AI Sentiment Monitor: Barst de AI-bubbel of niet?
Alle signalen rondom de ontwikkeling van AI op één plek
AI Sentiment Index en thema-indexen
Week 1 van 2026 is de basis (100). Boven 100 betekent meer risicosignalen dan bij de start, onder 100 minder. Klik op een thema om de lijn aan of uit te zetten en vergelijk de thema’s met elkaar en met de totale index. Achter elke naam staat de stand van deze week. Alle weken van 2026 zijn berekend met dezelfde meetlat (versie 4.1).
Hoe lees je de AI Sentiment Index?
Wat meet de index? De index meet geen beurskoersen. De index meet hoeveel spanning er is tussen de verwachtingen rond AI en wat AI opbrengt. Denk aan investeringen die sneller stijgen dan de kasstroom, duurder wordende leningen en datacenters die geen stroom krijgen.
Hoe komt het getal tot stand? Elk van de acht thema’s heeft een vaste meetlat van vier tot zes indicatoren, zoals de leegstand van datacenters, de kredietpremie van Oracle of de wachtrij voor stroomaansluitingen in Texas. Voor elke indicator ligt vooraf vast welke waarde bij welke band hoort, van 1 (geen spanning) tot 5 (acute stress). De themascore is het gemiddelde van die banden, afgerond op een half punt. De acht scores tellen we op en vergelijken we met de eerste week van 2026, die op 100 staat.
Waarom een meetlat? Nieuwsberichten over AI wijzen vaker op gevaar dan op rust, en wie de meeste persberichten verstuurt, bepaalt dan de richting. Een meetlat kijkt elke week naar dezelfde cijfers, ook als ze geen nieuws zijn. Koppen, waarschuwingen en voorspellingen tellen niet mee; alleen gemeten waarden uit een genoemde bron.
Wat vertelt het getal? Staat de index op 100, dan is de spanning even groot als begin 2026. Boven 100 is er meer spanning, onder 100 minder. Een stand van 105 betekent dat de acht scores samen 5 procent hoger liggen dan in week 1.
Wat betekent een hoger cijfer? Een hogere index betekent dat investeringen, waarderingen of leningen verder vooruitlopen op wat AI opbrengt. De markt wordt daardoor kwetsbaarder voor een correctie. Stijgt de index een paar weken achter elkaar, dan is dat een reden om extra op te letten.
Wat betekent een lager cijfer? Een lagere index betekent dat de opbrengsten de investeringen inhalen, lenen goedkoper wordt of knelpunten zoals stroom en capaciteit oplossen. Een daling zegt niet dat AI minder belangrijk wordt. Een daling zegt dat verwachting en werkelijkheid dichter bij elkaar komen.
En de lijnen per thema? Elk thema heeft een eigen index, die op dezelfde manier werkt: 100 is het niveau van week 1. Zo zie je welk thema de totale index omhoog of omlaag trekt. Let op: een thema dat laag begon, stijgt in de index sneller dan een thema dat al hoog begon. Kijk daarom ook naar de score zelf en naar de kleur. Groen is een score tot en met 2,5, oranje is 3 of 3,5 en rood is 4 of hoger.
Hoe zeker is het getal? De uitkomst hangt af van de keuze van de indicatoren en de drempels. Een eerdere versie van dezelfde meetlat gaf voor week 40 met dezelfde bronnen 109,3 in plaats van 104,7. Reken daarom op een marge van ongeveer vijf indexpunten die uit de methode komt en niet uit de markt. De drempels zijn vastgelegd met kennis van de cijfers van 2026. Een deel van de meetwaarden is afgeleid uit meerdere bronnen of gelezen via een overname, omdat de oorspronkelijke bron niet toegankelijk was. Alle indicatoren, drempels en bronnen staan verderop op deze pagina.
Wat zegt de index niet? De index voorspelt niets en noemt geen datum. Een hoge stand betekent niet dat de bubbel morgen barst; een lage stand betekent niet dat er niets aan de hand is. Het is geen beleggingsadvies. De waarde zit in de richting: loopt de spanning op, blijft die gelijk of neemt die af?
| Thema | Signaal | Score | Richting | Interpretatie | Bronnen |
|---|---|---|---|---|---|
| Investeringsprognoses | Oranje | 3/5 | ▶ Stabiel | De verwachte investeringen van de grote hyperscalers groeien in 2026 met circa 94 procent, volgens de raming van Goldman Sachs van 25 september; na de kwartaalcijfers is nog geen nieuwe consensusraming gevonden. Over twaalf maanden gaat nu 94,4 procent van de operationele kasstroom van Alphabet, Amazon, Meta en Microsoft naar investeringen, tegen 82,3 procent een kwartaal eerder. Daartegenover groeit de orderportefeuille 68,9 procentpunt sneller dan de investeringen (mediaan van drie bedrijven); bij Microsoft groeiden de investeringen juist 30,3 procentpunt sneller dan de portefeuille. In dertien weken is geen vermogen geteld dat om vraag, financiering of kosten is geschrapt. Als context, die niet in de score meetelt: Meta wil tot 97,5 miljard dollar aan nieuwe aandelen uitgeven om zijn AI-infrastructuur te financieren (Reuters, via The Star). Score 3. | Goldman Sachs (via overname), Amazon, Data Studios |
| Opbrengsten versus afschrijvingen en operationele kosten | Oranje | 3,5/5 | ▲ Oplopend | De vrije kasstroom van de vijf grote hyperscalers ligt over twaalf maanden 83,4 procent lager dan een jaar eerder: 33,8 tegen 203,1 miljard dollar, met Amazon op min 42,4 miljard dollar. Die meting valt in de hoogste band en verklaart de hogere score. De afschrijvingen groeien 21,3 procentpunt sneller dan de omzet (mediaan), tegen 14,8 een kwartaal eerder. De operationele marge van AWS en Google Cloud ligt daarentegen 3,0 procentpunt boven het gemiddelde van de vier voorgaande kwartalen. CoreWeave boekte een nettoverlies van 24,3 procent van de omzet en Nebius een operationeel verlies van 30,2 procent; beide publiceren medio november nieuwe cijfers. Als context, die niet in de score meetelt: het openbare prospectus van Anthropic toont over het eerste halfjaar van 2026 een nettoverlies van 80,7 miljard dollar op 16,3 miljard dollar omzet, waarvan 72,4 miljard dollar niet in contanten (9fin). Score 3,5. | Amazon, CoreWeave, SEC |
| Benutting van GPU-clusters, cloudcapaciteit en datacenters | Groen | 1/5 | ▼ Afnemend | De leegstand van datacenters in Noord-Amerika is 1,4 procent en 80,4 procent van de capaciteit in aanbouw is vooraf verhuurd, volgens CBRE over de eerste helft van 2026. De huurprijs van de H100 steeg in drie maanden 6,6 procent en die van de B200 8,8 procent, volgens Silicon Data; de controle met de Ornn-index was niet mogelijk, omdat de juliwaarden ontbreken. Er is in dertien weken geen vermogen geschrapt wegens gebrek aan huurders. De meting van Cast AI (5 procent GPU-benutting) is na 26 weken vervallen en doet tot de volgende editie niet mee. Dat verval, geen nieuw marktcijfer, verklaart de lagere score. Score 1. | Silicon Data, CBRE, Bisnow |
| Prijzen van modelgebruik en clouddiensten | Oranje | 3/5 | ▶ Stabiel | De instapmodellen van OpenAI, Anthropic en Google zijn 56,8 procent goedkoper dan 26 weken geleden (mediaan) en de vlaggenschipmodellen 20 procent. De goedkoopste uitdager wijst de andere kant op: DeepSeek rekent voor zijn Flash-model gemengd 0,317 dollar per miljoen tokens, 81,3 procent meer dan 26 weken geleden; de prijspagina bevestigt dat tarief. In het middensegment verlaagden in dertien weken drie van de zes aanbieders per saldo hun prijs en verhoogde er één (Mistral), een saldo van plus 33,3 procentpunt. OpenAI bracht op 26 oktober GPT-6.1 Terra uit voor 1 en 5 dollar per miljoen tokens, gemengd 55,6 procent onder de voorganger, terwijl de verlaging van juli uit het venster viel. De goedkoopste consumentenabonnementen veranderden niet (mediaan 0 procent). Score 3. | OpenAI, Anthropic, usagebox, Google |
| Krediet, risico-opslagen en projectvoorwaarden | Rood | 4/5 | ▶ Stabiel | De premie op de vijfjaars kredietverzekering (CDS) van Oracle staat op 288 basispunten van 14 oktober (S&P Global Market Intelligence en LSEG, via Securitas Global), de laatste stand met dataleverancier en dag; deze week is geen nieuw slotniveau gevonden. De som van mislukte of noodlijdende financieringen in dertien weken steeg naar 5,5 punten, doordat obligaties van QTS Project Excalibur (huurder Microsoft) onder 88 cent en schuld van de Oracle-campus in Michigan op circa 87 cent alsnog zijn meegeteld (Financial Times, via Dealroom News); een wanbetaling is niet gemeld. S&P zette op 30 oktober het vooruitzicht van Meta op negatief, waardoor de ratingpositie een halve band stijgt. Obligaties met CoreWeave als uitgever of huurder betalen 1,57 procentpunt meer dan de high-yield-index. Bij projecten zonder CoreWeave is de mediane premie 0,33 procentpunt, plus een halve band omdat het indexrendement 0,83 procentpunt hoger staat dan 91 dagen eerder. Het gemiddelde is 4,20. Score 4. | Dealroom News, Securitas Global, FRED, PPC Land |
| Private markten, down rounds, secondary discounts en IPO-signalen | Groen | 2,5/5 | ▶ Stabiel | OpenAI en Anthropic worden bij hun laatste formele prijs gemiddeld op 15,9 keer de omzet gewaardeerd; er is geen nieuwe formele prijs of nieuw omzetcijfer gevonden. De mediane korting op de secundaire markt van Forge liep in september op van 3 naar 9 procent, bij een koopinteresse van 43,5 procent. Van al het durfkapitaal ging in het derde kwartaal 64 procent naar AI, volgens Crunchbase. In het venster van dertien weken vallen twee AI-beursgangen, van Mech-Mind en Iambic Therapeutics, en geen daarvan mislukte; met minder dan drie beursgangen is het venster niet getest. Het rapport van Carta over het tweede kwartaal is niet gevonden, dus die indicator doet niet mee. Als context, die niet in de score meetelt: Anthropic diende op 26 oktober een openbaar prospectus in, zonder prijsvork; Renaissance Capital schat de opbrengst op 75 miljard dollar. Score 2,5. | Euronews, Forge Global, Crunchbase News, AAStocks |
| Rendement bij bedrijven: van pilots naar schaalbare processen | Oranje | 3,5/5 | ▶ Stabiel | In enquêtes van adviesbureaus meldt een mediaan van 63 procent van de bedrijven geen financieel rendement van AI. Onafhankelijke studies van de ECB en Banca d’Italia vinden over alle bedrijven geen systematisch effect op de productiviteit (0,0 procent); de studie van Statistics Canada viel na 26 weken uit het venster. Volgens een telling van Goldman Sachs koppelt 2 procent van de bedrijven in de S&P 500 een bedrag aan het winsteffect. Het gebruik groeit wel: het aandeel Amerikaanse bedrijven dat AI inzet, lag begin oktober 4,75 procentpunt hoger dan 26 weken eerder, volgens cijfers van het Census Bureau (via jobsdata.ai). Een nieuwe enquête of studie die aan de toelatingsregels voldoet, is deze week niet gevonden. Het gemiddelde van de indicatoren is 3,79; de demping in de rekenregel houdt de score vast. Score 3,5. | BearingPoint, jobsdata.ai, ECB, Investing.com |
| Energie en netaansluiting: stroomtekort versus gebrek aan klanten | Rood | 4/5 | ▶ Stabiel | De wachtrij voor grote stroomaansluitingen in Texas (ERCOT) telt circa 496 GW; 61 procent daarvan valt buiten de eerste batchstudie. De laatste capaciteitsveiling van PJM sloot op het prijsplafond met een tekort van 6.800 MW. Op 13 en 14 oktober zette PJM noodvraagrespons in onder noodorder 202-26-50 van het Amerikaanse ministerie van Energie; afgeschakeld werd er niet. In Oregon, New York en Texas geldt een formele stop op vergunningen of aansluitingen voor datacenters. Daartegenover staat 11,9 GW aan getekende stroomcontracten voor datacenters in dertien weken; deze week is het contract van 590 MW tussen Black Hills en Google alsnog meegeteld. Als context, die niet in de score meetelt: NIPSCO (NiSource) sloot met Microsoft een contract tot 788 MW dat de toezichthouder in Indiana nog moet goedkeuren (FourWeekMBA). Score 4. | ERCOT, OPB, Finviz, DOE, Utility Dive |
Analyse week 44
- Investeringsprognoses. Investeringen nemen 94,4 procent van de operationele kasstroom in beslag. De orderportefeuille groeit 68,9 procentpunt sneller dan de investeringen.
- Opbrengsten en kosten. De vrije kasstroom van de hyperscalers ligt 83,4 procent lager. De marge van AWS en Google Cloud ligt 3,0 procentpunt hoger.
- Benutting. De leegstand is 1,4 procent en de huurprijzen stijgen. De meting van Cast AI is vervallen, wat de score verlaagt.
- Prijzen. De instapmodellen zijn 56,8 procent goedkoper. OpenAI verlaagde de Terra-lijn met 55,6 procent; het prijssaldo blijft plus 33,3 procentpunt.
