We staan niet aan de vooravond van een AI-revolutie. We staan er middenin. De digitale wereld is de afgelopen tien jaar gekanteld van cloud-first naar AI-first. Wie die kanteling nog steeds beschrijft als “een trend”, heeft haar gemist. Dit is geen trend. Dit is een transformatie. En die transformatie is al jaren geleden begonnen. Sterker nog: de Vierde Industriële Revolutie is al overgegaan in de vijfde. Ik noem haar de intelligente revolutie. De fase waarin systemen niet langer alleen met elkaar verbonden zijn, maar zelfstandig waarnemen, redeneren en handelen.
Inhoudsopgave
- I. Wat er werkelijk is veranderd
- II. De drie pijlers van Industrie 5.0
- III. De economische orde die eruit ontstaat
- IV. De intelligente revolutie in de praktijk
- V. Waarom dit precies mijn verhaal is
- VI. De spelregels: governance, ethiek en arbeid
- VII. Scenario’s en wat er op het spel staat
- VIII. De route vooruit
- IX. Tot slot
I. Wat er werkelijk is veranderd
Van belofte naar infrastructuur
Op mijn blog schreef ik de afgelopen tien jaar bijna 1.400 keer over digitale verandering. Niet om trends te spotten, maar om een beweging te duiden die veel mensen niet wilden zien. Van vanAnaloognaarDigitaal.nu in 2013, via EDM en de Digitale Wereld in 2015, naar Digitaal Vermogen in 2018: steeds dezelfde rode draad. Organisaties onderschatten structureel wat digitalisering écht betekent. Ze behandelen het als een IT-project. Terwijl het een fundamentele verandering is in de manier waarop waarde ontstaat.
In 2026 is die onderschatting niet meer vol te houden. AI is geen belofte meer, AI is infrastructuur. De grote technologiebedrijven hebben hun kapitaaluitgaven verviervoudigd naar 427 miljard dollar per jaar, vrijwel volledig voor AI-infrastructuur. De rekenkracht die daarvoor nodig is, groeit exponentieel. En de kloof tussen bedrijven die meedoen en bedrijven die blijven hangen, wordt elk kwartaal groter. AI-koplopers halen inmiddels een rendement dat 3,6 keer hoger ligt dan dat van achterblijvers. Dat is geen marginaal verschil. Dat is een economische scheidslijn.
AI is geen trend. Het is een transformatie en die is al jaren geleden begonnen.
Het officiële keerpunt: van 4.0 naar 5.0
Tot 2024 spraken we over de Vierde Industriële Revolutie. Dat concept, gepopulariseerd door Klaus Schwab, beschreef de fusie van de fysieke, digitale en biologische wereld: slimme fabrieken, Internet of Things, cyberfysieke systemen. Op het World Economic Forum in Davos, in januari 2025, werd dat verhaal officiëel opgerekt. Het thema was niet toevallig Collaboration for the Intelligent Age. Mirek Dusek, managing director van het WEF, verwoordde het scherp: we noemen het de Intelligent Age, omdat het niet om één technologie gaat, maar om hele verzamelingen technologieën die exponentieel naar de markt groeien.
Ik noem het gewoon wat het is: Industrie 5.0. De vijfde fase oftewel de Vijfde Industriële Revolutie. De intelligente revolutie. En dat is geen semantische verschuiving, maar een inhoudelijke. Industrie 4.0 ging over slimme gereedschappen: sensoren, netwerken, analyses. Industrie 5.0 gaat over autonome actoren. Waar AI in 4.0 een hulpmiddel was, wordt AI in 5.0 een zelfstandige deelnemer aan het economische proces. Het verschil is dat tussen een rekenmachine en een collega. Anders gezegd: dit is de overgang van connectiviteit naar cognitieve autonomie.
De vijf fasen op een rij
Het verschil tussen de vijf fasen wordt misschien wel het duidelijkst zichtbaar in het tempo waarin ze zich aan de samenleving opdringen. Waar de stoommachine decennia nodig had om de productiviteit merkbaar te beïnvloeden, laat AI binnen een tot drie jaar na implementatie al meetbare verbeteringen zien. De curve staat steeds steiler.
| Fase | Technologie | Kern | Adoptie |
|---|---|---|---|
| 1.0 (1760–1840) | Stoom, waterkracht | Mechanisatie van handarbeid | Decennia |
| 2.0 (1870–1914) | Elektriciteit, verbrandingsmotor | Massaproductie, assemblage | Jaren |
| 3.0 (1969–2000) | Elektronica, IT | Automatisering van processen | Maanden |
| 4.0 (2000–2023) | IoT, cloud, cyberfysiek | Connectiviteit, smart factories | Weken |
| 5.0: (2023-verder) | Generatieve en agentic AI, kwantum | Cognitieve autonomie, augmentatie | Dagen en uren |
In Digitaal Vermogen schreef ik over digitaal darwinisme: een fenomeen waarbij trends, technologie, consument en maatschappij sneller veranderen dan bedrijven kunnen bijbenen. De intelligente revolutie is niet het tegendeel van digitaal darwinisme. Ze is de radicale voortzetting ervan. Waar de eerste drie industriële revoluties draaiden om het versterken van spierkracht, het organiseren van arbeid en het automatiseren van processen, gaat deze vijfde fase over iets heel anders: het automatiseren van denken, duiden en beslissen. En juist daarom raakt ze elke functie, elke afdeling en elke industrie, tegelijk.
In vanAnaloognaarDigitaal.nu voorspelden Ger Hofstee en ik dat het semantische web, een web waarin betekenis automatisch wordt herkend en datasets zich aan elkaar verbinden, geen toekomstmuziek was, maar onderweg. Dat web is er. We noemen het nu gewoon AI. Taalmodellen, kennisgrafen, vectordatabases, retrieval-augmented generation: de bouwstenen van het semantische web zijn inmiddels de infrastructuur waarop we redeneren, zoeken, schrijven en beslissen. Wat toen toekomstmuziek heette, is vandaag gewoon aan het werk.
II. De drie pijlers van Industrie 5.0
Pijler 1 – Agentic AI: van gereedschap naar actor
Het meest bepalende kenmerk van deze nieuwe fase is de opkomst van agentic AI. Autonome systemen die complexe taken in meerdere stappen uitvoeren, zonder dat een mens er voortdurend tussen hoeft te komen. Dit is de sprong van “AI die je helpt” naar “AI die voor je werkt”. En dat is geen gradatie, maar een nieuwe klasse.
