt in te kunnen spelen op de nieuwe economie, heeft een organisatie een nieuw raamwerk om te sturen nodig: het Business Acceleration Framework. Dit raamwerk legt als het ware ‘een overkapping over de organisatie en haar Umfeld van data’. Dat biedt bepaalde inzichten en daarmee nieuwe voordelen. Het zorgt ervoor dat er eenduidige definities gehanteerd worden. Het maakt de digitale strategie en transformatie meetbaar wordt en het digitale vermogen zichtbaar.

Bestuurders willen meer inzicht in de voortgang van processen. Ze zijn door het raamwerk beter in staat om controle te krijgen op de organisatie en iedereen te laten werken aan vooraf bepaalde, gezamenlijk doelen. Deze doelen zijn nodig om het bedrijfskapitaal, de relatie met de (potentiële fan of klant), te laten groeien.

Met andere woorden: het is in de relatie-economie mogelijk om een business te bouwen op basis van een groot netwerk van potentiële klanten en fans. Door relevant te worden in hun levens, met content waar consumenten op zitten te wachten. Van der Wiel, Elia en De Zeeuw bewijzen dat je helemaal niet veel producten hoeft te bedenken, voor je een bedrijf kan starten. Bedenk eerst bijvoorbeeld eens hoe je een grote, online, achterban kan creëren. En dat is ook mogelijk, als je niet gezegend bent met hun voetbaltalenten.

Inspiratie voor andere bedrijven

Balr. bewijst dat je een markt kan betreden of product kan lanceren, zonder dat je per se onderscheidende producten hoeft te maken. De shirts van Balr. doen namelijk vooral denken aan die van andere bekende kledingmerken. Onderscheidend is dat de voetballers achter het kledingmerk kunnen rekenen op een grote online achterban. Die relatie valt ten gelde te maken, wat tot groei van het bedrijfskapitaal (ook wel: het digitaal vermogen) leidt.

Het drietal achter Balr. zet niet alleen het eigen bereik in, maar zoekt ook verbindingen met andere voetballers. “Ik betaal nooit een social influencer voor een post. Dat helpt helemaal niet en is heel duur. Voor één post van Kim Kardashian betaal je al gauw 500.000 euro”, aldus De Zeeuw. Hij vroeg Angel di Maria om een Balr shirt te dragen toen hij in Qatar medisch werd gekeurd voor zijn transfer naar PSG. Hij werd aldaar in een Balr.-shirt gefotografeerd met de zoon van een sjeik.

—–

Balr

—–

Channel-marketing op het pleintje

“Dat shirt had hij van ons gekregen via Daley Blind, die ook bij Manchester United speelt. Een andere keer postte Neymar een foto met zijn broertje, die een Balr.-shirt droeg. Neymar heeft meer dan 85 miljoen volgers.” Het bereik van die andere voetballers zorgt er ook voor dat Balr. bij nog meer fans terechtkomt. Kortom: channel-marketing op het voetbalpleintje.

Gregory van der Wiel is zich daarbij als geen ander bewust van de relatie-economie. Hij richtte Block Party op, dat startende bedrijven aan bekendheden koppelt. “De gedachte achter zo’n celebrity fonds is dat invloedrijke grootverdieners dankzij hun vermogen, media-invloed en veelzijdige netwerk een beginnend bedrijf sneller naar een hoger niveau kunnen tillen”, zo schrijft Adformatie. Van der Wiel: “Block Party is de schakel tussen veelbelovende starters en invloedrijke vermogenden die via verschillende kanalen een grote groep mensen kunnen bereiken.”

Conclusie

Betekent dit dat Balr. ook andere producten, zoals branchevreemde producten zou kunnen verkopen? De tijd zal het uitwijzen. Er zullen uiteindelijk vast bepaalde grenzen aan zitten: sommige producten nemen we alleen af als we ons senang voelen bij de leveranciers of producenten.

In elk geval bewijst het succes van Balr. één duidelijk principe uit de digitale transformatie: de inzet van de relatie met fans en volgers is van het allergrootste belang voor bedrijven in de relatie-economie. Waarde creëren. Echter nu moet het doorzetten in het tweede stuk van de digitale transformatie. Sturen aan de hand van 5 doelen, door 9 stappen te zetten en 12 analyses te doen. Om zo het digitale vermogen op termijn te kunnen verzilveren.

Hoe herken je als organisatie de doelen van de digitale transformatie? Stel jezelf vandaag nog de volgende vragen:

 

Als je een of meer keer ‘nee’ hebt geantwoord en zie je de context niet in deze 5 vragen, dan is er werk aan de winkel. Digitale transformatie is niet alleen de inzet van digitale kanalen als marketingkanalen. Het begint met het Business Acceleration Framework. Pas dan kan jouw organisatie ook een beetje een Balr. worden.

