Column: Prijsdiscriminatie in servicekosten?

Mijn tweewekelijkse gastcolumn voor This Is Our House. Dit keer duik ik in de servicekosten bij de aanschaf van een ticket voor een festival. 

Of het nu voor vliegtuigen, festivals of toeristische attracties is, internet maakt het bestellen van tickets bijzonder eenvoudig. Toch kom je bij het afrekenen nog regelmatig voor een verrassing te staan: de reserverings- of servicekosten. Zo ook wanneer je een ticket koopt voor een festival. Waar komen die verschillende kosten toch vandaan? En vooral: wie rekenen deze kosten? En zijn ze nog wel van deze tijd?

Administratieve handeling

Uit de Dance Festival Monitor 2016 van Fanalists blijkt op dit moment dat de gemiddelde servicekosten 3,13 euro zijn. Inclusief alle evenementen en festivals tijdens het Amsterdam Dance Event. Op ADE zijn de gemiddelde kosten zo’n 2,63 euro. Dit komt omdat de prijs van de tickets gemiddeld lager is dan de rest van het festivalseizoen.

Je betaalt dus niet alleen voor de kosten van een evenement of festival, maar ook nog eens voor de kosten van het kaartje en het mogelijk maken van de transactie. Die gewoonte is er van oudsher ingeslopen, toen het reserveren en leveren van een ticket nog mensenwerk was.

Ik moet bekennen dat ik midden jaren 90 in mijn platenzaak ook 2 gulden en 50 cent rekende bij de verkoop van een ticket. Dat liep later op naar bijna 5 gulden. En eerlijk is eerlijk: het was gevonden geld. Er kwamen andere klanten in de winkel en ik hoefde er niet veel extra werk voor te doen. Bijkomstig effect was dat het hebben van tickets voor evenementen ook zorgde voor de nodige naamsbekendheid van de winkel.

Tegenwoordig doet een computer de administratieve handelingen en vul je zelf ook gegevens in. Zo’n 20 ticketproviders zijn in 2016 actief in de dancemarkt. Marktleiders volgens de Dance Festival Monitor zijn Paylogic en Ticketscript. Zij voorzien meer dan 60 procent van de danceliefhebbers van tickets.

Het zijn ICT-bedrijven die festivals voorzien van een infrastructuur voor het verkopen van kaarten. Waar Ticketmaster en Eventim meer een webwinkel zijn, zorgen zij ervoor dat je als organisator de verkoop van tickets zelf kunt beheren en integreren in jouw website.

Opbouw van de kosten

Ticketdienstverlener Ticketscript begon uit onvrede met de hoge prijzen en slechte service van grotere concurrenten. Op haar website meldde Ticketscript destijds dat ‘de bezoeker van het evenement een zeer lage service fee van 1,50 euro (inclusief btw) betaalt’. Dat principe is echter weer ingehaald. Servicekosten van bijna 3,5 tot 4 euro zijn bij Ticketscript dit jaar geen uitzondering meer.

Paylogic legt op haar website uit hoe de kosten worden opgebouwd. Servicekosten worden berekend op basis van de te leveren service voor en tijdens het evenement. De kosten bestaan o.a. uit: systeemkosten, datacomunnicatiekosten, kosten voor de klantenservice, toegangscontrolekosten, beveiliging en fraudebestrijding.

Voor de enorme hoeveelheid infrastructuur die er bij komt kijken voor het online afhandelen van ticket-transacties worden dus servicekosten gerekend. Deze kosten worden vastgesteld in overleg tussen de organisatie van het evenement of festival en de ticketprovider. Het is aan de evenement organisatie zelf om dit in de ticketprijs op te nemen of apart door te berekenen aan de festivalbezoeker onder vermelding van servicekosten. Dit laatste zorgt misschien wel voor onduidelijkheid.

