Begrippen uit het werk van Denis Doeland
Dit is het begrippenapparaat van drie boeken en achttien jaar schrijven. Per begrip staat hier waar het vandaan komt: uit een van de boeken, uit een bericht op dit blog of uit het werk van iemand anders.
De pagina is in drie delen verdeeld en elk deel is alfabetisch geordend. Wie wil weten waar een begrip thuishoort, kan hier de herkomst nalezen en doorklikken naar het hoofdstuk, het bericht of de definitiepagina waar het staat.
Uit de boeken
Deze begrippen staan in vanAnaloognaarDigitaal.nu (2013), EDM en de Digitale Wereld (2015) of Digitaal Vermogen (2018). Per begrip staat er een korte omschrijving bij, het boek en het hoofdstuk waar het vandaan komt en, waar die bestaat, de eigen definitiepagina. Het gaat om 57 begrippen.
AI (kunstmatige intelligentie) — Machines, software en apparaten die over een vorm van intelligentie beschikken, waarmee ze zelfstandig problemen oplossen. Uit de begrippenlijst van Digitaal Vermogen (2018), waar het lemma twee keer staat: onder AI en onder Kunstmatige Intelligentie. Zie de begrippenlijst van het boek.
ALICI — Een principe voor de opbouw van aandacht en actie, dat de lezer stap voor stap van kennismaking naar handeling brengt. Canon van 2013 en 2015: het staat in vanAnaloognaarDigitaal.nu (2013) en in EDM en de Digitale Wereld (2015), maar niet in Digitaal Vermogen (2018).
AR (Augmented Reality) — Letterlijk: verrijkte realiteit. Een computer voegt elementen toe aan de werkelijkheid zoals die live wordt waargenomen. Uit de begrippenlijst van Digitaal Vermogen (2018); een algemene vakterm die het boek toelicht.
ARPU — Average Revenue Per User: de gemiddelde omzet per gebruiker. In het boek is het een parameter waarmee samen met retentie en de Customer Lifetime Value de merkwaarde wordt verbeterd. De negende van de twaalf analyses uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 10 van deel III; ook opgenomen op de definitiepagina van de twaalf analyses.
Auteursrechten — De rechten van makers op hun werk, in het boek toegelicht als brancheterm uit de muziekindustrie. Uit de begrippenlijst van Digitaal Vermogen (2018).
AVG / GDPR — De Europese privacywetgeving die vastlegt hoe persoonsgegevens mogen worden verwerkt. Uit de begrippenlijst van Digitaal Vermogen (2018), waar het lemma twee keer staat: onder AVG en onder GDPR.
Bedrijfskapitaal — Het geheel van analoog en digitaal vermogen van een onderneming. Het digitaal vermogen is er een onderdeel van, naast het analoge vermogen. Uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 1 van deel II.
Benchmark — De vergelijking van de eigen prestaties met die van vergelijkbare organisaties. De zevende van de twaalf analyses; zie de begrippenlijst van Digitaal Vermogen (2018) en de definitiepagina van de twaalf analyses.
Big data — Datasets die te groot en te snel groeien om met gewone middelen te verwerken. De definitie die het werk gebruikt is van Mike Gualtieri van Forrester Research. Uit vanAnaloognaarDigitaal.nu (2013), hoofdstuk 15, dat ‘Big Data is geen toekomstmuziek’ heet.
Blockchain — Een gedeeld en onveranderlijk register waarin transacties in blokken achter elkaar worden vastgelegd. Uit de begrippenlijst van Digitaal Vermogen (2018).
Brand equity (merkwaarde) — De financiële waarde die in een merk opgeslagen zit: de contant gemaakte toekomstige kasstromen die via relaties met fans of klanten aan het merk zijn toe te wijzen. Het eerste van de vijf strategische doelen, uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 1 van deel II; zie ook de definitiepagina van de vijf doelen.
Brand Reputation Performance (merkreputatie) — De aanpak van communicatie en marketing met de belangrijkste mijlpalen, samen te vatten op één A4. Het ritme daarvan is de digitale hartslag. Het tweede van de vijf strategische doelen, uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 1 van deel II; zie ook de definitiepagina van de vijf doelen.
Business Acceleratie — Het versnellen van de business door digitale middelen gericht in te zetten. Het vierde van de vijf strategische doelen, uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 1 van deel II; zie ook de definitiepagina van de vijf doelen.