- Krediet. Noodlijdende financieringen stijgen naar 5,5 punten. S&P zette het vooruitzicht van Meta op negatief.
- Private markten. De korting bij Forge steeg naar 9 procent. OpenAI en Anthropic staan op 15,9 keer de omzet.
- Rendement bij bedrijven. Een mediaan van 63 procent meldt geen financieel rendement. Het AI-gebruik lag 4,75 procentpunt hoger dan 26 weken eerder.
- Energie en netaansluiting. Drie staten hebben een formele stop. Het getekende stroomvermogen voor datacenters is 11,9 GW.
Kort samengevat. De spanning blijft het grootst bij krediet en bij stroom en netaansluiting, en de vrije kasstroom van de hyperscalers liep over twaalf maanden 83,4 procent terug, terwijl de benutting van datacenters geen spanning laat zien. Twee thema’s staan op rood, vier op oranje en twee op groen.
Belangrijkste verschuiving t.o.v. vorige week
De AI Sentiment Index staat op 114,0, gelijk aan week 43 (114,0). Twee themascores veranderden en heffen elkaar op. Opbrengsten en kosten ging van 3 naar 3,5, doordat de vrije kasstroom van de vijf hyperscalers na de kwartaalcijfers uitkomt op min 83,4 procent (was min 38,5 procent). Benutting ging van 1,5 naar 1, doordat de meting van Cast AI na 26 weken is vervallen. Nieuw en opvallend, zonder gevolg voor de andere scores: investeringen als deel van de operationele kasstroom stegen van 82,3 naar 94,4 procent; de groei van de orderportefeuille min de groei van de investeringen daalde van plus 86 naar plus 68,9 procentpunt; de som van noodlijdende financieringen steeg van 3,5 naar 5,5 punten; de ratingpositie steeg naar band 4,5 door het negatieve vooruitzicht van Meta; de korting bij Forge steeg van 3 naar 9 procent.
De meetlat van deze week
Elk thema heeft vier tot zes vaste indicatoren. Elke indicator krijgt een band van 1 (geen spanning) tot 5 (acute stress) volgens vaste drempels. De themascore is het gewogen gemiddelde van de banden, afgerond op een half punt. Gecontroleerd is de datum waarop de indicator is nagelopen; Datum bron is de datum van de meting of publicatie. Een streepje betekent dat er die week niet apart is nagegaan of er een nieuwe meting was.
| Indicator | Meting | Band (1–5) | Gewicht | Gecontroleerd | Datum bron | Bron |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Investeringsprognoses | score 3/5 · gemiddelde van de indicatoren 3,14 | |||||
| Verwachte groei investeringen hyperscalers | plus 94 procent in 2026 | 5 | heel | 1 november | 25 september | Goldman Sachs (via overname) |
| Investeringen als deel van operationele kasstroom | 94,4 procent over twaalf maanden | 4,5 | heel | 1 november | 29 oktober | Amazon |
| Groei orderportefeuille minus groei investeringen | plus 68,9 procentpunt | 1 | half | 1 november | 29 oktober | Data Studios |
| Geschrapt of afgestoten vermogen | 0 megawatt in dertien weken | 1 | heel | 1 november | 28 september | eigen telling |
| Opbrengsten en kosten | score 3,5/5 · gemiddelde van de indicatoren 3,39 | |||||
| Afschrijvingen min omzet, groeiverschil (mediaan vier hyperscalers) | 21,3 procentpunt | 3,5 | heel | 1 november | 29 oktober | Amazon |
| Nettoverliesmarge CoreWeave | verlies van 24,3 procent van de omzet | 3,5 | heel | – | 11 augustus | CoreWeave |
| Operationele marge AWS plus Google Cloud (tegen gemiddelde vier voorgaande kwartalen) | plus 3,0 procentpunt | 1,5 | heel | 1 november | 29 oktober | Amazon |
| Operationele verliesmarge Nebius | verlies van 30,2 procent van de omzet | 3,5 | half | – | 12 augustus | SEC |
| Vrije kasstroom vijf hyperscalers (twaalf maanden, jaar op jaar) | min 83,4 procent | 5 | heel | 1 november | 29 oktober | Amazon |
| Benutting | score 1/5 · gemiddelde van de indicatoren 1,12 | |||||
| H100-huurprijs neoclouds, verandering in drie maanden | plus 6,6 procent | 1,5 | half | 1 november | 31 oktober | Silicon Data |
| B200-huurprijs, verandering in drie maanden | plus 8,8 procent | 1,5 | half | 1 november | 31 oktober | Silicon Data |
| Leegstand datacenters Noord-Amerika | 1,4 procent | 1 | heel | – | 30 juni | CBRE |
| Voorverhuurd aandeel van capaciteit in aanbouw | 80,4 procent | 1 | heel | – | 30 juni | CBRE |
| Geschrapt of teruggegeven vermogen wegens gebrek aan huurders | 0 procent in dertien weken | 1 | heel | 1 november | 2 oktober | Bisnow |
| Prijzen | score 3/5 · gemiddelde van de indicatoren 3,00 | |||||
| Vlaggenschipprijs westerse drie | min 20 procent in 26 weken (mediaan) | 3 | heel | 1 november | 29 september | OpenAI |
| Instapmodelprijs westerse drie | min 56,8 procent in 26 weken (mediaan) | 5 | heel | 1 november | 7 oktober | Anthropic |
| Goedkoopste uitdagerprijs | plus 81,3 procent in 26 weken | 1 | heel | 1 november | 20 oktober | usagebox |
| Instapprijs consumentenabonnement | 0 procent in 26 weken (mediaan) | 2 | heel | 1 november | 31 oktober | |
| Prijsrichting middensegment en uitdagers 13 weken | saldo plus 33,3 procentpunt | 4 | heel | 1 november | 26 oktober | OpenAI |
| Krediet | score 4/5 · gemiddelde van de indicatoren 4,20 | |||||
| Mislukte of noodlijdende AI-financieringen 13 weken | 5,5 punten | 5 | heel | 1 november | 15 oktober | Dealroom News |
| Oracle 5-jaars CDS | 288 basispunten | 5 | heel | 1 november | 14 oktober | Securitas Global |
| Premie CoreWeave-gebonden high-yield-uitgiftes | 1,57 procentpunt | 4 | heel | 1 november | 9 oktober | FRED |
| Premie high-yield AI-datacenterobligaties (zonder CoreWeave) | 0,33 procentpunt, plus indexopslag | 2,5 | heel | 1 november | 29 oktober | FRED |
| Ratingpositie AI-uitgevers | Oracle één stap boven junk bij S&P; saldo overige plus 1 | 4,5 | heel | 1 november | 30 oktober | PPC Land |
| Private markten | score 2,5/5 · gemiddelde van de indicatoren 2,43 | |||||
| Waardering/omzet OpenAI en Anthropic | 15,9 keer de omzet | 2 | heel | 1 november | 8 oktober | Euronews |
| Mediane korting secundaire markt (Forge) | 9 procent korting | 2 | half | 1 november | 26 oktober | Forge Global |
| Aandeel AI in wereldwijd durfkapitaal (Crunchbase) | 64 procent | 3,5 | heel | 1 november | 5 oktober | Crunchbase News |
| Aandeel mislukte AI-beursgangen over 13 weken | 0 procent (0 van 2) | 2 | heel | 1 november | 1 november | AAStocks |
| Rendement bij bedrijven | score 3,5/5 · gemiddelde van de indicatoren 3,79 | |||||
| Adviesbureaus: aandeel zonder financieel rendement | 63 procent (mediaan) | 3,5 | heel | 1 november | 1 oktober | BearingPoint |
| Census BTOS: groei AI-gebruik bij bedrijven | plus 4,75 procentpunt in 26 weken | 1,5 | half | 1 november | 22 oktober | jobsdata.ai |
| Onafhankelijk onderzoek: gemeten productiviteitseffect | 0,0 procent | 5 | heel | 1 november | 26 oktober | ECB |
| Goldman-telling: S&P 500 met gekwantificeerd winsteffect | 2 procent | 4 | heel | – | 17 augustus | Investing.com |
| Energie en netaansluiting | score 4/5 · gemiddelde van de indicatoren 4,06 | |||||
| ERCOT-wachtrij grote lasten: hardheid en groei | 61 procent zonder studie | 4 | heel | 1 november | 3 september | ERCOT |
| Formele stops en wegens stroom geschrapt vermogen | 3 staten; 0 megawatt geschrapt | 4,5 | heel | 1 november | 9 oktober | OPB |
| Getekend stroomvermogen datacenters (13 weken) | 11,9 GW | 1,5 | half | 1 november | 6 oktober | Finviz |
| NERC-waarschuwingsniveau grote lasten | niveau 3, plus noodmaatregel | 4,5 | heel | 1 november | 13 oktober | DOE |
| PJM-capaciteitsveiling: tekort en prijs | 6.800 MW tekort op het prijsplafond | 4,5 | heel | 1 november | 30 september | Utility Dive |
Alle indicatoren, drempels en werkwijze (meetlat versie 4.1)
Per indicator staat hier wat er wordt gemeten, bij welke waarde welke band hoort en hoe de wekelijkse meting tot stand komt. Een band loopt van 1 (geen spanning) tot 5 (acute stress).
Investeringsprognoses
- Verwachte groei investeringen hyperscalers (procent; gewicht heel; meting geldig: 16 weken). Verwachte groei van de investeringen van de vijf grote hyperscalers (Amazon, Microsoft, Alphabet, Meta, Oracle) in het lopende kalenderjaar ten opzichte van het voorgaande jaar, volgens de jongste gepubliceerde analistenconsensus (bij voorkeur Goldman Sachs/FactSet; anders een andere bank of kredietbeoordelaar met dezelfde groep). Banden: 1: minder dan 15 procent; 2: 15 tot 30 procent; 3: 30 tot 50 procent; 4: 50 tot 75 procent; 4,5: 75 tot 100 procent; 5: 100 procent of meer. Bron: Goldman Sachs (consensusoverzicht), FactSet Insight; reserve: CreditSights, Moody’s. Zo wordt gemeten: Na elk cijferseizoen (begin februari, mei, augustus, november) en bij elke nieuwe Goldman- of FactSet-notitie: zoek ‘Goldman Sachs consensus hyperscaler capex [jaar] billion since start of earnings season’ en lees een leesbare overname (Yahoo Finance, Investing.com, Fortune, Morningstar/MarketWatch; Goldman en Bloomberg zelf zijn zelden leesbaar) of insight.factset.com. Niveau = consensus lopend jaar gedeeld door de realisatie van het vorige jaar (2025: 412 miljard dollar voor vijf bedrijven) min 1. Herziening = (stand nu / stand bij start seizoen) min 1, voor het lopende én het volgende jaar; neem de grootste. Band = niveauband plus of min de opslag. Opslag: is de herziening 15 procent of meer, dan een halve band erbij; is die minder dan 2 procent of is de raming verlaagd, dan een halve band eraf; anders geen opslag. De uitkomst blijft tussen 1 en 5. Geen nieuwe meting: niets invullen; de laatste rij blijft 16 weken gelden. Gebruik alleen de consensus voor de vijf bedrijven (Amazon, Microsoft, Alphabet, Meta, Oracle); een eigen raming van een bank alleen als er geen consensus is, en meld dat.
- Investeringen als deel van operationele kasstroom (procent; gewicht heel; meting geldig: 16 weken). Som over de laatste vier kwartalen van de investeringen van Alphabet, Amazon, Meta en Microsoft, gedeeld door de som van hun operationele kasstroom over dezelfde twaalf maanden. Investeringen: Microsoft en Meta het eigen cijfer inclusief financiële leases; Alphabet en Amazon aankopen van materiële vaste activa. Banden: 1: minder dan 45 procent; 2: 45 tot 60 procent; 3: 60 tot 70 procent; 3,5: 70 tot 80 procent; 4: 80 tot 90 procent; 4,5: 90 tot 100 procent; 5: 100 procent of meer. Bron: Kwartaalpersberichten en SEC-stukken (8-K, kasstroomoverzicht) van de vier bedrijven. Zo wordt gemeten: In de week waarin de laatste van de vier rapporteert (meestal Amazon): tel per bedrijf de laatste vier kwartalen op. Amazon: persbericht op ir.aboutamazon.com geeft ’trailing twelve months’ operationele kasstroom en ‘purchases of property and equipment’ rechtstreeks. Alphabet: SEC-bijlage 99.1, vier kwartalen optellen. Meta: investor.atmeta.com, zin ‘capital expenditures, including principal payments on finance leases’ en ‘cash provided by operating activities’. Microsoft: persbericht (net cash from operations) en de toelichting van de financieel directeur (‘capital expenditures including finance leases’). Geen nieuwe cijfers: niets invullen (16 weken geldig).
