Geschatte leestijd - 9 minuten

In 1999 kostte muziek geld en had het een gewicht. Een cd woog iets in je hand, een lp nog meer. Je liep een Free Record Shop binnen, je legde vijftien gulden op de toonbank, en je droeg de muziek fysiek naar buiten. Ik heb die wereld van binnenuit gezien. Achttien jaar bij ID&T, de jaren van hardcore en gabber, de tijd waarin een plaat een product was en de platenzaak het altaar. Wie toen zei dat je muziek ooit zou huren in plaats van bezitten, werd meewarig aangekeken.

Vandaag bezit vrijwel niemand zijn muziek nog. Toch is de omzet terug op het niveau van eind jaren negentig. Hoe kan dat? Het antwoord op die vraag is het hele verhaal van de transformatie van de muziekindustrie. Een verhaal van instorten, van een verloren decennium, van herstel, en van een waardeketen die volledig van eigenaar wisselde. Onthoud: de omzet kwam terug, maar de macht verhuisde.

Napster was geen incident

De vrije val begon in 1999, het jaar dat de industrie op haar hoogtepunt stond. In juni van dat jaar lanceerde een student genaamd Shawn Fanning een programma dat Napster heette. In datzelfde jaar piekte de wereldwijde muziekindustrie op 23,8 miljard dollar. De Nederlandse markt voor geluidsdragers stond op zo’n 490 miljoen euro, waarvan de cd in zijn eentje goed was voor 458 miljoen. Dat was het hoogtepunt. Niemand die het toen zo zag.

Wat volgde was geen dipje maar een implosie. De Nederlandse omzet zakte naar 406 miljoen in 2002, naar 266 miljoen in 2005, en bereikte rond 2012 een bodem. Wereldwijd halveerde de omzet tussen 1999 en 2014 meer dan. Vijftien jaar lang bloedde de bedrijfstak.

Hoe reageerde de industrie? Met advocaten. De branche procedeerde tegen Napster, tegen downloaders, tegen de eigen toekomst. Dat is het klassieke gedrag van een sector die verandering niet als kans ziet maar als bedreiging. Ik noem dat het Hansje Brinker-syndroom: je vinger in het gat in de dijk, terwijl het water overal tegelijk begint te lopen. De platenmaatschappijen bouwden geen raket. Ze plakten pleisters.

Een verloren decennium

De platenzaak verdween niet omdat mensen minder van muziek gingen houden, maar omdat de plek waar waarde werd uitgewisseld verschoof. Wil je een beeld dat de hele verschuiving samenvat? Kijk dan naar de Free Record Shop. Opgericht in 1971 in Schiedam, uitgegroeid tot honderden winkels in de Benelux en Scandinavie, op het hoogtepunt goed voor een jaaromzet van meer dan een half miljard euro. Op 28 mei 2013 sprak de rechtbank Rotterdam het faillissement uit over 141 Nederlandse filialen met 755 medewerkers. Een doorstart mislukte. In april 2014 viel definitief het doek.

De waarde verschoof van de winkelstraat naar het scherm, van de kassa naar de server. Dat is het patroon dat zich in elke digitaliserende bedrijfstak herhaalt: niet de vraag verdwijnt, maar de schakel die dacht onmisbaar te zijn. Feit is dat wie in de waardeketen op de verkeerde plek staat op het verkeerde moment, wordt weggevaagd. Ongeacht hoe groot of hoe oud hij is.

Spotify zette de teller op nul

Streaming reanimeerde de markt die downloads en piraterij bijna hadden gesloopt. In 2008 lanceerde Daniel Ek in Zweden een dienst die Spotify heette. Nederland was een van de eerste landen buiten Zweden waar het aansloeg: op 18 mei 2010 ging Spotify hier live, ruim een jaar voordat de Verenigde Staten volgden. Wij waren geen achterblijver in deze transitie. Wij waren proeftuin.

Het werkte. Rond 2015 kruisten in Nederland de dalende lijn van het fysieke product en de stijgende lijn van het digitale product elkaar. Wereldwijd noteerde de industrie in 2012 voor het eerst sinds 1999 weer groei. In 2024 kwam de Nederlandse muziekmarkt uit op 334 miljoen euro, met streaming goed voor 278 miljoen, oftewel 83 procent van het geheel. In 2025 groeide de markt door naar 367 miljoen. Wereldwijd tikte de omzet in 2025 de 31,7 miljard dollar aan, met 837 miljoen betalende abonnees en streaming goed voor bijna 70 procent van alles.