Lees ook

—–

Bekijk ook

—–

Check ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

supporters of Denis Doeland

The New York Times

Achtergrond: The New York Times koploper digitale transformatie

Geschatte leestijd - 7 minuten

In 2011 schreef ik het volgende: “toegang tot digitale content en dienstverlening op internet zijn inmiddels het fundament van toekomstige verdienmodellen voor iedereen die met de exploitatie van content bezig is. Dat betekent voor uitgeverijen dat de verkoop van fysieke producten aan lezers aan belang zal afnemen. De nadruk bij de moderne, digitale lezers, zoals dat inmiddels ook zichtbaar is bij luisteraars van muziek, ligt minder op bezit dan in het tijdperk van het fysieke product.”

“Bezit maakt plaats voor beschikbaarheid, belevenis, gebruik, gemak en service. Oftewel: bezit maakt plaats voor toegang.” Dat vergezicht werd destijds door veel uitgeverijen met argusogen bekeken, al is er een uitgeverij die heil zag (en ziet) in de transformatie van bezit naar toegang. The New York Times gooide op tijd zijn angst overboord en gaat dan ook voorop in de digitale transformatie.

Crowding out effect

In ons boek vanAnaloognaarDigitaal.nu verklaarden we de volgende ontwikkeling: uitgeverijen hebben te maken met een financieel ‘crowding out’ effect. Dit is de angst dat een nieuw type (en dus niet-vertrouwde) investeringen de afbouw initiëren van oude (en dus vertrouwde) investeringen. In dit geval: de angst dat lezers niet meer zullen betalen voor content zal geheel overboord gegooid moeten worden, willen nieuwe verdienmodellen ontwikkeld kunnen worden.

Het openbaren van de content via de digitale weg zal er namelijk alleen maar toe leiden dat het aantal connecties met lezers zal toenemen. Er ontstaan additionele en nieuwe geldstromen uit data voor uitgeverijen. Daarbij worden uitgeverijen verrijkt met waardevolle data. Zoals al eerder gesteld: wat opgaat voor een uitgever, gaat eigenlijk ook op voor elke ander type uitgeverij, zoals die van boeken, kranten of tijdschriften. Het opslaan en benutten van de gegenereerde data daarbij is gevonden geld voor een uitgeverij.

Angst overboord

The New York Times is zo’n uitgeverij die zijn angst vroegtijdig overboord gooide. In 2011 lanceerde The New York Times als een van de eerste uitgevers ter wereld digitale abonnementen. Eerst kregen Canadese lezers te maken met de nieuwe paywall: zij werden gebruikt als proefkonijn om de laatste details te fine-tunen voor de wereldwijde lancering. Daarna konden alle lezers slechts 20 artikelen per maand gratis lezen. Wilden ze nog meer artikelen lezen, dan moest er betaald worden. Het topnieuws-gedeelte van ieder onderwerp bleef toendertijd wel gratis.

Volgens de Amerikaanse uitgever waren de digitale abonnementen noodzakelijk om de kwaliteitsjournalistiek te blijven leveren op ieder platform waarop de krant aanwezig was en is. The New York Times was een van de eerste grote kranten die met een paywall, een betaalmuur, ging werken. De Wall Street Journal en de Financial Times gingen hen voor, maar die kranten zijn toch meer te zien als niche en special interest-partijen. In Engeland gingen eerder dat jaar The Times of London en de Sunday Times of London volledig achter een betaalmuur. Het crowding out effect werd meteen zichtbaar. Het aantal unieke bezoekers daalde van 20 miljoen naar iets meer dan 100.000. Er werden ongeveer 54.000 digitale abonnementen verkocht.

Kinderziektes

De betaalmuur van The New York Times bleek in het begin allesbehalve waterdicht. De tot dan 40 tot 50 miljoen dollar kostende paywall van The New York Times was zo lek als een mandje. Met vier regels code was het destijds mogelijk om de slagboom van de krant te omzeilen. Ook bleek het verwijderen van een deel van de url je al gratis toegang tot de site van de krant te geven.

Het effect van de paywall op het totaal aantal pageviews was een stuk groter. De gevolgen van het feit dat een bezoeker maar 20 artikelen per maand mag lezen werden snel duidelijk. De eerste 12 dagen na het lanceren van de paywall leverde verliezen op. Het aantal pageviews daalde met zo’n 11 tot 30 procent.

Dat was opvallend, want de betaalmuur kon destijds ook nog steeds omzeild worden door de site van The New York Times te bezoeken via zoekmachines als Google en sociale netwerken als Facebook en Twitter. Ondanks dat de bezoeker op die manier nog steeds niet hoefden te betalen voor toegang tot de site, steeg het verkeer vanuit die social media- en zoekmachine-kanalen nog nauwelijks. Toch zag men na 2 jaar al positieve voortgang (zie onderstaande grafieken).