Business Acceleration Framework (BAF) — Het raamwerk dat de vijf doelen, de negen stappen en de twaalf analyses samenbrengt. Het boek noemt het een visie en een mindset, uitdrukkelijk geen softwarepakket. Uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 1 van deel II; zie ook de definitiepagina van de vijf doelen.
Business Acceleration Maturity — De digitale volwassenheid van een organisatie, bepaald als vierde van de negen stappen. Uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 10 van deel III; zie ook de definitiepagina van de negen stappen.
Business Acceleration Plan (de negen stappen) — Het stappenplan waarmee het raamwerk in een organisatie wordt ingevoerd, van digitale mindset tot monitoring. Uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 10 van deel III; uitgeschreven op de definitiepagina van de negen stappen.
Business Acceleration Platform (de vier lagen) — Het platform onder het raamwerk, met vier lagen: de Roadmap, het Framework, het Data Management Platform en Data Source Management. Uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 8 van deel II.
Business Acceleration Roadmap — De eerste laag van het Business Acceleration Platform: de business analyse en de route die daaruit volgt. Uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 8 van deel II.
Business Activatie — Het activeren van klanten en fans zodat zij daadwerkelijk iets doen. Het vijfde van de vijf strategische doelen, uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 1 van deel II; zie ook de definitiepagina van de vijf doelen.
Business hacken — Het gericht verbouwen van de eigen business met digitale middelen, in plaats van het bestaande model ongemoeid laten. Uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 7 van deel II, dat ‘Gereedschap om een business mee te hacken’ heet.
Businessmodel — Het verdienmodel van een bedrijf: hoe het waarde toevoegt en dus omzet genereert. Uit de begrippenlijst van Digitaal Vermogen (2018).
Churn rate — Het aandeel klanten dat afhaakt; in het boek ook ‘afhakers’ genoemd. Uit de begrippenlijst van Digitaal Vermogen (2018).
Content — Alles wat een organisatie publiceert en deelt om relevant te blijven. Uit de begrippenlijst van Digitaal Vermogen (2018); een algemene vakterm die het boek toelicht.
‘Content = relatie = informatie’ — Het principe dat content een relatie oplevert en dat die relatie informatie oplevert. Het vormt de basis van de waardepropositie in een digitaal businessmodel. Uit EDM en de Digitale Wereld (2015) en uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 3 van deel II over de NPO.
Content Impact Roadmap en Content Impact Strategie — De strategie voor content en het A4 met het ritme waarin die content wordt gedeeld. Niet te verwarren met de Business Acceleration Roadmap. Uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 1 van deel III.
Cryptocurrency — Digitale munteenheid die op cryptografie berust en buiten een centrale bank om werkt. Uit de begrippenlijst van Digitaal Vermogen (2018).
Customer Lifetime Value (CLV) — De opbrengst die een klant over de hele relatie genereert, van de eerste tot de laatste aankoop. De twaalfde van de twaalf analyses, uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 10 van deel III; zie ook de definitiepagina van de twaalf analyses.
Digitaal vermogen — De rechten en niet-fysieke middelen bestaande uit digitale verbindingen en contextuele data, die een onderneming competitief voordeel in de markt geven en een financiële waarde vertegenwoordigen doordat ze huidige en toekomstige kasstromen optimaliseren en versnellen. De definitie staat in Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 5 van deel I en dateert van 2017 (Doeland en Van Berkel); zie ook de definitiepagina.
Digitale hartslag — Het ritme waarin een organisatie content deelt. Zonder hartslag zit er geen leven in de digitale kanalen. Het hoort bij het tweede doel, de merkreputatie, uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 1 van deel II; zie ook de definitiepagina.
Digitale mindset — De houding waarmee een organisatie digitaal denkt en werkt; in het boek de eerste van de negen stappen. Uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 4 van deel I; zie ook de definitiepagina van de negen stappen.
Digitale strategie — De uitgewerkte keuze hoe een organisatie haar doelen digitaal wil bereiken. Het oudste van de drie boeken wijdt er een hoofdstuk aan, ‘Jouw digitale strategie’ in vanAnaloognaarDigitaal.nu (2013), en EDM en de Digitale Wereld (2015) doet dat opnieuw in ‘De basis van een digitale strategie’.