Eerdere vormen van AI herkenden patronen of deden voorspellingen. Agentic systemen streven zelfstandig doelen na. Ze stellen plannen op, gebruiken gereedschap en werken samen met andere digitale of fysieke systemen. McKinsey beschrijft dit als de opkomst van de agentic organization: een nieuwe manier van werken waarin mensen samen met virtuele én fysieke AI-agenten waarde creëren.
De cijfers spreken voor zich. Klarna laat AI-agenten capaciteit beheren die gelijkstaat aan 850 voltijdse medewerkers, wat meer dan 60 miljoen dollar aan operationele besparingen oplevert. Danfoss bracht de responstijd voor klantvragen terug van 42 uur naar vrijwel onmiddellijk, door 80 procent van de transactionele beslissingen aan AI-agenten te delegeren. De markt voor agentic AI groeit van 5,2 miljard dollar in 2024 naar een verwachte 200 miljard in 2034. Een verveertigvoudiging in tien jaar. Gartner voorspelt dat in 2026 al 40 procent van de enterpriseapplicaties taakspecifieke agenten integreert die complexe, end-to-endprocessen zelfstandig uitvoeren.
Parallel daaraan voltrekt zich een minstens zo belangrijke verschuiving: de migratie van cloudgebaseerde AI naar on-device AI. AI-pc’s met neural processing units maken lokale verwerking mogelijk, zonder de latentie of de privacyrisico’s van de cloud. Intelligentie komt daarmee dichter bij de gebruiker te staan. Dat verandert de fundamentele architectuur van digitale diensten. En daarmee ook de spelregels voor iedereen die nadenkt over data-eigendom, privacy en vendor lock-in.
Dit is geen toekomstscenario. Dit is de werkelijkheid van vandaag. En dit raakt direct aan wat ik in Digitaal Vermogen voorspelde: dat marketing, communicatie, service en verkoop langzamerhand automatisch gestuurd zouden worden. De chatbot van Hardwell was destijds de voorbode. Tienduizenden keyword-triggers. Een responspercentage dat groeide van 60 naar 95 procent. Een open rate van meer dan 90 procent. Wat toen een innovatieve uitzondering was, is inmiddels de standaard. Met één fundamenteel verschil: waar de bot van Hardwell op basis van triggers een vooraf gedefinieerd antwoord gaf, redeneren de agenten van vandaag zelfstandig binnen gestelde doelen.
De sprong van AI die je helpt naar AI die voor je werkt is geen gradatie. Het is een nieuwe klasse.
Pijler 2 – Technologieconvergentie: het 3C-framework
Het WEF en Capgemini publiceerden in 2025 een rapport dat ik tot verplichte kost voor bestuurders reken: het Technology Convergence Report. De kern is het 3C-framework: Combination, Convergence, Compounding. Kort samengevat: de werkelijke economische waarde in Industrie 5.0 ontstaat niet uit één technologie, maar uit de combinatie van meerdere exponentieel groeiende technologieën die elkaar versterken.
Het framework benoemt acht sleuteltechnologieën: AI, omnicomputing (inclusief kwantum), engineering biology, spatial intelligence, robotica, geavanceerde materialen, next-generation energy en kwantumtechnologieën. In de praktijk van 2026 zijn er drie doorslaggevend: agentic AI (van chatbot naar autonome digitale medewerker), kwantumcomputing (van laboratorium naar de eerste zakelijke toepassingen) en synthetische biologie (waar AI-gedreven eiwitvouwing decennia aan onderzoek terugbrengt tot weken).
Voor bestuurders is de les eenvoudig, maar radicaal: wie deze technologieën afzonderlijk benadert, laat de grootste waarde liggen. Het raamwerk dat ik al jaren beschrijf als Business Acceleration Framework, bestaat juist omdat losse initiatieven tot losse uitkomsten leiden. Het 3C-denken is de macro-economische variant van wat ik op organisatieniveau al jaren bepleit: silo’s afbreken en betekenis laten ontstaan in de verbinding. Content is king, context is god. Maar de verbinding is de motor.
Wat 3C betekent voor jouw organisatie
Combination = een samenhangende portefeuille van technologieën in plaats van losse pilots. Convergence = het herstructureren van de waardeketen, zodat de verbindingen zélf waarde opleveren. Compounding = netwerkeffecten waardoor een voorsprong zichzelf versterkt. Dit is precies waarom het BAF vóór AI komt, en niet andersom.
Kwantum als versneller: dichterbij dan je denkt
Kwantumcomputing zit nog in een vroege commerciële fase, maar de integratie met AI, Quantum AI, begint zich af te tekenen als een zelfstandige economische factor. Modellen kunnen honderd tot duizend keer sneller worden getraind dan op klassieke gpu’s. Realtime optimalisatie van routeplanningsproblemen wordt toegankelijk voor supplychainmanagers. Kwantummagnetometers maken medische navigatie mogelijk met millimeterprecisie. In 2026 wordt verwacht dat 18 procent van de kwantuminkomsten uit AI-toepassingen komt. Twee technologieën die elkaar onlosmakelijk versterken. Dat is 3C in de praktijk.
Tegelijk ontstaat er een nieuwe strategische noodzaak: postkwantumcryptografie. Financiële instellingen en overheden moeten hun infrastructuur beveiligen tegen de kwantumdreiging, vóór die zich voordoet. Wie dat nalaat, ontdekt over een paar jaar dat zijn beveiligingsarchitectuur met terugwerkende kracht is gecompromitteerd. Typisch zo’n onderwerp dat in de IT-kelder wordt weggemoffeld, terwijl het in de bestuurskamer thuishoort.
Pijler 3 – AGI nadert: een horizon die er daadwerkelijk komt
Er is nog een verschil met de vorige fase. Artificial General Intelligence, AI die vrijwel elk cognitief werk van een mens kan uitvoeren, is niet langer een theoretisch eindpunt. Sam Altman van OpenAI stelde begin 2025 dat AI-agenten in 2025 en 2026 de output van bedrijven wezenlijk zouden veranderen. Rapporten van Kinetic Consulting voorspellen AGI al in 2026. Met als gevolg dat 60 tot 80 procent van de crossfunctionele activiteiten geautomatiseerd kan worden — tegen de huidige 15 tot 20 procent. AGI zou innovatiecycli kunnen terugbrengen van zes tot twaalf maanden naar één tot drie maanden.