De ervaringen van The New York Times waren van belang voor de hele krantenindustrie. Als het de New Yorkse krant immers zou lukken om een gezond businessmodel te ontwikkelen, dan zouden kranten overal ter wereld hier een voorbeeld aan kunnen nemen. De krant liet zich niet uit het veld slaan door de kinderziektes en het crowding out effect. In 2016 zette de krant (vijf jaar na het optrekken van de betaalmuur) zelfs de poorten tijdelijk open voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Een stap die absoluut niet onbeloond bleef.

—–

The New York Times—–

De cijfers

The New York Times Company wist recent wederom een belangrijke abonnee groei te rapporteren. Het voegde 157.000 digital-only abonnementen toe in het vierde kwartaal van 2017. Hierdoor komen de totale abonnementen-inkomsten van 2017 op meer dan 1 miljard dollar uit.

De inkomsten uit abonnementen zijn nu goed voor 60 procent van de totale omzet van het bedrijf. De abonnementen-inkomsten stegen het laatste kwartaal met negentien procent. De totale jaaromzet van het bedrijf steeg met acht procent, tot 1,7 miljard dollar. Hiervan werd 484 miljoen dollar in het vierde kwartaal gerealiseerd.

“We zijn blij met het tempo van de groei en in het bijzonder blij te zien dat de grote groep nieuwe abonnees die The Times eind vorig jaar wisten te vinden, hun abonnementen voortzetten”, zei Mark Thompson, President en Chief Executive Officer van de krant, in een verklaring. Hiermee verwijst hij naar de groei van het aantal abonnementen dat The New York Times realiseerde rond de presidentsverkiezingen van 2016.

The Times Company heeft nu meer dan 2,6 miljoen digital-only abonnementen. De omzet van het digital-only abonnement steeg 46 procent in 2017, tot 340 miljoen dollar. 51 procent daarvan, dus zo’n 96 miljoen dollar, werd in het laatste kwartaal gerealiseerd.

De digitale reclame-inkomsten stegen vorig jaar met veertien procent, naar 238 miljoen dollar. In de laatste drie maanden van het jaar stegen de digitale reclame-inkomsten met negen procent, naar 84 miljoen dollar. Met meer dan 600 miljoen dollar aan digitale omzet in 2017 komt het bedrijf steeds dichter bij het bereiken van zijn doelstelling: 800 miljoen dollar aan digitale omzet in 2020.

Wel uitdagingen

The New York Times heeft echter wel uitdagingen, vooral als het aankomt op ‘de papieren reclame’:

  • In 2017 daalden de gedrukte reclame-inkomsten met veertien procent;
  • De papieren reclame-inkomsten daalde in het vierde kwartaal met acht procent;
  • De totale advertentie-inkomsten daalde het afgelopen jaar met 4 procent;
  • De advertentie-inkomsten voor het laatste kwartaal daalde met 1 procent

Het traditionele verdienmodel van de Amerikaanse lijkt dus aan het kortste eind te gaan trekken. Het laatste kwartaal van 2017 werd dan ook gekenmerkt door een significante verandering in de krant. De voormalige uitgever, Arthur Sulzberger Jr., zei dat het overdragen van de leiding aan zijn zoon, Arthur Gregg Sulzberger, heeft bijgedragen aan die verandering. Het bedrijf realiseerde naast de groei van haar nieuwe verdienmodellen ook vernieuwingen in haar newsroom: de redactionele medewerkers kwamen dichter bij elkaar te zitten, door ze op minder verdiepingen te laten werken.

—–

Deze diashow vereist JavaScript.

—–

Nederlandse kranten

De Nederlandse kranten wachtten de ontwikkelingen rondom de betaalmuur van de Amerikaanse krant in eerste instantie af. Pas drie à vier jaar na The New York Times volgen Nederlandse kranten met hun betaalmuren. Betalen voor online nieuws is vandaag de dag geen uitzondering meer. Papieren tijdschriften en kranten hebben hun betaalmuren, betaalde sites en apps met premium content. Inmiddels hebben we vele nieuwe nieuws-producten, zoals Blendle, Paper en Topics. Denk ook aan en platformen als De Correspondent en The Post Online.

Vrijwel alle landelijke dagbladen, evenals een groot deel van de regionale dagbladen, kennen naast een digitale versie van de papieren krant ook vormen van (premium) content. Het betreft veelal langere artikelen waarvan de lead als ‘trekker’ op de website wordt geplaatst, waarna het artikel voorzien wordt van een ‘slot’. Voor men de artikelen verder kan lezen, moet de lezer eerst afrekenen.