Digitale transformatie — De verandering die een onderneming ondergaat waarbinnen bestuurders of eigenaren waarde willen creëren door het digitale ecosysteem in te zetten, langs vastgestelde doelen, stappen en analyses. De definitie staat in Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 5 van deel I en dateert van 2017; zie ook de definitiepagina.
Digitale volwassenheid — De fase waarin de digitale ontwikkeling van een organisatie zich bevindt. De definitie staat in Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 5 van deel I; de vijf fasen komen uit EDM en de Digitale Wereld (2015). Zie ook de definitiepagina.
Ecosysteem, internetecosysteem en digitale ecosysteem — Het geheel van virtuele verbindingen, apparaten en netwerken waarvan een organisatie deel uitmaakt en waarbinnen zij haar eigen ecosysteem opbouwt. Het begrip loopt door alle drie de boeken heen, van vanAnaloognaarDigitaal.nu (2013) tot Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 5 van deel I; zie ook de definitiepagina.
Egosysteem — De situatie waarin een dienst of contentmaker macht wil uitoefenen over de eindgebruiker; de tegenhanger van ecosysteemdenken. Uit EDM en de Digitale Wereld (2015) en de begrippenlijst van Digitaal Vermogen (2018).
Fanrelatie — De relatie met een fan of klant; in het boek het belangrijkste bedrijfseconomische kapitaal van bedrijven. Uit Digitaal Vermogen (2018), deel I; zie ook de definitiepagina over klantkapitaal en netwerkwaarde.
Framework of raamwerk — Een aanpak die uit standaarden bestaat: conventies, definities, praktijkvoorbeelden, gereedschap, veelgebruikte functies en formules. Uit de begrippenlijst van Digitaal Vermogen (2018), waar het lemma twee keer staat: onder Framework en onder Raamwerk.
Growth hacker — Iemand die met data en experimenten gericht op groei stuurt. De term zelf is van Sean Ellis (2010); het boek neemt hem op zonder toeschrijving. Uit de begrippenlijst van Digitaal Vermogen (2018) en uit deel I van datzelfde boek.
Interface — Het middel waarmee je met een computersysteem communiceert; in het boek ook de zesde van de negen stappen, over interfaces en kanalen. Uit de begrippenlijst van Digitaal Vermogen (2018); zie ook de definitiepagina van de negen stappen.
IPM (interactie per duizend fans) — Het aantal interacties per duizend fans, berekend uit het aantal reacties en waarderingen gedeeld door het aantal berichten en het aantal fans. De zesde van de twaalf analyses, uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 1 van deel III; zie ook de definitiepagina.
Klantkapitaal — De contante waarde van de toekomstige kasstromen uit klantrelaties, per cohort en tegen een rendementseis. Uit EDM en de Digitale Wereld (2015) en Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 4 van deel II; zie ook de definitiepagina.
Kracht, macht en potentie — De drieslag uit de ondertitel van het boek: kracht is het aanwenden van een vermogen, macht is het vermogen om iets te kunnen doen, potentie is het in geld uit te drukken digitale bezit. Uit Voorwoord II van Digitaal Vermogen (2018); zie ook de definitiepagina.
Lanceerplatform — De plek waar databronnen en het datamanagementplatform samenkomen, zodat data kan opstijgen; in het boek de vijfde van de negen stappen. Uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 8 van deel II; zie ook de definitiepagina van de negen stappen.
Marketing Efficiency — Het optimaliseren van de inspanning en de uitgaven door context in data te brengen, zodat marketingbudgetten slimmer worden ingezet. Het derde van de vijf strategische doelen, uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 1 van deel II; zie ook de definitiepagina van de vijf doelen.
Master-rechten — De rechten op de opname zelf, tegenover de rechten op de compositie; een brancheterm die het boek toelicht. Uit de begrippenlijst van Digitaal Vermogen (2018).
Netwerkwaarde — Een component in de bedrijfswaardering die op basis van data tot stand komt. Het boek noemt de uitkomst uitdrukkelijk een grove schatting. Uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 6 van deel II over Neymar; zie ook de definitiepagina over klantkapitaal en netwerkwaarde.
De nieuwe eenvoud — Het uitgangspunt dat complexiteit wordt teruggebracht tot iets eenvoudigs en hanteerbaars. Uit Voorwoord II van Digitaal Vermogen (2018) en de epiloog van datzelfde boek.