Ik ben voorzichtig met zulke voorspellingen. En terecht. De formulering van Altman was veelzeggend: volgens hem bereiken we AGI eerder dan de meeste mensen denken, maar maakt het minder uit dan ze denken. Dario Amodei van Anthropic voorspelde eerder in 2025 dat taalmodellen 90 procent van de code “tegen september” zouden schrijven. Die voorspelling kwam bij lange na niet uit. De werkelijke discipline zit dus niet in het geloven of ontkennen van AGI-horizonnen. De discipline zit in het bouwen van een organisatie die klaarstaat. Ook als AGI zich niet in 2026 manifesteert, maar in 2028 of 2030.
Niet het jaartal van AGI is beslissend. Wél het gereedschap dat jij hebt gebouwd om ermee te werken.
III. De economische orde die eruit ontstaat
Exponentiële groei en de productiviteitssprong
De economische schaal van Industrie 5.0 overtreft alle eerdere technologische golven. PwC berekende dat AI tot 15,7 biljoen dollar kan bijdragen aan de wereldeconomie in 2030, meer dan de huidige productie van China en India samen. Daarvan is 6,6 biljoen afkomstig uit productiviteitswinst en 9,1 biljoen uit consumentenvoordelen. De wereldwijde AI-markt groeit van 391 miljard dollar in 2025 naar een verwachte 1,81 biljoen in 2030. De AI-investeringen hebben in 2025 al de IT-bijdrage aan de bbp-groei tijdens de dotcom-boom overtroffen. In absolute bedragen én als percentage van het bbp.
Op microniveau is het beeld nog concreter. Onderzoek laat zien dat AI de tijd voor specifieke taken met maximaal 80 procent kan terugbrengen. Een taak die voorheen 1,4 uur kostte, voltooit een ervaren gebruiker met AI-ondersteuning nu in ongeveer zeventien minuten. Deze efficiëntiewinst raakt niet de fysieke arbeid, maar het hart van de kenniseconomie. Juist daar waar Nederland sterk in is. En juist daar waar de meeste loonsom zit.
Het gevolg is een herstructurering van bedrijfsmodellen die vijf jaar geleden nog ondenkbaar was. We zien organisaties ontstaan met een ongekend hoge marktkapitalisatie per werknemer. GitHub realiseerde in vier jaar tijd 109 keer meer softwareopslag per medewerker. Tesla opereert met een productiviteit per medewerker die traditionele autofabrikanten niet kunnen evenaren. Dit zijn geen statistische uitschieters. Dit zijn voorproefjes van de manier waarop een intelligente economie waarde creëert.
Van bezit naar toegang, van product naar uitkomst
In Industrie 5.0 verandert het begrip eigendom fundamenteel. Bedrijven verschuiven van het verkopen van producten naar het aanbieden van intelligente diensten en gegarandeerde uitkomsten. In de maakindustrie betekent dat: een klant koopt niet langer een machine, maar een gegarandeerde output en beschikbaarheid. Ondersteund door predictive maintenance en smart tooling die zichzelf optimaliseren. De waarde verschuift van de fysieke hardware naar de intelligente softwarelaag die de hardware aanstuurt.
Dit is precies de tweedeling die McKinsey en BCG met harde cijfers onderbouwen. Meer dan de helft van de zogeheten Future-Built Companies, de koplopers, werkt met een geünificeerd, bedrijfsbreed datamodel. Bij stagnerende bedrijven is dat slechts 4 procent. De koplopers realiseren 1,7 keer hogere omzetgroei, 3,6 keer hoger total shareholder return, 2,7 keer hoger rendement op geïnvesteerd kapitaal en 1,6 keer hogere ebit-marges. Ze dienen ook 3,5 keer meer patenten in. Bedrijven die agentic AI strategisch integreren, halen daar bovenop nog eens 2,5 keer hogere omzetgroei en 2,4 keer hogere productiviteit uit.
Het 10-20-70-principe
Bedrijven die waarde halen uit AI, hanteren deze vuistregel: 10 procent van de waarde komt uit algoritmen en modellen. 20 procent uit technologie en data. 70 procent uit mensen, processen en organisatieverandering. Technologisch investeren zonder organisatorische transformatie leidt tot gefragmenteerde uitkomsten — precies wat ik al jaren silodenken noem.
Dit is de feitelijke onderbouwing van wat ik al in 2019 schreef: data is kapitaal, maar kapitaal zonder raamwerk levert niets op. Het is het 10-20-70-principe in andere bewoordingen. Zeventig procent van de waarde zit in mensen, processen en organisatie-inrichting. Dat is de menselijke kant die te vaak als zachte factor wordt afgedaan. In werkelijkheid is zij de hardste factor die er is. Want zij bepaalt of de andere dertig procent überhaupt rendeert. Digitale transformatie is en blijft mensenwerk.
Sovereign AI: de nieuwe geopolitieke dimensie
2026 markeert de doorbraak van wat Sovereign AI wordt genoemd: het principe dat landen én bedrijven de regie willen voeren over hun AI-bestemming. De investeringen zijn duizelingwekkend. Saoedi-Arabië kondigde 14,9 miljard dollar aan AI-investeringen aan op LEAP 2025. De Verenigde Arabische Emiraten zegden 200 miljard toe voor AI-ontwikkeling. Qatar beloofde 1,2 biljoen in kwantumcomputing en AI-infrastructuur. De wereldwijde durfkapitaalinvesteringen in generatieve AI bereikten in de eerste elf maanden van 2025 een record van 87 miljard dollar — 65 procent meer dan in 2024.
Voor Nederlandse en Europese organisaties betekent dit twee dingen. Om te beginnen: de globale infrastructuur waarop jouw AI draait, is een strategische keuze met geopolitieke implicaties. Daarnaast: wie zijn eigen data, eigen modellen, eigen kennis en eigen relatie met klanten op orde heeft, bouwt een vorm van kleinschalige soevereiniteit op. Digitaal vermogen is in deze context letterlijk onafhankelijkheid. Het is wat er op de balans overblijft als het platform waarop jij opereert, morgen de spelregels verandert.
IV. De intelligente revolutie in de praktijk
De Nederlandse maakindustrie: cognitieve intelligentie op de werkvloer
Wie wil zien hoe Industrie 5.0 zich in de fysieke wereld manifesteert, hoeft niet naar Silicon Valley. De Nederlandse hightechsector is er zelf een prachtig voorbeeld van. Hier komt mechanische perfectie samen met cognitieve intelligentie. Neem de kantpersindustrie. Bij bedrijven als WILA is te zien hoe Smart Tooling menselijke fouten nagenoeg uitsluit. Door elektronica in de klemsystemen en intelligentie in de gereedschappen te integreren, weet de machine altijd welk gereedschap waar zit. Het systeem staat alleen toe dat er wordt gewerkt als de fysieke opstelling overeenkomt met de digitale programmering. Dat is firsttimerightproductie. Essentieel in een markt waar de vraag naar kleinere series van complexere producten toeneemt.