Digitale abonnementen blijven stijgen

De digitale oplage van de kranten steeg in 2016 met 26 procent, naar 377.125. De Volkskrant is in dit geval het grootst, met 88.535 digitale abonnementen, gevolgd door NRC (65.986), De Telegraaf (43.636), AD (34.020) en het FD (29.787). De oplage van alle Nederlandse digitale kranten samen liggen eind 2017 rond de 450.000 exemplaren. Het aantal digitale krantenabonnementen stijgt flink: tussen 2015 en 2016 steeg de oplage van digitale kranten met een kwart. Bij de papieren krant is juist een omgekeerde trend te zien.

Als we de cijfers van The New York Times, andere Amerikaanse kranten en de Nederlandse kranten in acht nemen, dan is het duidelijk dat papier zijn langste tijd heeft gehad. De nieuwsconsumptie-cijfers van het Reuters Institute for the Study of Journalism laat zien dat dit verschuiving op wereldwijde schaal is: nieuwsconsumptie wordt steeds meer digitaal. Er is geen weg terug.

—–

Nieuwsconsumptie - Statista

—–

Tijdig inrichten van het ecosysteem

Uitgeverijen die hun internetlandschap tijdig inrichten en daarmee hun eigen ecosysteem beheersen binnen het gehele internetecosysteem, zullen in de nabije toekomst meer directe en indirecte waarde (oftewel digitaal vermogen) opleveren. Niet alleen omdat de traceerbaarheid en Return on Investment van hun marketing hoger zal liggen dan van bedrijven die nog aan offline marketing doen, maar ook omdat deze bedrijven, al dan niet bewust, direct toegang krijgen tot de lezersmarkt.

Het wordt tijd dat The New York Times, maar ook de Nederlandse uitgevers van kranten, hun business ecosysteem anders gaan waarderen. Bij de nieuwe wijze van waarderen, het toevoegen van digitaal vermogen, hoort ook een andere aanpak. Veel meer dan voorheen moet men focussen op verzamelingen en mutaties van data, die voortkomt uit aan elkaar gelinkte netwerken, diensten, applicaties en (eigen) systemen. Daarnaast dienen alle gegevens in kaart te worden gebracht.

Volgen dynamische spelregels

Laten we tot slot niet vergeten dat uitgeverijen de ‘dynamische’ spelregels van het internet moeten volgen. Niet alleen de opzet van een goed eigen ecosysteem en het gebruik van alle mogelijke beschikbare diensten of app stores levert resultaat op. Ook het maken van de daadwerkelijke connectie en het voeren van de dialoog met de lezer vormen een essentieel onderdeel van het resultaat. Uitgeverijen met de juiste digitale strategie (die gebaseerd zou moeten zijn op het verwerven van een plek binnen het internetecosysteem en het aangaan van de relatie met hun lezers) en die hun processen naadloos op elkaar aan laten sluiten, zullen de concurrentiestrijd winnen.

De uitgeverij die zorgt dat de lezer de optimale beleving heeft, die bij elk afzonderlijk kanaal hoort, zal optimaal van deze ontwikkelingen profiteren. The New York Times lijkt in elk geval goed op weg te zijn haar digitale vermogen veilig te stellen. De indrukwekkende resultaten bieden de Nederlandse uitgevers hopelijk inspiratie om het New Yorkse voorbeeld te volgen.

Ook relevant

—–

Bekijk ook

—–

Check ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

supporters of Denis Doeland

Edwin Witvoet

Achtergrond: Data heeft een voorspellende waarde

Geschatte leestijd - 8 minuten

In 2008 overtuigde ik de directie van ID&T om alle databronnen binnen ID&T, Q-dance, B2S en Sensation aan elkaar te koppelen. Zo zouden we beter inzicht krijgen en betere beslissingen kunnen maken. Deze route vormde de basis voor de digitale strategie. In mijn zoektocht naar leveranciers die ID&T met dit project zouden kunnen helpen, stuitte ik op Edwin Witvoet: iemand die al snel begreep welk groot plaatje ik voor ogen had en doorhad welk groter doel het op termijn zou gaan dienen.

Edwin Witvoet werkt al sinds 1995 in de tech-industrie en richtte in 2007 Jibe op. Met dit bureau helpt hij bedrijven, organisaties en artiesten om betere keuzes te maken op het gebied van marketing. Door slimmer met data te werken, valt er namelijk nog meer rendement uit de relatie met fans te halen. Data heeft volgens Witvoet zelfs een voorspellende waarde: dankzij technologische ontwikkelingen als machine learning en artificial intelligence, leiden patronen uit het verleden tot concrete voorspellingen voor de toekomst. Hij legt je uit hoe je meer uit je data en fan-relatie haalt.

Eerste project in de dance-industrie

Witvoet’s eerste project in de dance-industrie het mede opbouwen van een eigen website en webshop voor elk merk van ID&T. Hiermee zouden festivalfans gemakkelijk op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen en sneller een ticket kopen. Samen hebben we ervoor gezorgd dat die websites en webshops veilig waren en veel bezoekers aankonden. Maar we wisten beide dat een veilige en goede website en webshop alleen niet de meest optimale relatie met de fans zou creëren.