Wij gaan de servicekosten aanpakken! Maar het bleek al gauw dat organisatoren niet met je willen of kunnen werken als jij die kosten niet wil rekenen. (red. Jan Willem van der Meer namens Paylogic in DJ Broadcast)

festivaltickets-2

Uitleg en verklaring

Een tijd geleden gaven Jan Willem van der Meer en Frans Jonker van respectievelijk Paylogic en Ticketscript in een interview op DJ Broadcast uitleg. “Het eerste wat wij riepen was: ‘Wij gaan de servicekosten aanpakken!’ Maar het bleek al gauw dat organisatoren niet met je willen of kunnen werken als jij die kosten niet wil rekenen. We leggen ze aan niemand op. Het is een heel makkelijke claim om te maken, vooral als je de markt niet helemaal goed hebt doorgelicht.”

Volgens van der Meer in het interview kun je er niet omheen. “De ongelofelijke hoeveelheid infrastructuur die klaar moet liggen om alles op een goede manier te laten verlopen zal toch ergens mee betaald moeten worden.”

Frans Jonker in hetzelfde interview: “Wij reguleren de servicefees niet, maar de concurrentie is ontzettend groot in de festivalmarkt. Dan communiceer je liever de laagst mogelijke prijs. Het is nou eenmaal zo dat je geld moet betalen voor een dienst. Als je 1,60 extra moet betalen op een kaartje van twintig euro, lijkt me dat niet echt een struikelblok.”

Toch lijkt de onduidelijkheid over de service- en betaalkosten voor menig een doorn in het oog. De servicekosten variëren in 2016 van 0,50 tot 5,60 euro. Dat is een verschil van 11 keer de kosten en niet altijd logisch verklaarbaar. Ergens lijkt het op prijsdiscriminatie.

Tijd voor verandering?

Regulering van prijzen op internet zijn al jaren onderwerp van discussie. Laat ik voorop stellen dat het afhandelen van een online transactie geld kost. Uiteraard moeten systemen betaald worden. Deze kosten kunnen net als andere kosten terugkomen in de prijs van een ticket. Wordt het niet tijd voor verandering? What you see is what you get. Oftewel prijzen van tickets van evenementen en festivals inclusief service- en betaalkosten. Wel zo duidelijk. Wel zo makkelijk.

Er zijn de laatste jaren veel nieuwkomers. Eventbrite, Tibbaa, Your Ticket Provider om een paar te noemen. En nog enkele nieuwelingen dienen zich aan. Keren zij het tij? Of moeten organisatoren hun beleid veranderen? Dat de kosten dan terug komen in de prijs van een ticket staat vast. Uiteraard zullen de prijzen wellicht iets duurder lijken, maar in ieder geval weet je als bezoeker van een dancefestival wel waar je aan toe bent. Ben benieuwd hoe dansend Nederland over dit onderwerp denkt. Laat het gerust weten op Facebook of onderaan deze post.

Meer


(advertentie)

boek-download-edm-en-de-digitale-wereld-001-1

robots

Column: Dubieuze vrienden maken dubieuze data

Facebook is vorig jaar Oktober begonnen het netwerk op te schonen van twijfelachtige’ fans. Maar denk je dat bedrijven, organisaties en merken dan nu ook eindelijk het belang van echte relaties met fans beginnen te begrijpen? Bedrijven, organisaties en merken zijn nog steeds bereid om hun reputatie, integriteit, ethiek, vertrouwen en daarmee de relatie met fans en klanten op het spel te zetten voor een paar honderd of een paar duizend ‘dubieuze’ fans op Facebook of Twitter.

Heb je ooit gekeken naar een Facebook-pagina van een organisatie, die plotseling heel hard groeide? Wanneer je dergelijke Facebook-pagina’s bekijkt, zie je dat ze in zeer korte tijd duizenden fans hebben verkregen. In eerste instantie denk je misschien dat deze organisaties echt weten hoe ze het spel moeten spelen. Dat ze echt bezig zijn met het opbouwen van een community. Echter, wanneer je een en ander goed gaat controleren zul je zien dat de betrokkenheid van de organisaties op dergelijke Facebook-pagina’s laag is. Dat dergelijke pagina’s zelfs niet-bestaande fans hebben, ook al hebben dergelijke pagina’s duizenden of miljoenen fans.