De intelligentie breidt zich uit naar de hele toeleveringsketen. De Tool Advisor van WILA is een voorbeeld van gedigitaliseerde expertise die 24/7 beschikbaar is voor klanten. De kennis van ingenieurs is vastgelegd in algoritmen die in realtime de maakbaarheid en belastbaarheid van gereedschapskeuzes toetsen. Dat verkort de offerte- en orderafhandeling drastisch. Dit is precies wat ik bedoel met context is god: de AI kan alleen goed adviseren, omdat decennia aan domeinkennis op een semantisch toegankelijke manier in het systeem zijn ondergebracht.
Brainport Eindhoven als living lab
De regio Brainport Eindhoven speelt een sleutelrol in de Nederlandse bijdrage aan Industrie 5.0. Met meer dan vijfduizend tech- en IT-bedrijven fungeert de regio als living lab voor de integratie van AI in complexe systemen. De focus ligt op drie gebieden. Om te beginnen autonome productielijnen die zichzelf configureren. Daarnaast smart mobility voor zelfrijdende voertuigen en drones. En tot slot medische technologie waar AI complicaties in de zorg helpt voorkomen en chirurgische robots nauwkeuriger maakt. TNO investeert 80 miljoen euro in AI over vijf jaar. De Technische Universiteit Eindhoven trekt 100 miljoen euro uit voor AI-onderzoek en voor honderd AI-wetenschappers. Dit ecosysteem werkt volgens de triple helix: overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven samen. Juist die constellatie maakt dat fundamentele doorbraken ook commerciële producten worden.
Dat Nederland hier goed zit, is geen toeval. Het is het resultaat van structurele investeringen in kennisinfrastructuur en van een cultuur die samenwerking boven concurrentie plaatst. Maar die positie is kwetsbaar. Zonder doorgaande strategische investeringen verliest Nederland in vijf jaar de voorsprong die het in twintig jaar heeft opgebouwd. Dat is niet alleen een probleem voor de technologiesector. Het is een probleem voor de Nederlandse productiviteit als geheel.
Gezondheidszorg: van diagnostiek tot financiële huishouding
In de gezondheidszorg luidt AI het begin in van een nieuw tijdperk. De nauwkeurigheid van diagnostiek via AI-systemen overtreft in veel gevallen die van menselijke artsen. Zeker bij het analyseren van medische beelden voor kanker- of hartproblemen. Maar misschien nog interessanter is de impact op iets wat niemand verwacht: de financiële huishouding van de zorg. Integratie van AI in revenue cycle management (RCM) heeft de gemiddelde betalingsrealisatietijd teruggebracht van negentig naar veertig dagen. In de Verenigde Staten alleen al wordt de astronomische kostenpost van RCM, die op 470 miljard dollar wordt geschat, daarmee drastisch verlaagd.
Het opmerkelijke detail: AI-ondersteunde professionals in de zorg rapporteren een werktevredenheid van 89 procent. Niet omdat hun werk makkelijker wordt, maar omdat routinetaken verdwijnen en de focus verschuift naar complexe probleemoplossing en patiëntencontact. Dit is precies het patroon dat ik al jaren beschrijf: AI pakt niet iemands baan af. AI verschuift waar de menselijke waarde zit. De zorgprofessional wordt geen overbodige schakel, maar een hoogwaardiger beslisser.
Financiële dienstverlening: de herdefiniëring van vertrouwen
De financiële sector wordt fundamenteel hertekend door AI-gedreven data-analyse. Fraudedetectiealgoritmen monitoren transacties in realtime en herkennen afwijkingen die voor menselijke analisten onzichtbaar zouden blijven. Kredietbeoordelingen worden nauwkeuriger door alternatieve data en machine learning. Daardoor wordt financiële inclusie, klanten die voorheen buiten het systeem vielen, weer mogelijk.
Tegelijkertijd ondermijnt Industrie 5.0 de traditionele positie van banken. De opkomst van embedded finance en van onlinekredietplatformen betekent dat financiering een dienst wordt in het koopproces zelf. Geen aparte transactie meer bij een aparte partij. Snelheid en modelkwaliteit worden de belangrijkste onderscheidende factoren. Voor financiële professionals verschuift de rol van data-invoer naar data-interpretatie en strategisch advies. Opnieuw: de hybride professional wint. Wie alleen de cijfers beheerst of alleen de technologie, raakt achterop. Wie beide verbindt, wordt schaars en waardevol.
V. Waarom dit precies mijn verhaal is
Context is god en inmiddels bewezen
Bill Gates zei in 1996: content is king. Twintig jaar later voegde ik eraan toe: if content is king, context is god. In 2026 is die stelling geen metafoor meer, maar een economische wetmatigheid. Een AI-agent is immers precies zo goed als de context die hij krijgt. Geef een taalmodel geen context, en het hallucineert. Geef het de juiste context, en het gedraagt zich als een analist, een strateeg, een collega. De casus WILA laat dat zien: de kennis van ingenieurs wordt bruikbaar voor de markt, omdat zij semantisch gestructureerd en contextueel beschikbaar is.
Daarom houd ik al jaren vol: AI is geen oplossing, AI is een versterker. Het versterkt wat er al is. Heeft jouw organisatie silo’s? Dan versnellen die silo’s. Heeft jouw organisatie data van bedenkelijke kwaliteit? Dan produceert AI bedenkelijke uitkomsten tegen hogere snelheid. Is jouw content ontkoppeld van metadata, eigendom, herkomst en bedoeling? Dan wordt die ontkoppeling gereproduceerd op industriële schaal.
De cijfers van BCG bevestigen het: de helft van de koplopers werkt met een geünificeerd datamodel. Tegenover 4 procent van de achterblijvers. Dat is wat ik in Digitaal Vermogen beschreef als het Business Acceleration Platform met zijn vier lagen: Data Source Management, Data Management Platform, het raamwerk zelf en de roadmap daarbovenop. Van data, naar analyse, naar executie. Op een fiets kom je niet naar de maan. Daarvoor moet je een raket bouwen en een lanceerplatform inrichten. Zonder die infrastructuur verlaat jouw shuttle nooit het luchtruim. Dat was zeven jaar geleden. In 2026 geldt het exponentieel sterker.