Daarom hebben we ontdekt hoe we fan-profielen kunnen opbouwen en gebruiken om op een slimmere manier marketing te kunnen bedrijven. Dat deden we door een database te bouwen van fan-profielen en deze database een langere tijd in te zetten. Hierdoor werd iemand die bijvoorbeeld al lid was van de Sensation-nieuwsbrief niet overgehaald om zich nog eens voor die nieuwsbrief in te schrijven: een efficiëntere, snellere en makkelijkere marketing-aanpak was geboren.

“Daarnaast vielen er patronen in de data te ontdekken: bezoekers die bijvoorbeeld jarenlang naar Sensation gingen, veranderden naar verloop van tijd in trouwe bezoekers van Mysteryland”, stelt Witvoet. “ID&T wist daardoor sneller of het een nieuw merk moest lanceren, de programmering moest aanpassen of andere keuzes moest maken op basis van inzicht in de fans. Beschik je niet over die data, dan loop je het risico dat je aangewezen bent op je Fingerspitzengevoel. Er hoeft helemaal niets mis te zijn met je instinct, maar het is geen toeval dat er steeds meer bedrijven kiezen voor een data-gedreven aanpak: hierdoor kan je betere strategische beslissingen nemen.”

—–

Edwin Witvoet 103

—–

Meer inzicht door data

“Een van de manieren waarop je meer uit je data haalt, is te merken in de verkoop van tickets voor een festival. Zo’n proces* kan je standaardiseren en optimaliseren. Op basis van onze ervaring en de beschikbare data uit het verleden, hebben we ontdekt dat grofweg drie verkoopcurves bestaan:

  • Een verkoopcurve met een hoge verkooppiek aan het begin, waarna de curve langzaam oploopt;
  • Een verkoopcurve die gestaag oploopt;
  • Een verkoopcurve die pas laat op gang komt, maar een piek heeft vlak voor het festival plaatsvindt.

Doordat we een idee hebben hoe verkoopcurves eruit zien, weten we op welk moment je met je fans moet communiceren en wanneer marketinginspanningen lonen.”

“Er valt een vergelijking te trekken tussen het organiseren van een festivals en de voorbereiding op een marathon, zo stelt Witvoet. “Voor je de hardloopwedstrijd ingaat, ga je ook door bepaalde fases heen. Die fases vragen allemaal om een aparte handeling: je valt eerst flink af, gaat vervolgens veel meters maken en uiteindelijk ga je ook aan de gang met intervaltrainingen.”

“Zo werkt de aanloop naar een festival ook: je wilt met bepaalde inspanningen of budgetten zorgen dat je uiteindelijk bepaalde doelstellingen kunt behalen. Met ons partnerbedrijf Fanalists helpen we festivals, artiesten en organisaties om maximaal gebruik te maken van data-inzichten en ze dus optimaal voor te bereiden op ‘hun marathon’. Dat doen we door de juiste zaken uit hun data te halen en hen op de juiste momenten de juiste acties aan te raden.”

Twee doelstellingen door data-inzichten

Data kan onder meer bijdragen aan de volgende twee doelstellingen:

  • Het primaire businessmodel optimaliseren: door data-gedreven beslissingen te maken, valt het primaire businessmodel te verbeteren. Je kan hierdoor processen voorspelbaarder of efficiënter en dus goedkoper maken. Denk aan het voorbeeld met de Sensation-nieuwsbrieven: als je weet of iemand zich voor die nieuwsbrief heeft ingeschreven, dan hoef je diegene niet nog eens (via advertenties) lid te maken van deze nieuwsbrief;
  • Het ontwikkelen van nieuwe businessmodellen. Zodra je primaire businessmodel is verbeterd, komt je organisatie vanzelf in een ritme. Hierdoor is er meer tijd en budget beschikbaar om je te verdiepen in het ontwikkelen van nieuwe businessmodellen.

“Op dit moment is het merendeel van de markt in staat om de eerste doelstelling te realiseren. Sommige partijen, zoals RyanAir, zijn bekend met het realiseren van nieuwe businessmodellen. Toch valt te stellen dat we aan de vooravond staan van een bedrijfsleven waarin de tweede doelstelling, het ontwikkelen van nieuwe businessmodellen, binnenkort realiteit wordt. Doordat veel bedrijven op de vooravond staan van hun nieuwe verdienmodel, krijg je dus concurrentie van branchevreemde concurrenten – en zal je dus zelf ook opzoek moeten naar nieuwe verdienmodellen”, aldus Witvoet.