Wanneer je een aantal van de ‘likes’, die deze organisaties hebben ontvangen op recente berichten gaat bekijken, dan wordt het al snel duidelijk dat ze vaak uit een vreemd land zijn, waar een organisatie nog geen voet aan de grond heeft. Ook zie je steeds dezelfde inhoudelijke reacties terug komen bij verschillende ‘status updates’, die door de organisaties of van dergelijke pagina’s zijn geplaatst. Het is dan zeer waarschijnlijk dat dit robots zijn.

“Nep-accounts hebben geen vrienden aan wie ze jouw boodschap 
door kunnen verkondigen of jouw inhoud kunnen bevestigen.”

De grote getallen van dergelijke Facebook-paginas met robots zouden moeten leiden naar transacties of meer waarde enzovoorts. Hoe kunnen de robots dan de juiste doelgroep zijn? Kopen zij producten of diensten? Hoe betalen deze robots dan? Zijn ze ambassadeurs? Hoe dan? Allereerst zijn de ‘Likes’ die je kunt kopen meestal nep-accounts. Vergelijk het kopen van nep-fans als spam in jouw e-mail inbox: niemand wil dat. Ten tweede, zelfs al zijn het echte mensen, dan zien ze er waarschijnlijk niet authentiek uit. Als een lokale organisatie plotseling 5.000 fans krijgt uit een vreemd land of vreemde stad waar de kernactiviteit van oorsprong niet vandaan komt, kan jouw ‘echt verdiende’ achterban dat zien.

Ten derde, de gekochte fans hebben vaak geen volledige profielen en heel vaak geen vrienden. Als het primaire doel op de sociale kanalen is om de naamsbekendheid te verhogen door middel van de mond tot mond boodschap, kunnen deze gekochte ‘Likes’ je niet helpen. Nep-accounts hebben geen vrienden aan wie ze jouw boodschap door kunnen verkondigen of  jouw inhoud kunnen bevestigen. Ten slotte is de grootste reden om geen fans kopen op Facebook gewoon een eenvoudige wiskundige vergelijking: het dunt het bereik uit. We weten inmiddels dat Facebook het organisch bereik beperkt, wat betekent dat elke keer dat op jouw fanpagina iets post slechts ongeveer 15 procent van je fans jouw bericht zal zien, tenzij je betaalt om het te promoten aan de rest van je fans.

“Opbouwen van een gemeenschap vergt tijd en oprechte inspanning.”

Even ter indicatie. Als je 1.000 fans hebt en slechts ongeveer 15 procent zien jouw bericht zijn dat 150 fans. Vergeet niet dat deze fans echt zijn en jouw pagina organisch hebben gevonden, omdat je zat wat te bieden hebt. Echte fans zijn het meest geneigd om commentaar te geven en jouw berichten te delen, dus het verspreiden van jouw boodschap en het onderschrijven van jouw boodschap bij hun vrienden. Stel je nu voor dat je tot 10.000 fans toevoegt. 1.500 (15 procent) zullen nu jouw berichten (een duidelijke stijging van de cijfers dus) zien.

Maar de aangekochte nepfans die jouw bericht zien zullen waarschijnlijk geen commentaar geven en inhoud delen. Een gebrek aan betrokkenheid betekent de ‘echt verkregen’ fans waarschijnlijk uiteindelijk niet jouw inhoud zullen zien en deze dan ook niet kunnen delen met hun vrienden. Dit vanwege de algoritmes van de Facebook Edge Rank (een mechanisme dat vaststelt welke van jouw berichten naar de top van een nieuwsfeed van jouw ‘vrienden’ gaan op basis van hun relevantie) de krimpende betrokkenheid bij je berichten heeft dan ook direct negatief effect voor jouw totale bereik.

Dus nu zal de betrokkenheid van de gemeenschap afnemen, omdat je het moeilijker voor jezelf hebt gemaakt om jouw ‘verdiende’ 1.000 fans te bereiken.  Zo heb je het zelf  bijna onmogelijk gemaakt de meest waarschijnlijke mensen die commentaar geven en je content delen met hun vrienden te bereiken. Opbouwen van een gemeenschap vergt tijd en oprechte inspanning. Luisteren naar, het deelnemen aan en anticiperen op de gegevens, die ontstaan ​​in de zogenaamde ‘conversaties’ en ‘interacties’ is eigenlijk waar het allemaal bij social media om draait. Net het echte leven dus. ‘Dubieuze getallen’ worden trouwens nu al vaak gedefinieerd als ‘dubieuze data’ en daarmee wordt de ‘zakelijke’ reputatie ook ‘dubieus’.