Nominaal zijn we dus terug bij af. Wie denkt dat de industrie van 2025 lijkt op die van 1999, heeft de kern gemist. De vraag is namelijk niet hoeveel geld er omgaat. De vraag is naar wie het stroomt.

De waardeketen wisselde van eigenaar

De echte revolutie zit niet in het formaat, maar in de waardeketen die van eigenaar wisselde. In de oude wereld liep de waarde van artiest naar label, naar distributeur, naar retail, naar consument. Vijf schakels, allemaal met een marge. In de nieuwe wereld is die keten platgeslagen tot iets veel korters, en veel machtigers.

Wie won? Twee partijen. Ten eerste de platforms. Spotify draaide in 2024 zijn eerste winstgevende jaar en heeft inmiddels bijna 300 miljoen betalende abonnees. Ten tweede de majors: Universal, Sony en Warner controleren samen zo’n 65 tot 70 procent van de wereldwijde opnameomzet. Universal alleen klom in 2025 naar 32,5 procent. Zo werd de catalogus het nieuwe goud: Sony legde voor de rechten op Queen naar verluidt 1,27 miljard dollar op tafel, de grootste rechtendeal ooit.

Wie verloor? De fysieke retail, zoals we zagen. En, veel pijnlijker, de mediane artiest. Sinds april 2024 keert Spotify pas uit vanaf duizend streams per nummer per jaar. Dat klinkt redelijk. Tot je weet dat dit volgens schattingen geldt voor zo’n 86 procent van alle nummers op het platform. Miljoenen tracks verdienen sindsdien exact niets, en het geld dat zij niet meer krijgen verschuift naar de top. De artiest met een stream op de miljoen verdient nu ruim tienduizend dollar per jaar, tien keer zoveel als een decennium geleden. De artiest daaronder verdient nul. Dat zijn de uitbetalingsmodellen van streaming waar zo weinig makers grip op hebben.

Dit is precies wat ik een egosysteem noem. Een ecosysteem dient de deelnemers. Een egosysteem dient zichzelf, en oefent macht uit over de partij aan het uiteinde: hier de maker. De regels van uitbetaling worden niet bepaald door wie de muziek maakt, maar door wie de distributie bezit. Het verschil tussen pro-rata versus user-centric uitbetalen is geen technisch detail, maar een machtsvraag. Context is king, maar de context wordt geschreven door het platform.

Toegang verving bezit

De kern van de hele verschuiving is de overgang van bezit naar toegang, precies zoals ik die al in 2011 voorspelde. Vroeger kocht je een album en was het van jou. Nu koop je een abonnement en heb je toegang tot alles, zolang je betaalt. Stop je met betalen, dan verdwijnt je hele collectie. Je bezit niets meer. Je huurt.

Voor de consument voelt dat als vooruitgang, en op een manier is het dat ook: nooit eerder had een luisteraar de complete muziekgeschiedenis in zijn broekzak voor de prijs van een cd per maand. Economisch is er alleen iets fundamenteels veranderd. De relatie tussen luisteraar en artiest loopt niet langer via een product, maar via een platform dat tussen beide in staat, alle data bezit, en beide kanten monetariseert.

Daar draait digitaal vermogen om. De echte waarde in deze industrie zit niet meer alleen in het bezit van een mastertape of een magazijn vol cd’s en vinyl. Ze zit juist ook in de digitale verbindingen en de contextuele data rondom een artiest: wie luistert, wanneer, hoe vaak, in welke stemming, in welk land. Wie die data en die verbindingen bezit, bezit samen met de masters de toekomst. Op dit moment is dat niet de artiest, en ook niet het label. Het is het platform.

Bezit komt terug

Terwijl vrijwel alles onstoffelijk werd, kwam het meest fysieke product denkbaar met een noodgang terug: vinyl. De cijfers zijn niet mis te verstaan. Wereldwijd groeide vinyl in 2025 voor het negentiende jaar op rij. In de Verenigde Staten ging de omzet uit vinyl in 2025 over de miljard dollar heen. In Nederland veerde vinyl in 2025 met 21 procent op naar 45 miljoen euro. Het opvallendste: bijna 20 procent van de Nederlanders kocht recent nog een fysieke drager, en onder tieners van 15 tot 17 jaar loopt dat op tot 28 procent. Juist de generatie die opgroeide met streaming koopt platen.