- Groei orderportefeuille minus groei investeringen (procentpunt; gewicht half; meting geldig: 16 weken). Per bedrijf (Microsoft: commercial remaining performance obligation; Alphabet: revenue backlog; Amazon: performance obligations) de groei op jaarbasis van de orderportefeuille min de groei op jaarbasis van de kwartaalinvesteringen (aankopen materiële vaste activa). De indicator is de mediaan van de drie verschillen. Banden: 1: plus 50 procentpunt of meer; 2: plus 10 tot plus 50 procentpunt; 3: min 10 tot plus 10 procentpunt; 4: min 40 tot min 10 procentpunt; 5: lager dan min 40 procentpunt, of een krimpende orderportefeuille. Bron: Microsoft Investor Metrics, 10-Q/10-K van Alphabet en Amazon, toelichting bij de kwartaalcijfers. Zo wordt gemeten: Microsoft: microsoft.com/en-us/investor/earnings/fy-JJJJ-qN/metrics. Alphabet en Amazon: 10-Q op sec.gov (‘revenue backlog’; ‘commitments not yet recognized’). Jaar-eerdercijfers uit het 10-Q van een jaar eerder. Reken per bedrijf: (portefeuille nu / jaar eerder min 1) min (kwartaalinvesteringen nu / jaar eerder min 1), in procentpunt; neem de middelste van de drie. Noteer in Opmerking de drie losse waarden en wat de bedrijven zelf melden over OpenAI en Anthropic. Geen nieuwe cijfers: niets invullen (16 weken geldig).
- Geschrapt of afgestoten vermogen (megawatt (gewogen); gewicht heel; meting geldig: 13 weken). Gewogen megawatt van datacenterprojecten die de afnemer of bouwer om redenen van vraag, financiering of kosten heeft geschrapt, stilgezet of afgestoten; voortschrijdende som over 13 weken. Weging: zie wijzigingen (vol, half bij overname binnen 13 weken, nul voor intentieverklaringen, niet-getekende huur, vergunning of net, wissel van bouwer, onbekend vermogen). Banden: 1: 0 megawatt; 2: 1 tot 500 megawatt; 3: 500 tot 1.500 megawatt; 4: 1.500 tot 5.000 megawatt; 5: 5.000 megawatt of meer. Bron: Reuters, Bloomberg, Data Center Dynamics, bedrijfsmededelingen. Zo wordt gemeten: Wekelijks Data Center Dynamics doorzoeken op ‘pauses’, ‘walks away’, ’terminated’, ‘scrapped’ plus de namen van hyperscalers, OpenAI, Oracle, CoreWeave, Crusoe, Nscale. Per gebeurtenis vastleggen: datum besluit, megawatt van de vaste toezegging, reden, bindend ja of nee, overgenomen ja of nee. Gewicht toekennen, som over de laatste 13 weken opnieuw uitrekenen en een rij schrijven als de som verandert. Wordt een eerdere post overgenomen: halveren vanaf die week. Verandert er niets: uiterlijk elke 13 weken een bevestigingsrij met de lopende som, anders vervalt de indicator.
Opbrengsten en kosten
- Vrije kasstroom vijf hyperscalers (twaalf maanden, jaar op jaar) (procent verandering van de som; gewicht heel; meting geldig: 16 weken). Som van de vrije kasstroom over de laatste twaalf maanden (kasstroom uit bedrijfsvoering min aankoop van materiële activa, zoals elk bedrijf die zelf rapporteert of zoals uit het kasstroomoverzicht volgt) van Microsoft, Amazon, Alphabet, Meta en Oracle, vergeleken met dezelfde som een jaar eerder. Per bedrijf telt het laatst gepubliceerde kwartaal. Samenstelling vast: Microsoft, Amazon, Alphabet, Meta, Oracle. Bewust de som en niet de mediaan: de vraag is of de groep als geheel de uitbouw uit eigen kasstroom draagt, en een procentuele verandering per bedrijf is bij een negatieve kasstroom (Oracle, Amazon) niet te berekenen. De waarden per bedrijf staan in Opmerking. Banden: 1: plus 15 procent of meer; 1,5: plus 5 tot plus 15; 2: min 5 tot plus 5; 2,5: daling van 5 tot 15; 3: daling van 15 tot 25; 3,5: daling van 25 tot 37,5; 4: daling van 37,5 tot 52,5; 4,5: daling van 52,5 tot 70; 5: daling van 70 procent of meer, of som negatief. Bron: Kwartaalberichten en kasstroomoverzichten van de vijf bedrijven (investor relations, SEC 8-K). Zo wordt gemeten: Alleen bijwerken in een week waarin een van de vijf kwartaalcijfers publiceert. Microsoft: 8-K exhibit 99.1 bij de SEC, kasstroom uit bedrijfsvoering min ‘additions to property and equipment’, vier kwartalen optellen. Amazon: zin ‘free cash flow … trailing twelve months’ in het persbericht. Alphabet: reconciliatietabel vrije kasstroom twaalf maanden in exhibit 99.1. Meta: ‘free cash flow’ per kwartaal uit de laatste vier persberichten optellen. Oracle: SEC exhibit 99.1, vier kwartalen optellen (operating cash flow min capital expenditures). Tel de vijf op, doe hetzelfde voor een jaar eerder (staat in dezelfde stukken), bereken de procentuele verandering met één decimaal en zet de vijf waarden in Opmerking. Geen nieuw kwartaalcijfer: geen rij; de laatste meting blijft 16 weken gelden.
- Afschrijvingen min omzet, groeiverschil (mediaan vier hyperscalers) (procentpunt; gewicht heel; meting geldig: 16 weken). Per bedrijf (Microsoft, Alphabet, Amazon, Meta): groei jaar op jaar van de afschrijvingen in het kwartaal (regel in het kasstroomoverzicht) min de groei jaar op jaar van de kwartaalomzet. De indicator is de mediaan van de vier verschillen (gemiddelde van de middelste twee). Banden: 1: min 2,5 of lager; 1,5: min 2,5 tot plus 2,5; 2: 2,5 tot 7,5; 2,5: 7,5 tot 12,5; 3: 12,5 tot 17,5; 3,5: 17,5 tot 24; 4: 24 tot 31; 4,5: 31 tot 40; 5: 40 of meer. Bron: Kasstroomoverzicht en resultatenrekening in de kwartaalberichten (Microsoft: ‘depreciation, amortization, and other’; Alphabet: ‘depreciation of property and equipment’; Amazon en Meta: ‘depreciation and amortization’). Zo wordt gemeten: In de week waarin de laatste van de vier rapporteert (meestal Amazon, eind januari, april, juli, oktober). Lees per bedrijf in het kwartaalbericht: omzet kwartaal en jaar eerder; afschrijvingen kwartaal en jaar eerder uit het kasstroomoverzicht ’three months ended’ (Amazon en Meta: ‘depreciation and amortization’, persbericht op de IR-site; Alphabet: ‘depreciation of property and equipment’, exhibit 99.1 bij de SEC; Microsoft: ‘depreciation, amortization, and other’, exhibit 99.1 bij de SEC). Bereken per bedrijf groei afschrijvingen min groei omzet in procentpunt, sorteer de vier, neem het gemiddelde van de middelste twee, één decimaal. Zet de vier verschillen in Opmerking. Meldt een bedrijf een wijziging van de afschrijvingstermijn, noteer het effect in dollars in Opmerking; de mediaan vangt één afwijkend bedrijf op. Geen nieuwe cijfers: geen rij.
- Operationele marge AWS plus Google Cloud (tegen gemiddelde vier voorgaande kwartalen) (procentpunt; gewicht heel; meting geldig: 16 weken). Gezamenlijke operationele marge van AWS en Google Cloud in het kwartaal (som operationeel resultaat gedeeld door som omzet) min het ongewogen gemiddelde van die gezamenlijke marge in de vier voorgaande kwartalen. Azure ontbreekt (geen segmentresultaat). Twee bedrijven: geen mediaan mogelijk; de marges per segment staan in Opmerking. Banden: 1: plus 5 of meer; 1,5: plus 3 tot plus 5; 2: plus 1 tot plus 3; 2,5: min 1 tot plus 1; 3: daling van 1 tot 3; 3,5: daling van 3 tot 5; 4: daling van 5 tot 7; 4,5: daling van 7 tot 10; 5: daling van 10 of meer. Bron: Segmentcijfers in de kwartaalberichten van Amazon en Alphabet. Zo wordt gemeten: Zelfde week als de afschrijvingen. Amazon-persbericht, segmenttabel AWS: net sales en operating income. Alphabet exhibit 99.1: Google Cloud revenues en operating income. Gezamenlijke marge = som resultaat gedeeld door som omzet, één decimaal. Trek het gemiddelde van de vier vorige gezamenlijke kwartaalmarges af (die staan in de Opmerking van de vorige rij; schuif de reeks één kwartaal op en noteer de nieuwe reeks van vijf marges in Opmerking). Geen nieuwe cijfers: geen rij.
- Nettoverliesmarge CoreWeave (procent van de omzet; gewicht heel; meting geldig: 16 weken). Nettoverlies van CoreWeave in het kwartaal als percentage van de kwartaalomzet (door het bedrijf zelf gerapporteerd als ‘net loss margin’). Banden: 1: winst van 2,5 procent van de omzet of meer; 1,5: tussen winst 2,5 en verlies 2,5 procent; 2: verlies 2,5 tot 7,5; 2,5: 7,5 tot 14; 3: 14 tot 21; 3,5: 21 tot 31; 4: 31 tot 44; 4,5: 44 tot 60; 5: 60 procent of meer. Bron: CoreWeave kwartaalbericht (investor relations, SEC 8-K). Zo wordt gemeten: investors.coreweave.com, persbericht ‘Reports … Quarter Results’ (half februari, mei, augustus, november). Net loss gedeeld door revenue, zelf rekenen met één decimaal. Geen nieuw kwartaalbericht: geen rij.
- Operationele verliesmarge Nebius (procent van de omzet; gewicht half; meting geldig: 16 weken). Operationeel verlies (‘loss from operations’, voortgezette activiteiten) van Nebius Group in het kwartaal als percentage van de kwartaalomzet. Het operationele resultaat laat de eenmalige herwaardering van belangen (ClickHouse) buiten beschouwing, maar ook de rente. Banden: 1: winst van 2,5 procent van de omzet of meer; 1,5: tussen winst 2,5 en verlies 2,5 procent; 2: verlies 2,5 tot 7,5; 2,5: 7,5 tot 14; 3: 14 tot 21; 3,5: 21 tot 31; 4: 31 tot 44; 4,5: 44 tot 60; 5: 60 procent of meer. Bron: Nebius kwartaalbericht (persbericht, SEC 6-K). Zo wordt gemeten: Zoek ‘Nebius reports quarter financial results’ (Business Wire of SEC 6-K; half februari, mei, augustus, november). Resultatenrekening: ‘loss from operations’ gedeeld door ‘revenues’, één decimaal. Gebruik niet het nettoresultaat en niet de aangepaste maatstaven. Geen nieuw kwartaalbericht: geen rij.
Benutting
- H100-huurprijs neoclouds, verandering in drie maanden (procent; gewicht half; meting geldig: 13 weken). Procentuele verandering van de maandwaarde van de Silicon Data H100-huurindex voor neoclouds (SDH100RT) tegen de maandwaarde van drie maanden eerder. Maandwaarde = gemiddelde van de gepubliceerde begin- en eindstand van de kalendermaand. Ontbreekt de beginstand, dan geldt een stand uit de laatste week van de vorige maand als beginstand; ontbreekt de eindstand, dan een stand van de eerste twee dagen van de volgende maand. Ontbreekt daarna nog een van beide, dan het gemiddelde van alle bekende standen in de maand (minstens één). Verandering = maandwaarde gedeeld door de maandwaarde van drie maanden eerder; ontbreekt die, dan vier maanden eerder, anders twee maanden eerder (vermelden in Opmerking). Eén meting per maand, geboekt in de week waarin de eerste dag van de volgende maand valt. Geen maandwaarde = geen meting; de vorige blijft 13 weken gelden. Ornn-controle: bereken op dezelfde manier de driemaandsverandering van de Ornn-index voor dezelfde chip (data.ornn.com/markets/…) en bepaal de band. Ligt de Ornn-band een hele band of meer van de Silicon Data-band af, dan is de band van de indicator het gemiddelde van beide, afgerond op een halve band naar de kant van meer risico, met ‘Ornn wijkt af’ in Opmerking. Is het verschil kleiner, dan geldt Silicon Data. Is de Ornn-verandering niet te berekenen, dan geldt Silicon Data en staat in Opmerking ‘Ornn-controle niet mogelijk’. Banden: 1: stijging van 10 procent of meer; 1,5: stijging van 5 tot 10 procent; 2: tussen min 5 en plus 5 procent; 2,5: daling van 5 tot 10 procent; 3: daling van 10 tot 15 procent; 4: daling van 15 tot 30 procent; 5: daling van meer dan 30 procent. Bron: Silicon Data (indexpagina en blogs); controle: Ornn OCPI-H100 SXM (data.ornn.com/markets/h100-sxm). Zo wordt gemeten: Lees elke week silicondata.com/products/silicon-index/h100 (hoofdstand met datum, niet de vragenrubriek) en data.ornn.com/markets/h100-sxm (stand, 30-dagenverandering, dagreeks) en leg beide standen met datum vast in het eigen logboek. In de week waarin de eerste dag van een nieuwe maand valt: bereken de maandwaarde van de afgelopen maand uit de maandtabel in de Silicon Data-blog als die er is, anders uit de eigen vastgelegde eerste en laatste stand van de maand; deel door de maandwaarde van drie maanden eerder; bepaal de band; pas de Ornn-regel toe. Geen nieuwe maandwaarde: geen rij schrijven, de vorige meting blijft 13 weken gelden.