Prestatiefactor (KPI) — De maatstaf waarmee prestaties worden gemeten. Prestatiefactor en KPI zijn in het werk synoniemen. Canon van 2013: het staat in vanAnaloognaarDigitaal.nu (2013) en komt niet voor in de twee latere boeken.
Relevantie-Consistentie-Discipline — Het principe dat je bepaalt welke content relevant is, hoe vaak je die deelt en dat je dat volhoudt. Digitaal Vermogen (2018) kent er een latere variant van: ritme, consistentie en discipline. Canon van 2013, uit vanAnaloognaarDigitaal.nu (2013).
Retentie — Het behoud van klanten; in het boek de elfde van de twaalf analyses. Uit de begrippenlijst van Digitaal Vermogen (2018); zie ook de definitiepagina van de twaalf analyses.
ROI — Return On Investment: het rendement op een investering. Uit de begrippenlijst van Digitaal Vermogen (2018).
Silo en silodenken — De gewoonte om afdelingen en kanalen geïsoleerd te benaderen. Het boek stelt dat silo’s moeten worden afgebroken. Het begrip loopt door alle drie de boeken heen, van vanAnaloognaarDigitaal.nu (2013) tot Digitaal Vermogen (2018).
Twaalf analyses — De twaalf analyses waarmee het raamwerk meet, van de verkoopcurve tot de Customer Lifetime Value. Uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 10 van deel III; uitgeschreven op de definitiepagina van de twaalf analyses.
Umfeld — De omgeving van bijvoorbeeld andere organisaties waarin een organisatie zich bevindt. Uit de begrippenlijst van Digitaal Vermogen (2018) en hoofdstuk 7 van deel II.
Verkoopcurve — Het verloop van de verkoop over de tijd; elke organisatie, elk merk en elk festival heeft er een. In het boek de vierde van de twaalf analyses. Uit de begrippenlijst van Digitaal Vermogen (2018); zie ook de definitiepagina van de twaalf analyses.
Vijf strategische doelen — De vijf doelen waaraan het raamwerk stuurt: merkwaarde, merkreputatie, marketingefficiëntie, versnelling en activering. Uit Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 1 van deel II; uitgeschreven op de definitiepagina van de vijf doelen.
Waardecreatie — Het aanleggen, verspreiden, onderhouden en optimaliseren van bestaande en nieuwe digitale relaties op de diverse platforms, waarmee direct of indirect waarde ontstaat. Het begrip komt uit vanAnaloognaarDigitaal.nu (2013) en keert terug in EDM en de Digitale Wereld (2015) en Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 5 van deel I; zie ook de definitiepagina.
Later ontstaan op het blog
Deze begrippen zijn na of naast de boeken op dit blog ontstaan. Per begrip staat er een korte omschrijving bij, het jaar of de jaargang waarin het opduikt en, waar die is vastgesteld, de eerste vindplaats. Het gaat om 44 begrippen.
ABCD-principe — Vier bouwstenen om digitaal vermogen te laten groeien: AI, Business, Content en Data. Eerste vindplaats: het bericht ‘Jouw digitaal vermogen laten groeien? Gebruik het ABCD-principe’ uit 2024. Het begrip staat niet in de boeken.
AI-collega — Een AI-toepassing die als collega in een team meewerkt in plaats van als gereedschap wordt gebruikt. Ontstaan in de jaargangen 2025 en 2026; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
AI Marketing Scan — Een scan die in kaart brengt hoe een organisatie er met AI in haar marketing voor staat. Het is een dienstnaam, geen denkbegrip. Ontstaan in de jaargangen 2025 en 2026; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
AI-stuurgroep — Een stuurgroep die de inzet van AI in een organisatie bewaakt. Het boek kent wel een stuurgroep met vier taken; dit is daarvan een toepassing. Ontstaan in de jaargangen 2025 en 2026; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
ARPF — De gemiddelde opbrengst per fan, afgeleid van de ARPU uit het boek. Ontstaan in de jaargangen 2021 en 2022; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
De Artiestenbalans — Een balansoverzicht voor artiesten, waarin hun digitale bezit naast hun analoge bezit staat. Ontstaan in de jaargangen 2025 en 2026; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Business Acceleration Benchmark — Een vergelijking van de eigen prestaties met die van vergelijkbare organisaties. Het is een dienstnaam; de benchmark als zevende analyse staat wél in het boek. Ontstaan in de jaargangen 2021 en 2022; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Business Acceleration funnel — Een hernoeming van het AARRR-model van Dave McClure. Bij de hernoeming vervalt de toeschrijving die het boek wél maakt. Eerste vindplaatsen: de berichten ‘NFT’s en de Metaverse versterking voor het digitaal vermogen’ en ‘15 tips voor het vergroten van het Digitaal Vermogen’ uit 2022. Het begrip staat niet in de boeken.