Waarom? Omdat bezit iets doet wat toegang niet kan. Toegang is oneindig en dus waardeloos in de letterlijke zin: het heeft geen prijs per stuk. Bezit is schaars, tastbaar en daarmee betekenisvol. De plaat aan de muur is geen manier meer om muziek te beluisteren. Het is een verklaring van liefde. Een statement. Precies dezelfde beweging zie je in de live-economie: waar de opnamemarkt in Nederland op zo’n 367 miljoen staat, gaat er in festivals en concerten samen bijna een miljard euro om. Het oude axioma is omgedraaid. Vroeger bracht je een plaat uit om een tournee te verkopen. Nu geef je muziek weg om het concert, de plaat en het lidmaatschap van je fanclub te verkopen.

Dat is de relatie-economie in het klein. De transactie is niet langer het product. De transactie is de relatie.

AI is de volgende steen die in het water valt

De volgende ontwrichting is al bezig, en ze heet generatieve AI. Op 24 juni 2024 klaagden de majors, via de RIAA, de AI-muziekdiensten Suno en Udio aan wegens het trainen van hun modellen op auteursrechtelijk beschermd materiaal. De inzet: tot 150.000 dollar schade per inbreuk.

Het interessante is hoe het niet afliep. In het najaar van 2025 schikten Universal en Warner met de AI-startups en sloten licentiedeals, terwijl Sony als enige is blijven procederen. Ondertussen haalde Suno, midden in de rechtszaken, een financieringsronde op tegen een waardering van 2,45 miljard dollar bij een omzet van 200 miljoen. Lees dat nog eens. De markt gelooft in AI-muziek, rechtszaak of geen rechtszaak.

Nu hoor ik je denken: dit is toch een gevecht over auteursrecht? Ja, maar het is vooral een gevecht over de waardeketen, opnieuw. De vraag is of de vergoeding voor een AI-generatie, geschat op fracties van een cent, naar de rechthebbende van het bronmateriaal vloeit. Wie zijn rechten en zijn data nu op orde heeft krijgt straks de royalty’s, want dit wordt allemaal aangestuurd door AI en de data eronder. Wie dat niet heeft, kijkt toe hoe zijn werk brandstof wordt voor een machine die hem niet betaalt. Data is en blijft het nieuwe goud, ook hier.

Wat dit betekent voor de maker

De les voor elke artiest en elk label is dit: bezit de relatie met je publiek, of een ander bezit haar voor je. Stel jezelf vandaag deze vragen. Bezit ik de relatie met mijn publiek, of huur ik die van een platform? Weet ik wie mijn echte fans zijn, of ken ik alleen mijn streamcijfers? Heb ik meer dan een inkomstenbron, of hangt alles aan de knop die een ander bedient?

De richting is helder. Bouw een directe band met je publiek voordat de platforms die band definitief vergrendelen. Spotify introduceerde in 2026 met partner Live Nation al een functie die concertkaarten reserveert voor de grootste fans, binnen het bestaande abonnement. Dat klinkt als een cadeau aan de fan. Het is in werkelijkheid een greep naar de laatste schakel die nog niet in handen van het platform was: de live-relatie. Wie die relatie zelf niet bezit, geeft haar weg.

Zet daarnaast in op schaarste. Op vinyl, op merchandise, op een besloten community, op alles wat toegang omzet in bezit en luisteraar omzet in fan. De opmars van onafhankelijke artiesten laat zien dat het kan. De relatie-economie beloont wie de band verdiept, niet wie het bereik oppompt. Een miljoen passieve streams is minder waard dan duizend fans die je persoonlijk kent.

De omzet kwam terug de opdracht is nieuw

We zijn in vijfentwintig jaar rond gegaan. Van bezit, via de vrije val van het verloren decennium, naar toegang, en nu langzaam weer terug naar een nieuwe vorm van bezit die eerder statement dan noodzaak is. De omzet is nominaal terug op het niveau van 1999. De industrie eronder is onherkenbaar veranderd. De platenzaak is weg. Het platform is koning. De data is het goud. De artiest die dat begrijpt is niet langer leverancier van een product, maar eigenaar van een relatie.