- B200-huurprijs, verandering in drie maanden (procent; gewicht half; meting geldig: 13 weken). Als de H100-indicator, voor de Silicon Data B200-huurindex (SDB200RT). Maandwaarde = gemiddelde van de gepubliceerde begin- en eindstand van de kalendermaand. Ontbreekt de beginstand, dan geldt een stand uit de laatste week van de vorige maand als beginstand; ontbreekt de eindstand, dan een stand van de eerste twee dagen van de volgende maand. Ontbreekt daarna nog een van beide, dan het gemiddelde van alle bekende standen in de maand (minstens één). Verandering = maandwaarde gedeeld door de maandwaarde van drie maanden eerder; ontbreekt die, dan vier maanden eerder, anders twee maanden eerder (vermelden in Opmerking). Eén meting per maand, geboekt in de week waarin de eerste dag van de volgende maand valt. Geen maandwaarde = geen meting; de vorige blijft 13 weken gelden. Ornn-controle: bereken op dezelfde manier de driemaandsverandering van de Ornn-index voor dezelfde chip (data.ornn.com/markets/…) en bepaal de band. Ligt de Ornn-band een hele band of meer van de Silicon Data-band af, dan is de band van de indicator het gemiddelde van beide, afgerond op een halve band naar de kant van meer risico, met ‘Ornn wijkt af’ in Opmerking. Is het verschil kleiner, dan geldt Silicon Data. Is de Ornn-verandering niet te berekenen, dan geldt Silicon Data en staat in Opmerking ‘Ornn-controle niet mogelijk’. Banden: 1: stijging van 10 procent of meer; 1,5: stijging van 5 tot 10 procent; 2: tussen min 5 en plus 5 procent; 2,5: daling van 5 tot 10 procent; 3: daling van 10 tot 15 procent; 4: daling van 15 tot 30 procent; 5: daling van meer dan 30 procent. Bron: Silicon Data (indexpagina en ‘B200 Rental Price Update’-blogs met maandtabel); controle: Ornn OCPI-B200 (data.ornn.com/markets/b200). Zo wordt gemeten: Als bij de H100, via silicondata.com/products/silicon-index/b200, de B200-maandupdates op silicondata.com/blog (tabel met begin, eind, laag, hoog) en data.ornn.com/markets/b200. Let op: het niveau van Ornn (verhandelde spotprijs) ligt structureel anders dan dat van Silicon Data; vergelijk alleen de procentuele verandering, nooit het niveau.
- Leegstand datacenters Noord-Amerika (procent; gewicht heel; meting geldig: 26 weken). Leegstand in de primaire markten volgens CBRE North America Data Center Trends (halfjaarlijks). Band volgt uit het niveau; opslag van een halve band als de leegstand 0,5 procentpunt of meer hoger is dan in de vorige editie, van een hele band bij 1,5 procentpunt of meer (hoogste band 5). JLL en datacenterHawk alleen ter controle in Opmerking. Banden: 1: onder 2 procent; 1,5: 2 tot 3 procent; 2: 3 tot 5 procent; 3: 5 tot 8 procent; 4: 8 tot 12 procent; 5: 12 procent of meer. Bron: CBRE North America Data Center Trends (eind februari en eind augustus). Zo wordt gemeten: Zoek eind februari en eind augustus op cbre.com/insights/books naar ‘North America Data Center Trends’ (H2 respectievelijk H1). Neem het leegstandspercentage van de primaire markten uit de samenvatting, vergelijk met de vorige editie voor de opslag en boek de meting in de week van de peildatum (31 december of 30 juni). Geen nieuwe editie: niets schrijven; de meting geldt 26 weken.
- Voorverhuurd aandeel van capaciteit in aanbouw (procent; gewicht heel; meting geldig: 26 weken). Aandeel van de capaciteit in aanbouw in de primaire markten dat aan derden is voorverhuurd, volgens CBRE North America Data Center Trends. Bouw voor eigen gebruik telt niet mee (dus niet het JLL-cijfer ‘committed’). Opslag van een halve band als het aandeel 10 procentpunt of meer lager is dan een jaar eerder. Banden: 1: 80 procent of meer; 1,5: 70 tot 80 procent; 2: 55 tot 70 procent; 3: 40 tot 55 procent; 4: 25 tot 40 procent; 5: onder 25 procent. Bron: CBRE North America Data Center Trends (halfjaarlijks). Zo wordt gemeten: Zelfde CBRE-rapport als bij leegstand: zoek in de samenvatting ‘preleased’ of ‘preleasing’ (percentage van de capaciteit in aanbouw). Noemt de editie geen percentage (zoals die over de tweede helft van 2025), dan geen rij schrijven; de vorige meting geldt 26 weken en daarna is het een gat. Noteer het JLL-cijfer alleen als controle.
- Geschrapt of teruggegeven vermogen wegens gebrek aan huurders (procent van capaciteit in aanbouw, som over 13 weken; gewicht heel; meting geldig: 13 weken). Vermogen van datacenterhuur of -projecten dat in de afgelopen 13 weken is opgezegd, geschrapt of teruggegeven met als gemelde oorzaak gebrek aan huurders of lagere vraag, als aandeel van de capaciteit in aanbouw in de primaire markten volgens de laatste CBRE-editie. Telt alleen bij een getekende huurovereenkomst of gestarte bouw en minstens 20 MW. Telt niet: intentieverklaringen en geplande uitbreidingen; oorzaak stroom, vergunning, financiering of lokaal verzet; gevallen waarin de afnemer zelf doorbouwt of een andere huurder de capaciteit binnen 13 weken overneemt. Banden: 1: 0 procent; 1,5: meer dan 0 tot 1,5 procent; 2: 1,5 tot 4 procent; 3: 4 tot 15 procent; 4: 15 tot 45 procent; 5: 45 procent of meer. Bron: DatacenterDynamics, Bisnow, Bloomberg, Reuters, notities TD Cowen; noemer: CBRE. Zo wordt gemeten: Zoek wekelijks bij DatacenterDynamics, Bisnow, Bloomberg en op ‘TD Cowen’ naar ‘lease cancelled’, ’terminated’, ‘walked away’, ‘scrapped’. Toets elk geval aan de ondergrens; noteer afgewezen grensgevallen met reden in Opmerking. Tel de MW van de laatste 13 weken op, deel door de CBRE-capaciteit in aanbouw en schrijf een rij als de som verandert en in elk geval elke 12 weken, ook bij 0.
- Gemeten GPU-benutting bij afnemers (procent; gewicht half; meting geldig: 26 weken). Gemiddelde GPU-benutting in productieclusters van bedrijven volgens de laatste editie van het Cast AI Kubernetes Optimization Report (gemeten in tienduizenden clusters bij AWS, Azure en Google Cloud, voordat de klant de optimalisatie van Cast AI aanzet). Alleen de laatste editie telt. Banden: 1: 50 procent of meer; 2: 35 tot 50 procent; 3: 20 tot 35 procent; 3,5: 10 tot 20 procent; 4: onder 10 procent; 5: niet in gebruik: onbenutte capaciteit bij afnemers is een risicosignaal, geen acute stress. Bron: Cast AI, State of Kubernetes Optimization Report (jaarlijks, april). Zo wordt gemeten: Zoek in april en mei op cast.ai/reports naar de nieuwe editie van het Kubernetes Optimization Report en neem het gemiddelde GPU-benuttingspercentage. Boek de meting in de week van publicatie. Geen nieuwe editie: niets schrijven; na 26 weken vervalt de meting en doet de indicator tot de volgende editie niet mee (dat is een gat, geen schatting).
Prijzen
- Vlaggenschipprijs westerse drie (procent t.o.v. 26 weken eerder (mediaan); gewicht heel; meting geldig: 13 weken). Mediaan van de procentuele verandering van de gemengde lijstprijs van het vlaggenschip van OpenAI, Anthropic en Google ten opzichte van 26 weken eerder Banden: 1: stijging van 30 procent of meer; 1,5: stijging van 15 tot 30 procent; 2: tussen 5 procent daling en 15 procent stijging (stabiel); 2,5: daling van 5 tot 15 procent; 3: daling van 15 tot 25 procent; 3,5: daling van 25 tot 37,5 procent; 4: daling van 37,5 tot en met 50 procent; 5: daling van meer dan 50 procent. Bron: Officiële prijspagina’s en logboeken van OpenAI, Anthropic en Google. Zo wordt gemeten: Lees developers.openai.com/api/docs/pricing (Sol-lijn; let op ’through <datum>’), platform.claude.com/docs/en/about-claude/pricing (Opus) en ai.google.dev/gemini-api/docs/pricing (Pro, schijf tot 200k). Bereken per aanbieder (3 x invoer + uitvoer)/4, deel door de prijs van 26 weken eerder uit het meetwaardenbestand (kolom Opmerking bevat de drie prijzen), neem de mediaan van de drie procenten. Geen wijziging: schrijf een herbevestiging als de vorige rij ouder is dan vier weken. Pagina onleesbaar: geen rij; de vorige blijft 13 weken gelden.
- Instapmodelprijs westerse drie (procent t.o.v. 26 weken eerder (mediaan); gewicht heel; meting geldig: 13 weken). Mediaan van de procentuele verandering van de gemengde lijstprijs van het instapmodel van OpenAI, Google en Anthropic ten opzichte van 26 weken eerder Banden: 1: stijging van 30 procent of meer; 1,5: stijging van 15 tot 30 procent; 2: tussen 5 procent daling en 15 procent stijging (stabiel); 2,5: daling van 5 tot 15 procent; 3: daling van 15 tot 25 procent; 3,5: daling van 25 tot 37,5 procent; 4: daling van 37,5 tot en met 50 procent; 5: daling van meer dan 50 procent. Bron: Officiële prijspagina’s van OpenAI, Google en Anthropic. Zo wordt gemeten: Zelfde drie prijspagina’s: OpenAI Luna, Google Flash-Lite (nieuwste versie), Anthropic Haiku. Berekening als bij het vlaggenschip. Geen nieuwe meting: herbevestiging om de vier weken.
- Goedkoopste uitdagerprijs (procent t.o.v. 26 weken eerder; gewicht heel; meting geldig: 13 weken). Procentuele verandering ten opzichte van 26 weken eerder van de laagste gemengde lijstprijs onder de hoofdmodellen van DeepSeek, xAI en Moonshot (piek- en daltarief naar uren gewogen) Banden: 1: stijging van 30 procent of meer; 1,5: stijging van 15 tot 30 procent; 2: tussen 5 procent daling en 15 procent stijging (stabiel); 2,5: daling van 5 tot 15 procent; 3: daling van 15 tot 25 procent; 3,5: daling van 25 tot 37,5 procent; 4: daling van 37,5 tot en met 50 procent; 5: daling van meer dan 50 procent. Bron: api-docs.deepseek.com/quick_start/pricing en /updates; docs.x.ai/developers/pricing; platform.moonshot.ai. Zo wordt gemeten: Lees de prijspagina van DeepSeek (deepseek-flash: piek en dal; gewogen = (35 x piek + 133 x dal)/168 per prijs), xAI (nieuwste Grok-hoofdmodel) en Moonshot (nieuwste Kimi). Bereken de gemengde prijs, neem de laagste, vergelijk met de laagste van 26 weken eerder uit het meetwaardenbestand. Noteer welke aanbieder de laagste is. Pagina onleesbaar: geen rij.
- Prijsrichting middensegment en uitdagers 13 weken (procentpunten (aandeel verlagers min aandeel verhogers); gewicht heel; meting geldig: 13 weken). Saldo over 13 weken: aandeel van zes aanbieders-lijnen dat per saldo de lijstprijs verlaagde min het aandeel dat per saldo verhoogde. Telt: wijziging van de gemengde lijstprijs van een bestaand model of een opvolger in dezelfde lijn tegen een andere prijs dan de directe voorganger, bij een verschil van minstens 5 procent; een actietarief met aangekondigde looptijd van minstens 13 weken. Telt niet: toeslagen voor lange context, cache of batch, abonnementen, valutawissel onder 5 procent, een nieuwe klasse zonder voorganger. Per aanbieder telt het teken van (verlagingen min verhogingen) in het venster. Banden: 1: lager dan min 50 (meerderheid verhoogt per saldo); 1,5: min 50 tot en met min 30; 2: boven min 30 tot en met 0; 3: boven 0 tot onder 30; 4: 30 tot en met 50; 5: boven 50 (meerderheid verlaagt per saldo: prijsoorlog). Bron: Logboeken en prijspagina’s van OpenAI, Anthropic, Google, xAI, Moonshot en Mistral. Zo wordt gemeten: Loop de zes logboeken na: developers.openai.com/api/docs/changelog (mini/Terra), platform.claude.com/docs/en/release-notes/overview (Sonnet), ai.google.dev/gemini-api/docs/changelog en /pricing (Flash), docs.x.ai/developers/pricing, platform.moonshot.ai (of usagepricing.com/blueprint/moonshot-ai), docs.mistral.ai changelog en mistral.ai/pricing. Noteer per wijziging datum, oude en nieuwe gemengde prijs. Houd een lijst met gebeurtenissen en weeknummer bij; een gebeurtenis telt in de week zelf en de twaalf weken erna. Waarde = (aantal lijnen met meer verlagingen dan verhogingen min aantal met meer verhogingen) / 6 x 100. Geen wijziging: de waarde verandert alleen als een gebeurtenis uit het venster valt; schrijf dan een rij.