Business Acceleration Index — Een index die de versnelling van een organisatie in één getal uitdrukt. Ontstaan op het blog; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Business Acceleration Scan — Een scan die bepaalt waar een organisatie staat ten opzichte van het raamwerk. Het is een dienstnaam, geen denkbegrip. Ontstaan in de jaargangen 2021 en 2022; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Business Acceleration Systeem — Een zesde naam naast Framework, Plan, Roadmap, Maturity en Platform. De andere vijf staan in het boek, deze niet. Ontstaan in de jaargangen 2021 en 2022; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Business hacker — Iemand die een business hackt. Gevormd naar analogie van de growth hacker, die wél in het boek staat; het werkwoord business hacken staat er ook in, het zelfstandig naamwoord niet. Ontstaan in de jaargangen 2021 en 2022; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Business OS — Het besturingssysteem van een organisatie, als beeld voor het geheel van processen en data. Eerste vindplaats: het bericht ‘Het Business Acceleration Framework is het besturingssysteem van je organisatie’ uit 2026. Het begrip staat niet in de boeken.
Chief Metaverse Officer — Een functiebenaming uit de metaversegolf van 2021 en 2022. Ontstaan in de jaargangen 2021 en 2022; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Content Impact Scan — Een scan van de contentprestaties van een organisatie. Het is een dienstnaam, geen denkbegrip. Ontstaan in de jaargangen 2021 en 2022; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Datawaarde — De waarde die de data van een organisatie vertegenwoordigt. Ontstaan in de jaargangen 2023 tot en met 2026; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Digitaal Ecosysteem Survey — Een onderzoek naar het digitale ecosysteem van een organisatie. Het is een dienstnaam, geen denkbegrip. Ontstaan in de jaargangen 2021 en 2022; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Digitaal Vermogen Funnel — Een tweede hernoeming van het AARRR-model van Dave McClure. Eerste vindplaatsen: de berichten ‘NFT’s en de Metaverse versterking voor het digitaal vermogen’ en ‘15 tips voor het vergroten van het Digitaal Vermogen’ uit 2022. Het begrip staat niet in de boeken.
Digitale hygiëne — Het op orde houden van de eigen digitale huishouding: data, kanalen en rechten. Ontstaan in 2019, na het verschijnen van Digitaal Vermogen (2018); de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Digitale nulmeting — Het vaststellen van de huidige digitale situatie van een organisatie, als vertrekpunt voor de digitale strategie. Eerste vindplaats: het bericht ‘Hoe iedere organisatie digitaal opnieuw kan beginnen’ uit 2022. Het begrip staat niet in de boeken.
Digitale reputatie — De reputatie van een organisatie zoals die digitaal zichtbaar is. De boeken gebruiken hiervoor de term online reputatie. In gebruik vanaf 2015 in de columns en vanaf 2019 in de berichten; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Digitale Reputatie Monitor — Een monitor voor de digitale reputatie van een organisatie. Het is een dienstnaam, geen denkbegrip. Ontstaan in de jaargangen 2021 en 2022; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Digitale Volwassenheid Assessment — Een assessment dat de digitale volwassenheid vaststelt. Het is een dienstnaam; digitale volwassenheid zelf staat wél in de boeken. Ontstaan in de jaargangen 2021 en 2022; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Direction, Reputation, Optimize — Drie programmanamen voor opeenvolgende fasen van een traject. Het groeimodel met vier fasen is hiervan de Nederlandse variant. Ontstaan in de jaargang 2020; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
DJ Fact Score — Een eigen meetinstrument dat dj’s op basis van cijfers rangschikt. Ontstaan in de jaargangen 2021 en 2022; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Earned content — Redactionele publiciteit in onafhankelijke media. De boeken kennen alleen earned media. Eerste vindplaats: het bericht ‘Earned content vergroot digitaal vermogen’ uit 2020. Het begrip staat niet in de boeken.