Dat is de kern die ik uit dit hele verhaal haal, en die geldt ver buiten de muziek. De uitgeverswereld liep exact hetzelfde pad, zoals The Guardian en The New York Times bewijzen. Ik heb het uitgebreider beschreven in het boek Digitaal Vermogen. Bezit van het fysieke product is niet meer waar de waarde zit. De waarde zit in de digitale verbinding, de context en de relatie. Wie dat bezit, bouwt een raket. Wie blijft vertrouwen op de oude schakel in de keten, fietst naar de maan terwijl de rest opstijgt.

De muziekindustrie heeft het als eerste aan den lijve ondervonden. Ze was de kanarie in de kolenmijn van de digitale transformatie. De vraag is niet of jouw sector aan de beurt komt. De vraag is of je de relatie dan zelf in handen hebt, of dat je haar hebt weggegeven. Er is werk aan de winkel.

Veelgestelde vragen

Wat betekent de verschuiving van bezit naar toegang in de muziekindustrie?

Van bezit naar toegang betekent dat de luisteraar muziek niet meer koopt als product, maar huurt via een streaming-abonnement. Je hebt toegang tot vrijwel alle muziek zolang je betaalt, maar je bezit niets: stop je met betalen, dan verdwijnt je collectie. De waarde verschoof daarmee van het fysieke product naar de relatie en de data rondom de luisteraar.

Waarom kwam de omzet terug maar profiteert de gemiddelde artiest daar niet van?

De totale omzet herstelde dankzij streaming, maar de waardeketen werd platgeslagen. De platforms en de drie majors (Universal, Sony en Warner) vingen het leeuwendeel op. Door het pro-rata-model en de drempel van duizend streams stroomt het geld naar de top, terwijl de meeste nummers vrijwel niets opleveren.

Wat is de 1.000-streams-drempel van Spotify?

Sinds april 2024 betaalt Spotify pas royalty’s uit voor een nummer vanaf duizend streams per twaalf maanden. Volgens schattingen haalt zo’n 86 procent van alle nummers die drempel niet, waardoor het bijbehorende bedrag herverdeeld wordt naar populairdere tracks.

Waarom groeit vinyl terwijl streaming domineert?

Vinyl groeit omdat bezit iets biedt wat toegang niet kan: schaarste en tastbaarheid. Een plaat is geen afspeelmethode meer, maar een statement en een manier om een artiest te steunen. In Nederland groeide vinyl in 2025 met 21 procent, en juist jonge kopers drijven die groei.

Wat betekent AI zoals Suno en Udio voor de muziekwaardeketen?

Generatieve AI verplaatst de strijd opnieuw naar de waardeketen. De vraag is of de vergoeding voor door AI gegenereerde muziek terugvloeit naar de rechthebbenden van het bronmateriaal. Wie zijn rechten en data op orde heeft, incasseert straks de royalty’s; wie dat niet heeft, levert gratis trainingsmateriaal.

Over de bronnen

Voor dit artikel raadpleegde ik 279 bronnen, waaronder IFPI, NVPI Muziek, Buma/Stemra, MIDiA Research, Music Business Worldwide, VVEM, VNPF, Spotify en de RIAA. Cijfers krijgen pas waarde als je ze tegen elkaar afzet. Waar bronnen elkaar tegenspraken, koos ik de meest recente en gezaghebbende. Let wel: NVPI wijzigde haar meetmethodiek (2012 en 2023), IFPI rekent op groothandelswaarde en RIAA op consumentenbesteding, en cijfers over de toekomst zijn projecties.

JOUW DIGITAAL VERMOGEN LATEN GROEIEN? Gebruik het ABCD-principe! Lees hier meer ... Heb je vragen over digitale strategie en transformatie? Chat hier met de Denis Doeland | Virtuele Assistent. Direct contact nodig over jouw strategie en transformatie? Kijk hier …


Ontdek meer van Digitaal Vermogen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Denis Doeland http://denisdoeland.com

Slashie: Author, Blogger, Maven, Disruptor, Numerati and Transformer. Passion for IP/Data/Tech/Internet/Social Media and what's next ...

Wellicht vind je dit ook leuk

Meer door Denis Doeland

+ Er zijn geen reacties

Plaats jouw reactie

Plaats jouw reactie