Raamwerk nodig

Een echte digitale visie of een raamwerk is nodig als je aan deze twee doelstellingen wilt werken. Bij veel organisaties ontbreekt de context in data, terwijl dit een primair onderdeel van datamanagement is. Het sturen aan de hand van de volgende vijf doelen biedt uitkomst om bestaande businessmodellen te optimaliseren en nieuwe verdienmodellen te ontwikkelen:

  1. Brand Equity (merkwaarde) – Dit is de financiële waarde die in het merk opgeslagen zit. Doorgaans wordt aangenomen dat de merkwaarde overeenkomt met de contant gemaakte toekomstige kasstromen die aan het merk toe te wijzen zijn;
  2. Brand Reputation Performance (merkreputatie) – Het tastbare resultaat van de aanpak is een handzaam grafisch overzicht op één A4. Het toont de aanpak van het project en de belangrijkste mijlpalen. Uit de roadmap blijkt het ritme rondom de communicatie die rond release van producten en de verhaallijn ontstaat. Dit ritme is de digitale hartslag van de organisatie. Zonder hartslag zit er geen leven in de digitale kanalen. De roadmap en het ritme hebben direct invloed op de brand equity;
  3. Marketing Efficiency – Doorgaans brengt het hebben van een merk veel marketingkosten met zich mee. Vandaag de dag wordt nog veel van het marketingbudget traditioneel ingezet, terwijl de doelgroep nu digitaal is. Door context in data aan te brengen kunnen marketing euro’s efficiënter worden besteed;
  4. Business Acceleratie – Voor een organisatie zit de quick win vooral in het versnellen van bestaande verdienmodellen door internettechnologie. Daarvoor moet zij drie dingen aanpakken: centralisatie van data, teams versterken met kennis en de technologische infrastructuur optimaliseren;
  5. Business Activatie – Nieuwe verdienmodellen vinden. Introductie van bijvoorbeeld volwassen eCommerce, digitale exploitatie van content via videodiensten en meer.

—–

—–

Voorspellende waarde van data

“Naarmate we meer data in onze systemen hebben, zijn we in staat om te benchmarken. Denk aan de verschillende verkoopcurves voor festivals: als we bepaalde patronen herkennen, vallen er ook voorspellingen te doen op basis van nieuwe data. Dus: als je weet in welk tempo bepaalde types festivals verkopen, dan valt te voorspellen wanneer jouw ticketverkoop een piek zal hebben (als het niet gestaag uitverkoopt)”, vertelt Witvoet.

De volgende stap is het ontwikkelen van een zelflerend systeem. “Hier kan je machine learning of artificial intelligence, maar dat zijn technische uitwerkingen van het onderliggende verlangen om betere voorspellingen te kunnen doen.”

Een ander voorbeeld van de voorspellende waarde van data, is het systeem dat op basis van social media-activiteiten voorspelt of een festival goed bezocht zal worden. “Wat blijkt? Het engagement rondom een merk (dat is: de mate van verbinding tussen fans en het festival merk) staat in relatie met de ticketverkoop. We dit een analyse gedaan voor 250 festivals en zagen daarin ook andere patronen terugkomen.”

“Niet alleen is het mogelijk om te voorspellen of en hoe snel een festival uitverkoopt, maar er vallen ook bepaalde type festivals te clusteren. Als je bijvoorbeeld van Lente Kabinet houdt, dan is de kans bijvoorbeeld ook vrij groot dat je Georgies Wundergarten een leuk festival vindt. Zodra je het gedrag van je fans kent en begrijpt, dan kan je daarop inspelen.”

Met de blockchain voldoen aan de AVG

Vanaf mei 2018 worden bedrijven en organisaties verplicht om zorgvuldiger met consumentendata om te gaan. Ze mogen volgens deze Algemene Verordening Gegevensbescherming bijvoorbeeld geen data meer gebruiken als ze niet vooraf aangeven waar ze die data voor gaan gebruiken en data mag niet zomaar voor een onbepaalde tijd opgeslagen worden.

De gevolgen van deze wetgeving zijn bijzonder ingrijpend voor bedrijven. “Door deze wetgeving zullen bedrijven allereerst zich eens moeten verdiepen in welke data ze hebben en welke data ze gebruiken. Dat betekent dat er misschien nog meer bedrijven zijn die aan de slag gaan met een data-gestuurde aanpak.”

Consumenten profiteren natuurlijk van deze veranderende wetgeving. “Je krijgt zelf inzicht in je ‘data wallet’ (de plek waar jouw data is opgeslagen). De controle over de data blijft bij de consument en je zult uiteindelijk zelf op een centrale plek toestemming geven of bepaalde gegevens ingezien mogen worden of niet. Denk bijvoorbeeld aan een dashboard, waarin je per site, app of bedrijf, aangeeft of ze gebruik mogen maken van je data.”

Witvoet is met Jibe betrokken bij een Europees project, dat dit dashboard wil gaan faciliteren via de blockchain. De blockchain is een ‘digitaal grootboek’, waarin gegevens op een decentrale manier zijn vastgelegd. “Door dat decentrale karakter, is automatisch te traceren met welke partijen je data wilt delen en met welke niet.”