Een AI-agent is net zo goed als de context die hem wordt aangereikt.
Silo’s zijn het structurele probleem en agentic AI maakt dat pijnlijker zichtbaar
Vrijwel elk bericht op mijn blog raakt uiteindelijk aan hetzelfde onderliggende probleem: silodenken. Het silodenken zit diep geworteld bij bedrijven, organisaties en merken. Marketing praat niet met service. Verkoop praat niet met IT. Communicatie praat niet met data. Iedereen hanteert eigen systemen, eigen kengetallen en eigen waarheden.
In de pre-agentic-AI-wereld kostte silodenken je efficiëntie. In de agentic-AI-wereld kost het je de deelname aan de nieuwe economie. Een autonome agent die namens jouw organisatie beslissingen neemt, kan alleen goed werken als hij toegang heeft tot de volledige context. Hij moet weten wie de klant is, wat de klant heeft gekocht, welke servicevragen er lopen, hoe het financieel zit en hoe dat alles zich verhoudt tot de strategische doelen van de organisatie. Als die informatie verstopt zit in zeven verschillende systemen, neemt de agent óf geen beslissing, óf een slechte.
Daarom is mijn stelling al jaren consistent: het Business Acceleration Framework komt vóór AI. Niet andersom. Het raamwerk, met zijn lagen, vijf strategische doelen (Brand Equity, Brand Reputation Performance, Marketing Efficiency, Business Acceleratie en Business Activatie), negen stappen en twaalf analyses, is juist ontworpen om silo’s af te breken en context te creëren. Pas als die intelligentie-infrastructuur er ligt, wordt AI een turbolader. Zonder die infrastructuur is AI een dure experimenteerspeeltuin die niets toevoegt aan de bedrijfswaarde. De agentic-AI-golf maakt deze waarheid alleen maar onontkoombaarder.
Data hoort op de balans en Industrie 5.0 dwingt dat af
In een recent stuk schreef ik: data hoort op de balans. Dat is geen boekhoudkundige grap. Dat is een beschrijving van wat economisch al lang waar is. De marktwaarde van de grote technologiebedrijven wordt voor het overgrote deel niet verklaard door hun fysieke activa. Wel door hun data, hun modellen en hun ecosystemen. In Industrie 5.0 geldt dit voor élke serieuze onderneming.
Jensen Huang van NVIDIA omschreef op Davos 2026 AI als een full-stackplatform dat data, software, rekenkracht en uitrol omvat. Data lineage, interoperabiliteit en eigenaarschap werden op dat forum niet meer behandeld als compliancevraagstuk, maar als strategisch activum. Dit is precies wat ik al jaren digitaal vermogen noem: de kracht, macht en potentie van een organisatie om in de digitale economie waarde te creëren. Het verschil is dat de wereldtop er nu in dezelfde termen over spreekt.
De vier AI-prioriteiten voor 2026
1. Soevereiniteit: 93 procent van de bestuurders beschouwt controle over AI-systemen, data en infrastructuur als cruciaal. 2. Vertrouwen: 95 procent stelt dat consumentenvertrouwen in AI bepalend is voor succes. 3. Schaal: van pilot naar structurele bedrijfswaarde. 4. Differentiatie: eigen data als concurrentiële moat.
De relatie-economie: eindelijk volwassen
Al sinds EDM en de Digitale Wereld schrijf ik over de transformatie van egosysteemdenken naar ecosysteemdenken. In een egosysteem draait alles om zenden, om push, om het beschermen van de eigen positie. In een ecosysteem draait alles om verbinden, om pull, om het creëren van wederzijdse waarde. Industrie 5.0 versnelt die transformatie. Want ze maakt zenden goedkoop en betekenis duur.
In een wereld waarin elke organisatie met één druk op de knop content laat produceren door een taalmodel, is content op zichzelf waardeloos geworden. Wat waarde heeft, is de relatie. De vraag luidt niet langer: hoeveel bereik heb ik gerealiseerd? De vraag is: hoeveel betekenisvolle, gepersonaliseerde, contextueel relevante relaties heb ik opgebouwd en onderhouden? De marketingdiscussie verschuift in 2026 definitief richting zero-click en hyperpersonalisatie. De winnaar is niet degene die het meest publiceert, maar degene die het meest wordt vertrouwd en herkend op het moment dat iemand of een AI-agent namens iemand, een beslissing neemt.
Dit is de relatie-economie, met alle rekenkundige gevolgen van dien. Brand Equity, een van de vijf doelen uit mijn raamwerk, is de contante waarde van toekomstige kasstromen die via relaties met fans of klanten aan het merk zijn toe te wijzen. In een intelligente economie wordt die kasstroom gemoduleerd door agenten. Wie de relatie bezit, bezit de kasstroom. Wie alleen op bereik stuurt, bezit niets.
Content is koning, context is god en de relatie is het enige dat uiteindelijk nog kapitaliseert.
AIO: vindbaarheid in een AI-gedreven wereld
Industrie 5.0 heeft een concreet gevolg dat veel organisaties pas beginnen te begrijpen. Het klassieke seo-model, zorgen dat je hoog scoort in Google, is niet dood. Maar het wordt geflankeerd door iets nieuws: AI-optimalisatie. AIO. In een wereld waarin steeds meer mensen hun vragen rechtstreeks aan taalmodellen stellen, luidt de vraag niet langer “hoe kom ik op pagina één van de zoekresultaten?”, maar “word ik door het taalmodel geciteerd?”
Dat is een fundamenteel andere vraag. Taalmodellen citeren bronnen die gezag hebben, context bieden, consistent zijn en traceerbaar. Ze negeren bronnen die generiek, gerecycled of inhoudsleeg zijn. In de termen van Industrie 5.0: reputatie verankerd in datagedreven autoriteit wordt het belangrijkste marketingbezit. Dit is precies waarom ik al jaren dezelfde lijn volhoud: bouw bezit op. Eigen content, eigen platform, eigen kennisbank, eigen relatie met fans en klanten. Wat je bij een platform als Facebook, TikTok of zelfs Google in de weegschaal legt, kan je morgen kwijt zijn. Wat in je eigen digitale vermogen zit, blijft.