- Instapprijs consumentenabonnement (procent t.o.v. 26 weken eerder (mediaan); gewicht heel; meting geldig: 13 weken). Mediaan van de procentuele verandering van de maandprijs van het goedkoopste betaalde consumentenabonnement in de VS van ChatGPT, Google AI (Gemini) en Claude ten opzichte van 26 weken eerder Banden: 1: stijging van 30 procent of meer; 1,5: stijging van 15 tot 30 procent; 2: tussen 5 procent daling en 15 procent stijging (stabiel); 2,5: daling van 5 tot 15 procent; 3: daling van 15 tot 25 procent; 3,5: daling van 25 tot 37,5 procent; 4: daling van 37,5 tot en met 50 procent; 5: daling van meer dan 50 procent. Bron: Abonnementspagina’s van OpenAI, Google en Anthropic. Zo wordt gemeten: Lees gemini.google/subscriptions en claude.com/pricing; voor ChatGPT (chatgpt.com/pricing toont geen bedragen) een artikel van de laatste vier weken dat de prijs van Go noemt. Laagste betaalde maandprijs zonder introductiekorting per aanbieder, procent t.o.v. 26 weken eerder, mediaan. Eens per maand een rij, ook zonder wijziging.
Krediet
- Oracle 5-jaars CDS (basispunten; gewicht heel; meting geldig: 13 weken). Slotniveau van de 5-jaars credit default swap op Oracle, de AI-uitgever met de laagste investment-grade-rating en de meest verhandelde AI-CDS. Banden: 1: onder 60; 2: 60 tot 100; 3: 100 tot 150; 4: 150 tot 200; 4,5: 200 tot 250; 5: 250 of hoger. Bron: ICE Data Services, S&P Global Market Intelligence, LSEG of Markit/FactSet, zoals gemeld door Bloomberg, Reuters, CNBC, Axios of een overname (met dag en niveau). Zo wordt gemeten: Zoek op ‘Oracle 5-year CDS basis points’ met de datum van de week. Neem het laatste slotniveau in de week dat een dataleverancier (ICE, S&P Global, LSEG, Markit, FactSet) en een dag noemt; leesbaar via overnames (Briefs.co, BigGo Finance, Yahoo Finance, Investing.com, Gate News/Yonhap Infomax). Lopen bronnen uiteen, noteer alle waarden in Opmerking en kies de bron met leverancier en dag; liggen de waarden aan weerszijden van een bandgrens, neem de mediaan. Geen nieuwe meting: geen rij; de vorige meting blijft 13 weken gelden. Waarden van sociale media of zonder dag alleen als circa-waarde met ‘alleen zoekfragment’.
- Ratingpositie AI-uitgevers (ratingtoestand Oracle; saldo overige uitgevers in punten; gewicht heel; meting geldig: 26 weken). Formele ratingtoestand van Oracle (aantal stappen boven junk bij S&P, Moody’s en Fitch, met vooruitzicht), met een op- of afslag van een halve band voor het saldo van ratingbesluiten over CoreWeave, Alphabet, Amazon, Meta en Microsoft in de afgelopen 13 weken. Saldo = negatieve min positieve besluiten: een ratingstap telt 2, een vooruitzicht naar negatief of naar positief 1, het verlies van een positief of negatief vooruitzicht (naar stabiel) 0,5; bevestigingen, ratings van afzonderlijke leningen en besluiten over Oracle tellen niet in het saldo. Saldo +1 of hoger: halve band erbij; -1 of lager: halve band eraf (binnen 1 tot 5). Banden: 1: Oracle vier of meer stappen boven junk (A- of hoger) bij alle drie; 2: drie stappen (BBB+) bij het laagste bureau, of twee stappen met stabiel of positief vooruitzicht bij alle drie; 3: twee stappen (BBB/Baa2) met negatief vooruitzicht bij precies één bureau; 3,5: twee stappen met negatief vooruitzicht (of onder toezicht voor verlaging) bij twee of meer bureaus; 4: één stap boven junk (BBB-/Baa3) bij precies één bureau, daar met stabiel vooruitzicht; 4,5: één stap boven junk bij twee of meer bureaus, of bij één bureau met negatief vooruitzicht of onder toezicht voor verlaging; 5: junk (BB+/Ba1 of lager) bij minstens één bureau. Bron: Persberichten van S&P Global Ratings, Moody’s Ratings en Fitch Ratings (of een persbureau of overname die het besluit met datum meldt). Zo wordt gemeten: 1. Zoek op ‘Oracle rating S&P OR Moody’s OR Fitch’ voor de afgelopen week; lees het zoekfragment van de primaire bron en een overname (PPC Land, Investing.com, Yahoo Finance). Bepaal de band uit de toestand bij de drie bureaus. 2. Zoek per overige uitgever op ‘outlook revised’ en ‘downgrade OR upgrade’; houd een lijst bij met datum, bureau en punten; een besluit telt in de week van het besluit en de twaalf weken daarna. 3. Pas de op- of afslag toe. Schrijf een rij als de band verandert (ook doordat een besluit uit het venster valt) en anders minstens elke 13 weken een rij ’toestand ongewijzigd’ met de datum waarop is gecontroleerd. Geen besluit gevonden: de laatste rij blijft 26 weken gelden.
- Premie high-yield AI-datacenterobligaties (zonder CoreWeave) (procentpunt; gewicht heel; meting geldig: 13 weken). Mediaan van (rendement bij uitgifte min het effectieve rendement van de ICE BofA US High Yield Index op de prijsdag) over de nieuwe dollarobligaties met een high-yield-rating die AI-datacenters of neoclouds financieren en waarbij CoreWeave niet de uitgever is en niet in het persbericht of het prijsbericht als huurder wordt genoemd. Venster: 26 weken tot en met de meetweek; minder dan 3 uitgiftes: aanvullen met de laatste eerdere tot 3, hooguit 52 weken terug; dan nog minder dan 3: geen meting. Uitgesloten: converteerbare leningen, bijplaatsingen, uitgiftes met investment-grade-rating of zonder rating, niet-dollarobligaties, modelbouwers (xAI, OpenAI). Opslag: staat het indexrendement op de laatste dag van de meetweek 0,75 procentpunt of meer hoger dan 13 weken eerder, dan een halve band erbij; 0,75 of meer lager, een halve band eraf. Banden: 1: onder 0; 2: 0 tot 0,75; 3: 0,75 tot 1,5; 4: 1,5 tot 3; 5: 3 of hoger. Bron: Persberichten en SEC-stukken van de uitgever (coupon en prijs), LCD/PitchBook, IFR, Bloomberg-overnames (rendement); FRED-reeks BAMLH0A0HYM2EY (index). Zo wordt gemeten: 1. Zoek op ‘announces pricing senior secured notes data center’ en ‘junk bond data center priced yield’; controlelijst: ccir.io/research/data-center-bonds-price-the-tenant (let op: die tabel geeft afrondingsdata, gebruik de prijsdag uit het persbericht). 2. Per uitgifte: rendement = coupon bij uitgifte a pari, anders het gemelde rendement of benaderd uit coupon en prijs; index = waarde op de prijsdag uit fred.stlouisfed.org/data/BAMLH0A0HYM2EY.txt. 3. Controleer de rating (investment grade of geen rating telt niet) en of CoreWeave uitgever of genoemde huurder is (dan indicator 4). 4. Neem de mediaan van de premies in het venster. 5. Indexopslag: indexwaarde van de laatste handelsdag van de week min de waarde 91 dagen eerder. 6. Schrijf een rij als de mediaan of de opslag verandert; zet in Opmerking alle uitgiftes in het venster. Memopost: noteer investment-grade projectobligaties met rendement min BBB-index (BAMLC0A4CBBBEY). Geen nieuwe uitgifte en geen wijziging: geen rij; na 13 weken een rij ‘venster ongewijzigd’ als er nog 3 uitgiftes in het venster zitten.
- Premie CoreWeave-gebonden high-yield-uitgiftes (procentpunt; gewicht heel; meting geldig: 13 weken). Zelfde berekening als indicator 3 (zonder indexopslag), maar over de high-yield-dollarobligaties waarvan CoreWeave de uitgever is of waarvan het persbericht of het prijsbericht CoreWeave als huurder van het gefinancierde datacenter noemt. Venster 26 weken, minimaal 3 uitgiftes, aanvullen tot 52 weken terug. Banden: 1: onder 0; 2: 0 tot 0,75; 3: 0,75 tot 1,5; 4: 1,5 tot 3; 5: 3 of hoger. Bron: Persberichten van CoreWeave en van de uitgevers (Applied Digital, Galaxy, Prime, Blue Owl), Bloomberg-overnames; FRED-reeks BAMLH0A0HYM2EY. Zo wordt gemeten: Als indicator 3, stap 1, 2 en 4, voor uitgiftes van CoreWeave zelf (investors.coreweave.com/news) en voor projectobligaties waar CoreWeave als huurder wordt genoemd. Schrijf een rij als de mediaan verandert of het venster van samenstelling wisselt. Geen nieuwe uitgifte: na 13 weken een rij ‘venster ongewijzigd’ zolang er 3 uitgiftes binnen 52 weken zijn; anders vervalt de indicator (gat melden). Losse CDS-niveaus van CoreWeave alleen in Opmerking noteren.
- Mislukte of noodlijdende AI-financieringen 13 weken (punten; gewicht heel; meting geldig: 13 weken). Voortschrijdende som over 13 weken (week van de gebeurtenis en de twaalf weken daarna) van punten voor: (a) uitgifte of lening ingetrokken of uitgesteld en niet binnen vier weken alsnog op de aangekondigde omvang geprijsd: 1; één tranche geschrapt of omvang met een kwart of meer verlaagd terwijl de rest doorgaat: 0,5. (b) Met naam genoemde financier trekt zich terug uit een met naam genoemd project: 1; met naam genoemde financier(s) die zich volgens een genoemd medium terugtrekken uit AI-datacenterleningen zonder genoemd project: 0,5 per bericht (niet per bank). (c) Externe financiering voor een genoemd project kwam niet rond: 1; project geschrapt of verkleind met financiering als één van meerdere genoemde oorzaken: 0,5. (d) Noodlijdende bestaande schuld van een genoemd AI-project of AI-uitgever: lening of obligatie genoteerd onder 90 cent, of formele melding van overmacht, ontheffingsverzoek of convenantbreuk: 1 per project (eenmalig); onder 80 cent: 2. Wanbetaling of surseance op AI-schuld: direct band 5. Wat telt als AI-financiering: de kredietnemer is Oracle, CoreWeave, Alphabet, Amazon, Meta, Microsoft, een modelbouwer of een neocloud, of het gefinancierde object is een datacenter of GPU-park met een genoemde AI- of hyperscale-huurder. Een brede datacenterontwikkelaar zonder genoemde AI-huurder telt half. Niet geteld: verruimde prijs bij een uitgifte die doorgaat, trage doorverkoop zonder verlaging of koers onder 90 cent. Banden: 1: 0; 1,5: 0,5; 2: 1; 2,5: 1,5; 3: 2; 3,5: 2,5; 4: 3 tot en met 4; 4,5: 4,5; 5: 5 of meer, of een wanbetaling of surseance op AI-datacenterschuld. Bron: Bloomberg (ook via Bloomberg Law/Tax/Government), Reuters, Financial Times, IFR, GlobalCapital, The Information, Octus (met project, partij en datum). Zo wordt gemeten: Zoek op ‘data center bond postponed OR pulled OR scrapped’, ‘lender withdrew data center’, ‘data center loan cents on the dollar’ en ‘force majeure data center’; Bloomberg Law/Tax (Distress Watch, Credit Daybook) is leesbaar waar bloomberg.com geblokkeerd is. Houd een lijst bij met datum, project, partij, categorie en punten. Som = punten van gebeurtenissen in de meetweek en de twaalf weken ervoor. Schrijf een rij als de som verandert (ook door wegvallen) en zet de hele lijst in Opmerking, met de niet-getelde twijfelgevallen apart. Geen geval gevonden: de som daalt vanzelf; een nul is een afwezigheidsmeting en krijgt ‘artikel gelezen’ alleen als een overzichtsbron (Octus, Bloomberg Distress Watch) is gelezen. Na 13 weken zonder wijziging een rij ‘som ongewijzigd’.
Private markten
- Waardering/omzet OpenAI en Anthropic (keer de omzet op jaarbasis; gewicht heel; meting geldig: 13 weken). Gemiddelde van twee verhoudingen (bij één geldig bedrijf: die ene): laatste formele prijs gedeeld door de laatst gemelde omzet op jaarbasis. Formele prijs: gesloten geprijsde ronde, door het bedrijf georganiseerd bod op bestaande aandelen met genoemde waardering, of het midden van de prijsvork in een openbaar prospectus. Gesprekken, verwachtingen en handel op platforms tellen niet. Prijs of omzet ouder dan 26 weken vervalt. Banden: 1: lager dan 10; 1,5: 10 tot 15; 2: 15 tot 20; 2,5: 20 tot 25; 3: 25 tot 30; 3,5: 30 tot 35; 4: 35 tot 42,5; 4,5: 42,5 tot 50; 5: 50 of hoger. Bron: Persberichten van OpenAI en Anthropic, prospectus (SEC); omzet: eigen opgave of Bloomberg, Reuters, Financial Times, Wall Street Journal, The Information, Axios, CNBC of New York Times op basis van documenten of bronnen (in Opmerking vermelden welke soort). Zo wordt gemeten: 1) Lees anthropic.com/news en openai.com/news; zoek ‘OpenAI OR Anthropic revenue run rate’ en ’tender offer OR funding round OR price range’ van de afgelopen week. 2) Houd per bedrijf bij: laatste formele prijs met datum, laatste omzet op jaarbasis met datum en soort bron. 3) Waarde = gemiddelde van prijs/omzet over de bedrijven waarvan prijs én omzet jonger zijn dan 26 weken. 4) Nieuwe rij alleen bij een nieuwe prijs of omzet, of als een prijs vervalt. Geen nieuws: geen rij; de laatste rij geldt 13 weken. 5) Zodra een prospectus met prijsvork openbaar is: midden van de vork maal het aantal aandelen na de uitgifte als prijs.