Fan intelligence — Inzicht in fans op basis van data. Het boek kent Content, Sales, Marketing en Service Intelligence; dit is een vijfde naam in die reeks. Ontstaan in de jaargangen 2023 tot en met 2026; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Generatieve business intelligence — Business intelligence waarbij generatieve AI de analyse en de rapportage maakt. Ontstaan in de jaargangen 2023 tot en met 2026; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Groeimodel met vier fasen — Vier fasen van een traject: Quick Scan, Richting, Reputatie en Optimalisatie. De Nederlandse variant van Direction, Reputation en Optimize. Ontstaan in de jaargangen 2021 en 2022; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Marketing OS — Het besturingssysteem van de marketing van een organisatie. Eerste vindplaats: het bericht ‘Het Marketing OS is het Business OS’ uit 2026. Het begrip staat niet in de boeken.
Marketingbrein — Het geheel van data, modellen en beslisregels waarmee de marketing van een organisatie wordt aangestuurd. Ontstaan in de jaargangen 2023 tot en met 2026; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Metaverse-strategie — Een strategie voor de aanwezigheid van een organisatie in de metaverse. Ontstaan in de jaargangen 2021 en 2022; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Moederbord en besturingssysteem — Het beeld van een organisatie als computer, met een moederbord dat interne en externe informatievoorziening bij elkaar brengt. Eerste vindplaats: het bericht ‘Manage je organisatie als een computer’ uit 2020. Het begrip staat niet in de boeken.
Negen onderdelen van het Content Impact Model — Een indeling van het Content Impact Model in negen onderdelen. Het boek beschrijft dat model anders en telt geen negen onderdelen; er is bovendien verwarringsrisico met de negen stappen. Eerste vindplaatsen: de berichten van 2020, waaronder ‘Managementstijl in coronatijd’. Het begrip staat niet in de boeken.
Orkestratie — Het op elkaar afstemmen van mensen, systemen en AI-toepassingen binnen een organisatie. Ontstaan in de jaargangen 2023 tot en met 2026; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Quick Scan — Een korte eerste doorlichting van een organisatie; ook de eerste fase van het groeimodel met vier fasen. Ontstaan in de jaargang 2020; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Relationeel kapitaal — De waarde die in de relaties van een organisatie besloten ligt. Niet te verwarren met klantkapitaal en sociaal kapitaal, die uit de boeken komen. Ontstaan in de jaargangen 2023 tot en met 2026; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Reputatie Index — Een eigen meetinstrument voor reputatie. Niet te verwarren met het Reputation Institute, een externe partij. Ontstaan in de jaargangen 2021 en 2022; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Search Experience Design — Het inrichten van content en data op de manier waarop mensen en machines zoeken. Ontstaan in de jaargangen 2023 tot en met 2026; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Society 4.0 — Een aanduiding voor de huidige fase van de samenleving in de digitale ontwikkeling. Ontstaan in de jaargangen 2023 tot en met 2026; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Super-funnel — Een derde hernoeming van het AARRR-model van Dave McClure, naast de Digitaal Vermogen Funnel en de Business Acceleration funnel. Eerste vindplaats: het bericht ‘NFT’s en de Metaverse versterking voor het digitaal vermogen’ uit 2022. Het begrip staat niet in de boeken.
Vier P’s — Vier bouwstenen die elke organisatie zou moeten invoeren. In de berichten van 2020 staan er twee verschillende sets onder hetzelfde label. Eerste vindplaats: het bericht ‘De vier P’s die elke organisatie moet invoeren’ uit 2020. Het begrip staat niet in de boeken.
Vijf C’s — Vijf stappen in de waardeketen van content. Ze worden gepresenteerd als lagen van het Content Impact Model, dat van Michiel Schoonhoven is. Eerste vindplaats: het bericht ‘Het Content Impact Model: van content naar cashflow’ uit 2025. Het begrip staat niet in de boeken.
Zeven uitdagingen — Zeven uitdagingen die organisaties volgens de berichten hebben; een vierde genummerde reeks naast de vijf doelen, de negen stappen en de twaalf analyses. Ontstaan in de jaargangen 2021 en 2022; de eerste vindplaats is nog niet op één bericht vastgesteld. Het begrip staat niet in de boeken.