VI. De spelregels: governance, ethiek en arbeid
De EU AI Act als mondiaal kader
De toenemende autonomie van AI-systemen brengt aanzienlijke risico’s met zich mee. Op het gebied van vooringenomenheid, privacy en aansprakelijkheid. De Europese Unie heeft daarop gereageerd met de EU AI Act: de eerste omvattende regelgeving voor AI ter wereld. Vanaf 2 augustus 2026 worden de meeste verplichtingen van kracht. Dat dwingt organisaties om nu al actie te ondernemen. De wet hanteert een strikte classificatie op basis van risicoprofiel.
| Risico | Voorbeelden | Status |
|---|---|---|
| Onaanvaardbaar | Sociale scoring, manipulatieve AI voor kinderen | Verboden sinds februari 2025 |
| Hoog risico | Werving, kredietbeoordeling, onderwijs, vitale infrastructuur | Strikte eisen aan data, transparantie en toezicht |
| Beperkt risico | Chatbots, deepfakes | Transparantieverplichting |
| Minimaal | Spamfilters, AI in games | Geen specifieke regels, wel gedragscodes |
Voor agentic-AI-systemen gaat de wet een stap verder. Artikel 12 vereist traceerbaarheid en record keeping. Systemen moeten beslissingen en handelingen automatisch loggen. Zodat bij fouten of incidenten achterhaald kan worden wat er is gebeurd. Artikel 14 vereist menselijk toezicht. En dat is geen symbolisch vinkje. De toezichthouder moet daadwerkelijk in staat zijn een systeem in realtime te begrijpen, te overrulen of uit te schakelen. Dat is een serieuze eis, zeker als je spreekt over autonome agenten die honderdduizenden beslissingen per dag nemen.
De discussie verschuift in 2026 bovendien. Van het labelen van AI-gegenereerde content naar het verifiëren van de herkomst. Digitale handtekeningen volgens de C2PA-standaard worden de norm om de integriteit van informatie te waarborgen in een wereld vol deepfakes en AI-gegenereerde content. Voor organisaties betekent dat één ding: privacy by design is geen vinkje in een complianceformulier. Het is een architectuurkeuze die je vanaf dag één maakt. Of niet. Achteraf repareren kost vijf keer zoveel en werkt nooit echt.
Twee cruciale artikelen voor agentic AI
Artikel 12: Traceerbaarheid: systemen moeten beslissingen en handelingen automatisch loggen. Artikel 14: Menselijk toezicht: de effectieve mogelijkheid tot begrijpen, overrulen en uitschakelen. Samen verplichten zij organisaties om vanaf het begin verklaarbare AI te bouwen. In plaats van black boxes.
De paradox van arbeid: meer banen, grotere kloof
Het Future of Jobs Report 2025 van het WEF voorspelt dat technologische verandering 170 miljoen nieuwe banen creëert en 92 miljoen posities verplaatst. Een netto toename van 78 miljoen banen wereldwijd. Generatieve AI verhoogt de productiviteit bij schrijven, programmeren en klantenservice met 5 tot meer dan 25 procent. Tegen 2027 zullen machines naar verwachting 42 procent van de werktaken uitvoeren. Vooral routinematige en datagedreven functies.
Maar onder die positieve nettobalans schuilt een minder vrolijk patroon. Goldman Sachs waarschuwt voor een M-vormige economie. Welvaart concentreert zich aan de boven- en onderkant, terwijl het midden wordt uitgehold. Bijna 60 procent van de huidige beroepen zou in enige mate geautomatiseerd kunnen worden. Geografische verschillen worden groter naarmate technologische knooppunten floreren en traditionele regio’s achterblijven.
Daarnaast woedt een ongemakkelijk debat over wat je de IQ-kloof zou kunnen noemen. Waar eerdere revoluties arbeid verplaatsten van de akker naar de fabriek, en later naar het kantoor, vraagt de huidige fase een niveau van abstract denken en technische vaardigheid dat mogelijk tegen de grenzen van het menselijke IQ aanloopt. Veel banen in de AI-economie vereisen ten minste hbo-niveau. Dat maakt een aanzienlijk deel van de beroepsbevolking kwetsbaar. Tegelijk stijgt de waarde van menselijke eigenschappen die AI (nog) niet heeft: empathie, creativiteit, ethisch redeneren en hybride vaardigheden die financiële, industriële en technologische domeinen overbruggen.
Dit is geen argument tegen AI-adoptie. Dit is een argument vóór actieve, grootschalige investeringen in omscholing. Niet alleen in technische vaardigheden, maar juist ook in de zogenoemde soft skills die mensen uniek maken. De landen, regio’s en bedrijven die deze investeringen nu doen, bouwen hun menselijk kapitaal op voor een economie die daar hogere lonen voor zal betalen. Dat vraagt om AI-geletterdheid als basisvaardigheid.
VII. Scenario’s en wat er op het spel staat
Drie scenario’s richting 2030
De koers die Industrie 5.0 kiest, is niet definitief bepaald. In bestuurskamers en denktanks circuleren verschillende scenario’s voor 2030 en 2035. Ik volg ze al een tijd. Ze zijn leerzaam, omdat ze uiteenlopende strategische keuzes veronderstellen.
Scenario 1 – De AI-supercyclus
In dit scenario bereiken we tussen 2027 en 2030 Artificial General Intelligence. AI die menselijke cognitieve vermogens in alle domeinen evenaart of overtreft. Dat leidt tot een supercyclus van economische groei. AI-systemen gaan zelf betere versies van zichzelf ontwerpen. Productiviteitswinst leidt tot enorme bedrijfswinsten. Die jagen op hun beurt nieuwe infrastructuurinvesteringen aan. Dit is het scenario waarin koplopers elk jaar sneller wegrennen van achterblijvers.
Scenario 2 – Het evenwichtige traject
Hier verloopt de adoptie ongelijkmatig. Geremd door praktische beperkingen: energievoorziening, datakwaliteit, regelgevende druk. Bedrijven met legacysystemen worstelen met de overstap. Dat leidt tot een tweesnelhedeneconomie. De vooruitgang is reîl, maar gefragmenteerd en stapsgewijs. Voor Nederland en Europa is dit wellicht het meest waarschijnlijke en in zekere zin ook het best hanteerbare scenario. Mits bestuurders serieus nemen dat ze aan de goede kant van de tweedeling moeten staan.