- Mediane korting secundaire markt (Forge) (procent korting; gewicht half; meting geldig: 13 weken). Mediane korting (positief) of premie (negatief) van transacties op Forge ten opzichte van de laatste primaire ronde, per kalendermaand. Brede markt van private techbedrijven, niet alleen AI; daarom half gewicht. Banden: 1: 0 of lager (pari of premie); 1,5: boven 0 tot en met 5; 2: boven 5 tot en met 10; 2,5: boven 10 tot en met 15; 3: boven 15 tot en met 20; 3,5: boven 20 tot en met 27,5; 4: boven 27,5 tot en met 35; 5: boven 35. Bron: Forge Global, Private Market Update (maandelijks). Zo wordt gemeten: Open rond de 20e forgeglobal.com/insights/private-market-updates/ en lees het nieuwste stuk; de zin over ’the median trade’ of ’the 50th percentile’ geeft de korting over de vorige maand. Rij in de week van publicatie, Meetdatum = publicatiedatum, meetmaand in Opmerking, koopinteresse in Opmerking. Geen nieuw stuk: geen rij.
- Aandeel AI in wereldwijd durfkapitaal (Crunchbase) (procent; gewicht heel; meting geldig: 13 (maandtelling), 16 (kwartaaltelling) weken). Aandeel van AI-bedrijven in het wereldwijd geïnvesteerde durfkapitaal volgens de laatste maandtelling van Crunchbase; kwartaaltelling alleen als het maandstuk geen aandeel noemt. Aandeel van de grootste rondes in Opmerking. Banden: 1: lager dan 20; 1,5: 20 tot 30; 2: 30 tot 40; 2,5: 40 tot 50; 3: 50 tot 60; 3,5: 60 tot 70; 4: 70 tot 85; 4,5: 85 of hoger. Bron: Crunchbase News, maand- en kwartaaloverzichten. Zo wordt gemeten: Zoek in de eerste week van de maand binnen news.crunchbase.com op ‘global venture funding’ plus de maandnaam. Neem het percentage AI uit het maandstuk. Noemt het maandstuk geen aandeel: geen rij, tenzij het kwartaalstuk er een geeft (dan Geldigheid 16). Rij in de week van publicatie.
- Aandeel down rounds (Carta) (procent; gewicht half; meting geldig: 16 weken). Aandeel down rounds in alle nieuwe rondes op het platform van Carta, per kwartaal. Alle sectoren, niet alleen AI; daarom half gewicht. Banden: 1: lager dan 10; 1,5: 10 tot 12,5; 2: 12,5 tot 15; 2,5: 15 tot 17,5; 3: 17,5 tot 20; 3,5: 20 tot 23,5; 4: 23,5 tot 27; 5: 27 of hoger. Bron: Carta, State of Private Markets (kwartaalrapport). Zo wordt gemeten: Probeer vanaf zes weken na kwartaaleinde carta.com/data/state-of-private-markets-qN-JJJJ/ en carta.com/data/. Rij in de week van publicatie met Geldigheid 16. Geen rapport: geen rij; na 16 weken vervalt de meting en telt de indicator niet mee. Niet terugvallen op derden.
- Aandeel mislukte AI-beursgangen over 13 weken (procent (over 13 weken); gewicht heel; meting geldig: 1 (elke week een rij) weken). Mislukt gedeeld door alle AI-beursgangen (geprijsd plus mislukt zonder prijs) in de laatste 13 weken. Mislukt = slot van de eerste handelsdag minstens 5,0 procent onder de uitgifteprijs, of intrekking of uitstel van een openbaar gelanceerde uitgifte (prijsvork of inschrijfperiode bekendgemaakt; uitstel dat later intrekking wordt telt één keer; een vertrouwelijke aanvraag die opschuift telt niet). Vaste afbakening AI-bedrijf (productcriterium, geldt voor het hele jaar en voor beide beursgangindicatoren). WEL: (A) bouwers van AI-modellen en -platforms; (B) software en toepassingen waarvan AI het kernproduct is: autonoom rijden, computer vision, AI-geneesmiddelenontwerp, ruimtelijke AI, AI-infrastructuursoftware, besturingssoftware voor robots; (C) ontwerpers van AI-rekenchips (GPU, versneller, NPU, fotonische rekenchip). NIET: datacenterexploitanten en -ontwikkelaars, stroom- en energiebedrijven, stroomverdeling en koeling, geheugen, sensoren, analoge chips, optische modules, printplaten, productieapparatuur, robotfabrikanten en robotonderdelen, bedrijven die AI alleen gebruiken (advertentietechnologie, consumentenapparaten, verzekeraars), conglomeraten waarvan AI niet de hoofdactiviteit is (SpaceX), SPAC’s en directe noteringen zonder uitgifteprijs. Toets: de eerste zin van de bedrijfsomschrijving in het prospectus of het persbericht van de sponsor; bij twijfel in de Verenigde Staten de lijst Track AI IPOs van Renaissance Capital (alleen ‘AI-Centric’ in de subcategorieën AI Model Developers, AI Applications, Autonomous Systems, of een chipontwerper). Reden voor het uitsluiten van datacenter- en stroombedrijven: die vallen onder de thema’s Benutting, Krediet en Energie; meetellen hier zou hetzelfde feit in twee thema’s leggen. Verder: beurzen Verenigde Staten en Hongkong; opbrengst minstens 100 miljoen dollar (780 miljoen Hongkongse dollar); ook een tweede notering met een nieuwe uitgifteprijs telt. Banden: 1: 0 procent bij minstens 3 beursgangen; 2: boven 0 tot 10 procent; of 0 mislukt bij minder dan 3 beursgangen (venster niet getest); 2,5: 10 tot 20 procent; 3: 20 tot 30 procent; 3,5: 30 tot 40 procent; of minstens 1 mislukt bij minder dan 3 beursgangen; 4: 40 tot 50 procent; 4,5: 50 tot 67 procent; 5: 67 procent of hoger (bij minstens 3 beursgangen). Bron: Hongkong: aastocks.com Listed IPO (kolom ‘% Chg. on Debut’) en persberichten; Verenigde Staten: Renaissance Capital (US IPO Weekly Recap, Track AI IPOs). Zo wordt gemeten: 1) Houd één vaste lijst bij (bestand of Opmerking): datum, bedrijf, categorie A/B/C, opbrengst, uitgifteprijs, slot eerste dag, mislukt ja/nee. 2) Hongkong: open aastocks.com/en/stocks/market/ipo/listedipo.aspx (eerste pagina = laatste circa 20 noteringen met ‘% Chg. on Debut’); toets elke nieuwe naam aan de afbakening en de ondergrens van 780 miljoen Hongkongse dollar. 3) Verenigde Staten: lees de US IPO Weekly Recap en Track AI IPOs van Renaissance Capital. 4) Tel over de laatste 13 weken (deze week en de 12 ervoor). 5) Schrijf elke week een rij met Geldigheid 1; Waarde = procent, in Opmerking teller/noemer en de namen.
- Mediane eerstedagwinst AI-beursgangen over 13 weken (procent (mediaan over 13 weken); gewicht heel; meting geldig: 1 (elke week een rij) weken). Mediaan van het slot van de eerste handelsdag ten opzichte van de uitgifteprijs (procent) van alle geprijsde AI-beursgangen in de laatste 13 weken; zelfde lijst en afbakening als de mislukkingsindicator. Minstens 3 beursgangen, anders geen meting. Meet oververhitting, geen stress: een negatieve mediaan geeft band 1. Banden: 1: lager dan 10; 2: 10 tot 20; 2,5: 20 tot 30; 3: 30 tot 45; 3,5: 45 tot 60; 4: 60 tot 100; 4,5: 100 of hoger. Bron: als de mislukkingsindicator. Zo wordt gemeten: Gebruik de lijst van de mislukkingsindicator. Neem van alle geprijsde beursgangen in de laatste 13 weken het eerstedagrendement en bereken de mediaan. Minder dan 3: geen rij (de indicator telt dan niet mee). Anders elke week een rij met Geldigheid 1.
Rendement bij bedrijven
- Adviesbureaus: aandeel zonder financieel rendement (procent van de ondervraagde bedrijven; gewicht heel; meting geldig: 26 weken). Mediaan, over enquêtereeksen, van het aandeel ondervraagde bedrijven dat GEEN gerealiseerd financieel resultaat van AI meldt. Toelatingsregel: (1) minstens 500 respondenten; (2) een rechtstreekse vraag naar gerealiseerd financieel resultaat (effect op EBIT, winst, omzet of kosten, of vastgesteld rendement op de investering); ‘waarde’, rijpheidsindelingen, verwachtingen en productiviteit zonder financiële maat tellen niet; (3) uitvoerder, steekproef en veldwerkperiode staan in persbericht of rapport; (4) de uitvoerder verkoopt zelf geen AI-modellen of -software. Per reeks telt alleen de laatste editie, 26 weken vanaf publicatie. Is het aandeel alleen gegeven over bedrijven die AI hebben ingevoerd en is de omvang van die groep bekend, dan wordt omgerekend naar alle ondervraagden. Opslag: is de mediaan van de verandering ten opzichte van de vorige editie van dezelfde reeks (zelfde vraag) plus 3 procentpunt of meer, dan een halve band erbij; min 3 of minder, een halve band eraf; geen reeks met twee edities: geen opslag. Banden: 1: minder dan 15; 1,5: 15 tot 25; 2: 25 tot 35; 2,5: 35 tot 45; 3: 45 tot 55; 3,5: 55 tot 65; 4: 65 tot 75; 4,5: 75 tot 85; 5: 85 procent of meer. Bron: Persberichten en rapporten van de adviesbureaus zelf (PwC Global CEO Survey, McKinsey State of AI, KPMG Global Tech Report en Global AI Pulse). Zo wordt gemeten: 1. Houd een lijst bij van toegelaten reeksen met laatste editie, publicatiedatum en aandeel (nu: PwC Global CEO Survey, KPMG Global Tech Report, KPMG Global AI Pulse (kwartaal; ‘established ROI’ staat in de pdf), McKinsey State of AI, BearingPoint). 2. Zoek op nieuwe enquêtes en toets aan de vier eisen. 3. Schrap edities ouder dan 26 weken, neem de mediaan, pas de opslag toe. 4. Geen nieuwe enquête en niets vervallen: geen nieuwe rij. Minder dan twee reeksen in het venster: meld dat in de opmerking.
- Onafhankelijk onderzoek: gemeten productiviteitseffect (procent hogere productiviteit; gewicht heel; meting geldig: 26 weken). Effect van AI op de arbeidsproductiviteit van bedrijven in procent, uit onafhankelijke studies (centrale banken, statistiekbureaus, NBER, BIS, OESO, universiteiten) met minstens 500 bedrijven, gepubliceerd in de laatste 26 weken; per reeks de laatste editie. Soort A: vergelijking van AI-gebruikers met niet-gebruikers (gekoppelde bedrijfsgegevens of enquêtegegevens met een schatting). Soort B: zelfrapportage van het gerealiseerde effect door bestuurders. Waarde = gemiddelde van de mediaan van A en de mediaan van B; ontbreekt een soort, dan de mediaan van de andere. De puntschatting telt, ook als ze niet significant is (significantie in de opmerking); een studie die geen puntschatting geeft en ‘geen significant effect’ meldt telt als 0. Experimenten met losse taken, macroramingen en studies zonder effectgrootte doen niet mee. Banden: 1: 8 of meer; 1,5: 6,5 tot 8; 2: 5 tot 6,5; 2,5: 4 tot 5; 3: 2,5 tot 4; 3,5: 1,5 tot 2,5; 4: 0,75 tot 1,5; 4,5: 0,25 tot 0,75; 5: minder dan 0,25 of negatief. Bron: Werkdocumenten van BIS, NBER, Federal Reserve (Atlanta, Richmond), ECB, Banca d’Italia, Banque de France, Bundesbank, Bank of England, Statistics Canada, Census Bureau, OESO. Zo wordt gemeten: 1. Houd een lijst bij van studies met publicatiedatum, soort (A of B), puntschatting en significantie. 2. Zoek op de reekspagina’s (Banca d’Italia QEF, ECB Occasional en Working Papers via de auteurspagina voor de datum, BIS, NBER, Fed, Statistics Canada, CFO Survey) en lees in de pdf de schatting over ALLE bedrijven. 3. Schrap studies ouder dan 26 weken en herbereken. 4. Niets nieuw en niets vervallen: geen nieuwe rij.