Hij vervolgt: “Daarmee is het conform de nieuwe datawetgeving. Ook heeft de consument hierdoor zelf de regie over welke partijen bij zijn of haar data kunnen. Zodra we dit gerealiseerd hebben, hoef je maar aan te vinken of je jouw data met Facebook, Mysteryland of Google wilt delen, of niet. Dat vraagt van bedrijven om je over te halen om jouw data te mogen gebruiken, waardoor ze nog relevanter voor je moeten zijn. Spannende tijden voor bedrijven die bestaande businessmodellen willen verbeteren of nieuwe willen ontwikkelen.”

Conclusie en aanbevelingen

Voor je optimaal aan de slag kan met data-inzichten en voorspellende waarde kunt creëren, moet je als organisatie de volgende stappen nemen:

  • Borg datamanagement: als je geen processen hebt om data te verzamelen en bewaren, valt er op termijn ook geen voordeel te halen uit de data;
  • Streef naar personeel met een digitale mindset: ze zijn immers de belangrijkste spelers, in plaats van de computers en software die de mensen moeten ondersteunen. Hier vind je 12 andere belangrijke tips voor een optimale, digitale strategie;
  • Zet een datanetwerk en data-ecosysteem op. Een ‘laag die over de bestaande systemen heen valt’ is de enige schaalbare en betaalbare oplossing. Onthoud: data komt van interne en externe bronnen, zowel in gestructureerde als ongestructureerde vorm. Die data zal moeten verzameld en gekoppeld worden. Lees hier belangrijke informatie over datamanagement;
  • Start met het hanteren van een gedegen raamwerk dat je helpt sturen op brand equity, brand reputation performance, marketing efficiency, business acceleratie en business activatie. Dat is: het Business Acceleration Framework. Hier vind je informatie hoe het raamwerk jouw organisatie laat opstijgen.

Het resultaat van deze aanpak, is dat data is getransformeerd van kostenpost tot een bron van opbrengsten. Zo draagt de digitale transformatie bij aan het digitale vermogen.

* Jibe is samen met DDMCA en Southfields partner bij Fanalists dat voorziet in Data Driven Business Acceleration oplossingen via het Business Acceleration Framework, zoals optimalisatie van ticketverkoopprocessen.

—–

Bekijk ook

—–

Check ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

supporters of Denis Doeland

dance industrie

Column: De levenslijn van de dance-industrie

Geschatte leestijd - 5 minuten

Als dance-industrie kunnen we iets leren van de levenslijn die handlezers vaak duiden. De levenslijn – zo leren handlezers ons – maakt een bocht over de basis van de duim, beginnend tussen de wijsvinger en de duim. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, laat deze lijn niet zien hoe oud je zult worden. Hij vertelt je hoe sterk, vitaal en gelukkig je zult worden.

Het businessmodel van de dance-industrie heeft ook een levenslijn. De levenslijn (of het businessmodel) van de dance-industrie is in dit geval de artiest-fan-relatie of festival-fan-relatie. Deze lijn – of relatie – maakt duidelijk hoe sterk, vitaal en gelukkig de band tussen de partijen is.

Verandering

Als je een optimale relatie met je fans nastreeft, is het zinnig om nieuwe ontwikkelingen te volgen. Denk bijvoorbeeld aan de nieuwe richtlijnen van Facebook: “Facebook was built to bring people closer together and build relationships. One of the ways we do this is by connecting people to meaningful posts from their friends and family in News Feed. Over the next few months, we’ll be making updates to ranking so people have more opportunities to interact with the people they care about.”

Concreet betekenen de veranderingen dat Facebook op een andere manier zal bepalen wat bovenaan je feed verschijnt en wat niet. Het houdt in dat er minder content van bedrijven en media te zien zal zijn. De content die wel van hen afkomstig is, zal aan strenge eisen moeten voldoen. Ook zien we dat er meer reacties worden geplaatst bij live video’s. Daardoor is er meer interactie en zal deze content vaker in beeld komen. Soms valt er een belangrijk gesprek te starten, door nieuws op een-op-een op Facebook te delen, maar vaker wordt die content passief geconsumeerd – en dus minder vaak getoond door Facebook.

De veranderende richtlijnen betekenen niet dat advertenties uit je tijdlijn verdwijnen. Op dat vlak blijft alles zoals het is. Bedrijven en (nieuws)media die Facebook gebruiken om een connectie te maken met hun gebruikers zullen getroffen worden door de nieuwe maatregelen. Virale video’s en nieuwsartikelen zullen veel minder opduiken, als er niet veel op gereageerd wordt door de fanschare. Met andere woorden: als je als artiest of festival in staat bent om relevante content te maken (die impact zal hebben op jouw fans), dan zul je niets merken van de veranderende richtlijnen.