Scenario 3 – De digitale backlash
In dit scenario leidt de angst voor verlies van privacy, banen en menselijke waardigheid tot een sterke maatschappelijke tegenreactie. Overheden leggen draconische beperkingen op aan AI-ontwikkeling. Er ontstaat een beweging die pleit voor human-only-dienstverlening in cruciale sectoren. De technologische vooruitgang vertraagt ten gunste van sociale stabiliteit. Dit scenario klinkt comfortabel voor wie de transitie moeilijk vindt, maar is dat niet. Het betekent dat de waardecreatie elders in de wereld plaatsvindt. Terwijl Europa achteruit kachelt. Die zorgen zijn overigens niet nieuw, ze lijken op de angst voor de stoomtrein.
De tweedeling is al begonnen
Wat alle scenario’s gemeen hebben: de tweedeling is niet theoretisch. Ze is er al. Organisaties die agentic AI strategisch integreren, opereren letterlijk in een andere economische werkelijkheid dan hun concurrenten. Met 3,6 keer hoger total shareholder return, 2,7 keer hoger rendement op geïnvesteerd kapitaal en 2,5 keer hogere omzetgroei spreken we niet meer over concurrentievoordeel. We spreken over een scheidslijn tussen twee markten. De ene markt werkt volgens het oude tempo en de oude economie. De andere volgens de nieuwe.
Het goede nieuws voor wie achterloopt: we staan pas aan het begin van wat ik de “minder spectaculaire fase” noem. Tussen 2025 en 2030 worden de AI-doorbraken minder luidruchtig. Maar juist daardoor belangrijker. De infrastructuur wordt stabiel. De toepassingen worden volwassen. De waardecreatie wordt meetbaar. Dat is precies de fase waarin strategische keuzes rendement opleveren. Wie nu begint, loopt niet achter. Die loopt vooruit.
Het slechte nieuws: wie nog wacht, wacht te lang. Het tempo waarmee de kloof tussen koplopers en achterblijvers groeit, maakt inhalen vrijwel onmogelijk. Het 3,6 keer hogere rendement van vandaag is het tien keer hogere rendement van morgen. Dat is geen pessimisme. Dat is de werking van exponentiële kromming.
VIII. De route vooruit
De AI-savvy leider: dit is bestuurskamermaterie
Een van de gevaarlijkste patronen die ik zie: veel organisaties delegeren AI aan hun IT-afdeling of aan hun innovatieteam. Dat is dezelfde fout die organisaties in 2008 maakten toen ze sociale media uitbesteedden aan een stagiair. Industrie 5.0 is bestuurskamermaterie. Niet als symbolisch agendapunt, maar als concreet beslissingsgebied.
In mijn stukken over de AI-savvy leider benadruk ik consequent één ding: dit is mensenwerk. Digitale transformatie is en blijft mensenwerk. Technologie is de enabler, maar het zijn mensen die het verschil maken. Het 10-20-70-principe bevestigt dat met harde cijfers: 70 procent van de AI-waarde zit in mensen, processen en organisatieverandering. Bestuurders die AI doorgronden, die data op de agenda zetten, die silo’s actief afbreken, die hun organisatie durven herinrichten: zíj zijn de leiders die het komende decennium de relevante organisaties gaan aansturen. Dat vraagt om een digitale mindset in de volle breedte van de organisatie.
De leider die dat niet doet, bestuurt straks een museum. Een mooi museum, vol trotse merkgeschiedenis en herkenbare producten. Maar een museum. Digitaal darwinisme is meedogenloos: aanpassen of uitsterven. Dat was tien jaar geleden al waar. In 2026 is het pijnlijk waar.
De ABCD-methode: AI, Business, Content, Data
Hoe ga je als organisatie concreet om met Industrie 5.0? Ik pleit al geruime tijd voor wat ik het ABCD-principe noem: Artificial Intelligence, Business, Content en Data. Die volgorde is niet willekeurig.
- AI is de versneller, maar alleen als de rest op orde is.
- Business is de richting: wat wil je fundamenteel bereiken, en welk model dient dat?
- Content is het bindmiddel: wat je maakt om de relatie met fans en klanten vorm te geven.
- Data is het fundament: zonder goede data geen goede context, en zonder context geen goede AI.
Een organisatie die bij A begint en de rest vergeet, produceert dure ruis. Een organisatie die bij D begint en langzaam opbouwt naar A, bouwt digitaal vermogen op. Het verschil tussen beide trajecten is het verschil tussen een experiment dat sneuvelt in een pilot, en een transformatie die jaar na jaar waarde toevoegt. In de zuivere zin van het woord compounding.
Vijf principes voor Industrie 5.0
Als ik alles wat ik in mijn drie boeken en meer dan 1.400 blogposts heb vastgelegd, samenbreng met de actuele analyses van WEF, McKinsey, BCG, PwC en Gartner, ontstaat één gedeeld beeld. Vijf principes die voor iedere leider, elke organisatie en ieder individu leidend zouden moeten zijn.
- Data is de grondstof van de nieuwe economie. Eigen, kwalitatief hoogwaardige en verbonden data vormen de basis voor alle AI-waardecreatie.
- Agentic AI wordt het operationele model. De vraag is niet óf, maar hoe snel autonome systemen in jouw processen komen.
- Vertrouwen en reputatie zijn machtsmiddelen. In een wereld vol AI-gegenereerde content is authentieke, datagefundeerde autoriteit de schaarse grondstof.
- Technologieconvergentie vereist systeemdenken. De 3C-lens helpt om technologie niet te zien als losse hulpmiddelen, maar als ecosystemen met netwerkeffecten.
- Menselijke focus blijft onderscheidend. De intelligente revolutie vraagt balans tussen autonome systemen en menselijke creativiteit, ethiek en verantwoordelijkheid.
Drie kritieke pijlers voor leiderschap
Voor beleidsmakers, bestuurders en individuen die deze transformatie willen navigeren, zijn er drie pijlers die ik niet vaak genoeg kan benadrukken.
Om te beginnen: de focus moet verschuiven van technologie als doel op zich naar technologie als instrument voor menselijke bloei. Dat vereist human centered design. Met waarden als rechtvaardigheid en transparantie vanaf het begin ingebouwd in de systemen. Niet achteraf aangebracht als reparatie.
Daarnaast: er is een dringende noodzaak voor grootschalige investeringen in menselijk kapitaal. Talent is geen vaste voorraad. Talent moet voortdurend worden ontwikkeld. Omscholingsprogramma’s moeten zich niet alleen richten op technische vaardigheden, maar juist ook op soft skills als emotionele intelligentie en systeemdenken. Dat zijn de vaardigheden die essentieel zijn voor het samenwerken met intelligente machines. En die AI zelf nog niet kan leveren.