- Census BTOS: groei AI-gebruik bij bedrijven (procentpunt per 26 weken; gewicht half; meting geldig: 13 weken). Verandering van het aandeel Amerikaanse bedrijven dat in de afgelopen twee weken AI gebruikte (‘in any business function’, reeks vanaf de publicatie van 4 december 2025): gemiddelde van de laatste twee peilingen min het gemiddelde van de twee peilingen 26 weken (13 peilingen) eerder, in procentpunten. Zolang de nieuwe reeks daarvoor te kort is: verschil met het gemiddelde van de eerste twee peilingen (30 november en 14 december 2025), omgerekend naar 26 weken, bij minstens 8 weken afstand; daarvoor geldt de ijkmeting onder de oude vraag. Maat voor gebruik, niet voor rendement: half gewicht. Banden: 1: plus 6 of meer; 1,5: plus 4,5 tot 6; 2: plus 3,5 tot 4,5; 2,5: plus 2,5 tot 3,5; 3: plus 1,5 tot 2,5; 3,5: plus 0,75 tot 1,5; 4: 0 tot plus 0,75; 4,5: daling van minder dan 1; 5: daling van 1 of meer. Bron: U.S. Census Bureau, Business Trends and Outlook Survey (tweewekelijks, representatief, 1,2 miljoen bedrijven). Zo wordt gemeten: Het Census Bureau publiceert om de donderdag (census.gov/hfp/btos/data, vraagt JavaScript). Lees de reeks bij usstats.io/s/btosAiUseAnyFunction/ en controleer de laatste waarde bij jobsdata.ai/research; verschillen de twee, meld beide en reken met de waarde die het Census Bureau zelf in een verhaal noemt, anders met usstats. Bereken het verschil van twee-peilingengemiddelden over 26 weken. Geen nieuwe peiling: geen rij; de laatste blijft 13 weken geldig.
- Goldman-telling: S&P 500 met gekwantificeerd winsteffect (procent van de S&P 500-bedrijven; gewicht heel; meting geldig: 16 weken). Aandeel S&P 500-bedrijven dat in de kwartaalgesprekken het effect van AI op de winst kwantificeert, volgens de telling van Goldman Sachs per cijferseizoen. Banden: 1: 20 of meer; 1,5: 15 tot 20; 2: 10 tot 15; 2,5: 7,5 tot 10; 3: 5 tot 7,5; 3,5: 3,5 tot 5; 4: 2 tot 3,5; 4,5: 1 tot 2; 5: minder dan 1. Bron: Goldman Sachs Research (telling per cijferseizoen), gelezen via Fortune, Sherwood News of het rapport van Goldman zelf. Zo wordt gemeten: Zoek circa zes weken na elk kwartaaleinde op ‘Goldman quantified impact of AI on earnings S&P 500’ (Investing.com, Yahoo Finance, Fortune, Sherwood). Noteer het aandeel dat het effect op de winst kwantificeert. Zet de rij in de week van de notitie, ook als het cijfer gelijk blijft. Geen nieuwe telling: geen rij; na 16 weken vervalt de meting.
Energie en netaansluiting
- ERCOT-wachtrij grote lasten: hardheid en groei (procent van de wachtrij zonder studie of buiten de batchstudie (met totaal in GW en benutting in procent in Opmerking); gewicht heel; meting geldig: 13 weken). Hoe speculatief de wachtrij voor grote lasten bij ERCOT is. Basis: het aandeel van het wachtrijvermogen (GW) waarvoor ERCOT geen ingediende studie meldt (‘No Studies Submitted’, inclusief ontvangen en nog niet verwerkte aanvragen) of dat ERCOT buiten de batchstudie plaatst (‘Excluded/Not included in Batch Zero’). Daarbovenop een halve band opslag als het totaal in 13 weken met meer dan 25 procent groeide, een halve band opslag als de benutting van goedgekeurde aansluitingen (waargenomen maandpiek gedeeld door vermogen met Approval to Energize) onder 40 procent ligt en een halve band korting als die 60 procent of hoger is. Banden: 1: minder dan 20 procent zonder studie of buiten de batchstudie; 2: 20 tot 40 procent; 3: 40 tot 60 procent; 4: 60 procent of meer; opslag en korting: +0,5 bij groei van het totaal met meer dan 25 procent in 13 weken; +0,5 bij benutting onder 40 procent; -0,5 bij benutting van 60 procent of meer. Uitkomst begrensd op 1 tot 4,5; 5: alleen bij acute uitval van vraag: meer dan 30 procent van het wachtrijvermogen in 13 weken formeel ingetrokken of geannuleerd door de aanvragers zelf (niet: door ERCOT buiten een studie geplaatst). Bron: ERCOT: Monthly-rapport, TAC-rapport, bestuursstukken ‘Interconnection and Grid Analysis Update’ en ‘Batch Zero Update’, presentaties voor de Senaat van Texas; benutting uit de Monthly Operational Overview. Zo wordt gemeten: 1. Zoek op ercot.com het nieuwste stuk met het totaal aan Large Load-aanvragen: ‘ERCOT Monthly <maand>’, ‘TAC Report’, ‘Interconnection and Grid Analysis Update’, ‘Batch Zero Update’ of een Senaatspresentatie. 2. Noteer het totaal in GW en het vermogen ‘No Studies Submitted’ of ‘Excluded from Batch Zero’; deel. Noemt ERCOT geen totaal maar wel categorieën, tel die op en zet ‘afgeleid’ in Opmerking. Geeft het stuk geen uitsplitsing, neem dan het laatst gemelde aandeel over als dat niet ouder is dan 13 weken (zet ‘aandeel overgenomen’ in Opmerking); is het ouder, boek geen band. 3. Vergelijk het totaal met het totaal dat 13 weken eerder gold: meer dan 25 procent hoger geeft +0,5. 4. Benutting: Monthly Operational Overview (ercot.com/files/docs/JJJJ/MM/DD/ERCOT-Monthly-Operational-Overview-<Maand>-<Jaar>.pdf, rond de 16e), zin ‘Of the X MW that have received Approval to Energize … peak consumption of Y MW’; Y/X onder 40 procent +0,5, vanaf 60 procent -0,5. 5. Geen nieuw stuk: niets boeken; de laatste rij geldt 13 weken. Band 5 alleen als ERCOT of de PUC intrekkingen door aanvragers van meer dan 30 procent van het totaal meldt.
- PJM-capaciteitsveiling: tekort en prijs (MW tekort; gewicht heel; meting geldig: 26 weken). Uitkomst van de laatste basisveiling (BRA) van PJM: tekort ten opzichte van het betrouwbaarheidsdoel in MW en prijs ten opzichte van het plafond. Banden: 1: geen tekort en prijs onder 50 procent van het plafond; 2: geen tekort en prijs tussen 50 en 100 procent van het plafond; 3: prijs op het plafond, tekort kleiner dan 1.000 MW; 4: prijs op het plafond, tekort van 1.000 tot 5.000 MW; 4,5: prijs op het plafond, tekort van 5.000 tot 10.000 MW; 5: tekort groter dan 10.000 MW, of door PJM opgelegde afschakeling van lasten wegens capaciteitstekort. Bron: PJM (veilingrapport) en Monitoring Analytics (marktwaakhond, kwartaal- en jaarrapport State of the Market). Zo wordt gemeten: De veiling is jaarlijks; de uitkomst geldt tot de volgende veiling. Het script laat een rij hooguit 26 weken gelden, dus: boek de veilinguitslag (persbericht pjm.com/newsroom: prijs, plafond, MW onder het betrouwbaarheidsdoel) in de veilingweek en boek uiterlijk 24 weken later één herbevestigingsrij met dezelfde waarde (bron: kwartaalrapport Monitoring Analytics of PJM Inside Lines; vind je geen stuk met het cijfer, boek dan de veilinguitslag opnieuw met Opmerking ’toestand loopt door, geen nieuwe veiling’). Een door PJM opgelegde afschakeling wegens capaciteitstekort geeft direct band 5.
- NERC-waarschuwingsniveau grote lasten (niveau 0-3 (plus gebeurtenis in Opmerking); gewicht heel; meting geldig: 13 weken). Hoogste lopende alertniveau van NERC over grote (reken)lasten, met een halve band opslag als er in de laatste 13 weken een formele noodmaatregel van een netbeheerder was zonder opgelegde afschakeling, of een spontane uitval van grote lasten van minstens 1.500 MW in één gebeurtenis. Banden: 1: geen lopende alert; 2: Level 1 (advies); 3: Level 2 (aanbeveling); 4: Level 3 (essentiële maatregelen); opslag: +0,5 (dus 2,5; 3,5 of 4,5) als in de laatste 13 weken (a) een netbeheerder een formele noodmaatregel nam die grote lasten raakt zonder opgelegde afschakeling (noodvraagrespons, EEA1 of EEA2, DOE-noodorder), of (b) in één gebeurtenis minstens 1.500 MW aan grote lasten spontaan van het net viel; 5: door een netbeheerder opgelegde afschakeling van lasten of EEA3 die aan grote lasten wordt toegeschreven, ongeacht het alertniveau. Bron: NERC (alerts, stukken aan FERC), PJM Inside Lines, ERCOT-nieuws, DOE-orders (202(c)), vakmedia. Zo wordt gemeten: De alertpagina van NERC is niet leesbaar voor de taak. Zoek wekelijks ‘NERC alert large loads’ bij Utility Dive, POWER en RTO Insider voor het lopende niveau. Lees daarnaast PJM Inside Lines (Operations Update) en ERCOT-nieuws op: noodvraagrespons, EEA1/2/3, DOE-order 202(c), ‘load loss MW data center’. Gebeurtenis gevonden: boek een rij met niveau-band +0,5 in de week van de gebeurtenis; 13 weken na de laatste gebeurtenis een rij met de kale niveau-band. Geen nieuws: boek uiterlijk elke 12 weken een bevestigingsrij (met de opslag als de laatste gebeurtenis nog binnen 13 weken valt).
- Getekend stroomvermogen datacenters (13 weken) (GW; gewicht half; meting geldig: 13 weken). Som over 13 weken van getekende afname- of leveringsovereenkomsten voor stroom (PPA, leveringsovereenkomst met een nutsbedrijf of producent) in de VS, met een genoemd vermogen en een genoemde datacenterafnemer. Telt niet: orders voor apparatuur of eigen opwekking (turbines, motoren, brandstofcellen), opties, intentieverklaringen, reserveringen, ontwikkelafspraken, overeenkomsten zonder genoemde afnemer of buiten de VS. Banden: 1: 12 GW of meer; 1,5: 9 tot 12 GW; 2: 6 tot 9 GW; 2,5: 4,5 tot 6 GW; 3: 3 tot 4,5 GW; 3,5: 2 tot 3 GW; 4: 1 tot 2 GW; 4,5: 0,5 tot 1 GW; 5: minder dan 0,5 GW. Bron: Persberichten en officiële stukken van koper of verkoper (ook via PR Newswire, GlobeNewswire, toezichthouder), gelezen na een zoekronde in vakmedia. Zo wordt gemeten: Houd één lijst van gebeurtenissen bij (week, partijen, GW, bron). Zoekronde: POWER, Data Center Dynamics, Utility Dive, ESG Today, PR Newswire/GlobeNewswire op ‘power purchase agreement’ of ‘electric service agreement’ met ‘data center’ en MW. Telt alleen als het persbericht of officiële stuk zelf is gelezen en daarin staan: getekend (niet: voornemen), vermogen in MW, afnemer bij naam, locatie in de VS. Datum = ondertekening; is de overeenkomst alleen als voorstel aangekondigd en afhankelijk van goedkeuring door een toezichthouder, dan de dag van goedkeuring. Vermogen in wisselstroom; alleen gelijkstroom genoemd: dat getal met een aantekening. Vast deel tellen, opties niet. Som = alle gebeurtenissen van de lopende week en de 12 weken ervoor. Boek een rij in elke week waarin de som verandert. Geen nieuwe overeenkomst: herbereken het venster toch.
- Formele stops en wegens stroom geschrapt vermogen (aantal staten; MW (13 weken); gewicht heel; meting geldig: 13 weken). Twee telbare formele feiten. (a) Aantal staten van de VS waar een stop op staatsniveau van kracht is op vergunningen voor datacenters of op netaansluiting van grote lasten (wet of besluit van gouverneur of toezichthouder; in werking, niet: voorstel, veto, voorwaarden, heffingen of intrekking van belastingvoordeel). (b) Som over 13 weken van datacentervermogen in de VS dat formeel is geschrapt of teruggetrokken met stroom of netaansluiting als opgegeven reden (verklaring van de ontwikkelaar, het nutsbedrijf of de toezichthouder). Banden: staten: geen staat = 1; één staat = 3; twee of meer staten = 3,5; een stop in Texas of Virginia = 4 (ook als enige staat); drie of meer staten waaronder Texas of Virginia = 4,5; geschrapt_13_weken: 0 MW = 1; meer dan 0 tot 500 MW = 2; 500 tot 1.500 MW = 3; 1.500 tot 3.000 MW = 4; 3.000 MW of meer = 5; band: de hoogste van beide; +0,5 als beide 3 of hoger zijn (maximaal 5); 1: geen stop van kracht en niets wegens stroom geschrapt; 2: geen stop; minder dan 500 MW geschrapt; 3: één staat (niet Texas of Virginia), of 500 tot 1.500 MW geschrapt; 4: stop in Texas of Virginia, of 1.500 tot 3.000 MW geschrapt; 5: 3.000 MW of meer wegens stroom geschrapt in 13 weken. Bron: (a) besluit of wet zelf, NCSL-overzicht, advocatenkantoren; (b) verklaring van de ontwikkelaar via vakmedia en lokale media. Zo wordt gemeten: (a) Zoek ‘statewide data center moratorium executive order signed’ en lees het NCSL-overzicht (ncsl.org, ‘which states are banning data centers’) en een advocatenbericht; tel alleen stops die van kracht zijn op vergunningen of aansluiting. Een stop telt tot hij formeel is ingetrokken of afgelopen. (b) Zoek ‘data center withdrawn OR cancelled utility power OR interconnection MW’ bij Data Center Dynamics en lokale media; lees de verklaring; noteer MW, datum, letterlijke reden. Som over de lopende week en de 12 weken ervoor. Boek een rij bij elke verandering en anders uiterlijk elke 12 weken een bevestigingsrij.