—–

—–

Authenticiteit

Welke berichten zullen door de nieuwe richtlijnen vaker in een tijdlijn verschijnen?

  • Berichten die aanzetten tot reacties over en weer;
  • Berichten die je wellicht deelt via Messenger;
  • Berichten die je wellicht zelf wilt delen;
  • Berichten waar je op wilt reageren. Denk bijvoorbeeld aan een fan die advies zoekt, die om muziek- of festivaltips vraagt;
  • Een nieuwsbericht of video waar veel discussie over ontstaat.

Facebook gaat in feite terug naar kwaliteit. Familie en vrienden vormen de harde kern van het netwerk op Facebook. In verschillende en verspreidde updates zal het algoritme helpen om die mensen centraal te zetten in de tijdlijn. Door publieke content – updates die van pagina’s van bedrijven komen – meer naar de achterkant te verbannen, zullen bedrijven steeds minder zichtbaarheid verkrijgen. Tenzij hun berichten door mensen onderling gedeeld worden – en dus relevanter blijken.

Het sociale netwerk hoopt hiermee de authenticiteit van hun tijdlijn te bewaren. Ook stoppen ze hiermee mensen en bedrijven die hogerop willen komen in de tijdlijn, door zogenaamde click of engagement-bait. Veel mensen vinden de engagement-bait posts net zo irritant als de clickbait titels van vroeger. Voor de gebruiker is het een positieve verandering, maar artiesten en festivals zullen nieuwe manieren moeten bedenken om hun Facebook-fans te bereiken en hun bereik te vergroten. Mijn advies is het volgende: zorg voor content die impact maakt en zet influencers uit jouw netwerk in, om toch in tijdlijnen te verschijnen.

Onderspit

Michiel Schoonhoven, oprichter van contentmarketingbureau Next Level Impact (NXTLI) stelt dat het nodig is om zelf content uit te brengen, wil je geen omzet (of zelfs bestaansrecht) verliezen: “Het gaat in de toekomst nog meer om relatie tussen fans of volgers van artiesten of festivals. Als er door een artiest of festival content gemaakt wordt waar een ervaring, entertainment of learning inzit, dan ontstaat er een goede relatie met het publiek. Als je alleen een product verkoopt – en verder niks levert – dan ga je op de lange termijn het onderspit delven.”

Schoonhoven onderstreept daarbij mijn stelling dat het gaat om de betekenisvolle relatie tussen artiest en fan of festival en fan. De waarschuwing van Schoonhoven is urgent: “als je niet in staat bent om met relevante content een waardevolle digitale relatie op te bouwen met je publiek, dan is de kans groot dat je de concurrentiestrijd verliest.”

Aanpassing

Het mag inmiddels duidelijk zijn dat de verandering bij Facebook de nodige kansen biedt voor artiesten en fans die zuinig zijn geweest op hun fans. Bepaal hoe vaak (ritme) je content wilt openbaren (consistentie) en houd dat vervolgens vol (discipline). Daar zit de echte uitdaging: deze combinatie van ritme, consistentie en discipline wordt vaak onderschat. Als je die uitdaging aangaat – en overwint – kun je ervoor zorgen dat content bijdraagt aan de groei van de fanrelatie. Die zorgen op lange termijn voor een kostenbesparing en zelfs nieuwe businessmodellen.

De slimmere artiesten en festivalorganisaties zullen zich in toenemende mate richten op het maken en publiceren van relevant content. Door de juiste content op het juiste moment in te zetten, kan de fanrelatie aangehaald, ingezet en onderhouden worden. Festivals en artiesten moeten zich aanpassen door de inzet van een nieuw model. Voor hen dient het content impact model als leidraad. Hierin kunnen ze verschillende typen content ontwikkelen voor verschillende de fases in het contact met de fan: van het eerste contactmoment totdat hij of zij je (belangrijkste) ambassadeur geworden is. Oftewel: het moment waarop de relatie tussen het festival of de artiest en de fan betekenisvol is geworden.

Het meten van de impact en de resultaten is daarbij onmisbaar om onnodige kosten te voorkomen en het effect zichtbaar te maken. Een dure campagne die geen zichtbaar effect heeft op de kaartverkoop van een festival kom je dit jaar veel minder vaak tegen. Ook pr, social media management en influencer marketing zullen onderdeel zijn van het model. Artiesten en festivals die voorgaande aspecten geen onderdeel laten uitmaken van het model, zullen onnodige kosten maken en minder efficiënt zijn. Onthoud dus goed: de levenslijn van de dance-industrie is de artiest-fan relatie of festival-fan relatie – en die levenslijn wil je optimaliseren.

* Dit is een bewerkte versie van de column die eerder verscheen bij This Is Our House.

Check ook

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

—–supporters of Denis Doeland

Paradiso

Achtergrond: Hoe clubs en poppodia slimmer kunnen worden