Tot slot: de governance-architectuur moet wendbaar en proactief zijn. De EU AI Act is een belangrijke stap, maar regelgeving mag innovatie niet verstikken. Er is behoefte aan sandboxes en experimenteerruimtes, zoals de AI-hubs in Amsterdam en Eindhoven, waar nieuwe technologieën onder gecontroleerde omstandigheden op hun maatschappelijke en economische gevolgen worden getoetst. Dat is geen luxe. Dat is de enige manier om te voorkomen dat we óf te lankmoedig óf te restrictief zijn.
IX. Tot slot
Van analyse naar actie
Ruim tien jaar geleden begon ik mijn eerste boek met een uitspraak die ik nog altijd onderschrijf: terwijl de optimist, de pessimist en de realist zich druk maken over het glas en de inhoud daarvan, moet je de inhoud gewoon tot je nemen. Je moet haar ervaren om tot een inzicht te komen. Dat geldt ook voor de intelligente revolutie.
Praten over AI zonder haar te gebruiken, is als praten over zwemmen zonder het water in te gaan. En andersom: AI inzetten zonder strategie, zonder context, zonder raamwerk en zonder mens in de loop, is als zwemmen zonder te weten waar de oever ligt.
De intelligente revolutie vraagt geen enthousiasme. Ze vraagt geen scepsis. Ze vraagt om ambachtelijkheid. Ze vraagt om organisaties die de tijd nemen om hun fundament op orde te brengen. Die investeren in hun eigen intelligentie-infrastructuur. Die hun mensen opleiden. Die hun data serieus nemen. En die begrijpen dat digitale transformatie geen project is, maar een permanente discipline. Dat begint bij de nieuwe eenvoud.
De intelligente revolutie daagt ons uit om opnieuw te bepalen wat het betekent om mens te zijn in een wereld van autonome intelligentie. Als we die kracht weten te kanaliseren met wijsheid en ethisch besef, baant ze de weg voor een tijdperk van ongekende creativiteit en welvaart. Zo niet, dan riskeren we een toekomst waarin menselijke autonomie wordt gemarginaliseerd door de systemen die we zelf hebben gecreëerd. De keuzes die we in de komende jaren maken — in de aanloop naar 2030 — bepalen de koers voor de rest van deze eeuw.
Wie dat begrijpt, hoeft niet in te halen. Die loopt vooruit. Wie dat niet begrijpt, wordt door zijn eigen markt ingehaald. En dat gaat sneller dan hij denkt. Industrie 5.0 is niet de voortzetting van wat we kennen. Het is de herdefiniëring van wat intelligentie betekent in economische en maatschappelijke zin. Wie nu de structuren legt, een datafundament, agentic processen en een betrouwbare reputatie, plaatst zich op de exponentiële groeicurve van de komende vijf jaar.
Aan de slag. Op naar de nieuwe eenvoud. Op naar de intelligente revolutie. Op naar het digitaal vermogen van jouw organisatie.
De intelligente revolutie vraagt geen enthousiasme. Ze vraagt ambachtelijkheid.
Dit artikel geeft antwoord op de volgende vragen
Dit betoog betoogt dat de vierde industriële revolutie is overgegaan in een vijfde: de intelligente revolutie. Met het WEF-keerpunt in Davos 2025, het 3C-framework (Combination, Convergence, Compounding), agentic AI, on-device AI, kwantum en de AGI-horizon als bewijsvoering. Kortom: de overgang van connectiviteit naar cognitieve autonomie.
Dit betoog laat zien hoe Industrie 5.0 zich in de praktijk manifesteert (Nederlandse maakindustrie, Brainport, zorg, financiële sector) en waarom de kloof tussen AI-koplopers en achterblijvers, 3,6x hoger rendement, 10-20-70-principe, een economische scheidslijn is geworden. De rode draad: context is god, silo’s zijn het structurele probleem, het BAF komt vóór AI, data hoort op de balans, en de relatie-economie kapitaliseert uiteindelijk alles.
Dit betoog geeft de spelregels (EU AI Act artikel 12 en 14, paradox van arbeid, IQ-kloof, AI-geletterdheid), de drie scenario’s richting 2030 (supercyclus, evenwichtig traject, digitale backlash) en de concrete route vooruit: de AI-savvy leider, de ABCD-methode, vijf positioneringsprincipes en drie pijlers voor leiderschap. Met de activerende slotzin: “Aan de slag. Op naar de nieuwe eenvoud. Op naar de intelligente revolutie. Op naar het digitaal vermogen van jouw organisatie.”
Verder lezen
- Wat is digitaal vermogen eigenlijk? — het kernconcept uit mijn werk.
- Data op de balans: van bits naar waarde — waarom data op de balans hoort.
- AI is geen trend, het is een transformatie — de basislijn onder dit betoog.
- AI 2026: de belofte is weg, de nieuwe infrastructuur is hier — de infrastructuur-these uitgewerkt.
- Context is god: waarom content zonder context geen resultaat oplevert — de wetmatigheid van context.
- Column: Een AI-agent is net zo goed als de context die hij creëert — agentic AI in de praktijk.
- Jouw digitaal vermogen laten groeien? Gebruik het ABCD-principe — de werkmethode.
- De AI-savvy leider: hoe je het verschil maakt in de volgende fase — leiderschap in Industrie 5.0.
- Digitale transformatie 2015–2025: het decennium van de versnelling — de aanloop naar de intelligente revolutie.
- Smart Humanity: digitale transformatie is mensenwerk — waarom mensen altijd de hoofdrol spelen.
OOK INTERESSANT
- LEES OOK: Hoe ons boek de AI-ontwikkelingen van vandaag voorzag
- AANRADER: Schrijf je in voor deze nieuwsbrief! Marketing AI Friday
- LUISTERTIP: Podcast – Duiding bij Digitaal Vermogen
JOUW DIGITAAL VERMOGEN LATEN GROEIEN? Gebruik het ABCD-principe! Lees hier meer ... Heb je vragen over digitale strategie en transformatie? Chat hier met de Denis Doeland | Virtuele Assistent. Direct contact nodig over jouw strategie en transformatie? Kijk hier …
KIJK OOK HIER
- Contact zoeken met Denis Doeland? Connect hier
- Direct toegang tot de kennisbank van Denis Doeland? Ja, dat wil ik
- Wil je chatten met de virtuele assistent van Denis Doeland? Ja, dat wil ik
- Meer weten over de GPT’s van Denis Doeland? Ja, dat wil ik
Ontdek meer van Digitaal Vermogen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
+ Er zijn geen reacties
Plaats jouw reactie