Terugblik: 2026 tot nu toe
Alle weken van 2026 zijn berekend met de meetlat van versie 4.1. Tot en met week 44 beweegt de index tussen 97,7 en 114,0. Tot en met week 40 laat de meetlat geen gestaag oplopende reeks zien, maar een gemengd beeld dat licht boven het startniveau ligt. Sinds week 41 ligt de index duidelijk hoger.
Week 1 tot en met 8: rond 100. De index schommelt tussen 97,7 en 100,0. De leegstand van datacenters is laag en de prijzen van modellen stijgen eerder dan dat ze dalen. Krediet en rendement bij bedrijven staan al op oranje.
Week 9 tot en met 13: de eerste piek. De index stijgt naar 111,6 in week 11. De marktverwachting voor de investeringen van de hyperscalers gaat na het cijferseizoen van februari fors omhoog. Onderzoek van onder meer het NBER vindt weinig meetbaar rendement bij bedrijven. De kredietpremie van Oracle loopt op en twee ratingbureaus hebben een negatief vooruitzicht. De stijging bij prijzen in deze weken is deels een rekeneffect: de vergelijking valt op een maand in 2025 waarin DeepSeek tijdelijk duurder was.
Week 14 tot en met 28: tussen 102 en 107. Enkele grote datacenterprojecten worden geschrapt of overgenomen door een andere afnemer, waardoor investeringsprognoses tijdelijk op 3,5 staat. De kredietmarkt ontspant in het tweede kwartaal en krediet zakt naar 2,5. Benutting blijft laag: de huurprijzen van GPU’s stijgen en de leegstand blijft onder 2 procent.
Week 29 tot en met 40: stroom en krediet lopen op. De index beweegt tussen 102,3 en 107,0. Energie en netaansluiting stijgt naar 4: de capaciteitsveiling van PJM sluit in juli op het prijsplafond met een tekort, New York en Texas leggen vergunningen en aansluitingen stil en de hoogste waarschuwing van NERC blijft van kracht. S&P verlaagt Oracle in juli naar één stap boven junk en de kredietpremie bereikt in september het hoogste niveau tot dan toe; krediet staat weer op 3,5. Private markten daalt naar 2, omdat de omzet van OpenAI en Anthropic sneller groeit dan hun waardering en er geen AI-beursgangen ruim onder de uitgifteprijs sluiten.
Week 41 tot en met 44: de hoogste stand van het jaar. De index stijgt naar 111,6 in week 41 en 114,0 in week 42, en staat daar ook in week 43 en 44. In week 41 gaat Prijzen naar 3, vooral doordat de instapmodellen 56,8 procent goedkoper zijn dan 26 weken eerder, en Private markten naar 2,5, omdat de omzet van OpenAI lager blijkt dan eerder gemeld. In week 42 gaat Krediet naar 4: de CDS van Oracle komt op 288 basispunten en obligaties van CoreWeave noteren onder 80 cent. In week 44 gaat Opbrengsten en kosten naar 3,5, doordat de vrije kasstroom van de hyperscalers 83,4 procent lager ligt dan een jaar eerder. Benutting daalt in dezelfde week naar 1, omdat de meting van Cast AI is vervallen en niet door een nieuw marktcijfer. Had die meting nog meegeteld, dan stond de index op 116,3.
Aanbevolen artikelen
Verder lezen over de AI-bubbel, het rendement van AI en wat dit betekent voor je organisatie.
- Long readWanneer barst de AI-bubbel?
- ArtikelDe AI-bubbel barst niet
- ArtikelZeven van de tien AI-projecten sneuvelen in 2028
- ArtikelAI maakt werk niet lichter, AI maakt werk zwaarder
- ArtikelMeer AI-tools maken je organisatie niet sneller
- ArtikelAI-adoptie strandt op regie, niet op gebrek aan ideeën
- ArtikelAI vervangt geen mensen
- ArtikelAI in 2025: van hype naar realiteit
Indexverloop per week
Per thema staat de index met tussen haakjes de score (1 tot 5, in halve punten). De thema-index is de score gedeeld door de score in de basisweek, maal 100. De AI Sentiment Index is de som van de acht scores gedeeld door de som in de basisweek (week 1: 21,5 punten), maal 100. Alle weken vallen in 2026. Elke week komt er een kolom bij.
| Thema | Week 1 | Week 2 | Week 3 | Week 4 | Week 5 | Week 6 | Week 7 | Week 8 | Week 9 | Week 10 | Week 11 | Week 12 | Week 13 | Week 14 | Week 15 | Week 16 | Week 17 | Week 18 | Week 19 | Week 20 | Week 21 | Week 22 | Week 23 | Week 24 | Week 25 | Week 26 | Week 27 | Week 28 | Week 29 | Week 30 | Week 31 | Week 32 | Week 33 | Week 34 | Week 35 | Week 36 | Week 37 | Week 38 | Week 39 | Week 40 | Week 41 | Week 42 | Week 43 | Week 44 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| AI Sentiment Index (alle thema’s) | 100,0 (21,5) | 100,0 (21,5) | 100,0 (21,5) | 97,7 (21) | 100,0 (21,5) | 97,7 (21) | 97,7 (21) | 100,0 (21,5) | 102,3 (22) | 107,0 (23) | 111,6 (24) | 109,3 (23,5) | 109,3 (23,5) | 102,3 (22) | 102,3 (22) | 104,7 (22,5) | 107,0 (23) | 107,0 (23) | 107,0 (23) | 107,0 (23) | 104,7 (22,5) | 107,0 (23) | 104,7 (22,5) | 107,0 (23) | 104,7 (22,5) | 104,7 (22,5) | 104,7 (22,5) | 104,7 (22,5) | 104,7 (22,5) | 102,3 (22) | 104,7 (22,5) | 107,0 (23) | 107,0 (23) | 107,0 (23) | 104,7 (22,5) | 102,3 (22) | 102,3 (22) | 102,3 (22) | 104,7 (22,5) | 104,7 (22,5) | 111,6 (24) | 114,0 (24,5) | 114,0 (24,5) | 114,0 (24,5) |
| Investeringsprognoses | 100,0 (2,5) | 100,0 (2,5) | 100,0 (2,5) | 100,0 (2,5) | 100,0 (2,5) | 100,0 (2,5) | 100,0 (2,5) | 100,0 (2,5) | 120,0 (3) | 140,0 (3,5) | 140,0 (3,5) | 140,0 (3,5) | 140,0 (3,5) | 140,0 (3,5) | 140,0 (3,5) | 140,0 (3,5) | 140,0 (3,5) | 140,0 (3,5) | 140,0 (3,5) | 140,0 (3,5) | 140,0 (3,5) | 140,0 (3,5) | 120,0 (3) | 120,0 (3) | 120,0 (3) | 120,0 (3) | 120,0 (3) | 120,0 (3) | 120,0 (3) | 120,0 (3) | 120,0 (3) | 120,0 (3) | 120,0 (3) | 120,0 (3) | 120,0 (3) | 120,0 (3) | 120,0 (3) | 120,0 (3) | 120,0 (3) | 120,0 (3) | 120,0 (3) | 120,0 (3) | 120,0 (3) | 120,0 (3) |
| Opbrengsten en kosten | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 116,7 (3,5) |
| Benutting | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 66,7 (1) | 66,7 (1) | 66,7 (1) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 100,0 (1,5) | 66,7 (1) |
| Prijzen | 100,0 (2) | 100,0 (2) | 100,0 (2) | 100,0 (2) | 125,0 (2,5) | 125,0 (2,5) | 125,0 (2,5) | 125,0 (2,5) | 125,0 (2,5) | 125,0 (2,5) | 150,0 (3) | 150,0 (3) | 150,0 (3) | 100,0 (2) | 100,0 (2) | 100,0 (2) | 125,0 (2,5) | 125,0 (2,5) | 125,0 (2,5) | 125,0 (2,5) | 125,0 (2,5) | 125,0 (2,5) | 125,0 (2,5) | 125,0 (2,5) | 125,0 (2,5) | 125,0 (2,5) | 125,0 (2,5) | 125,0 (2,5) | 100,0 (2) | 100,0 (2) | 100,0 (2) | 100,0 (2) | 100,0 (2) | 100,0 (2) | 100,0 (2) | 100,0 (2) | 100,0 (2) | 100,0 (2) | 100,0 (2) | 100,0 (2) | 150,0 (3) | 150,0 (3) | 150,0 (3) | 150,0 (3) |
| Krediet | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 116,7 (3,5) | 116,7 (3,5) | 116,7 (3,5) | 116,7 (3,5) | 116,7 (3,5) | 116,7 (3,5) | 116,7 (3,5) | 116,7 (3,5) | 116,7 (3,5) | 116,7 (3,5) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 83,3 (2,5) | 83,3 (2,5) | 83,3 (2,5) | 83,3 (2,5) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 116,7 (3,5) | 116,7 (3,5) | 116,7 (3,5) | 133,3 (4) | 133,3 (4) | 133,3 (4) |
| Private markten | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 83,3 (2,5) | 83,3 (2,5) | 83,3 (2,5) | 83,3 (2,5) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 83,3 (2,5) | 83,3 (2,5) | 83,3 (2,5) | 83,3 (2,5) | 100,0 (3) | 83,3 (2,5) | 83,3 (2,5) | 83,3 (2,5) | 83,3 (2,5) | 83,3 (2,5) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 83,3 (2,5) | 83,3 (2,5) | 83,3 (2,5) | 83,3 (2,5) | 83,3 (2,5) | 83,3 (2,5) | 66,7 (2) | 66,7 (2) | 66,7 (2) | 66,7 (2) | 66,7 (2) | 83,3 (2,5) | 83,3 (2,5) | 83,3 (2,5) | 83,3 (2,5) |
| Rendement bij bedrijven | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 85,7 (3) | 85,7 (3) | 85,7 (3) | 85,7 (3) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 114,3 (4) | 114,3 (4) | 114,3 (4) | 114,3 (4) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) | 100,0 (3,5) |
| Energie en netaansluiting | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 100,0 (3) | 116,7 (3,5) | 116,7 (3,5) | 116,7 (3,5) | 116,7 (3,5) | 116,7 (3,5) | 116,7 (3,5) | 116,7 (3,5) | 116,7 (3,5) | 133,3 (4) | 133,3 (4) | 133,3 (4) | 133,3 (4) | 133,3 (4) | 133,3 (4) | 133,3 (4) | 133,3 (4) | 133,3 (4) | 133,3 (4) | 133,3 (4) | 133,3 (4) | 133,3 (4) |
Bronnen
De websites waaruit op deze pagina is geput, op alfabetische volgorde.
- 24/7 Wall St.
- 9fin
- AAStocks
- AI Weekly
- Amazon
- Amazon (persbericht over het derde kwartaal)
- Anthropic
- Anthropic (ontwikkelaarsdocumentatie)
- Atlanta Fed
- Attorney General van Minnesota
- Augment
- Banca d’Italia
- Bank voor Internationale Betalingen (BIS)
- BBC
- BearingPoint
- BenchLM
- BigGo Finance
- Bisnow
- Bloomberg
- Bloomberg Law
- Broadband Breakfast
- Business Insider
- Capital Group
- Carta
- Cast AI
- CBRE
- CFO Dive
- CIO Dive
- Cloudflare
- CNBC
- Computable
- Computer Weekly
- Constellation
- The Cool Down
- CoreWeave
- Crunchbase News
- The Dark Side of the Boom
- Data Center Knowledge
- Data Studios
- Dealroom News
- DeepSeek
- Deloitte
- Dun & Bradstreet
- Edward Conard Macro Roundup
- ERCOT
- Euronews
- Europese Centrale Bank
- EY
- Finviz
- Fitch Ratings
- Forbes
- Forge Global
- Fortune
- FourWeekMBA
- FRED (Federal Reserve Bank of St. Louis)
- Futu News
- Gate News
- Google AI for Developers
- Investing.com
- IT Pro
- JLL
- jobsdata.ai
- Khaleej Times
- KPMG
- Latitude Media
- Los Angeles Times
- Madrona
- MarketBeat
- McKinsey
- Mint
- Mistral
- Morph
- NERC
- The New York Times
- The Next Web
- NiSource
- OPB
- OpenAI
- OpenAI
- Oracle
- PJM Inside Lines
- PPC Land
- PR Newswire
- QuantLogix
- Quartz
- Rabobank
- The Register
- Renaissance Capital
- Renewable Energy World
- Reuters
- The Rhodie House
- S&P Global
- SEC
- Securitas Global
- SemiAnalysis
- Seoul Economic Daily
- Silicon Analysts
- Silicon Data
- Simon Willison
- Spheron
- The Star
- Statistics Canada
- Tech Times
- Tech.eu
- TechCrunch
- TechFlow
- Tom’s Hardware
- U.S. Census Bureau
- U.S. Department of Energy
- UBS
- USA Today
- usagebox
- Utility Dive
- Value Add VC
- VentureBeat
- The Verge
- The Wall Street Journal
- White & Case
- Wired
- Yahoo Finance
Versie 4.1
Dit overzicht wordt wekelijks bijgewerkt op basis van openbare bronnen. Het is een duiding van marktsignalen en geen beleggingsadvies.
LEES OOK: Wanneer barst de AI-bubbel?