“Het is de kwaliteit van het netwerk dat op termijn 
de waarde bepaalt en niet de kwantiteit.”

Het inkopen van ‘dubieuze fans’ is kortzichtig, als je de spelregels van social media begrijpt. Voor degenen, die het niet weten trouwens, het is in directe overtreding met de algemene voorwaarden van Facebook. Daarnaast, is het niet te vergeten, ook verspilling van geld. Uiteindelijk zal Facebook – maar ook andere kanalen – steeds haar netwerk blijven zuiveren. De gekochte fans of volgers zullen continue uit het netwerk van Facebook worden verwijderd. De waarde van de pagina met gekochte fans binnen Facebook zal devalueren in de breedste zin van het woord.

Als organisatie zal je financieel devalueren. Vooral ‘echte’ fans zullen vertrouwen verliezen als ze door krijgen dat ze deel uitmaken van een netwerk met robots. Het is de kwaliteit van het netwerk dat op termijn de waarde bepaalt. Niet de kwantiteit. Het kopen van nep-Facebook-vrienden, valse Twitter-volgers, valse LinkedIn connecties draagt niets bij. Ze hebben geen waarde toe te voegen, niet in context, niet in financiële zin. Het verhoogt alleen de cijfers, als dat belangrijk voor je is. Dubieuze vrienden maken dubieuze data.

* Deze post is origineel geschreven voor en verschenen op Fast Moving Targets

Lees ook

Fans

Uit de oude doos: Artiest 2.0 – Is er licht aan het einde van de tunnel? | #oudedoos #column

Zo’n krappe 2 jaar geleden zijn de columns ‘Artiest 2.0 – Is er licht aan het einde van de tunnel?’ op #D2W verschenen. Vandaag is het tijd om ze nog eens uit de oude doos te halen. Hieronder de driedelige column.

Artiest 2.0: is er licht aan het einde van de tunnel? (deel 1)

Keer op keer merk ik dat de Dance-industrie waar ik in werk toch op een of andere manier conservatieve trekjes vertoond. Dit komt op mij op een of andere manier beangstigend over. Het zou toch de Dance als muziekstroming moeten zijn die voorop loopt als het gaat om innovatie en vernieuwing. Zeker in deze tijden waar de ‘DIY’ mogelijkheden via het internet ‘allover the place’ zijn.

Lees hier de gehele column

Artiest 2.0: is er licht aan het einde van de tunnel? (deel 2)

Op dit moment zie ik allerlei artiesten en DJ’s die al wat jaren meelopen in de Dance worstelen met de vraag hoe het nu verder moet in de toekomst met hun muziek. Ze verdienen immers niets of nauwelijks wat als er uberhaupt nog vinyl wordt uitgebracht en hun back-catalogus van Dans-vloer hits loopt ook niet. Daarnaast hebben ze in het verleden vaak overeenkomsten met diverse platenmaatschappijen voor de back-catalogus die hun repertoire vaak ook op de plank laten verstoffen. Wellicht zetten ze de catalogus nog in de downloadwinkels waar het ook niet verkoopt. Er wordt immers geen aandacht aan geschonken door de betreffende platenmaatschappijen doordat deze zich bezighouden met nieuw repertoire en de waan van de dag.

Lees hier de gehele column

Artiest 2.0: is er licht aan het einde van de tunnel? (deel 3)

Twee weken geleden heb ik bij Dance-Tunes nieuwe business-modellen mogen presenteren die Medio 2010 zullen worden uitgerold. Wat mij betreft is dit dan ook deel 3 van de reeks Artiest 2.0: is er licht aan het einde van de tunnel. Dit laatste deel is bestemd voor de platenmaatschappijen en auteursrechten-organisaties. Als de muziekindustrie wil overleven dan dient men zich open te stellen voor nieuwe business-modellen en men dient niet krampachtig vast te houden aan het ‘pay-per-copy’ model.

Lees hier de gehele column

Misschien ook leuk om te lezen

Mogelijk interessante analyses