Begrippen van anderen
Deze begrippen zijn van andere auteurs en worden in het werk gebruikt, aangehaald of doorontwikkeld. Per begrip staan de auteur en het jaar erbij en hoe het begrip in dit werk wordt gebruikt. Het gaat om 15 begrippen.
AARRR-model — Dave McClure, 2007. Een trechter in vijf stappen: acquisitie, activatie, retentie, omzet en aanbeveling. Digitaal Vermogen (2018) gebruikt het model met toeschrijving aan McClure als bouwsteen onder de twaalf analyses.
AI-governance gap — Joop Snijder, 2026. Het gat tussen wat organisaties met AI doen en wat zij daarover hebben vastgelegd. Het begrip wordt in de berichten van 2026 aangehaald om te laten zien dat AI-inzet zonder regie vastloopt.
BHAG (Big Hairy Audacious Goal) — James Collins en Jerry Porras, 1994. Een groot en gewaagd langetermijndoel. Digitaal Vermogen (2018) gebruikt het als de stip op de horizon waaraan de drie horizonnen hangen, met toeschrijving aan Collins en Porras.
Business Model Canvas — Alexander Osterwalder en Yves Pigneur, 2010. Een invulmodel waarmee een businessmodel op één vel in kaart wordt gebracht. Het is de tweede van de negen stappen; zie de definitiepagina van de negen stappen.
Content Impact Model — Michiel Schoonhoven, NXTLI, 2016. Het model dat content aan omzet koppelt, ontstaan in een sessie met Denis Doeland. Het bestuurt de tweede laag van het raamwerk; zie Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 1 van deel III.
‘Context is god’ — Gary Vaynerchuk. De stelling dat de context waarin content verschijnt zwaarder weegt dan de content zelf. Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 10 van deel IV haalt de uitspraak aan met toeschrijving aan Vaynerchuk.
Digitaal darwinisme — Igor Beuker; oorspronkelijk Brian Solis. Het verschijnsel dat technologie en gedrag sneller veranderen dan organisaties zich kunnen aanpassen. Digitaal Vermogen (2018) schrijft de term toe aan Beuker, die hem in Nederland introduceerde.
Fangage en Fangold — Sam Feldt. Een platform waarmee artiesten hun fandata zelf beheren en het consortium daaromheen. Zie Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 9 van deel IV; Denis Doeland zat in het Fangold-consortium.
Herallocatie van middelen — Cisco. Het verschuiven van budget en mensen naar waar het rendement het hoogst is. Het begrip wordt in de berichten van 2026 aangehaald bij de inzet van AI.
Lean Canvas — Ash Maurya. Een op startups toegesneden variant van het Business Model Canvas. Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 4 van deel I noemt het model met toeschrijving aan Maurya.
Owned, earned en paid media — Forrester Research, Sean Corcoran, 2009. De indeling van mediakanalen in eigen, verdiende en betaalde kanalen. De drie boeken gebruiken het model, maar noemen de bron niet.
Relatie-economie — Matthijs van de Peppel, Xavier van Leeuwe en Matt Lindsay, 2017. De economie waarin de relatie met de klant de waarde bepaalt, niet de losse transactie. Digitaal Vermogen (2018), hoofdstuk 3 van deel I bouwt er de eigen redenering op voort.
SEE-THINK-DO — Avinash Kaushik, 2013. Een indeling van publiek naar de fase waarin het zich bevindt. Het model komt in geen van de drie boeken voor en wordt alleen in de berichten gebruikt.
Three horizons — Mehrdad Baghai, Stephen Coley en David White, McKinsey, 1999. Drie horizonnen waarlangs een organisatie tegelijk haar huidige business, haar groei en haar toekomst beheert. Digitaal Vermogen (2018), deel I haalt het raamwerk aan met toeschrijving.
Workslop — Onderzoekers van Harvard Business Review, 2025. Werk dat met AI is gemaakt en er verzorgd uitziet, maar dat de ontvanger extra werk kost. Het begrip wordt in de berichten van 2026 aangehaald.
Bron: het begrippenregister van september 2026; elk begrip op deze pagina is getoetst aan de drukversies van de drie boeken.