The New York Times

Achtergrond: The New York Times doet digitale transformatie voor

Geschatte leestijd - 2 minuten

The New York Times zag de omzet afgelopen jaar met acht procent stijgen. Dat is best opvallend: de meeste kranten zien hun oplages en winsten teruglopen. Toch ging het de New Yorkse krant niet altijd zo gemakkelijk af. In 2011 gooide de krant het roer om. Niet zonder succes. The New York Times doet voor hoe een digitale transformatie werkt. Let op en leer.

→ Beluister hier de podcast van dit artikel

The New York Times groeit

De krant realiseerde afgelopen jaar daarbij meer dan een miljard dollar uit abonnementen-inkomsten. Daarmee is die inkomstenstroom goed voor 60 procent van de totale omzet van het bedrijf, waardoor er minder druk ligt op advertenties. Mark Thompson, President en Chief Executive Officer van de krant, stelt blij te zijn met het tempo van de groei. Geef hem eens ongelijk.

De krant durfde op tijd zijn angst overboord te zetten. Dat deed het als volgt. In 2011 lanceerde The New York Times digitale abonnementen en kwam content achter een paywall te staan. Wie niet betaalt, zag niets (alleen het topnieuws-gedeelte bleef wel zichtbaar). De eerste resultaten waren niet hoopgevend. Het aantal unieke bezoekers daalde van 20 miljoen naar iets meer dan 100.000. Au.

—–

—–

Wetten van digitale transformatie

“Bezit maakt plaats voor beschikbaarheid, belevenis, gebruik, gemak en service. Oftewel: bezit maakt plaats voor toegang.” Veel uitgeverijen zagen in 2011 deze ontwikkeling met lede ogen aan. The New York Times speelde op tijd in op deze ontwikkeling. Ik schreef in 2011 het volgende: “toegang tot digitale content en dienstverlening op internet zijn inmiddels het fundament van toekomstige verdienmodellen voor iedereen die met de exploitatie van content bezig is. Dat betekent voor uitgeverijen dat de verkoop van fysieke producten aan lezers aan belang zal afnemen.” The New York Times handelde volgens dat principe.

Voor het die stap kon zetten, moest het wel een fundamentele angst overkomen. Uitgeverijen hebben namelijk te maken met een financieel ‘crowding out’ effect. Ze vrezen dat een nieuw type investeringen de afbouw initiëren van oude investeringen. Als kranten nieuwe verdienmodellen willen ontwikkelen, dan moeten ze niet meer vrezen dat lezers niet meer zullen betalen voor content. Het weggeven van content zorgt namelijk voor nieuwe relaties. Relaties zorgen voor data van gebruikers. Die data maakt op termijn de creatie van additionele en nieuwe geldstromen mogelijk. Wat opgaat voor een uitgever, gaat eigenlijk ook op voor elke ander type uitgeverij, zoals die van boeken, kranten of tijdschriften. Sterker nog: ook als je geen krant, tijdschrift of uitgeverij bestuurt, heb je veel te leren van The New York Times.

Ben je benieuwd wat dat is?

Ik vertel daar meer over in het achttiende hoofdstuk van mijn boek Digitaal Vermogen. Dat hoofdstuk heet The New York Times koploper digitale transformatie. Je vindt dat hoofdstuk via de links hieronder. Je kan het nu ook beluisteren via Spotify en andere diensten, via de links hieronder.

lees hoofdstuk 18 uit Digitaal Vermogen

luister hoofdstuk 18 uit Digitaal Vermogen via Spotify

luister hoofdstuk 18 via andere kanalen

Check ook

bestel hier de hardcover versie van Digitaal Vermogen
bestel hier de digitale versie van digitaal vermogen

Wil je liever een paperback?

→ Bestel via de site
→ Bestel via BOL.com
→ Bestel via Bruna
→ Bestel via Managementboek

ook verkrijgbaar bij

verkrijgbaar bij bol bruna en managementboek
verkrijgbaar bij Scheltema AKO

ook digitaal te lezen bij

verkrijgbaar via scribd issuu

Andere relevante uitgaven

Boeken Denis Doeland

Liever een gratis eBook? Check ook vanAnaloognaarDigitaal.nu en EDMendedigitalewereld.nl

Supporters Digitaal Vermogen

Achtergrond: Het einde van kranten en tijdschriften is nabij

De ‘digitale generatie’ zijn alleen geen kinderen meer. Langzaam maar zeker worden digitale consumenten een felbegeerde media demografie. De resultaten van een recent onderzoek van het Britse Ofcom onder Britse mediagebruikers maakt dit duidelijk.

Onderzoekers vroegen gebruikers welke media ze het meest zouden missen. De respondenten uit het onderzoek gaven vervolgens de volgende antwoorden gesegmenteerd naar leeftijd. Onderstaande grafiek maakt een en ander duidelijk.

Brits Media Gebruik 2013

Zelfs onder de oudste groep – 75 jaar en ouder – is digitaal nu doorgedrongen, maar digitaal wordt nog steeds gezien als minder waardevol dan print. TV is de grote winnaar in deze leeftijdsgroep.

Onder de jongere groep, heeft digitaal allang print en televisie overtroffen. In de groep 16-44 jaar, digitaal is veruit het meest dominante medium: TV is nog steeds sterk, maar het aandeel is kleiner dan digitaal. Een (kleine) voorkeur voor print is alleen zichtbaar in de groep 35-44 jaar. Onder de groep 16-34 -jarigen, de volgende generatie, komt print niet voor.

In korte tijd, zullen de 16-34-jarigen een zeer belangrijke groep vormen. Als deze groep liefde voor print zou ontwikkelen, zouden we dat waarschijnlijk nu hebben gezien. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijk, zal deze generatie zich nooit meer over kranten en tijdschriften druk maken, eerder zullen ze zich druk maken over smartphones en computers.

Deze grafiek toont ook dat TV en Radio zich zorgen moet gaat maken. Let op het verschil in belang van TV in de leeftijdsgroep 16-24, de nieuw consumenten van morgen, en de afname onder de groep 25-44. Daaruit blijkt dat TV en Radio steeds minder belangrijk wordt. Wanneer je verder redeneert kun je ook stellen dat de muziekindustrie zijn kaarten zo langzamerhand alleen nog moet gaan zetten op digitaal.

Het lijkt er op dat het einde van kranten en tijdschriften zoals we ze kennen nabij is. Tijd voor het nieuwe businessmodel. Content = Relatie = Informatie.

Lees ook het hoofdstuk in vanAnaloognaarDigitaal.nu:

Lees ook de paper: